Ook al 40 jaar geleden, Nena met haar hit Irgendwie · Irgendwo · Irgendwann

Het nummer is geschreven door de bandleden Jörn-Uwe Fahrenkrog-Petersen en Carlo Karges.

Het nummer is een liefdeslied en gaat over het dromen van Nena en haar geliefde over een vrije wereld en over het bouwen van zandkastelen op de Potsdamer Platz tijdens de Koude Oorlog.

Waarschijnlijk toen nog te gevoelig voor de wereld, tenslotte was het toen nog vijf jaar wachten voor het openbreken van het ijzeren gordijn, want op de video is daar niets van te zien en zitten we meer in een soort verhaal van Indiana Jones.

In Duitsland bereikt de single de derde plaats. Bij ons vreemd genoeg minder succesvol want het nummer komt niet verder dan de negenentwintigste plaats in de Super Top 50.

In Nederland doet de single het beter en bereikt daar de dertiende plaats in de Top 40.

In 2003 neemt Nena samen met Kim Wilde een nieuwe Duits/Engelse versie op onder de titel Anytime Anyplace Anywhere.

Deze versie doet het wel goed en bereikt zelfs de tweede plaats in onze Hitparade. In Nederland doet de single het nog beter en bereikt daar zelfs de eerste plaats in de Top 40.

Queen en hun hit Crazy Little Thing Called Love.

Freddie schreef het nummer in 5 minuten tijd op zijn gitaar, “…en ik kan totaal geen gitaar spelen …” zei hij hier achteraf over.

Hij schreef het als ode aan Elvis Presley.

Queen groeit daarna uit tot de grootste band van de planeet.

Concertzalen worden te klein waarna de groep steevast grote stadions uitverkoopt. In februari 1981 speelt Queen voor meer dan 500.000 fans op concerten in Argentinië en Brazilië.

Op één concert dagen 300.000 toeschouwers op, destijds een absoluut record. De platenverkoop wordt wereldwijd geschat op 300 miljoen verkochte stuks.

Na het succes van ‘The Works’ in 1984 wil Freddie eigen nummers uitbrengen.

Er ontstaan spanningen in de groep vanwege zijn soloambities die ei zo na leiden tot de split.

Hij werkt mee aan de remake van de filmklassieker ‘Metropolis’, met een soundtrack van Giorgio Moroder.

In het voorjaar van 1985 verschijnt zijn solodebuut ‘Mr. Bad Guy’. Het wordt echter een flop. Queen ligt dan op apegapen maar hun legendarische passage op Live Aid (meermaals verkozen tot beste pop- en rockconcert in Groot-Brittannië) geeft de band echter nieuwe zuurstof.

Ze schrijven in 1986 de soundtrack voor de film ‘Highlander’ en brengen met ‘A Kind Of Magic’ opnieuw een hitalbum uit. In de zomer van dat jaar gaat de Magic-tour van start.

Het zou de laatste tournee met Freddie Mercury worden. In 1987 krijgt Freddie de diagnose van aids.

Datzelfde jaar scoort hij een solohit met de Platters-cover ‘The Great Pretender’ en neemt met operazangeres Montserrat Caballé het album ‘Barcelona’ uit.

Dat wordt in 1992, het jaar van de Olympische Spelen in Barcelona, een grote postume hit. Daarna trekt hij met Queen terug de studio in voor de opnames van ‘The Miracle’.

‘Innuendo’ is in 1991 het laatste album dat tijdens Freddie’s leven wordt uitgebracht. Hij is dan al fel verzwakt, dit blijkt later in de videoclip voor ‘These Are The Days Of Our Lives’.

Tot één dag voor zijn dood zou hij de ziekte verborgen houden voor de buitenwereld.

De begrafenisplechtigheid vindt 3 dagen later al plaats.

Hij wordt in intieme kring gecremeerd, waarna Mary Austin zijn urne op een geheime plaats begraven heeft.(Denis Michiels)

Vandaag mag de Amerikaanse zangeres en actrice Yvonne Elliman 73 kaarsjes uitblazen.

Elliman’s vader was van Ierse afkomst en was politieagent en speelde piano en had een brede muzieksmaak, van klassiek tot jazz en blues en haar moeder was van Japanse afkomst en speelde ukelele en piano, en zong in lokale groepen.

Ze groeide op in Hawaii en begon op jonge leeftijd met piano spelen en zong in het schoolkoor en speelde later ook in een band genaamd “We Folk” die lokale talentenjachten won.

Ze studeerde aan de President Theodore Roosevelt High School, waar ze afgestudeerde in 1969

Elliman studeerde drama aan de University of Hawaii, maar verliet de universiteit om haar muzikale carrière na te jagen.

In 1969 verhuisde Elliman naar Londen en begon op te treden in folkclubs, bars en clubs.

Werd daar ontdekt door Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, die haar vroegen om de rol van Maria Magdalena te spelen in hun rockopera Jesus Christ Superstar.

De schrijvers, Andrew Lloyd Webber en Tim Rice, zijn gedwongen eerst een album met de muziek te maken, omdat anders niemand de musical op de planken wil brengen.

Dit naar aanleiding van een eerdere musical van het duo, Joseph & The Amazing Technicolour Dreamcoat die volkomen geflopt is.

De opnamen voor de soundtrack hebben eind 1970 in Londen plaats.

Buiten Yvonne Elliman als Maria, horen we ook Murray Head als Judas en Ian Gillan (zanger van Deep Purple) als Jezus.

Het is voor het eerst dat er rockmuziek gebruikt wordt voor een musical, en de inbreng van Ian Gillan zorgt ervoor dat het album ook onder de aandacht komt van de rockfans, die anders nooit een musical zouden kopen.

Yvonne Elliman speelde ook in de originele Broadwayproductie (1971) en in de filmversie (1973).

Haar vertolking van “I Don’t Know How to Love Him” werd een hit.

Werd genomineerd voor een Golden Globe Award voor Beste Actrice in een Musical/Komedie voor haar rol in Jesus Christ Superstar.

Dankzij dit succes tekende ze in 1972 platencontract bij Purple Records en bracht haar debuutalbum Yvonne Elliman uit.

Elliman was ook te horen als achtergrondzang op Clapton’s hit “I Shot the Sheriff” en ook op zijn albums 461 Ocean Boulevard en There’s One in Every Crowd en toerde met hem in de jaren 70.

In 1977 had ze een grote hit met het nummer “If I Can’t Have You”.

Het nummer was geschreven door de Bee Gees en bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en werd gebruikt in de film Saturday Night Fever.

Vreemd genoeg bij ons in Vlaanderen en Nederland deed het nummer minder, in Vlaanderen goed voor een vierentwintigste plaats en in Nederland zelfs maar de achtentwintigste plaats in de Top 40.

Ze heeft in een aantal films gespeeld, waaronder “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band” (1978).

Nummers van haar om te koesteren en waar ze vooral in Amerika hoog scoorde in de hitparade zijn de nummers “Love Me” (1976 en ook geschreven door Barry Gibb) en “Hello Stranger” (1977, een duet met Stephen Bishop)

Ze zong ook titelsong van de gelijknamige film “Moment by Moment”(1978)

Kampte begin de jaren 80 met stemproblemen, wat een van de redenen was waarom ze zich terugtrok uit de muziekindustrie.

Was vanaf 1972 tot en met 1980 getrouwd met Bill Oakes, een manager bij RSO Records (het label dat Saturday Night Fever uitbracht en waar hij ook aan meewerkte als co-producer).

Ze kregen samen een dochter, Sage (geboren in 1982).

Na haar scheiding van Oakes trouwde ze met songwriter Wade Hyman.

Ze kregen samen een zoon, Ben (geboren in 1986). Ze scheidden later.

Ze trouwde later in 2016 met Allan Alexander.

Na jaren in Los Angeles te hebben gewoond, keerde Elliman met haar echtgenoot terug naar Hawaii.

35 jaar geleden, Koen Crucke met zijn kerstnummer Vrolijk Kerstfeest.

Het nummer is geschreven door Bart Peeters en Hugo Matthysen. Maar voor de melodie gaan ze terug naar een nummer van de Amerikaanse componist Scott Joplin.

Joplin werd geboren in Linden, Texas, als zoon van Jiles en Florence Joplin, voormalige slaven.

Hij leerde als kind piano spelen en toonde al vroeg muzikaal talent.

Hij kreeg muziekles van de Duitse immigrant Julius Weiss, die hem kennis liet maken met de Europese klassieke muziektraditie.

Joplin verliet zijn ouderlijk huis als tiener en reisde door het zuiden van de Verenigde Staten als rondreizend muzikant.

Hij vestigde zich uiteindelijk in Sedalia, Missouri, waar hij piano speelde in bordelen en clubs en zijn eerste ragtime-composities schreef.

Zijn doorbraak kwam in 1899 met de publicatie van “Maple Leaf Rag”, een van de populairste en invloedrijkste ragtime-nummers aller tijden.

Joplin componeerde talloze andere ragtime-nummers, waaronder “The Entertainer”, “Elite Syncopations” en “Solace”.

Hij schreef ook twee opera’s, “A Guest of Honor” en “Treemonisha”, en een ragtime-ballet.

Joplin streefde ernaar om ragtime te verheffen tot een serieuze kunstvorm en werd door zijn tijdgenoten beschouwd als een serieuze en respectabele componist.

Joplin was dan ook een van de eerste Afro-Amerikaanse componisten die brede erkenning kreeg in de Verenigde Staten.

Hij was een pionier in de uitgeverswereld en richtte zijn eigen uitgeverij op, “Scott Joplin Music Company”.

Hij was een voorvechter van de rechten van Afro-Amerikaanse muzikanten en componisten.

De muziek van Joplin beleefde in de jaren 70 een heropleving, mede dankzij de film “The Sting” (1973), die zijn muziek populair maakte bij een nieuw publiek.

Joplin overleed op 1 april 1917 in New York aan de gevolgen van syfilis.

Hij was 48 of 49 jaar oud.

In 1976 ontving Joplin postuum de Pulitzer Prize voor zijn bijdragen aan de Amerikaanse muziek. Deze onderscheiding was een erkenning van zijn belang en invloed op de ontwikkeling van de Amerikaanse muziek.

Deze week, 55 jaar geleden, komt de Belgische groep Wallace Collection met hun nummer Daydream binnen in de Nederlandse Top 40.

Muzikant, producer en componist Sylvain Vanholme begon zijn muziekcarrière in de jaren zestig als lid van de popgroep Sylvester’s Team die later onder de naam Bird And The Bees verder ging. Daarna was hij oprichter van deThe Wallace Collection, die bekend werd met het nummer “Daydream”.

Veel rockgroepen uit die tijd lieten zich inspireren door klassieke muziek, zoals The Moody Blues, Procol Harum en The Beatles.

Vanholme haalde twee leden van het Nationaal Orkest van België erbij, Jacques Namotte en violist Raymond Vincent.

Een ander lid van de groep, is Freddy Nieuland, helaas overleden op 10 januari 2008.

Sylvain wilde een unieke sound creëren en de manager van de groep Jean Martin regelde een contract bij EMI Records in Londen, dezelfde platenmaatschappij als The Beatles.

Tijdens een opname in de beroemde Abbey Road Studio’s begon Raymond Vincent te spelen op Het Zwanenmeer van Tsjajkovski. Vanholme bedacht er een tekst bij over de liefde en de natuur en zo ontstond Daydream.

Daydream werd een hit in 20 landen en verkocht meer dan 3 miljoen stuks.

Later was hij lid van de popband Two Man Sound op, die hits scoorde met “Charlie Brown” en “Disco Samba”.

Vanholme werkte ook als producer voor artiesten als Jo Lemaire, Plastic Bertrand en Soulsister.

Hij componeerde ook muziek voor films, televisie en reclame.

Vanholme is getrouwd met Anne-Marie Vanholme en heeft twee kinderen, David en Sarah.

Hij woont in Brussel en is nog steeds actief in de muziekwereld.

45 jaar geleden, Dr. Hook met hun cover Sharing The Night Together

Het nummer is geschreven door Ava Aldridge en Eddie Struzick en voor het eerst uitgebracht door Arthur Alexander (twee maanden voor Lenny LeBlanc)

Hoewel Arthur Alexander in Europa nauwelijks bekend is, en in Amerika maar 4 hitjes in de Billboard top 100 zijn gekomen, is veel van zijn materiaal door andere artiesten opgenomen.

Zo heeft Elvis Presley een hit met Burning Love en is A Shot Of Rhythm And Blues een hit voor Johnny Kidd & the Pirates.

Zijn nummers You Better Move On en Anna, uit 1962, worden later door respectievelijk Doris Day, The Rolling Stones, The Hollies en The Beatles opgenomen.

Ava Aldridge, helaas overleden in 2003, schreef meer dan 150 nummers en meestal voor andere artiesten.

Daarnaast was ze voornamelijk bekend als achtergrondzangeres.

Al probeerde ze het wel solo in 1975 met de singles Mama’s Got Something Cookin’ en I Want Some.

Allebei afkomstig van haar album Frustrated Housewife. Helaas zonder veel succes.

Ava Aldridge was onder meer te horen op platen van Hank Williams, Jr., Crystal Gayle, Mac Davis, T. Graham Brown, Wilson Pickett, Joan Baez, Narvel Felts, Billy Vera, Percy Sledge, Roy Clark, Lenny LeBlanc, Steve Forbert, Mary Chapin Carpenter, Billy Ray Cyrus, Ronnie Milsap, Delbert McClinton en Patti Austin.

Gisteren nog vandaag, Dr Hook (Poster Joepie december 1979)

Deze week, 55 jaar geleden, komt de Britse singer-songwriter Peter Sarstedt met zijn nummer ‘Where Do You Go To (My Lovely)?’ binnen in de Nederlandse Top 40.

Het nummer, werd een groot succes en bereikte de nummer één positie in vele landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika.

In Vlaanderen was deze single, maar goed voor een zeventiende plaats in de Humo Top 20.

In Nederland deed het nummer veel beter en bereikte daar de vierde plaats in de Top 40.

Peter Sarstedt schreef het nummer zelf en de productie was in handen van Ray Singer.

Het nummer stond op zijn gelijknamige album ‘Peter Sarstedt’ en won in 1970 de Ivor Novello Award voor Beste Song, zowel muzikaal als tekstueel.

Naast dit succes had Sarstedt nog andere hits, waaronder ‘Frozen Orange Juice’ en ‘Beirut’, maar geen van deze bereikte het succesniveau van ‘Where Do You Go To (My Lovely)?’.

Sarstedt werd geboren op 10 december 1941 in Delhi, India.

Zijn ouders hadden een theeplantage en nadat zijn vader stierf in 1954, verhuisde het gezin naar het Verenigd Koninkrijk.

Sarstedt vormde als dertienjarige in 1955 een skiffle-band onder de naam van Fabulous 5 en dit onder meer samen met zijn twee broers Peter en Clive.

Met zijn broers, Eden Kane (geboren als Richard Graham Sarstedt) en Clive Sarstedt krgen ze een platencontract in 1973 en veranderde ze hun naam als The Sarstedt Brothers.

Ze brachten samen één album uit in 1973 met als titel Worlds Apart Together.

Daarna gingen ze allen solo, zijn broer Robin Sarstedt kennen we dan ook van de hits “My resistance is low” en “Let’s fall in love” (1976) en ook zijn oudere broer kennen we al eerder als Eden Kane en zijn nummer één hit Well I ask you (1961) en Forget Me Not.

Peter Sarstedt overleed op 8 januari 2017 op 75-jarige leeftijd na een strijd tegen de ziekte progressieve supranucleaire parese (PSP).

Hij was getrouwd met Anita Atke en later met Joanna Meill, met wie hij twee kinderen had.

45 jaar geleden, Bonnie Pointer met haar disco cover van het nummer Heaven Must Have Sent You.

De single bereikte vreemd genoeg niet de Brt Top 30 in Vlaanderen en de Top 40 in Nederland.

Wel bereikte het nummer in Vlaanderen de drieëntwintigste plaats in de voorloper van de Ultratop 50.

Het nummer is geschreven door Brian Holland, Lamont Dozier en Eddie Holland toen ze bij Motown waren, en voor het eerst opgenomen door The Elgins in 1966.

Het nummer van Bonnie Pointer is ook terug te vinden op haar zelfgetiteld solo debuutalbum dat in 1978 door Motown werd uitgebracht.

De producers van het nummer waren Jeffrey Bowen en Berry Gordy.

Bonnie Pointer, geboren als Patricia Eva Pointer, was een Amerikaanse zangeres, die vooral bekend stond om haar werk met de zanggroep The Pointer Sisters.

Ze begon haar solocarrière in 1977 en had verschillende hits, waaronder “Heaven Must Have Sent You”.

Bonnie Pointer overleed op 8 juni 2020.

Deze week, 35 jaar geleden, komen de meiden van Bananarama en Lananeeneenoonoo met hun single Help Binnen in de Brt Top 30.

In Vlaanderen was hun nummer goed voor een zevende plaats in de Brt Top 30.

In Nederland deden de meiden het een pak minder goed en bereikte ze maar de vijfentwintigste plaats in de Top 40.

Het nummer “Help” is geschreven door John Lennon en Paul McCartney van The Beatles en werd uitgebracht als single in juli 1965.

De Britse meidengroep Bananarama hebben dit nummer gecoverd en dit samen met de komieken French & Saunders en Kathy Burke die zichzelf Lananeeneenoonoo noemde, en dit als een parodie op de naam Bananarama.

Deze cover werd uitgebracht in februari 1989 als de Red Nose Day single om geld in te zamelen voor Comic Relief.

Comic Relief is een Britse charitatieve instelling die in 1985 werd begonnen door komediescriptschrijver Richard Curtis ten behoeve van de hongersnood in Ethiopië.

De muziekvideo voor “Help” werd geregisseerd door Andrew Morahan (Joepie 19 maart 1989)

Boney M te gast in Leysin voor opname van hun nieuwe single Hooray! Hooray! It’s a Holi-Holiday.

De single was zowel in Vlaanderen als in Nederland goed voor een eerste plaats in de Brt Top 30 en de Top 40.

Wat weinig mensen weten is dat dit een nummer is uit 1927 en toen voor het eerst opgenomen door Gid Tanner en His Skillet-Lickers met Riley Puckett en Clayton McMichen en met toen als titel Polly Woddle Doo.

Acht jaar later leer het grote publiek dit nummer kennen dankzij de film The Littlest Rebel met in de hoofdrol Shirley Temple (Joepie 18 maart 1979).

Gisteren nog vandaag

Deze week 35 jaar geleden, Rene Froger en Het Goede Doel komt binnen met hun single Alles Kan Een Mens Gelukkig Maken in de Ultra Top 50 in Vlaanderen.

Het nummer is geschreven door Henk Temming en Henk Westbroek en is afkomstig van het album Iedereen Is Anders Volgens Het Goede Doel van de groep Het Goede Doel met gastzanger René Froger.

Op dit album horen we ook nog andere gastzangers zoals onder meer Rob De Nijs, Herman van Veen, Ramses Shaffy, Marco Bakker en Johan Verminnen uit Vlaanderen.

Het nummer Alles Kan Een Mens Gelukkig Maken betekende de definitieve doorbraak voor Froger in de Nederlandse en Vlaamse muziekwereld.

Het lied is bekender onder de niet-officiële titel “Een eigen huis” omdat dit steeds terugkomt als eerste zin in het refrein.

De single kwam binnen op 18 maart 1989 en bleef 12 weken lang in de Ultra Top 50 en met als piekpositie de vierde plaats. In de Brt Top 30 kwam de single binnen op 1 april 1989 en bereikte daar ook de vierde plaats.

In Nederland bereikte de single de eerste plaats en dat drie weken lang in de Top 40.

35 jaar geleden maakte de muziekgroep Barbarella furore met hun aanstekelijke hit ‘We Cheer You Up’.

n Vlaanderen bereikte het nummer de zevende plaats in de Brt Top 30 en in Nederland bereikte ze zelf de vierde plaats in de Top 40.

Deze groep, bestaande uit Angela Vermeer, Ingrid Brans en Leslie Doornik, wist de harten van vele fans te veroveren dankzij hun deelname aan het programma The Pin-Up Club van Jef Rademakers en was te zien op Veronica.

Jef Rademakers schreef trouwens ook de tekst van het nummer en het nummer zelf is geschreven door Hans Jansen en Jeanette Meijer-Kroese.

Na ‘We Cheer You Up’ bleef Barbarella nog enige tijd in de schijnwerpers staan met een aantal andere nummers zoals Sucker For Your Love, Then He Kissed Me en Please, Please Me, maar geen enkele wist het succes van hun doorbraaknummer te evenaren.

Na de single Don’t Stop The Dance was het tijd om te stoppen eind 1991.

Vandaag mag Julia Christina Rea 35 kaarsjes uitblazen

Julia werd namelijk geboren op 18 maart 1989 als tweede kind en dochter van Chris en zijn vrouw Joan Lesley.

Zoals voor zijn eerste dochter, schreef Chris Rea ook een nummer, namelijk Julia en uitgebracht op single in 1993, als een ode aan zijn jongste dochter.

Het nummer Julia bereikte de 53e plaats in de Britse hitlijst.

Zowel in Vlaanderen, als in Nederland kwam de single niet verder dan de tipparade.

Het nummer Julia verscheen voor het eerst op de verzamelaar The Best Of Chris Rea uit 1994.

Zijn eerste dochter Josephine werd geboren op 16 september 1983.

Voor haar schreef hij het nummer Josephine, uitgebracht op 22 juni 1985 als de tweede single van het album Shamrock Diaries.

Het nummer was een groot succes in Vlaanderen, Frankrijk en Nederland.

Dit nummer bestaat in zeven verschillende versies, die variëren in lengte, stijl en productie.

De originele albumversie duurt 4:26 minuten en heeft een zachte rock sound.

De singleversie uit 1985 is een compleet andere, meer rockende opname, die 3:35 minuten duurt.

Deze versie is ook te horen op de compilatie The Very Best of Chris Rea uit 2001.

De meer disco-klinkende “Josephine (La Version Française)” a.k.a. “Josephine Extended French re-record” is een verlengde remix die gemaakt werd voor een Europese non-album single uitgave in 1987.

Deze versie duurt 5:39 minuten en werd populair bij DJ Paul Oakenfold, die het op de acid house scene introduceerde.

Een ingekorte versie van “La Version Française” vervangt de originele versie op heruitgaven van Shamrock Diaries en duurt 3:56 minuten.

In 1988 nam Rea het nummer opnieuw op voor de compilatie New Light Through Old Windows.

Deze versie duurt 4:34 minuten en is waarschijnlijk de bekendste versie van het lied, die op vele Chris Rea compilaties is verschenen sindsdien.

Er bestaat ook een alternatieve, snellere versie uit 1988 die alleen te vinden is op Amerikaanse edities van New Light Through Old Windows die uitgegeven werden door Geffen Records, maar niet door ATCO Records. Deze versie duurt 4:17 minuten.

In 2008 nam Rea het nummer nogmaals op voor de Duitse markt en terug te vinden op de verzamelaar Fool If You Think It’s Over – The Definitive Greatest Hits.

Deze versie is soberder en duurt 3:58 minuten.

Rea beschouwt “Josephine” als een blueslied dat geïnspireerd is door bands als Yellowjackets en Weather Report.

Hij zegt dat hij altijd aan de derde verdieping van het Intercontinental Hotel in Düsseldorf denkt als hij het lied zingt, omdat hij het daar schreef toen het regende.

Gisteren nog vandaag

Deze week, 45 jaar geleden, komt Duncan Browne met zijn nummer The Wild Places binnen in de Belgische Nationale Tipparade.

Duncan Browne wordt geboren op 25 maart 1947.

Na zijn middelbare schoolopleiding studeert hij twee jaar aan het Londens Conservatorium, als klassiek gitarist.

Daarnaast ontwikkelt hij zich als zanger/songschrijver.

Na teleurstellende ervaringen in de jaren zestig op het Immediate-label, scoort Duncan Brown in 1972 een hit in Engeland met zijn single Journey.

Op het RAK-label verschijnt in 1973 nog een solo-elpee (Duncan Brown), voordat hij naar Parijs vertrekt.

Daar ontmoet hij in 1973 Peter Godwin, die vanaf zijn veertiende gitaar speelt, zingt, schrijft en reist.

Bij dit duo voegt zich in 1975 Sean Lyons en twee jaar later verschijnt het debuutalbum Metro.

De stijl wordt omschreven als iets tussen Engelse rock, Johan S. Bach, Lou Reed en Jacques Brel in. Criminal World, een single, is een op zichzelf staand meesterwerkje, maar zowel het album als de single doen verder iets.

Metro treedt nooit op en valt terug in de vergetelheid, terwijl Duncan breekt met de twee anderen.

90% van het Metro-album is van hem en als Brown op de ingeslagen weg verder wil, willen zijn partners een hardere rockrichting op.

Zij verschijnen uiteindelijk met een vernieuwde Metro en een nieuwe elpee New Love.

Browne is dan zijn eigen overgang te boven en komt opnieuw op zijn oude uitgangspunt terecht, als solist, met het album The Wild Places.

Van dit succesvolle album wordt het titelnummer in Vlaanderen en Nederland een grote hit.

The Wild Places haalt op 14 april 1979 de twaalfde plaats in de BRT Top 30 en in Nederland bereikt het nummer zelfs de zevende plaats in de Nederlandse Top 40.

In augustus 1991 wordt het nummer weer uitgebracht, maar is dan na drie weken alweer uit de hitlijsten verdwenen.

Als relatief kort na The Wild Places zijn nieuwe album Streets Of Fire verschijnt heeft Duncan Browne zijn muzikale koers uitgezet, maar een hit opvolger voor The Wild Places zit er niet in.

Sindsdien wordt er van hem niet veel meer vernomen, op een sporadisch optreden na.

Duncan Browne is op 28 mei 1993 op 46 jaar leeftijd overleden.

40 jaar geleden, Elbow Bones And The Racketeers scoorden een hit met hun nummer A Night In New York.

Het nummer was geschreven door Ronald Bruce Rogers (artiestenaam Ron Rogers) en Deborah Clarkin Rogers (artiestennaam Debbie Clarkin) en gezongen door Stephanie Fuller.

Het was de eerste single van hun enige album New York At Dawn dat uitkwam op het label EMI in 1983.

De groep was een creatie van August Darnell, die ook de producer was en die we natuurlijk kennen als Kid Creole.

Elbow Bones was het alter ego van John Rynski, die bevriend was geraakt met Darnell, toen hij werkte als lichtman tijdens de Kid Creole and the Coconuts tours.

De groep had een big bandstijl met mannelijke en vocalistes.

A Night In New York bereikte de 33e plaats in het VK Singles Chart en de 15e plaats in de Nederlandse Top 40.

Het was hun enige hit in Europa, hoewel ze nog twee andere singles uitbrachten: Happy Birthday, Baby en I Call It Like I See It.