Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Elvis Presley scoorde een grote hit met zijn cover van het nummer Burning Love dat in 1972 werd uitgebracht als single.
Het nummer werd geschreven door de Amerikaanse componist Dennis Linde en dit voor de soul zanger Arthur Alexander.
Dennis Linde schreef ook nummers voor onder meer Roger Miller, Everly Brothers, Kitty Starr, Billy Swan, Teresa Brewer en Brenda Lee.
De producer van Burning Love was Felton Jarvis, die al sinds 1966 met Elvis samenwerkte en veel van zijn latere albums produceerde.
Met dit nummer bereikte hij voor de veertigste keer de Top 10 in zijn thuisland. In de Billboard Hot 100 was het nummer goed voor een tweede plaats op de Billboard Hot 100 en de eerste plaats op de Cash Box Top 100.
In Vlaanderen was de single goed voor een tiende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte het nummer de negentiende plaats in de Top 40.
Het nummer is geschreven door de oprichter van de groep, namelijk de Oostenrijkse Kurt Hauenstein.
De productie was in handen van Peter Hauke, die ook hun debuutsingle Don’t Stop The Music produceerde.
Hun tweede single Love Machine was in Vlaanderen goed voor een zesde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte het nummer de elfde plaats in de Top 40.
De Duitse disco-rock fusion groep Supermax bestond uit acht leden en werd in 1976 opgericht.
De leden van de groep waren Hauenstein (Mini Moog, zang), Hans Ochs (gitaar), Ken Taylor (basgitaar), Lothar Krell (keyboards), Peter Koch (percussie), Jürgen Zöller (drums) en de zangeressen Cee Cee Cobb en Jean Graham.
Supermax bracht tussen 1976 en 1996 twaalf studioalbums uit.
Na het vertrek van Taylor in 1979 nam Hauenstein de basgitaar weer over.
Later voegden Bernadet Onore Eben en Jessica Hauenstein, de dochter van Kurt Hauenstein, zich bij de groep als achtergrondzangeressen.
Supermax was de eerste multiraciale band die door Zuid-Afrika toerde, ondanks doodsbedreigingen en politieke tegenstand.
In 1983 speelde Supermax als speciale gast uit Europa op het Reggae Sunsplash Festival in Montego Bay, Jamaica.
De groep bleef actief tot 2011, toen Hauenstein overleed op 62-jarige leeftijd aan een hartaanval.
Gisteren nog vandaag: Joepie 3 december 1978
Gisteren nog vandaag: Single van de week, African Blood van Supermax in de Hitkrant van Juni 1979
De Osmonds waren een populaire muzikale familie uit de Verenigde Staten, die vooral in de jaren zestig en zeventig veel succes hadden.
Ze begonnen als een kwartet, bestaande uit de broers Alan, Wayne, Merrill en Jay Osmond.
Later voegden ze hun jongere broers Donny en Jimmy en hun enige zus Marie toe aan de groep.
Ze maakten verschillende soorten muziek, variërend van rock tot country tot gospel.
Ze hadden hits als “One Bad Apple”, “Crazy Horses”, “Love Me for a Reason” en “Paper Roses”.
Ze hadden ook een eigen televisieshow, The Osmonds, die van 1972 tot 1976 werd uitgezonden.
De Osmonds zijn nog steeds actief in de muziekwereld, hoewel niet meer als een complete groep.
Sommigen van hen hebben solocarrières nagestreefd, zoals Donny, die een succesvolle zanger en musicalster is geworden, en Marie, die zowel zingt als acteert.
Anderen hebben zich gericht op het produceren of schrijven van muziek, zoals Alan en Merrill.
Jay en Jimmy hebben ook nog opgetreden met hun eigen bands.
De Osmonds hebben in totaal meer dan 100 miljoen platen verkocht.
De ex-leden van de Osmonds leven nog allemaal, hoewel sommigen van hen gezondheidsproblemen hebben gehad.
Alan lijdt aan multiple sclerose, een aandoening die het zenuwstelsel aantast.
Hij heeft een stichting opgericht om geld in te zamelen voor onderzoek naar deze ziekte.
Wayne heeft een hersenbloeding gehad in 2019, waarvan hij grotendeels is hersteld.
Donny heeft een stembandoperatie ondergaan in 2017, waardoor hij tijdelijk niet kon zingen.
Marie heeft te maken gehad met depressie en eetstoornissen in het verleden, waarover ze openlijk heeft gesproken.
Op 7 augustus 2003 kreeg de familie Osmond een welverdiende erkenning toen ze hun eigen ster mochten onthullen op de “Hollywood Walk of Fame”.
De familie Osmond is diepgelovig en behoort tot de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, beter bekend als de Mormonen.
Op 8 november 2007 vierde de familie Osmond hun 50-jarig jubileum in een speciale aflevering van de Oprah Winfrey Show. Het hele publiek bestond uit familieleden van de Osmonds.
Door te poseren voor Playboy bewees ze eind jaren 70 dat ze in ieder geval geen travestiet was.
Maar de geruchten werden er niet door gestopt.
Zelfs recent bleef de controverse levend, toen in 2011 een Italiaanse krant uitpakte met een “geboorteakte” van een zekere Alain Tap, die geboren was in 1939 – veel vroeger dan altijd gedacht werd: Lear zou eind jaren 40 geboren zijn, maar die gegevens baadden altijd al in een sfeer van geheimzinnigheid – én een foto van een jonge Tap, met een gezicht dat sprekend geleek op dat van Lear.
“Net als alle mensen in de showbizz moet ik altijd acteren”, vertelde ze in 2009 tijdens een bezoek aan Brugge.
Het heeft haar muziekcarrière eind jaren 70 alvast geen kwaad gedaan.
Want Met behulp van de producer Anthony Monn ontpopte ze zich tot de blanke “queen of disco” en verwierf ze in 1978 wereldfaam met de hit “Follow me”.
Ook de volgende singles Queen of China-Town ( uitgebracht in 1977, maar door haar succes in 1978 terug uitgebracht), Enigma (Give a bit of mmmh to me), Gold, The sphinx en Fashion pack waren een groot succes. (Diverse bronnen en Wikipedia)
De single was in Vlaanderen goed voor een zesde plaats in de Brt Top 30, in Nederland was het nummer goed voor een vierde plaats in de Top 40.
Het nummer werd geschreven door de gitarist en zanger Artie Lamonica en geproduceerd door Mike Thorne.
Producer Mike Thorne heeft samengewerkt met veel verschillende artiesten, van pop tot rock, van punk tot elektronica.
Hij begon zijn carrière als geluidstechnicus bij de BBC, waar hij onder andere werkte met John Peel, David Bowie en Pink Floyd.
Later richtte hij zijn eigen platenstudio Rimshot Studio, gelegen in Kent en produceerde hij albums voor bands als Wire, Soft Cell, Bronski Beat, Carmel en The The.
Het nummer Tell Me Your Plans verscheen ook op het debuutalbum van de band, dat ook The Shirts heette.
De single Samba d´Amour bereikte niet de hitparade in Vlaanderen en Nederland.
Het nummer is geschreven door de Spaanse componist Fernando Arbex die ook verantwoordelijk was voor de productie.
Fernando Arbex was een invloedrijke Spaanse muzikant en songwriter uit Madrid, die succes had met zijn eigen groepen en ook met andere artiesten.
Hij was de drummer van Los Estudiantes, de eerste pop-rockband in Spanje, en later van Los Brincos, die vaak werden gezien als de “Spaanse Beatles”.
Na het uiteenvallen van Los Brincos in de late jaren zestig, richtte hij de progressieve Latin rock trio Alacrán op met Iñaki Egaña en Oscar Lasprilla, en bracht een album uit dat werd vergeleken met Santana.
Daarna stichtte hij samen met Egaña de Latin disco en rock-georiënteerde Barrabás, die veel succes had in Europa in de jaren zeventig.
Hun bekendste hit “Woman” was een clubhit in de VS.
Arbex werkte ook als producer en songwriter voor veel succesvolle acts, zoals Jose Feliciano, Harry Belafonte, Nana Mouskouri, Emilio Aragón, Miguel Bosé en Middle of the Road.
Hij componeerde ook originele muziek voor de eerste Spaanse musical “La Maja de Goya”, en muziek voor film en ballet.
In 2000 kwam hij weer samen met Los Brincos voor een zeer succesvol speciaal concert in A Coruña, en nam hij ook op met een heropgerichte Barrabás.
Fernando Arbex overleed op 5 juli 2003 na een lange ziekte.
Een van zijn grootste hits was Ma Préférence, een nummer dat hij in 1978 uitbracht op zijn album Jaloux.
Het nummer schreef hij zelf en dit samen met Jean-Loup Dabadie.
Jean-Claude Petit schreef de arrangementen en was ook verantwoordelijk voor de productie.
Jean-Claude Petitj heeft gewerkt met zowel jazzlegendes als popsterren, en heeft ook muziek geschreven voor theater, opera en film.
Petit begon zijn muzikale opleiding aan het Collège National Superieur de la Musique in Parijs, waar hij eerste prijzen behaalde in harmonieleer, fuga en contrapunt.
Tijdens zijn studie speelde hij piano in de Parijse nachtclubs, waar hij Amerikaanse sterren begeleidde zoals Dexter Gordon, Johnny Griffin en Kenny Clarke.
Hij raakte zo vertrouwd met de jazzstijl, die hij later zou combineren met andere invloeden.
In de jaren 70 bracht Petit drie popjazz-albums uit onder zijn eigen naam: Jean-Claude Petit (1970), Jean-Claude Petit et son orchestre (1972) en Jean-Claude Petit et son grand orchestre (1974).
Deze albums laten zijn talent zien als componist en arrangeur van originele en swingende nummers.
Hij werkte ook samen met vele Franse popartiesten, zoals Serge Lama, Sheila, Claude François, Mink DeVille, Joan Baez, Michel Sardou, Alain Souchon, Sylvie Vartan, Jairo, Mortimer Shuman en Gilbert Bécaud. Hij verzorgde de arrangementen en speelde piano op hun platen en concerten.
Petit maakte ook naam als theatercomponist. Hij schreef muziek voor stukken van Robert Hossein, Victor Haïm en vele andere succesvolle regisseurs.
Hij creëerde sfeervolle en dramatische muziek die perfect aansloot bij de thema’s en de sfeer van de voorstellingen.
Hij componeerde ook twee opera’s: Sans Famille (Nice, 2007) en Colomba (Marseille, 2014).
Deze opera’s zijn gebaseerd op bekende Franse romans en tonen zijn vermogen om klassieke en moderne elementen te vermengen.
Petit is echter vooral beroemd om zijn filmmuziek.
Hij heeft meer dan 100 filmscores geschreven voor Franse en internationale films.
Hij werkte samen met gerenommeerde regisseurs zoals Jean-Paul Rappeneau, Pat O’Connor, Bertrand Blier, Claude Lelouch en Claude Berri.
Hij won een César voor beste originele muziek voor Cyrano de Bergerac (1990), een episch historisch drama met Gérard Depardieu.
Hij schreef ook memorabele muziek voor The Playboys (1992), een romantische komedie met Albert Finney en Aidan Quinn, en Jean de Florette (1986) en Manon des Sources (1986), twee films gebaseerd op de roman van Marcel Pagnol.
Zijn muziek is vaak melodieus, expressief en kleurrijk, met invloeden van folk, jazz, klassiek en wereldmuziek.
Ma Préférence gaat over de liefde die Julien Clerc voelt voor zijn geliefde, die hij boven alles verkiest.
Het nummer werd een groot succes in Frankrijk en andere Franstalige landen.
In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitlijsten, terwijl in Nederland het nummer goed was voor een tweeëndertigste plaats in de Top 40.
Het is nummer is ook gecoverd door onder meer Sacha Distel, Michel Delpech en in Vlaanderen door Nicole en Hugo.
Het nummer Ay No Digas was in Vlaanderen goed voor een zevende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte de single zelfs de derde plaats in de Top 40.
Chris Montez schreef het nummer zelf, samen met Billy Meshel, die ook de productie deed.
Chris Montez had eerder al succes gehad met rock-‘n-rollnummers als Let’s Dance en Some Kinda Fun, maar hij veranderde zijn stijl naar meer romantische en rustige muziek onder invloed van Herb Alpert.
Hij nam ook covers op van klassiekers als The More I See You en There Will Never Be Another You.
Zijn carrière duurde tot in de jaren zeventig, toen hij zich meer ging richten op zijn privéleven en zijn geloof.
De Osmonds waren een populaire muzikale familie uit de Verenigde Staten, die vooral in de jaren zestig en zeventig veel succes hadden.
Ze begonnen als een kwartet, bestaande uit de broers Alan, Wayne, Merrill en Jay Osmond.
Later voegden ze hun jongere broers Donny en Jimmy en hun enige zus Marie toe aan de groep.
Ze maakten verschillende soorten muziek, variërend van rock tot country tot gospel.
Ze hadden hits als “One Bad Apple”, “Crazy Horses”, “Love Me for a Reason” en “Paper Roses”.
Ze hadden ook een eigen televisieshow, The Osmonds, die van 1972 tot 1976 werd uitgezonden.
De Osmonds zijn nog steeds actief in de muziekwereld, hoewel niet meer als een complete groep.
Sommigen van hen hebben solocarrières nagestreefd, zoals Donny, die een succesvolle zanger en musicalster is geworden, en Marie, die zowel zingt als acteert.
Anderen hebben zich gericht op het produceren of schrijven van muziek, zoals Alan en Merrill.
Jay en Jimmy hebben ook nog opgetreden met hun eigen bands.
De Osmonds hebben in totaal meer dan 100 miljoen platen verkocht.
De ex-leden van de Osmonds leven nog allemaal, hoewel sommigen van hen gezondheidsproblemen hebben gehad.
Alan lijdt aan multiple sclerose, een aandoening die het zenuwstelsel aantast.
Hij heeft een stichting opgericht om geld in te zamelen voor onderzoek naar deze ziekte.
Wayne heeft een hersenbloeding gehad in 2019, waarvan hij grotendeels is hersteld.
Donny heeft een stembandoperatie ondergaan in 2017, waardoor hij tijdelijk niet kon zingen.
Marie heeft te maken gehad met depressie en eetstoornissen in het verleden, waarover ze openlijk heeft gesproken.
Op 7 augustus 2003 kreeg de familie Osmond een welverdiende erkenning toen ze hun eigen ster mochten onthullen op de “Hollywood Walk of Fame”.
De familie Osmond is diepgelovig en behoort tot de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, beter bekend als de Mormonen.
Op 8 november 2007 vierde de familie Osmond hun 50-jarig jubileum in een speciale aflevering van de Oprah Winfrey Show. Het hele publiek bestond uit familieleden van de Osmonds.