De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.

Donna Hightower, geboren als Donna Lubertha Hightower, met haar hit This World today is a Mess

Samen met haar Spaanse producer Danny Daniel schreef Donna Hightower het nummer ‘This World Today is a Mess’ dat uitgroeide tot haar grootste hit.

Wereldwijd gingen er meer dan een miljoen exemplaren van over de toonbank.

In Vlaanderen behaalde de single een zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland op de elfde plek in de Top 40 terechtkwam.

Hightower groeide op in Los Angeles, waar ze beïnvloed werd door gospelmuziek en later door jazziconen als Ella Fitzgerald, Kay Starr en Ella Mae Morse.

Haar carrière nam een onverwachte wending in 1951, toen ze in Chicago werd ontdekt en een plek kreeg als zangeres in het orkest van Horace Henderson.

Niet lang daarna nam ze voor Decca haar zelfgeschreven debuutplaat “I Ain’t In the Mood” op.

Hoewel de daaropvolgende singles weinig succes kenden, zette ze door.

Ze zong met het trio van Hank Hazlett en haar talent werd bekroond toen ze via een talentenjacht een platencontract bij RPM Records won.

Dit leidde tot singles met begeleiding van het orkest van Maxwell Davis en optredens in het legendarische Apollo Theater.

Ze tourde met grootheden als B.B. King en Johnny “Guitar” Watson. In 1958 volgde haar eerste album voor Capitol Records, ‘Take One’, kort daarna gevolgd door een tweede.

In 1959 verlegde Hightower haar werkterrein naar Europa. Ze trad op in onder meer Engeland, Zweden, Spanje, Duitsland en België.

Ze woonde enkele jaren in Frankrijk en nam daar ook Franstalige nummers op. Zo bereikte “C’est Toi Mon Idol”, haar versie van “My Guy Lollipop”, in 1964 de eerste plaats in Canada.

Uiteindelijk streek ze voor twintig jaar neer in Madrid. In Spanje won ze verschillende prijzen op songfestivals en nam ze succesvolle Spaanstalige platen op.

Haar samenwerking met Danny Daniel was bijzonder vruchtbaar. Onder de naam Danny y Donna stonden ze met “El Vals de las Mariposas” zo’n vijf maanden in de Spaanse hitlijsten.

De twee schreven ook samen liedjes, waaronder ‘If You Hold My Hand’. Dit nummer was in 1973 een groot succes en bereikte in Vlaanderen de tiende plaats in de BRT Top 30 en in Nederland zelfs de achtste plaats in de hitparade.

Na een aantal popplaten keerde ze in 1976 met het bigband-jazzalbum “El Jazz y Donna Hightower” terug naar haar muzikale roots, in samenwerking met Pedro Iturralde.

In 1985 bracht ze een religieus album uit, getiteld ‘Prima Donna’.

In 1991 trok Hightower zich terug uit de muziekwereld en verhuisde naar Austin, Texas.

Ze overleed in 2013 op 86-jarige leeftijd.

Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

In de herfst van 1975, nu vijftig jaar geleden, maakten Vlaanderen en Nederland kennis met Natalie Cole, de getalenteerde dochter van de legendarische zanger Nat King Cole.

Ze brak door met haar debuutsingle ‘This Will Be’, een nummer afkomstig van haar eerste album ‘Inseparable’.

Achter de schermen waren Chuck Jackson en Coles toenmalige partner Marvin Yancy de drijvende krachten.

Zij schreven niet alleen alle nummers voor het album, inclusief de hitsingle, maar namen ook de arrangementen en de productie voor hun rekening.

De single deed het goed in de hitlijsten: in Vlaanderen bereikte ‘This Will Be’ de vijfde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in Nederland tot de zestiende plek in de Top 40 schopte.

De professionele samenwerking tussen Cole en Yancy bloeide al snel uit tot een persoonlijke relatie.

Op 31 juli 1976 trouwde de zangeres met Marvin Yancy, die naast producer ook een voormalig lid was van de R&B-groep The Independents en een gewijde baptistenpredikant.

Onder zijn invloed werd Cole een vrome baptist. Samen kregen ze een zoon, Robert Adam “Robbie” Yancy, die later als muzikant met zijn moeder op tournee zou gaan.

Helaas was hun huwelijk geen lang leven beschoren; het koppel scheidde in 1980.

Het gezin werd echter getroffen door een reeks van tragedies.

Marvin Yancy overleed amper vijf jaar na de scheiding, in 1985, aan een hartaanval op de jonge leeftijd van 34 jaar.

Dertig jaar later, in 2015, overleed Natalie Cole zelf op 65-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Los Angeles.

Het noodlot sloeg opnieuw toe in 2017, toen hun zoon Robbie op 39-jarige leeftijd stierf, net als zijn vader aan een hartaanval.

Vandaag is het ook al 25 jaar geleden dat Julie London is overleden.

Het nummer ‘Cry Me A River’ werd in 1953 geschreven door Arthur Hamilton.

Hij schreef het oorspronkelijk voor een film van regisseur Jack Webb, de toenmalige echtgenoot van zangeres Julie London, die Hamilton nog kende van de middelbare school.

Het was de bedoeling dat Ella Fitzgerald het bluesy nummer zou zingen in de film Pete Kelly’s Blues, maar uiteindelijk werd het liedje uit de film geknipt.

Na haar scheiding van Webb leerde Julie London de jazzpianist Bobby Troup kennen, de componist achter de klassieker ‘Route 66’.

Hij werd haar tweede echtgenoot en overtuigde haar om een LP met jazzstandards op te nemen voor Liberty Records. ‘Cry Me A River’ was het enige nieuwe nummer op dit album, getiteld Julie Is Her Name.

Het werd als single uitgebracht en groeide uit tot de eerste grote hit voor het platenlabel, met een negende plaats in de Billboard-hitparade.

Julie London zong het nummer ook in de film The Girl Can’t Help It en bracht in 1960 een nieuwe versie uit.

Bobby Troup overleed in 1999 op 81-jarige leeftijd. Een jaar later, in oktober 2000, overleed Julie London op 74-jarige leeftijd.

35 jaar geleden Enigma met hun hitsingle Sadeness.

De Duits-Roemeense producer Michael Cretu kende halfweg de jaren 80 bijzonder veel succes met zijn zingende echtgenote Sandra (o.a. van ‘Maria Magdalena’).

Maar veruit het grootste succes kende hij met zijn project Enigma. De opvallende mix van Gregoriaanse gezangen, een dance-beat en de sensuele stem sloeg in als een bom.

Het debuutalbum ‘MCMXC a.d.’ dat in december 1990 verscheen, kreeg 57 keer platina en stond in 41(!) landen op n°1.

Het was op dat moment de succesvolste plaat van Virgin Records!

De single ‘Sadeness part 1’ stond in december 1990 in 24 landen op n°1 en was een top 5-hit tot in de VS.

Sandra verzorgde, net als op de meeste nummers, de vocalen.

De gezangen zijn samples uit een album van een Duits koor uit 1976.

Aanvankelijk werd Cretu beschuldigd van plagiaat, maar uiteindelijk werd er een schikking getroffen.

Eind september lanceerde de 86-jarige Amanda Lear haar nieuwe single “Amour (s)”, een voorproefje van haar aankomende album “Looking Back” dat op 7 november 2025 verschijnt.

Het nummer, geschreven door Benjamin Dantès en Patxi Garat, is een modern Franstalig nummer dat bewijst hoe Lear zichzelf na bijna vijftig jaar in de schijnwerpers als een ware kameleon steeds opnieuw kan uitvinden.

De productie was in handen van Alain Mendiburu, met wie ze al sinds 2006 samenwerkt, en Georges Landtsheere.

Het nieuwe album, “Looking Back”, wordt omschreven als een verkenning van hedendaagse Franse chanson, met verrassende uitstapjes naar genres als de blues.

Het bevat, maar liefst acht nieuwe nummers die speciaal voor haar zijn geschreven door talenten als Pierre Lapointe, Sacha Rudy en Patxi Garat.

Naast nieuw materiaal kunnen we ook een versie van de klassieker “Strangers In The Night” verwachten.

Een opvallende samenwerking is die met de legendarische Amerikaanse DJ Chris Cox, die een krachtige dance-remix maakte van het nummer “When I Was Your Favourite Singer”.

Een ander uniek detail is dat de albumhoes een schilderij is van Amanda Lear zelf.

Het album zal zowel op lp als op cd verkrijgbaar zijn.

45 Jaar Geleden: Nick Hall’s “Hop on the bus” in de Nationale Hitparade.

De Britse zanger en songwriter Nick Hall, geboren als Nicolaas R. Hall, woonde sinds eind jaren zestig in Nederland.

Hij bracht de leuke single “Hop on the bus” uit, die de vierenveertigste plaats in de Nederlandse Nationale Hitparade bereikte.

Hoewel het de Top 40 niet haalde, kwam het wel tot de twaalfde plaats in de Tipparade. In Vlaanderen kwam de single niet in de hitlijsten voor.

Het nummer is terug te vinden op zijn enige album, “A Very Special Case” dat werd geproduceerd door Pim Koopman.

Naast zijn muzikale carrière had Hall een heel andere baan. Hij werkte jarenlang als croupier in verschillende Nederlandse casino’s, met als voornaamste standplaats Zandvoort.

Na zijn pensioen vond hij een nieuwe passie. Samen met zijn vrouw Jane, een vertaalster en artieste die hij al in 1967 in een Engels kunstcentrum had ontmoet, startte hij het project ‘Nursery Tracks’.

Hun YouTube-kanaal ontstond als een natuurlijk vervolg voor het koppel, dat naast hun passie voor muziek en beeldende kunst werd overvallen door een nog grotere passie: hun kleinkinderen.

Voor dit project schreef Nick de muziek, terwijl Jane de animaties verzorgde.

Het koppel woonde in Nederland en had twee kinderen en vijf kleinkinderen.

Nick Hall overleed op 7 juni 2021.

Vandaag mag de Amerikaanse zangeres Jennifer Rush 65 kaarsjes uitblazen

Rush werd geboren als de dochter van operatenor Maurice Stern en pianiste Barbara Stern.

Ook haar broers zijn muzikanten.

Haar muzikale carrière begon ze in Duitsland waar haar vader veel optrad.

In 1979 verscheen haar debuutalbum ‘Heidi Sterne’.

Op aanraden van haar mentor en producer Gene McDaniels verhuisde ze in 1982 naar Duitsland.

Haar vader zingt er dan in een opera.

‘The Power Of Love’, dat ze zelf meeschreef, was in het najaar van 1984 al een grote hit in Duitsland.

Pas een jaar later veroverde de single ook de rest van Europa.

Uiteindelijk bereikte Jennifer Rush de n°1 in een tiental Europese landen en Canada en Nieuw-Zeeland.

In de UK stond ze in oktober 1985 5 weken op n°1 en werd er de grootste hit van het jaar en de n°9 van de 80s.

Het was op dat moment de bestverkochte single ooit van een zangeres.

In de Billboard Hot 100 geraakt ze niet in de top 50. In Ultratop stond Jennifer Rush ermee in de top 3.

Nadien namen o.a. Laura Branigan en Air Supply een cover van de song op.

De succesvolste coverversie is die van Céline Dion.

Zij bereikt in 1994 wel de top van de Amerikaanse én Canadese hitlijsten.

Jennifer Rush bleef vooral in Duitsland nog erg populair.

Haar voorlopig laatste studioalbum ‘Now Is The Hour’ verscheen in 2010. (Denis Michiels)

Vandaag, 45 jaar geleden, komt het nummer “Some Broken Hearts Never Mend” van Telly Savalasbinnen in de Brt Top 30

Hoewel de meeste mensen Telly Savalas kennen als de iconische inspecteur Kojak, had de acteur ook een opmerkelijke zangcarrière.

Al in 1975 scoorde hij in Vlaanderen en Nederland een hit met zijn cover van de Bread-klassieker ‘If’.

Gisteren nog vandaag

Zijn grootste muzikale succes volgde echter in 1980 met ‘Some Broken Hearts Never Mend’.

Dit nummer, oorspronkelijk van Don Williams, nam hij op in de Wisseloord-studio’s in Hilversum.

Op 27 september 1980 kwam de single binnen in de BRT Top 30 en klom gestaag door tot de eerste plaats op 25 oktober.

Ook in Nederland was het een grote hit die de vijfde plek in de Top 40 behaalde.

Telly Savalas overleed op 22 januari 1994, een dag na zijn zeventigste verjaardag, aan de gevolgen van prostaatkanker.

Vandaag 95 jaar geleden werd Ray Charles geboren (23 september 1930)

Charles improviseerde dit nummer toen hij in december 1958 bij een van zijn optredens de gehele setlist gespeeld had, maar nog zin had om verder te spelen.

Het nummer is dus geschreven door Ray Charles zelf en de productie was in handen van Jerry Wexler.

Het was voor Ray Charles zijn eerste top 10-hit in zijn thuisland Amerika.

Het werd in 2002 opgenomen in het National Recording Registry.

In een door het muziekblad Rolling Stone samengestelde lijst van de vijfhonderd beste liedjes stond What’d I Say op de tiende plek.

45 jaar geleden, Randy Crawford, één of andere dag vliegt ze helemaal naar de top.

Randy Crawford begint op 15-jarige leeftijd te zingen in jazzclubs en komt zo in contact met George Benson.

Op haar 20ste heeft ze haar eerste platencontract beet bij Columbia Records.

Haar eerste singles worden geen succes. In 1976 komt haar debuutalbum uit. Op ‘Everything Must Change’ wordt ze bijgestaan door o.a. Joe Sample van de jazzband The Crusaders , saxofonist Ralph MacDonald en Hugh Masekela.

Twee jaar later zingt ze op het 2de soloalbum van ex-Genesis-gitarist Steve Hackett.

Haar doorbraak komt er in 1979 wanneer ze ‘Street Life’ inzingt voor The Crusaders. In de Billboard Hot 100 blijft de single op n°36 steken, maar in Europa, en met name vooral Vlaanderen (n°25) en Nederland (n°20) kent deze meer succes.

Als wederdienst voor haar bijdrage producen de drie leden van The Crusaders het volgende album van Randy. ‘Now We May Begin’ wordt in het voorjaar van 1980 uitgebracht.

Aanvankelijk krijgt de plaat maar weinig aandacht totdat ‘One Day I’ll Fly Away’ op single verschijnt.

Het nummer staat al snel op n°1 in Vlaanderen en Nederland.

In de Britse top 40 bereikt ze de n°2. Na bijna 15 jaar ploeteren krijgt ze de erkenning die ze al zo lang zocht. In de VS is het wederom geen succes.

Nadien scoort ze vooral met covers, o.a. ‘Rainy Night In Georgia’van Tony Joe White en ‘Knockin’ On Heaven’s Door’ van Bob Dylan. Haar ‘You Might Need Somebody’ wordt dan weer een grote Britse hit voor Shola Ama in 1997 (met dank aan Denis Michiels, Joepie van 21 september 1980)

Vandaag, precies vijftig jaar geleden, deed een aanstekelijk nummer zijn intrede in de Vlaamse BRT Top 30: “Moviestar”.

Het was de creatie van de Zweedse zanger Jan Svensson, beter bekend onder zijn artiestennaam Harpo.

Het lied vertelt het verhaal van iemand die droomt van een grootse filmcarrière, maar in werkelijkheid slechts een rolletje in een tv-reclamespot heeft bemachtigd.

Een opvallend detail is dat de achtergrondzang werd verzorgd door niemand minder dan Anni-Frid Lyngstad, die toen wereldberoemd aan het worden was met Abba.

“Moviestar” groeide uit tot een grote hit en bereikte de vierde plaats in de Brt Top 30 en in Nederland zelfs de tweede plaats in de Top 40.

Ondanks dit succes zou Svensson het niveau van “Moviestar” nooit meer evenaren, waardoor hij vaak als een eendagsvlieg wordt bestempeld.

Toch is Harpo nooit gestopt met optreden.

Naast zijn muziekcarrière legde hij zich later met succes toe op het fokken van paarden.

Deze passie kende echter een donkere keerzijde. In 1980 raakte hij ernstig gewond toen een van zijn paarden hem meermaals in het gezicht trapte, wat hem zijn reukvermogen en het zicht in één oog kostte.

Ondanks deze tegenslag bleef de muziek een constante in zijn leven.

In 2021 bracht hij zelfs zijn tiende album uit, getiteld “Songwriter”.

Op dit album staan enkele pareltjes zoals “We Should Be Building Bridges”, “Love Is Great And Butterflies Are Angels” en “The Boy In The Psychedelic T-Shirt”, waarmee hij bewijst dat de “Moviestar” nog steeds niet is uitgespeeld.

45 jaar geleden, Janis Ian, superstar zijn, is in feite een grote valstrik.

Janis Ian, geboren als Janis Eddy Fink in New York op 7 april 1951, was een natuurtalent dat de muziekwereld al op jonge leeftijd op zijn grondvesten deed schudden.

Ze leerde piano spelen vanaf haar derde en op haar twaalfde schreef ze al haar eerste nummers. Een jaar later, op haar dertiende, koos ze de artiestennaam waaronder ze bekend zou worden: Janis Ian.

Op haar veertiende schreef ze het lied dat haar leven zou bepalen: “Society’s Child”. Het nummer, dat de destijds uiterst gevoelige thematiek van een relatie tussen een blank meisje en een zwarte jongen behandelde, werd een onverwachte hit.

Ondanks dat veel radiostations het weigerden te draaien, bereikte de single in 1966 de top 20, met een verkoop van 600.000 exemplaren.

Haar debuut-lp, geproduceerd door de legendarische George “Shadow” Morton (bekend van The Shangri-Las), was eveneens een succes.

De controverse en het commerciële succes zorgden ervoor dat het nummer later een verdiende plaats kreeg in de Grammy Hall of Fame vanwege de historische impact.

Na dit vroege hoogtepunt volgden er echter moeilijkere jaren. Haar volgende albums verkochten beduidend minder, waardoor ze al snel het stempel van ‘eendagsvlieg’ kreeg.

Maar Janis Ian bewees het tegendeel. Met het album Stars vocht ze zich terug in de aandacht, en de opvolger Between the Lines bereikte zelfs de eerste plaats in de hitlijsten.

Deze succesvolle comeback werd in 1976 bekroond met een Grammy Award voor Beste Vrouwelijke Popartiest.

Aan het einde van de jaren 70 toonde Ian haar veelzijdigheid opnieuw.

Samen met discoproducer Giorgio Moroder schreef ze het nummer “Fly Too High” voor de film Foxes.

Het werd een wereldwijde hit die in veel landen, waaronder Vlaanderen en Nederland, de eerste plaats bereikte. I

n diezelfde periode nam ze in 1980 ook het duet “Don’t leave tonight” op met Conny Vandenbos.

Na een scheiding werd het stil rond Ian. Een nog zwaardere klap volgde toen ze door het bedrog van haar boekhouder bijna failliet was.

In 1993 maakte ze een krachtige rentree met het album Breaking Silence, waarop ze openlijk uitkwam voor haar homoseksualiteit.

In 2003 trouwde ze met haar partner, Patricia Snyder,

Recentelijk heeft Janis Ian een punt gezet achter haar lange carrière.

De moeilijke beslissing om te stoppen met optreden kwam er wegens aanhoudende gezondheidsproblemen.

Een hardnekkige laryngitis heeft permanente littekens op haar stembanden achtergelaten, wat consistent toeren onmogelijk maakt.

Haar afscheid van het podium viel samen met de release van wat ze haar laatste album noemt, The Light at the End of the Line (2022)

Toch bracht ze in 2024 nog de single When he was here uit.