Eddy Merckx mag vandaag 80 kaarsjes uitblazen

Merckx groeide op in Sint-Pieters-Woluwe bij Brussel, waar zijn ouders een kruidenierszaak runden.

In een interview zei hij het volgende over deze periode in zijn leven: Ik moest met de fiets naar een Franstalige school. Mijn drie jaar jongere broer en zus gingen met de bus naar de andere kant van de stad, omdat daar een Vlaamse school was.

Gisteren nog vandaag

Franstalig of Vlaams, mijn ouders waren daar eigenlijk niet zo mee bezig. Als je een winkel hebt, moet je de twee taalgroepen bedienen. Mijn moeder kende wel goed Frans omdat ze als jong meisje ging helpen in de winkel van haar zus in Anderlecht. Vader sprak geen woord Frans toen hij zich met mijn moeder in Sint-Pieters-Woluwe kwam vestigen. Hij heeft het al doende moeten leren.

Op 5 december 1967 trad Eddy Merckx in het huwelijk met Claudine Acou, de dochter van wielrenner Lucien Acou.

Hoewel zowel de burgerlijke als de kerkelijke huwelijksplechtigheden tweetalig waren, ontstond er onvrede bij veel Vlamingen omdat het jawoord enkel in het Frans werd uitgesproken.

Sindsdien profileert Merckx zich als een tweetalige model-Belg, trots op zijn goede relaties met de Belgische dynastie, om zo gelijkaardige communautaire spanningen en zijn (deels) beladen familiegeschiedenis te vermijden.

Toch verloopt zijn communicatie in het Nederlands, mede door zijn Franstalige middelbare schoolopleiding en zijn introverte karakter, eerder moeizaam.

Op 14 februari 1970 werd dochter Sabrina Merckx geboren, die later zou trouwen met de Argentijnse proftennisser Eduardo Masso.

Uit dit huwelijk werd Merckx’ kleinzoon Luca Masso geboren, die professioneel hockeyspeler is geworden.

Op 12 augustus 1972 kwam Eddy Merckx’ enige zoon Axel Merckx ter wereld, die eveneens profwielrenner werd.

Axana, de Belgisch-Canadese dochter van Axel, behaalde op 17 mei 2019 twee gouden medailles op het open Belgisch kampioenschap zwemmen: één op de 200 meter rugslag en één op de 400 meter wisselslag.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 40 jaar geleden, won Criquielion De Waalse Pijl op de mythische Muur

Een lange en slopende tocht van 246 kilometer, startend en eindigend in het hart van Hoei, met als ultieme scherprechter de gevreesde Muur.

Die dag in 1985 was speciaal, want het betekende de geboorte van een nieuw tijdperk voor de Waalse Pijl.

Voor het eerst lag de finishlijn bovenop de Muur van Hoei, een beslissing die de koers voorgoed zou veranderen en de Muur tot een beklimming in de wielerkalender zou maken.

De eerste die zijn naam aan deze legendarische aankomst koppelde, was Claude Criquielion.

Zijn overlijden in 2015, exact dertig jaar na zijn eerste triomf, was een groot verlies voor de wielersport.

Gelukkig werd zijn nalatenschap in datzelfde jaar geëerd met een monument in de steilste bocht van de Muur, een bocht die nu voor altijd de naam van deze kampioen draagt.

Achter Criquielion streden Moreno Argentin en Laurent Fignon voor de ereplaatsen, terwijl de lokale trots, Eric Van Lancker uit ons eigen Oudenaarde, een verdienstelijke negende plek behaalde.

Van de vele renners aan de start, wisten er uiteindelijk 84 de finishlijn te passeren. Een dag om nooit te vergeten!

Lomme Driessens, toen ik Freddy Martens terugzag, had ik kunnen huilen, zo slecht was hij eraan toe (Sport 80 van 9 januari 1985)

Freddy Maertens, een naam die synoniem staat voor de wielersport in de jaren 70, kende een carrière met immense pieken en diepe dalen.

Na een uiterst succesvolle periode, waarin hij onder andere twee keer wereldkampioen werd (1973 en 1976) en etappes en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won, leek zijn ster te verbleken.

In 1979 en 1980, op amper 28-jarige leeftijd, won hij enkel nog enkele criteriums.

Zijn carrière leek vroegtijdig ten einde te lopen, een lot dat wel meer wielrenners in die tijd trof, toen de carrières doorgaans korter waren dan nu.

Deze sportieve tegenslag werd nog verergerd door financiële problemen.

Door verkeerde investeringen verloor Maertens een aanzienlijk deel van zijn kapitaal.

Hij was toen destijds bekend om zijn dure levensstijl en hij hield van mooie auto’s en kleding, een eigenschap die hem in contrast bracht met de vaak soberder levende wielrenners van die tijd.

De schulden stapelden zich op, hij moest zijn villa in Lombardsijde verkopen en werd achtervolgd door de belastingsadministratie.

Een pijnlijk hoofdstuk voor de man die ooit op het hoogste podium had gestaan.

In de zomer van 1981 leek er echter een wonder te gebeuren, want Maertens kende een opmerkelijke heropleving, een comeback die in de wielergeschiedenis als een van de memorabelste wordt beschouwd.

Zijn oud-ploegleider, de legendarische Briek “Lomme” Driessens, een man die bekend stond om zijn harde, maar rechtvaardige aanpak en een neus voor talent, haalde hem naar de Boule d’Or-ploeg.

Driessens geloofde in Maertens, ook al dachten velen dat zijn beste jaren voorbij waren.

Dat vertrouwen werd beloond, want Maertens reed een ijzersterke Ronde van Frankrijk, pakte maar liefst vijf etappezeges en veroverde opnieuw de groene trui.

Als kers op de taart werd hij dat najaar in Praag voor de tweede keer wereldkampioen, een prestatie die de wielerwereld met verstomming sloeg.

Maertens stond bekend om zijn explosieve sprint, maar ook om zijn vermogen om, als hij echt in vorm was, in ontsnappingen mee te gaan en dit bewees hij in 1981 opnieuw.

Helaas bleek deze comeback van korte duur. In de seizoenen die volgden, kon Maertens geen grote overwinningen meer aan zijn palmares toevoegen.

Na nog een jaar bij Boule d’Or, reed hij voor verschillende kleinere ploegen en privésponsoren, een periode waarin hij meer dan ooit afhankelijk was van zijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Hij hing zijn fiets in 1987 definitief aan de haak.

Na zijn wielercarrière bleef Maertens actief, maar in andere rollen, zo werkte hij een tiental jaren als vertegenwoordiger en van 2000 tot 2007 als arbeider in het Nationaal Wielermuseum (nu KOERS. Museum van de Wielersport) in Roeselare.

Daar werd hij een vertrouwd gezicht voor de bezoekers en kon hij zijn passie voor de koers delen.

Sinds februari 2008 is hij gastheer en pr-medewerker voor het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, waar hij zijn kennis en ervaring inzet om de rijke geschiedenis van deze wielerklassieker te promoten.

Ondanks de tegenslagen en de moeilijke periode na zijn carrière, blijft Freddy Maertens een gerespecteerd figuur in de wielerwereld.

Dat bleek nogmaals in 2010, toen hij door de lezers van de Krant van West-Vlaanderen werd uitgeroepen tot de beste West-Vlaamse wielrenner aller tijden.

Hij liet daarbij grote namen als Briek Schotte en Johan Museeuw achter zich, een ultieme erkenning voor een renner die de wielergeschiedenis kleurde met zijn talent, doorzettingsvermogen en onvergetelijke comeback.

Vandaag, 100 jaar geleden, première van het toneelstuk de Paradijsvogels van Gaston Martens in Antwerpen.

Gaston groeide op in een welgesteld brouwersgezin in Zulte. Hij was geen briljante student, maar blonk wel uit in sport.

Zijn specialiteit was verspringen.

Hij werd viermaal Belgisch kampioen en hield van 1905 tot 1919 het Belgisch record in handen.

Hij behaalde ook twee medailles op de Belgische kampioenschappen atletiek in het kogelstoten.

Martens schreef vooral volkse toneelstukken met humoristische en sentimentele elementen.

Enkele van zijn werken zijn:

“De Heirweg” (1924, “Het Dorp der Mirakelen” (1932), “En waar de ster bleef stille staan” (1933), “De Mannen van Goed Gewil” (1936) en “Paradijsvogels” (1934, zijn succesvolste stuk)

Het verhaalt de lotgevallen van de bewoners van Leydonck-Waterland, een fictief dorpje aan de Leie in de tweede helft van de jaren twintig van de twintigste eeuw.

Het werd vertaald in verschillende talen en opgevoerd in binnen- en buitenland.

In 1946 werd het verfilmd in Frankrijk als “Les Gueux au Paradis” met Raimu en Fernandel in de hoofdrollen.

Martens won voor “Paradijsvogels” de Staatsprijs voor Toneelliteratuur.

In 1911 trouwde Gaston Martens met Germaine De Buck. Ze kregen samen één dochter, Godelieve.

In 1937 verhuisde Martens naar Frankrijk, waar hij een perzikplantage begon.

Tijdens zijn verblijf in Frankrijk vertaalde hij zijn stukken in het Frans.

Na de Tweede Wereldoorlog keerde Martens terug naar België. Hij bleef schrijven, maar zijn latere werk was minder succesvol dan zijn vroegere stukken.

Gaston Martens overleed in 1967 in Deinze en is begraven in Deurle.