Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het nummer is door hemzelf geschreven en staat op zijn album Voilà que tu reviens.
Naast dit nummer bevat datzelfde album ook bekende hits zoals ‘Par Gourmandise’ en ‘Ils sont tombés’.
Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat de tekst van het nummer verwijst naar de moeizame relatie van de zanger met de Franse fiscus.
Nadat hij naar Zwitserland verhuisde, werd hij in 1972 beschuldigd van fiscale fraude.
Dit juridische getouwtrek leidde in 1979 tot een boete van drie miljoen Franse frank (FRF), wat neerkomt op ongeveer 450.000 euro, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar.
Pas na de uiteindelijke betaling in 1980 werd de rechtsvervolging officieel gestaakt.
De titel ‘Mes Emmerdes’ draagt een interessante dubbele lading die perfect aansluit bij dit verhaal.
In het Frans wordt het woord emmerdes vaak gebruikt om te verwijzen naar dagelijkse beslommeringen en kleine ergernissen waarover de zanger in de tekst zingt.
Tegelijkertijd heeft de term een veel plattere, volkse bijbetekenis die verwijst naar diepe narigheid of stront aan de knikker.
Met deze titel wist Aznavour op een ironische en melancholische manier zowel de onschuldige kopzorgen van vroeger als zijn zware juridische strijd met de overheid te vatten.
Hoewel ‘Mes Emmerdes’ in Wallonië een groot succes was met een vierde plaats in de hitlijsten, bleef het succes in Vlaanderen opvallend genoeg beperkt tot een notering in de tipparade.
In Nederland wist het nummer door te dringen tot de vijfentwintigste positie in de Top 40.
De Stampeders, een van Canada’s meest gewaardeerde formaties, mochten een dikke kaars branden voor deejay Wolfman Jack, ongetwijfeld Amerika’s beroemdste en origineelste platenruiter.
Want alhoewel hun versie van de Ray Charles-hit ‘Hit the Road Jack’ verre van slecht genoemd kon worden, toch hadden ze de Europese doorbraak ervan vooral aan deejay Jack te danken.
De jongens waren op het idee gekomen de plaat te beginnen en te eindigen met een sentimenteel telefonisch onderonsje met de superdikkerd onder de platendraaiers.
In het kort kwam het hierop neer dat een van de Stampeders schreeuwde dat zijn meisje was gaan lopen en hij verrekt in de put zat, waarna Wolfman Jack in zijn klassieke gillende stijl antwoordde dat hij maar eens een weekendje moest afkomen om alles uit te praten.
Dat viel zodanig in de smaak van de meeste deejays in Europa en elders dat ze daarom alleen al ‘Hit the Road Jack’ van The Stampeders waren gaan ronddraaien.
Het publiek pikte daar meteen op in, maar dan ook echt voor het nummer zelf. Het betekende voor deze Canadese formatie na hitjes als ‘Morning Magic’ en ‘Be a woman’ uiteindelijk de eerste grote hit.
Het nummer kende een rijke voorgeschiedenis, want het werd al in 1960 geschreven door Percy Mayfield en vervolgens in 1961 opgenomen door Ray Charles.
Op die bewuste opname, waarop ook The Raelettes-zangeres Margie Hendrix te horen was, groeide het uit tot een van de allerbekendste nummers van Charles.
Het stond destijds zelfs twee weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100. In 1976 besloten The Stampeders het nummer in een nieuw, rockend jasje te steken.
Een opvallend element in deze versie was het telefoongesprek dat de hoofdpersoon voerde met de bekende Amerikaanse radio-dj Wolfman Jack, wiens echte naam Robert Weston Smith is.
Deze unieke aanpak bracht hen internationaal succes in de hitlijsten. In hun thuisland Canada klom de single naar de zesde plaats, en in de Verenigde Staten werd de veertigste positie bereikt.
Ook in de Lage Landen viel het nummer erg in de smaak: in Vlaanderen stootte de plaat door naar een mooie derde plek in de BRT Top 30, terwijl de hit in Nederland goed was voor een zesde plaats in de Top 40.
De Stampeders bestonden op dat moment, in juni 1976, al sedert 1965.
De groep was destijds opgericht door gitarist en componist Rich Dobson, gitarist en componist Ronnie King en gitarist, drummer en componist Kim Berly.
Dit trio was altijd de basis gebleven van de formatie, maar ze lieten zich geregeld door andere muzikanten omringen.
Wolfman Jack overleed op 1 juli 1995. Hij stierf op 57-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.
Het nummer werd geschreven door Bob Heatlie en geproduceerd door de Schotse producer Neil Ross.
Wat destijds niet iedereen wist, was dat achter het pseudoniem Aneka de gerespecteerde traditionele folkzangeres Mary Sandeman schuilging, die in haar thuisland Schotland al een gevestigde naam was.
Het idee voor de artiestennaam Aneka ontstond overigens heel toevallig toen ze een Schots telefoonboek doorbladerde en zocht naar een naam die een beetje exotisch en passend klonk bij het popconcept.
In Vlaanderen veroverde Japanese Boy moeiteloos de eerste plaats in de BRT Top 30, en ook in Groot-Brittannië, Ierland, Finland, Zwitserland en Zweden schoot de plaat door naar de absolute toppositie.
In de Nederlandse Top 40 moesten de fans genoegen nemen met een nog altijd zeer respectabele zevende plaats.
Wereldwijd gingen er destijds meer dan vijf miljoen exemplaren van de single over de toonbank.
Een leuk weetje is dat Mary Sandeman destijds al in de dertig was toen ze doorbrak als popster, wat destijds vrij ongebruikelijk was in de popwereld.
Bovendien trad ze tijdens promotie-optredens altijd op in een traditionele Japanse kimono en met een opvallend kapsel, een imagokeuze die tegenwoordig waarschijnlijk veel stof zou doen opwaaien, maar in de vroege jaren tachtig een slimme marketingtruc bleek te zijn.
In 2002 beleefde het nummer een enorme heropleving onder een compleet nieuwe generatie jongeren.
Het werd namelijk toegevoegd aan de soundtrack van het immens populaire computerspel Grand Theft Auto: Vice City, waardoor de iconische synthesizerklanken plotseling weer overal te horen waren.
Het succes van die eerste single bleek echter moeilijk te evenaren.
De opvolger ‘Little Lady’, die eveneens uit de pen van Bob Heatlie kwam, deed het in Vlaanderen nog heel aardig met een zevende plaats in de BRT Top 30.
In Nederland bleef de single steken op de achttiende plaats in de Top 40. De daaropvolgende single,
Ooh ‘Shooby Doo Doo Lang’ wist de hitlijsten niet meer te bereiken en strandde in de Tipparade.
Ook de singles die daarna uitkwamen ondergingen hetzelfde lot.
Na de release van haar laatste single ‘Heart To Beat’ in 1983 besloot de zangeres in 1984 definitief een punt te zetten achter haar popcarrière.
Na dit korte maar hevige popavontuur keerde ze in de jaren tachtig snel terug naar haar oorspronkelijke passie: de traditionele Schotse folkmuziek en Keltische, Gaelische zang.
Onder haar eigen naam Mary Sandeman trad ze onder andere op met het prestigieuze Scottish Fiddle Orchestra en bracht ze gewaardeerde albums uit in haar vertrouwde genre.
In 2006 dook ze nog even op in de publiciteit toen ze meewerkte aan een Britse televisiedocumentaire over eendagsvliegen, de bekende one-hit wonders.
Ze weigerde destijds echter resoluut om naar Londen te reizen voor een reoptreden op televisie.
Ze gaf nuchter aan dat ze nog altijd achter het nummer stond, maar dat ze absoluut geen behoefte meer had om de popact van weleer te herhalen.
Volgens de laatste updates woont Mary Sandeman, die inmiddels 78 jaar oud is, in het schilderachtige Perthshire in de buurt van het Schotse Stirling.
Om bezig te blijven na haar muzikale loopbaan werkte ze de afgelopen decennia onder andere als parttime stadsgids in Stirling, waarbij ze toeristen met veel plezier rondleidde door de Schotse geschiedenis.
Tegenwoordig geniet ze in alle rust van haar pensioen en van haar gezinsleven als trotse grootmoeder.
Aanvankelijk begon Bernard William Lewry zijn muzikale carrière in het begin van de jaren zestig onder de artiestennaam Shane Fenton.
Met zijn band The Fentones kende hij wat lokaal succes. Een opmerkelijk weetje uit die tijd is dat Lewry eigenlijk de roadie van de band was.
Toen de oorspronkelijke zanger, de echte Shane Fenton, vlak voor een belangrijke BBC-auditie door gezondheidsproblemen plotseling overleed, nam Lewry noodgedwongen zijn plaats én zijn naam over om de kans niet aan de band voorbij te laten gaan.
Jaren later kreeg zijn carrière een onverwachte en zeer succesvolle wending.
Componist Peter Shelley had het nummer ‘My coo ca choo’ geschreven en was oorspronkelijk van plan om dit zelf uit te brengen.
Hij had daarvoor zelfs al de extravagante artiestennaam Alvin Stardust bedacht.
Omdat Shelley echter in 1973 samen met Michael Levy een doorstart maakte van hun eigen platenfirma, Shelley Magnet Records, ontbrak het hem simpelweg aan tijd om zelf op te treden en promotie te voeren.
Shelley vond voormalig tieneridool Shane Fenton bereid om in de huid van Alvin Stardust te kruipen en het nummer op het podium te promoten.
Deze samenwerking legde hen geen windeieren, want ‘My coo ca choo’ werd een daverend mondiaal succes.
In Australië stond het nummer maar liefst zeven weken op de eerste plaats.
Ook in Oostenrijk en Noorwegen liep de verkoop uitstekend, met respectievelijk een tweede plaats gedurende zestien weken en een vierde plaats in negen weken.
In Vlaanderen bereikte de single op 2 februari 1974 een mooie derde plaats in de BRT Top 30.
Wat Peter Shelley betreft: hij zou een jaar na dit succes alsnog zelf singles gaan uitbrengen onder zijn eigen naam.
Zijn single ‘Love Me Love My Dog’ uit 1975 deed het behoorlijk goed.
In de Lage Landen kennen we de melodie van dit nummer vooral dankzij Rudi Carrell, die er in 1976 met ‘Samen ’n straatje’ een hit mee scoorde in de Nederlandse vertaling.
Na het gigantische succes van zijn debuutsingle bracht Alvin Stardust nog enkele opvolgers uit, waaronder ‘Red dress’ en ‘You, you, you’.
De zanger cultiveerde in deze periode een zeer kenmerkend imago: strak in het zwarte leer, met grote bakkebaarden, opvallende zwarte handschoenen en een grote, dikke ring om zijn vinger.
Hij nam tijdens tv-optredens steevast een mysterieuze, ietwat norse houding aan die sterk deed denken aan rock-‘n-roll-legendes zoals Gene Vincent.
Bovendien werd hij in Groot-Brittannië een iconisch gezicht door zijn deelname aan een beroemde verkeersveiligheidscampagne, waarin hij Britse kinderen op het matje riep als ze niet goed uitkeken bij het oversteken.
Na de hoogtijdagen in de jaren zeventig werd het even wachten, maar in 1981 maakte hij een krachtige comeback met zijn coverversie van ‘Pretend’.
Dit nummer werd oorspronkelijk in 1952 geschreven door Lew Douglas, Dan Belloc en Frank Lavere en werd destijds wereldberoemd gemaakt door Nat King Cole.
De uitvoering van Alvin Stardust bleek een groot succes te zijn.
Een leuk detail over deze comeback is dat ‘Pretend’ hem in het Verenigd Koninkrijk zijn grootste succes sinds lange tijd opleverde en de deuren naar het legendarische televisieprogramma Top of the Pops opnieuw wijd voor hem opende.
Ook in de Benelux was het een voltreffer: de single bereikte op 12 december 1981 de eerste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en behaalde in de Nederlandse Top 40 een knappe derde plaats.
Ook in de jaren die daarop volgden, wist Alvin Stardust nog enkele hits te scoren.
Zo was hij in 1982 succesvol met ‘A Wonderful Time Up There’ en had hij in 1985 nog een notering met ‘I Feel Like Buddy Holly’.
Naast zijn muziekcarrière speelde hij succesvol mee in diverse theatermusicals zoals Godspell en Chitty Chitty Bang Bang, en verscheen hij regelmatig in Britse televisieseries.
Het leven van deze veelzijdige artiest kwam ten einde in oktober 2014, slechts enkele weken nadat er uitgezaaide prostaatkanker bij hem was vastgesteld.
Bernard William Lewry, de man die we ons altijd zullen herinneren als de in leer gehulde Alvin Stardust, werd 72 jaar oud.
In 1971 sloegen de jonge Wilma Landkroon en Pierre Kartner, beter bekend als Vader Abraham, de handen ineen voor een single die een onuitwisbare indruk zou achterlaten op de Nederlandstalige muziekgeschiedenis.
Het resultaat van deze samenwerking was het emotionele levenslied Zou Het Erg Zijn, Lieve Opa.
Wilma Landkroon werd geboren in april 1957.
Het talent en de liefde voor muziek zaten overduidelijk in de familie Landkroon.
Haar broer Henny Thijssen is een veelzijdige Nederlandse zanger, tekstschrijver en componist die geboren werd op 18 april 1952 in Utrecht en al vele jaren in Enschede woont.
Als oudere broer van Wilma Nic en haar jongere zus Reiny Landkroon vormt hij een belangrijk onderdeel van dit muzikale gezin. Reiny Landkroon werd in 1965 geboren in Enschede en zou later eveneens haar weg naar het podium vinden.
In 1968 werd het jonge kindsterretje Wilma ontdekt door Addy Kleyngeld, die haar vervolgens voorstelde aan Gert Timmerman.
Op het platenlabel van Timmerman, Carpenter, verscheen in november 1968 haar debuutsingle ‘Heintje (Bau’ Ein Schloss Für Mich)’.
Haar heldere stem scoorde al snel grote successen bij het publiek, gevolgd door platen zoals haar vierde single ‘Tachtig Rode Rozen’.
Haar jeugd stond volledig in het teken van optredens, studio-opnames en de schijnwerpers, een wereld waarin ze intensief werd begeleid en gestuurd door volwassen producers en managers.
Na deze vierde single kwam Wilma onder contract bij het platenlabel Elf Provinciën, waar ze ging samenwerken met Pierre Kartner.
Pierre Kartner was in diezelfde periode hard op weg om een van de meest succesvolle en productieve componisten, tekstschrijvers en producers van Nederland te worden.
Aan het begin van de jaren zeventig creëerde hij zijn personage Vader Abraham, aanvankelijk omringd door zijn Zeven Zonen.
Kartner had een feilloos gevoel voor wat het grote publiek wilde horen en wist als geen ander sentiment en herkenbare maatschappelijke thema’s te vertalen naar aanstekelijke melodieën.
De samenwerking voor ‘Zou Het Erg Zijn Lieve Opa’ bleek een gouden greep.
Het nummer is opgebouwd als een dialoog tussen een bezorgd kleinkind en haar grootvader.
Wilma stelt de melancholische vraag wat er gebeurt als opa er later niet meer is en of het erg is als ze dan om hem huilt.
Vader Abraham stelt haar in het lied gerust met zijn warme, vaderlijke stem.
De combinatie van de breekbare kinderstem van Wilma en de diepe, geruststellende stem van Kartner raakte direct de juiste snaar bij het publiek.
De single werd uitgebracht in 1971 en groeide in recordtempo uit tot een gigantisch succes.
In de zomer van 1971 bereikte de single de eerste plaats in de Top 40 in Nederland.
Het werd de allereerste nummer 1-hit voor Vader Abraham en betekende voor Wilma de absolute piek van haar muzikale carrière.
Er werden honderdduizenden exemplaren van de single verkocht.
Bij ons in Vlaanderen kende het nummer echter een veel bescheidener hitverloop; daar bereikte het nummer maar de zesentwintigste plaats in de Joepie Top 30 en het bereikte zelfs geen plaats in de BRT Top 30.
Op zijn eentje moest Vader Abraham wachten tot 1974 met het carnavalsnummer ‘Den Uyl is in den olie’, dat hij opnam samen met Boer Koekoek.
Deze single stond destijds twee weken op de eerste positie.
Zijn allergrootste succes volgde in 1977 met ‘Het Smurfenlied’.
Die plaat werd een gigantische internationale hit en stond maar liefst zeven weken lang op nummer 1 in de Top 40.
Ondanks het enorme succes en de vertederende uitstraling van het nummer, kende de samenwerking achter de schermen ook een schaduwzijde.
Na de grote hit ging het bergafwaarts met Wilma.
De single ‘Waarom laat iedereen mij zo alleen’ was voorlopig haar laatste studio-opname en in 1972 eindigde de samenwerking met Kartner alweer.
Wilma hield aan haar periode met Pierre Kartner en de muziekindustrie in het algemeen gemengde en later zelfs overwegend negatieve herinneringen over.
Als kindsterretje voelde ze zich achteraf vaak financieel en emotioneel tekortgedaan door de volwassenen die haar carrière stuurden, waarbij de zakelijke belangen de overhand hadden.
Het leven na de vroege roem verliep moeizaam voor Wilma.
Ze belandde in een kindertehuis en werd in 1975 gearresteerd wegens inbraak.
Pas in 1981 liet ze muzikaal weer van zich horen, toen ze meezong op de single ‘Van Washington naar Moskou’, die werd uitgebracht onder de projectnaam Sterren Voor Vrede.
Aan dit project werkten ook andere bekende namen mee, zoals Peter Koelewijn, Conny Vink, Dries Holten, Jacques Herb en Don Mercedes.
Terwijl Wilma destijds probeerde haar leven weer op de rit te krijgen, begon haar zus Reiny Landkroon in de jaren tachtig aan haar eigen muzikale loopbaan.
Tussen 1983 en 1988 trad Reiny voornamelijk op onder de artiestennaam Sacha.
Onder deze naam bracht ze diverse singles uit in het Nederlandse levenslied- en popgenre, waarvan een aantal nummers mooie successen werden.
Bekende titels van Sacha uit die periode zijn onder andere ‘Eenzame nachten’, ‘Die mooie melodie’, ‘Maar nu is het te laat’, ‘Geloof me’ en ‘Gevangen tussen vier muren’.
Na haar periode als Sacha besloot ze te gaan zingen onder haar eigen voornaam Reiny.
Onder haar eigen naam bracht ze nummers uit zoals ‘Zo gelukkig met jou’ en ‘Nu je weg bent’
Ook werkte ze in de loop der jaren samen met andere bekende namen uit de Nederlandse muziekwereld.
Opvallend genoeg nam ze, ondanks de eerdere strubbelingen van haar zus Wilma, duetten op met Pierre Kartner (Vader Abraham) en werkte ze ook samen met Arne Jansen.
In 2009 verscheen er bovendien een album van haar hand met de titel ‘Misschien dat het ooit nog went’.
Broer Henny Thijssen begon zijn eigen loopbaan in de rockmuziek.
Vanaf de oprichting in 1988 zong hij in de rockband East Coast, waarmee hij een album og twee singles uitbracht.
Met deze band won hij in 1988 de publieksprijs en de derde prijs van de vakjury op het alternatieve Wereld Songfestival in Bratislava met het nummer ‘Save Our Planet’.
De band stopte in 1990, waarna hij zich steeds meer ging richten op het schrijven en produceren van muziek, met name binnen het levenslied.
Als componist en tekstschrijver bouwde Henny achter de schermen een enorme reputatie op.
Hij werd de creatieve kracht achter talloze successen van bekende Nederlandse artiesten.
Zo schreef hij mee aan het bekende nummer ‘Ga’ van André Hazes, dat werd uitgebracht op 1 januari 2000 en waarmee hij goud en platina behaalde.
Daarnaast leverde hij veelvuldig nummers aan artiesten zoals Koos Alberts, voor wie hij nummers schreef als ‘Tranen van verdriet’ en het album ‘Net als vroeger’
Ook schreef hij hits voor Tino Martin, Corry Konings, Frans Bauer, Marianne Weber en zorgde hij voor de muzikale doorbraak van Frank van Etten.
Voor zijn omvangrijke en belangrijke bijdrage aan de Nederlandstalige muziekcultuur ontving hij de Hollandse Meester Award van Buma Stemra.
Hoewel hij decennialang vooral succesvol was als schrijver voor anderen, bracht Henny zelf ook diverse solosingles en de albums Tastbaar en Levensecht uit.
Het grote publiek maakte opnieuw kennis met zijn markante stemgeluid door zijn deelname aan de talentenjacht Bloed, zweet en tranen op SBS6, waarin hij de finale bereikte.
Zijn echte grote doorbraak als zanger bij het grote publiek kwam in 2020, toen hij op 68-jarige leeftijd meedeed aan het televisieprogramma The Voice Senior op RTL 4 en na een indrukwekkend parcours tot winnaar werd gekroond.
In de vroege jaren negentig volgden voor Wilma nog enkele comebackpogingen. De singles ‘Het leven is oneerlijk’, ‘Recht op een beetje geluk’ en ‘Waarom heb ik je nodig?’ uit 1992 leverden ondertussen niet het verhoopte succes op.
Persoonlijk drama trof haar in 1994, toen ze het nieuws haalde omdat haar huis volledig afbrandde.
Bij deze calamiteit gingen al haar behaalde gouden platen verloren. Een jaartje later, in 1995, besloot Wilma de showbizz definitief de rug toe te keren.
Slechts sporadisch trad ze daarna nog in de openbaarheid.
In 2005 was ze samen met Jan Smit te gast in een televisieprogramma van Paul de Leeuw.
Tijdens deze uitzending stak ze haar diepe, negatieve herinneringen aan haar voormalige managers en begeleiders Ben Essing en Pierre Kartner niet onder stoelen of banken.
Desalniettemin blijft ‘Zou Het Erg Zijn Lieve Op’a een historisch document in de popgeschiedenis van de Lage Landen.
Het markeerde de definitieve doorbraak van Vader Abraham als topentertainer en staat symbool voor het tijdperk van het emotionele Nederlandse levenslied aan het begin van de jaren zeventig.
De Parijse, geboren op 17 januari 1944, begon haar carrière als tieneridool met dromerige, melancholische liedjes.
Ze oogstte al snel de bewondering van talloze beroemdheden; zo bekende David Bowie ooit dat hij stiekem verliefd op haar was.
Een van haar absolute tophits is ‘Comment te dire adieu’.
Dit nummer is de Franse bewerking van ‘It Hurts To Say Goodbye’, dat oorspronkelijk door Jack Gold was geschreven voor Margaret Whiting.
De gevatte Franse tekst kwam van de hand van Serge Gainsbourg.
Door de jaren heen is het lied veelvuldig gecoverd door onder meer Jim Nabors, Amanda Lear en uiteraard Jimmy Somerville.
Hardy’s privéleven werd sterk getekend door haar relatie met zanger en acteur Jacques Dutronc.
Na een jarenlange latrelatie traden ze in 1981 in het huwelijk. In haar autobiografie omschrijft ze hem als een ongrijpbare man, steevast verscholen achter een zonnebril en een wolk van sigarenrook.
Hij was bovendien zelden thuis vanwege tournees of filmopnames.
Hoewel ze officieel altijd getrouwd zijn gebleven, bouwde hij later een nieuw leven op Corsica op met actrice Sylvie Duval.
In een openhartig interview blikte de zangeres ooit terug op dit complexe huwelijk.
Ze omschreef Dutronc als een man van weinig woorden, die over haar opmerkte dat ze slim was, omdat ze kritiek altijd behendig verzachtte met een compliment.
Hun relatie vormde een enorme inspiratiebron voor haar liefdesliedjes en de ontelbare brieven die ze hem schreef.
Hoewel de romantische liefde uiteindelijk uitdoofde, bleef hij wel bij haar overnachten wanneer hij in Parijs was.
Hardy besefte naar eigen zeggen pas op latere leeftijd dat haar echtgenoot behoefte had aan een dubbelleven.
Enerzijds zette hij de vrouw van wie hij hield op een voetstuk, maar anderzijds zocht hij stiekem de spanning op in vluchtige avontuurtjes.
Achteraf was ze opgelucht dat ze dit als jonge vrouw niet volledig had beseft, omdat het haar destijds ongetwijfeld gebroken zou hebben.
Met de jaren kon ze zijn hang naar avontuur echter loslaten en accepteerde ze hem zoals hij was.
In hetzelfde interview gaf ze toe lange tijd ongelukkig te zijn geweest, wat haar juist aanzette tot schrijven.
Ze herkende daarin een zekere hang naar tragiek, aangezien ze zich simpelweg niet kon aangetrokken voelen tot een brave, stabiele man.
Hoewel ze later in haar leven emotionele rust vond, werd haar laatste levensfase getekend door zwaar fysiek lijden.
De zangeres kampte jarenlang met lymfeklier- en keelkanker.
Deze ingrijpende ziektegeschiedenis zorgde ervoor dat ze zich in haar laatste jaren nadrukkelijk begon uit te spreken voor het recht op euthanasie.
Ondanks haar roem was Hardy naar eigen zeggen een kluizenaar van nature.
Ze hield het schrijven van een autobiografie lang af met de smoes dat haar leven te saai zou zijn om over te lezen.
Ze verbleef immers het liefst ongestoord tussen haar vier muren met boeken, muziek en schrijfwerk.
Haar wereldje was klein en bestond vooral uit haar zoon Thomas Dutronc en enkele hechte vrienden.
Haar geluk vond ze in kleine, alledaagse momenten: goed eten, wandelen in het Bois de Boulogne en in alle stilte genieten van de bomen en de zonsondergang.
De natuur bood haar een meditatieve rust en een vredige manier om zich van de buitenwereld af te sluiten.
James Brown, vaak The Godfather of Soul genoemd, was een van de meest invloedrijke artiesten van de twintigste eeuw.
Hij werd in 1933 geboren in grote armoede in South Carolina en groeide op in een ruwe omgeving.
Ondanks deze moeilijke start wist hij zijn rauwe energie en ongekende muzikale talent te bundelen tot een compleet nieuw geluid.
Waar eerdere rhythm-and-bluesartiesten vooral focusten op de melodie, verschoof Brown de nadruk naar het ritme en de eerste tel van de maat.
Deze innovatie zou uiteindelijk de fundering vormen voor de funkmuziek.
Zijn dynamische, explosieve optredens en uiterst strikte leiding over zijn muzikanten maakten hem tot een absolute legende op het podium, waarbij hij het publiek avond aan avond wist te overdonderen.
In 1966 bracht hij een van zijn meest bekende en emotioneel geladen nummers uit, getiteld It’s A Man’s Man’s Man’s World.
Dit nummer, mede geschreven op basis van ideeën van zijn toenmalige vriendin Betty Jean Newsome, wijkt sterk af van de snelle, opzwepende nummers waar hij vaak mee geassocieerd wordt.
Het is een intense, zwaarmoedige soulballad met een rijke orkestratie van strijkers en blazers.
De tekst somt allerlei grote, praktische uitvindingen op die door mannen zijn gedaan, zoals de auto, de trein en de elektrische verlichting.
De ware kracht van het lied zit echter in de krachtige climax van het refrein. Daarin zingt Brown met hart en ziel dat deze door mannen opgebouwde, moderne wereld absoluut niets voorstelt en volledig leeg is zonder de aanwezigheid van een vrouw.
Het werd een gigantische internationale hit en is door de decennia heen uitgegroeid tot een klassieker die de unieke vocale intensiteit van James Brown perfect weet vast te leggen.
Dee C Lee is een Britse zangeres die haar sporen heeft verdiend in de soul- en popmuziek.
Hoewel ze later bekend werd als een intelligente en ambitieuze artiest, was ze in haar jeugd naar eigen zeggen een onhandelbaar kind. spijbelde vaak, was haantje-de-voorste en liet niet over zich heen lopen, wat er uiteindelijk toe leidde dat ze van school werd gestuurd.
Na enkele vervelende baantjes begon haar muzikale carrière echt toen ze aan de slag ging als achtergrondzangeres bij Wham!, waarna ze werd opgemerkt door Paul Weller die haar bij The Style Council haalde.
Naast haar werk in groepen profileerde Lee zich ook als soloartiest.
Het was Paul Weller die haar aanmoedigde om zelf nummers te gaan schrijven, iets wat ze aanvankelijk niet durfde omdat ze opkeek tegen grootheden als Aretha Franklin.
Dit resulteerde uiteindelijk in haar hit “See The Day”, het eerste nummer waarover ze zelf tevreden was.
In Vlaanderen werd de single goed ontvangen en bereikte deze de dertiende plaats in de BRT Top 30, maar vreemd genoeg kwam het nummer in Nederland niet verder dan de Tipparade.
Lee staat daarnaast bekend om haar uitgesproken meningen over de muziekindustrie, die ze in de jaren tachtig als seksistisch ervoer.
Ze hekelde het feit dat vrouwen aan een stereotype moesten voldoen, terwijl er nauwelijks aandacht was voor hun stem of ideeën.
Ook gebruikte ze haar bekendheid om maatschappelijke problemen aan te kaarten, zoals het toenemende racisme en de agressie in Engeland.
Na haar periode bij The Style Council bleef ze muzikaal zeer actief.
Van 1989 tot 1991 vormde ze samen met Robert Howard, de frontman van The Blow Monkeys, het duo Slam Slam.
Nummers als Move (Dance All Night) en het door The Young Disciples geproduceerde Free Your Feelings werden bescheiden clubsuccessen.
Daarna verleende Lee haar medewerking aan het Jazzmatazz-project van Gang Starr-rapper Guru. Het nummer No Time To Play, waarop ook gitarist Ronny Jordan meespeelde, werd eind 1993 een hit.
In de jaren negentig bracht ze ook eigen werk uit, met de solo-albums Things Will Be Sweeter in 1994 en Smiles in 1998.
In de jaren daarna bleef Lee optreden en maakte ze uitstapjes naar de filmwereld; zo was ze als actrice te zien in Rabbit Fever en The Town that Boars Me.
In september 2007 verscheen ze in de talkshow Loose Women en zong ze op een benefietconcert tegen huiselijk geweld. Een opvallend optreden volgde op 31 mei 2009 in de wijk Shepherd’s Bush, waar ze op het podium stond met Mike Lindup en Phil Gould van Level 42 en het collectief Favoured Nations.
Een bijzonder moment voor de fans vond plaats in augustus 2019, toen Lee werd herenigd met Weller, Talbot en White voor een eenmalig akoestisch optreden in een documentaire over The Style Council, waarbij ze de albumtrack It’s A Very Deep Sea ten gehore brachten.
In 2024 bracht ze na zesentwintig jaar een nieuw album uit, getiteld Just Something, dat verscheen op het label Acid Jazz.
De productie was in handen van Tristan Longworth.
Het album, met nummers als Don’t Forget About Love, Anything, Be There In The Morning en Walk Away, werd kwalitatief sterk bevonden en had wellicht meer aandacht verdiend.
Verleden jaar kwam er nog een remix uit van het nummer Back in time, dat eerder al in 2024 verscheen als voorbode van het album.
Op persoonlijk vlak was Lee jarenlang nauw verbonden met haar collega Paul Weller.
Ze voerden vaak lange discussies over het vinden van de balans tussen engagement en entertainment.
Het paar was van 1987 tot 1998 getrouwd en kreeg twee kinderen: dochter Leah Weller en zoon Nathaniel, ook wel bekend als Natt Weller.
Will Ferdy werd in 1927 in Gent geboren als Werner Ferdinande en besloot in 1948, op eenentwintigjarige leeftijd, om van zingen zijn beroep te maken.
Drie jaar later, in 1951, scoorde hij zijn allereerste hit met het nummer Ziede Gij me Gere.
Ferdy kende veel succes als Vlaamse zanger en leunde in zijn repertoire graag aan bij het Franse chanson.
Deze voorliefde leverde hem zelfs een gouden plaat op voor een album met covers van Jacques Brel.
Daarnaast had hij groot succes met ‘Het Schrijverke’, gebaseerd op het bekende gedicht van Guido Gezelle, en met de liefdesballade ‘Christine’.
Dit laatste nummer groeide uit tot zijn lijflied.
Hoewel de tekst aan een vrouw met de naam Christine gericht was, ging het in werkelijkheid over Raf, een waargebeurde en verloren liefde van de zanger.
Enkele jaren geleden vertelde hij daarover in het radioprogramma De Madammen.
Hij gaf toe dat de naam hem nog steeds pijn deed, aangezien Raf zijn grote liefde was.
Na hun breuk ontmoetten ze elkaar nog twee keer.
Tijdens een van die bezoeken dacht Ferdy dat alles weer goed zou komen, tot er plots op de deur werd geklopt.
Er kwam een andere man binnen die door Raf werd voorgesteld als zijn nieuwe vriend, wat voor de zanger een uiterst pijnlijk moment was.
Raf overleed later aan kanker, een feit dat Ferdy pas twee jaar na diens dood per toeval te horen kreeg.
In december 1970 sprak Ferdy voor het eerst publiekelijk over zijn homoseksuele geaardheid.
In een later interview omschreef hij dit als een zeer emotioneel moment waarbij hij, samen met zijn moeder, met het zweet in de handen naar de uitzending zat te kijken.
Zijn vader was op dat moment al overleden. Hoewel die wist dat zijn zoon homo was, had hij daar nooit een verwijtend woord over gesproken.
Ook zijn moeder was al lang op de hoogte.
Toch had zijn coming-out grote gevolgen voor zijn carrière. In Het Nieuwsblad vertelde Ferdy dat hij het in het begin erg moeilijk had, voornamelijk door de hypocrisie.
Dit merkte hij ook bij de VRT, de toenmalige BRT. Terwijl hij voorheen regelmatig optrad in jeugduitzendingen, liet diezelfde dienst hem plotseling weten dat ze hem voorlopig niet meer konden vragen.
Wat betreft de reactie van de kerk, gaf hij toe dat hij overwegend positieve ervaringen had, op één priester in Maldegem na die vanaf de preekstoel tegen hem predikte.
Ferdy bleef zingen tijdens missen en priesterwijdingen, en trad zelfs op aan de zijde van kardinaal Danneels.
Van zijn beslissing om uit de kast te komen heeft hij bovendien nooit spijt gehad.
Hij was blij dat hij de stap had gezet en verklaarde in een interview dat hij het onmiddellijk opnieuw zou doen.
Zijn rijke muzikale loopbaan werd in 2001 bekroond met een plaats in de Eregalerij voor een leven vol muziek.
Will Ferdy bleef tot op hoge leeftijd actief toeren met zijn liedjes, maar besloot om eind juni 2014 definitief een punt achter zijn carrière als zanger te zetten, omdat hij in schoonheid wilde eindigen.
Op Radio 2 vertelde hij later dat hij het optreden tot zijn eigen grote verwondering helemaal niet miste.
Waar hij vroeger verslingerd was aan het publiek en de sfeer in de zalen, deed het hem nadien niets meer.
Wanneer hij collega’s aan het werk zag, stelde hij enkel tevreden vast dat hij dat allemaal ook had gedaan.
Will Ferdy, die al enige tijd aan hartproblemen leed, overleed uiteindelijk op 8 november 2022 op 95-jarige leeftijd.
Hij stierf in familiale kring in zijn serviceflat in Antwerpen.
Het lied brengt een ode aan Nicola Sacco en Bartolomeo Vanzetti, twee Italiaanse anarchisten die in de jaren twintig ter dood werden veroordeeld door een Amerikaanse rechtbank.
Hun proces werd wereldwijd gezien als een schrijnend voorbeeld van klassenjustitie; de mannen kregen nooit een eerlijke kans en hun veroordeling leek eerder gebaseerd op hun politieke kleur dan op feitelijk bewijs.
Hoewel gratie een optie was, weigerden ze dit standvastig, omdat dit een schuldbekentenis zou impliceren.
De zaak leidde tot een enorme storm van protest binnen en buiten de Verenigde Staten.
Zelfs kopstukken als Albert Einstein, Marie Curie en George Bernard Shaw ondertekenden petities om het tij te keren, maar hun inzet mocht niet baten.
Op 23 augustus 1927 volgde de executie op de elektrische stoel, een gebeurtenis die internationaal voor een golf van ontzetting zorgde.
Pas vijftig jaar later, in 1977, erkende gouverneur Michael Dukakis officieel dat het proces onrechtvaardig was verlopen.
Spencer Sacco, de kleinzoon van Nicola, benadrukte tijdens deze plechtigheid dat hij deze erkenning van onschuld verkoos boven een postuum pardon, aangezien gratie nog altijd een zweem van schuld met zich mee zou dragen.
Ondanks de diepe historische impact bleef het commerciële succes van de single beperkt: het nummer behaalde de tweeëntwintigste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en de negenentwintigste positie in de Nederlandse Top 40.
Door de jaren heen is het nummer door talloze artiesten in diverse talen vertolkt.
De Israëlische zangeres Daliah Lavi zong het lied in het Engels, Frans en Duits, terwijl de Franse zanger Georges Moustaki zowel een Franse als Engelse versie uitbracht.
Ook Agnetha Fältskog, bekend van ABBA, nam het nummer in 1972 op in het Duits onder de titel Geh’ mit Gott.
In de jaren zeventig verscheen er bovendien een Nederlandstalige uitvoering; Thérèse Steinmetz coverde het nummer in 1978 als Steen Voor Steen.
Later volgden nog diverse bijzondere samenwerkingen, zoals in 1997 toen Nana Mouskouri het opnam met Les Enfoirés, en de uitvoering van Hayley Westenra die samen met Ennio Morricone een versie opnam voor het album Paradiso.
In 1984 behaalde de single in zowel Vlaanderen als Nederland de zesde positie in de hitlijsten.
Op de b-kant van de plaat staat het nummer 17 Days, dat eigenlijk bedoeld was voor het project Apollonia 6.
De release in 1984 als eerste single van het album Purple Rain betekende een cruciaal moment in de popgeschiedenis.
Prince schreef en produceerde het nummer in recordtempo nadat regisseur Albert Magnoli hem had gevraagd om een specifiek liedje te maken voor een filmscène waarin de spanningen tussen de hoofdrolspelers centraal stonden.
Prince werkte alleen in de studio en speelde alle instrumenten zelf in.
Wat dit nummer zo revolutionair maakte, was de gedurfde keuze om de baslijn volledig weg te laten.
In die tijd was het ongehoord om een dancenummer te produceren zonder basgitaar of synth-bas.
Prince besloot op het laatste moment de baslijn die hij al had opgenomen te schrappen, omdat hij vond dat het nummer zonder die lage tonen veel rauwer en indringender klonk.
Het resultaat was een minimalistisch meesterwerk dat volledig rustte op een strakke drumbeat, een hypnotiserende synthesizer en zijn expressieve stem.
Een interessant weetje is dat de iconische gitaarsolo aan het begin bijna per ongeluk ontstond terwijl Prince aan het experimenteren was met verschillende effecten.
Het nummer werd een enorme hit en stond vijf weken lang op de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten, waarmee het de bestverkochte single van 1984 werd.
Dit succes bewees dat Prince op het toppunt van zijn creatieve kracht stond en niet bang was om de wetten van de popmuziek te herschrijven.
Ook de videoclip was spraakmakend, vooral door de openingsscène waarin Prince uit een badkuip stapt terwijl er witte duiven om hem heen vliegen.
Het zorgde voor de nodige controverse en veel gespreksstof bij MTV.
Door de jaren heen hebben vele artiesten zich aan een cover gewaagd of het nummer als basis gebruikt. Een van de meest bekende versies is die van Ginuwine uit 1996, die het nummer een eigentijdse r&b-twist gaf.
In 1990 gebruikte MC Hammer het nummer als fundament voor zijn single Pray en zelfs Patti Smith nam het op in haar collectie op het verzamelalbum Land (1975 – 2002).
Daarnaast hebben ook de alternatieve rockband Local H en de indiegroep The Be Good Tanyas eigenzinnige versies uitgebracht.
Andere sterke covers zijn afkomstig van Razorlight en The Flying Pickets.
Ook in Vlaanderen liet het nummer zijn sporen na met indrukwekkende versies door Naima Joris en Scala & Kolacny Brothers, wat nogmaals onderstreept hoe tijdloos en veelzijdig de compositie van Prince werkelijk is (Poster Joepie 1986)
Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.
Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.
Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.
Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.
In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.
Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.
Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.
De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.
De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.
Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.
In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.
Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.
Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)
Gisteren nog vandaag
De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).
Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.
De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.
In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.
Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.
Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.
Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.
Gisteren nog vandaag
Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979
Gisteren nog vandaag
Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.
De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.
Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.
Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.
Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.
Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.
Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.
Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.
Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.
Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.
Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.
Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.
Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.
Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.
Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.
Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.
Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.
Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.
Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.
In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.
Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.
Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.
Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.
Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.
Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.
Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.
De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.
45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)
Gisteren nog vandaag
Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.
De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.
Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.
Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.
Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.
Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.
Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.
De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.
In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.
Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.
Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).
Gisteren nog vandaag
Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.
De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.
Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.
Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.
I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.
Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.
Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.
De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.
Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.
Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.
Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.
De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.
De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.
Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.
In 1946 werd het haar allereerste grote hit.
In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.
Dit nummer vindt zijn oorsprong in het Italiaanse lied ‘Io che non vivo (senza te)’, wat zich vertaalt als ‘Ik, die niet zonder jou kan leven’.
Het werd geschreven door Pino Donaggio en Vito Pallavicini, waarbij Donaggio het in 1965 samen met Jody Miller voor het eerst zong tijdens het Festival van Sanremo.
In Italië groeide het direct uit tot een groot succes dat drie weken lang de hitlijsten aanvoerde.
Dusty Springfield was tijdens datzelfde festival aanwezig en raakte, ondanks de taalbarrière, diep ontroerd door de uitvoering.
Een jaar later namen haar vriendin Vicki Wickham en manager Simon Napier-Bell het initiatief voor een Engelse bewerking.
Springfield was uiterst perfectionistisch en had naar verluidt 47 takes nodig voordat ze tevreden was met de opname.
Haar inzet werd beloond met een wereldwijd succes: het nummer bereikte de eerste plaats in Groot-Brittannië en de vierde positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
In Nederland maakte de plaat op 14 mei 1966 zijn debuut in de Top 40, waar hij tien weken genoteerd stond met de zevenentwintigste plek als hoogste resultaat.
Sindsdien is het nummer door talloze artiesten gecoverd. De versie van Elvis Presley uit 1970 is waarschijnlijk de meest bekende, maar ook namen als Brenda Lee, Cher en de Britse groep Guys ‘n’ Dolls hebben het lied uitgebracht.
Zelfs André Hazes nam het nummer in 1985 op onder de Nederlandstalige titel ‘Geloof mij’, een versie die in 2012 ook door zijn zoon André Hazes Jr. werd gezongen.
In Vlaanderen bracht Sandra Kim in 1993 een eigen vertolking uit met als titel ‘Wil je eeuwig van me houden’.
Reclame voor muziekcassettes van het merk Philips (oktober 1977)