Vandaag 90 jaar geleden, de Nederlandse arbeider en communist Marinus van der Lubbe onthoofd in Duitsland (10 januari 1934)

Van der Lubbe werd geboren in 1909 in Leiden, als zoon van een metselaar.

Hij verloor zijn vader op jonge leeftijd en moest al vroeg gaan werken om zijn moeder en broers te ondersteunen.

Hij raakte betrokken bij de socialistische beweging en werd lid van de Communistische Partij van Nederland.

Hij nam deel aan stakingen en demonstraties en raakte gewond bij een confrontatie met de politie.

Hij verloor ook zijn linkeroog bij een ongeluk op het werk.

In 1931 reisde hij naar Duitsland, waar hij getuige was van de opkomst van het nazisme en de vervolging van de communisten en andere tegenstanders.

Hij sloot zich aan bij verschillende antifascistische groepen en nam deel aan illegale acties.

Hij werd meerdere keren gearresteerd en mishandeld door de nazi’s.

Hij raakte gefrustreerd door het gebrek aan effectieve weerstand tegen Hitler en besloot om een individuele daad van protest te plegen.

Op 27 februari 1933 sloop hij het Rijksdaggebouw binnen en stak verschillende gordijnen in brand.

Hij werd snel overmeesterd door de bewakers en bekende zijn daad.

Hij beweerde dat hij alleen had gehandeld, uit haat tegen het nazisme.

De nazi’s grepen echter de kans om een groot complot te fabriceren en beschuldigden de communisten, de sociaaldemocraten en andere tegenstanders van betrokkenheid bij de brand.

Ze gebruikten de brand als voorwendsel om een noodtoestand af te kondigen en duizenden mensen te arresteren, te martelen en te doden.

Van der Lubbe werd berecht voor hoogverraad, samen met vier andere verdachten: Ernst Torgler, een Duitse communistische leider, en drie Bulgaarse communisten: Georgi Dimitrov, Vasil Tanev en Blagoi Popov.

Het proces was een schijnvertoning, waarbij de nazi’s probeerden om Van der Lubbe als een marionet van de communisten af te schilderen, terwijl de andere verdachten hun onschuld volhielden en zich fel verdedigden.

Dimitrov maakte vooral indruk met zijn moedige weerwoord tegen Hitler, die persoonlijk het proces bijwoonde.

De rechtbank sprak uiteindelijk alle verdachten vrij, behalve Van der Lubbe, die schuldig werd bevonden en ter dood werd veroordeeld.

Hij werd onthoofd op 10 januari 1934, ondanks internationale protesten en verzoeken om gratie.

De doodstraf voor Marinus van der Lubbe leidde tot een opmerkelijke actie van de VARA op die dag.

De omroep liet drie minuten lang niets horen op de radio, als een stil protest tegen het vonnis.

De regering was woedend en nam wraak door de VARA een dag lang van de ether te halen.

Zijn lichaam werd gecremeerd en zijn as werd verstrooid boven de Noordzee.

Na zijn dood bleef Van der Lubbe een controversiële figuur.

Sommigen beschouwden hem als een martelaar voor de antifascistische zaak, anderen als een dwaas of een verrader die de nazi’s hielp om aan de macht te komen.

In 1967 werd hij postuum gerehabiliteerd door een West-Duitse rechtbank, die oordeelde dat zijn executie onrechtmatig was geweest.

In 2008 werd hij ook officieel vrijgesproken van alle beschuldigingen door een Duitse federale rechtbank, op grond van een wet die alle nazioorlogsmisdaden nietig verklaarde.

Een eeuw geleden, op 16 december 1923, vond er een grote betoging plaats in Brugge van duivenliefhebbers die protesteerden tegen de belastingplannen van de regering.

De duivenmelkers voelden zich geviseerd door de regering, die hen wilde belasten voor hun hobby.

De regering had al eerder een poging gedaan om een taks van 10 procent te heffen op de inleggelden voor duivenwedstrijden en een belasting van één frank per verkochte pootring.

Dit stuitte op hevig verzet van de duivenliefhebbers, die ook een belangrijke kiesgroep vormden.

In 1921 werd het voorstel dan ook verworpen in het parlement.

Maar in 1923 kwam de regering met een nieuw voorstel dat gekoppeld werd aan de bescherming van de militaire duiven.

Wie duiven wilde houden, moest voortaan de toestemming hebben van de burgemeester en aangesloten zijn bij een erkende duivenmaatschappij.

Bovendien moesten de duiven geregistreerd worden bij de Koninklijke Belgische Duivenbond (KDBD).

De duivenliefhebbers lieten dit niet zomaar gebeuren en organiseerden een massale betoging in Brugge, waar meer dan 15000 mensen op afkwamen.

Ze eisten de afschaffing van de belastingen en de vrijheid om duiven te houden zonder inmenging van de overheid.

De duif heeft een lange en rijke geschiedenis.

Al in de Bijbel zien we de duif als symbool van vrede en hoop.

Later werd de duif gebruikt als een snelle en betrouwbare manier om berichten te versturen.

Veel oude beschavingen maakten gebruik van deze dienst.

Ook in oorlogstijd bewezen de duiven hun nut en moed.

Maar na de Tweede Wereldoorlog raakte de postduif in onbruik.

Sindsdien heeft het Belgische leger geen duiven meer in dienst.

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van politieker en ondernemer Omer Vanaudenhove.

Na de Tweede Wereldoorlog keken de broers Omer en Luc Vanaudenhove aan tegen een onverkoopbare voorraad schoenen in de winkel van hun familie.

Ze besloten de schoenen per post te verkopen.

Wanneer de mensen naar het kantoor zelf kwamen om schoenen op te halen, besloten ze een nieuwe winkel te openen.

Het merk Shoe Post was meteen geboren.

Gisteren nog vandaag

De holding Euro Shoe Unie is nu uitgegroeid tot een grote distributeur met Shoe Discount, Shoes in the Box, Avance en de Nederlandse handelszaken Bristol en Van Woensel.

Behalve in de distributie van schoenen is Euro Shoe ook actief in de doe-hetzelf-branche.

De groep stapte via een franchise in de Brico-keten.

Daarnaast experimenteerde de groep ook in de textieldistributie, onder meer met de keten Mexx, en in de speelgoedsector.

Maar langzaam groeide het besef dat de familie zich moest distantiëren van het bedrijf en een professioneel management moest toelaten.

De familie werd daarbij gestimuleerd door de verliescijfers die in de jaren 1999 en 2000 werden opgetekend.

Met Kurt Moons, die vroeger aan het hoofd stond van Brantano, Santana en de Eddy Merckx Group, koos de familie voor het eerst voor een niet-familaie CEO.

Hij neemt de fakkel van Philippe Vanaudenhove over.

Toch incasseert Shoe Post zware verliezen als gevolg van de internetcrisis in de distributiesector.

In 2016 bedraagt het verlies 3 miljoen euro, in 2017 zelfs 10 miljoen.

Kurt Moons vertrekt en de familie neemt met Elise Vanaudenhove het management terug over.

20 van de 270 winkels in Nederland en België gaan dicht.

De winkelketen wordt omgevormd van Shoe Post naar Bristol en nog eens 40 winkels gaan dicht.

De verliezen in de schoenenverkoop worden mee opgevangen met de winst die de familie maakt met haat vastgoedbedrijf Vana Real Estate.

Verkoopplannen door de familiale aandeelhouders lijken nu weer even opgeborgen.

23 familieleden controleren het bedrijf via twee stichtingen.

In het coronajaar 2020 incasseerde het bedrijf een verlies van 15 miljoen euro.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van politieker en ondernemer Omer Vanaudenhove.

Omer Vanaudenhove wordt op 3 december 1913 geboren in Diest.

Na zijn middelbare studies neemt hij de groothandel in schoenen van zijn vader over. Het wordt het begin van een succesvolle carrière als zakenman, waarin hij samen met zijn broer Albert het familiebedrijfje uitbouwt tot een bedrijf van Europees formaat.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageert Vanaudenhove zich in het verzet, maar wordt in januari 1944 door de Duitsers gearresteerd.

In mei 1945 wordt hij door de Russen bevrijd uit het concentratiekamp van Rathenau.

Na de oorlog begint een succesvolle politieke carrière. Omer Vanaudenhove wordt al snel burgemeester van Diest (1947-1955), senator (vanaf 1954) en minister van Openbare Werken (1955-1961).

Als minister van Openbare Werken realiseert hij onder andere de aanleg van de Brusselse kleine ring.

Ook ligt hij aan de basis van de uitbouw van ons autosnelwegennet.

In mei 1961 volgt hij Roger Motz op als voorzitter van de Liberale Partij en start met een grote vernieuwingsoperatie: de Liberale Partij wordt omgevormd tot de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang/Parti pour la Liberté et le Progrès (PVV/PLP).

De vernieuwingsoperatie zorgt bij de verkiezingen van mei 1965 voor een stijging van het aantal liberale Kamerzetels van 20 naar 48.

In 1969 neemt hij ontslag als partijvoorzitter, maar hij blijft actief in de politiek, zowel op nationaal als op lokaal vlak.

Zo richt hij in 1975 het Studiecentrum voor Politieke Hervormingen op en is er voorzitter tot 1980.

Tijdens de periode 1976-1978 is hij nogmaals burgemeester van (het gefusioneerde) Diest, waarna hij zich om gezondheidsredenen terugtrekt uit de actieve politiek.

Omer Vanaudenhove is gehuwd met de Britse Elisabeth (Betty) Eatough.

Zij is van 1982 tot 2006 gemeenteraadslid in Diest.

Ook Pascale, hun jongste dochter is politiek actief.

Zij zetelt sinds 2006 in de gemeenteraad van Diest en is er sinds 2019 schepen.

In 1966 benoemt de koning Vanaudenhove tot minister van Staat en in 1989 wordt hij met de titel van burggraaf in de adelstand verheven.

Hij overlijdt op 26 november 1994 te Leuven.

Vandaag 25 jaar geleden, het eerste congres van de nieuwe partij Vivant in Brussel (28 november 1998).

Vivant is een politieke beweging die voortkwam uit de partij BANAAN, die in 1995 meedeed aan de verkiezingen.

Vivant had een vooral economische visie, die gebaseerd was op het boek NV België: verslag aan de aandeelhouders dat voorzitter Roland Duchâtelet in 1994 schreef.

Vivant stond ook voor individuele vrijheid en een sterke sociale zekerheid binnen een vrijemarkteconomie.

Bij de federale parlementsverkiezingen van 1999 kreeg de partij 130.701 stemmen (2,1%) voor de Kamer.

Bij de federale verkiezingen van 2003 zakte de partij, na interne problemen, naar 1,3% van de stemmen.

Bij de verkiezingen voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap in juni 2004 kreeg de Vivant-lijst twee zetels, die ingenomen werden door Josef Meyer en Ernst Meyer.

Voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement sloot Vivant, mede door de kiesdrempel van 5%, een kartel met de VLD.

In maart 2006 werd Nele Lijnen senator voor de partij na coöptatie door de VLD.

Op 6 februari 2007 maakte voorzitter Roland Duchâtelet bekend dat de Nederlandstalige tak van zijn partij zou samengaan met de Open Vld.

De volgende dag zei hij dat Vivant als beweging zou blijven bestaan.

Sinds 2007 is Vivant alleen nog actief in de Duitstalige Gemeenschap, en doet het alleen nog mee aan de Europese verkiezingen en aan de verkiezingen voor het Duitstalige Parlement.

In de legislatuurperiode 2019–2024 heeft Vivant 3 verkozenen in het Duitstalig parlement.

Vandaag 90 jaar geleden, het Christen werkverbond (Katholieke Vlaamsche Landsbond) houden hun congres in het nieuwe Circus gebouw in Gent.

Het Nieuw Circus in Gent heeft een lange en boeiende geschiedenis.

Het gebouw dateert van 1895 en was oorspronkelijk bedoeld als een multifunctionele zaal voor circus, theater, concerten en bals.

Het was ontworpen door architect Emile De Weerdt (1858-1938) in een eclectische stijl met neobarokke elementen.

Het had een ronde piste met een diameter van 13 meter en een capaciteit van 2500 personen.

In 1920 werd het Nieuw Circus getroffen door een zware brand die het interieur volledig verwoestte.

Alleen de buitenmuren bleven overeind. Drie jaar later begon de wederopbouw onder leiding van architect Oscar Ledoux (1866-1935).

Hij maakte van het Nieuw Circus een modern en luxueus gebouw met tal van technische innovaties, zoals geluidsbeheersing, brandwerende elementen, centrale verwarming, bijzondere licht- en geluidsinstallaties en elektriciteit.

De zaal kon nu 3400 personen ontvangen en werd beschouwd als het mooiste circus van Europa.

Het Nieuw Circus trok vele grote internationale circussen en wereldberoemde artiesten aan.

Na 1924 werden er heel wat spectaculaire acts opgevoerd, zoals het ‘Circus onder water’ van het Duitse Circus Busch in 1933, waarvoor de piste werd gevuld met 500 000 liter water.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het circusgebouw in verval. De laatste voorstelling werd gespeeld door Circus De Jonghe in 1944.

In 1947 werd het gebouw omgevormd tot een garage door de nieuwe eigenaar Mahy.

Deze sloot in 1978 en het gebouw werd een opslag- en restauratieplaats voor oldtimers.

In 2005 kocht het stadsontwikkelingsbedrijf Sogent het gebouw met het oog op renovatie en integratie in een volledig vernieuwd stadsdeel De Krook.

De renovatiewerken zijn ondertussen afgerond.

Binnenkort zal het gebouw de nieuwe hotspot van Gent worden.

Meer dan een week geleden, deelde ik een artikel met als titel de wetteloosheid in Katanga en de rest van Congo, ondanks de aanwezigheid van de Uno troepen en afkomstig uit de Panorama van 29 oktober 1963.

In de Panorama van 26 november 1963, lezen we twee lezersbrieven die ze stuurde naar de redactie over dit artikel.

Ik wil ze graag met jullie delen, de eindconclusie laat ik aan jullie over.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Florimond Grammens werd in 1899 in Bellem geboren als zoon van Frederick Grammens en Maria Gelaude, beiden van boerenafkomst.

Hij studeerde aan het College van Eeklo en daarna aan de Normaalschool van Sint-Niklaas.

In 1918 dook hij onder en werd bij de bevrijding door de Belgische troepen vrijwillig brancardier bij het veldleger.

In 1920 werd hij leraar in Ronse, wat hij bleef tot 1929.

Flor Grammens werd actief flamingant, vooral doordat hij als leraar aan de taalgrens de onrechtvaardige en onwettelijke toestanden leerde kennen en in 1927 een voetreis langs de hele taalgrens maakte.

Dit resulteerde in de oprichting van de taalgrensactie.

In 1931 begon hij zelf voor tweetaligheid te zorgen in die taalgrensgemeenten die bleven weigeren de taalwetten toe te passen.

Dit leidde tot processen die gevoerd werden in de provincies Luik en Henegouwen, waar hij als eerste voor Waalse rechtbanken rechtspleging in het Nederlands eiste.

Een nieuwe periode in de taalgrensactie begon toen Flor Grammens op 9 januari 1937, in witte schilderskiel, de Franstalige straatnaamborden en wegwijzerplaten in de taalgrensstad Edingen overschilderde.

Deze en andere acties genoten veel bijval en talrijke Vlaamse studenten sloten zich aan bij wat zij de nieuwe Vlaamse schildersschoolnoemden.

Overal waar ze maar konden, voerden ze actie en organiseerden ze meetings en andere manifestaties. In de pers en het parlement ontstond daarover heel wat rumoer.

De campagne duurde drie jaar tot uiteindelijk de eentaligheid van Vlaanderen werd verkregen.

Grammens verbleef nog maar eens in de gevangenis toen hij in 1939, bij een onvoorziene parlementsverkiezing, als onafhankelijk kamerlid werd verkozen.

Grammens, die in deze periode (1937-1940) de Raad der Daadstichtte, wou nooit lid van een partij worden om zo onafhankelijk mogelijk en met zoveel mogelijk Vlaamsgezinden te kunnen optreden.

Hij kantte zich tegen politieke collaboratie in de Tweede Wereldoorlog, maar aanvaardde lid en daarna voorzitter te worden van de Commissie voor Taaltoezicht.

Onder zijn leiding werden door die Commissie onderzoeken ingesteld naar de toepassing van de taalwetten in de taalgrensgemeenten en de hoofdstedelijke agglomeratie.

Zo bleek dat in de Brusselse gemeenten talrijke Vlaamse kinderen onwettig in Franstalige klassen waren ondergebracht.

Veel kinderen werden overgeplaatst naar Nederlandstalige klassen, wat na de bevrijding voor een groot deel weer ongedaan werd gemaakt.

Grammens, die argumenteerde dat hij alleen de taalwetten toepaste, werd na de bevrijding, ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid, opgesloten.

Zijn woning werd geplunderd.

Hij kreeg een gevangenisstraf van zes jaar, waarvan hij er vier heeft uitgezeten.

In 1956 hielp hij de Vlaamse Volksbewegingheroprichten en trad hij onder meer op tegen de eentalig Franse opschriften op de wereldtentoonstelling in Brussel en later tegen de Franstalige reclameteksten aan de kust en elders in Vlaanderen.

Ook was hij betrokken bij de oprichting van de stichting van het Taal Aktie Komitee.

In 1962 werd hij hersteld in zijn burgerrechten.

Grammens bleef actief voordrachten geven en was pleitbezorger van een politieke integratie van Vlaanderen en Nederland, in een eengemaakte Europa.

Ook wendde hij overal waar hij kon zijn invloed aan om mistoestanden te signaleren en te verhelpen.

Voor zijn verdiensten in verband met de taalstrijd, ontving hij in 1971 de Marnixring-André Demedtsprijs van de Kortrijkse Marnixkring.

Hij was de vader van journalist Mark Grammens.

In 1975 kocht het Grammensfonds het geboortehuis van Flor Grammens en schonk het aan het gemeentebestuur van Bellem.

Hij overleed in Deinze in 1985.

Na zijn dood werd het persoonlijk archief van Flor Grammens, in het bezit van het Grammensfonds, overgedragen aan de bibliotheek van de Campus Kortrijk van de KU Leuven. (Diverse bronnen, Wikipedia, gemeente Aalter en De Post van 3 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)