Meer dan 50 jaar geleden, Sounds Of The 70’s Orchestra met hun album Songs Of The Seventies (1972)

De arrangementen zijn geschreven door componist William Loose. Helaas ook al overleden op 22 februari in 1991.

Deze lp is uitgebracht door Realistic, één van de merken van RadioShack.

Een van de quadrafonische systemen die Realistic ontwikkelde, was Quatravox, dat vier kanalen synthetiseerde uit stereo-opnamen.

Het maakte gebruik van Hafler-circuits om de geluiden te isoleren die 180 ° uit fase waren met de hoofdmicrofoons, zoals de galm van de studio of het applaus van het publiek.

Deze geluiden werden vervolgens naar de achterste luidsprekers gestuurd, waardoor een ruimtelijk effect ontstond dat meer scheiding bood dan gewoon stereogeluid.

Quatravox was echter geen echt discreet quadrafonisch systeem, omdat het de geluiden niet onafhankelijk kon manipuleren of positioneren.

Meer dan 35 jaar geleden, heb ik gewerkt als manager in een Tandy winkel in de Vlaanderenstraat, in Gent.

De keten had twee grote takken, namelijk de Amerikaanse en Canadese divisie.

De winkels in Amerika RadioShack en zijn daar opgericht in 1921.

De Tandy winkels in Europa, werden beheerd door de Canadese tak van het bedrijf.

De keten is is in 2015 en 2017 in faling gegaan.

De keten is nu in handen van Unicomer Group.

Vandaag gaan we het hebben over het sigarenmerk Cogétama dat in 1983 ophield te bestaan.

Mijn grootvader werkte vroeger als vertegenwoordiger voor dit bedrijf, nadat hij zijn eigen sigaretten- en sigarenzaak in de Normaalschoolstraat had gesloten.

Hij liet me zijn verkoopcatalogus na, waarin alle producten van het jaar 1960 van Cogétama stonden.

Ik wil graag elke week een stukje van deze catalogus met jullie delen in onze groep.

Het bedrijf had een depot in Sint-Amandsberg in de Adolf Bayensstraat.

De fabriek van Cogétama stond in Knesselare, maar daar is nu niet veel meer van over.

Alleen de kantoren, de villa en een stuk muur herinneren nog aan het verleden van de sigarenindustrie.

Vandaag 130 jaar geleden, de Duitse ingenieur Heinrich Göbel komt te overlijden.

In tegenstelling van wat velen denken was niet Edison de eerste uitvinder van de gloeilamp.

Maar was het Heinrich Göbel die in 1854 reeds een gloeilamp had gemaakt.

Maar omdat er nog geen generator voor elektrische stroom bestond, werd zijn gloeilamp geen succes. Ook hadden deze experimentele lampen een beperkte levensduur van 400 uren.

Toen Edison 25 jaar later zijn gloeilamp patenteerde, werd dat door Göbel voor de rechtbank bestreden door het experiment daar over te doen.

Helaas voor Göbel en een geluk voor Edison overleed Göbel voor de uitspraak.

Maar daarmee waren de problemen voor Edison nog niet voorbij.

Want in het Verenigd Koninkrijk bleek dat de Engelsman Joseph Swan ook al een patent had genomen op de gloeilamp en claimde dat hij de gloeilamp had uitgevonden.

Edison probeerde via de rechtbank zijn gelijk te krijgen, maar de Britse justitie verwierp dit.

Zakenman Edison besloot dan maar om samen te werken met Swan en samen richtten ze in 1884 de Edison & Swan United Electric Company op.

Het zou trouwens niet de eerste keer zijn dat Thomas Edison uitvindingen onterecht claimde.

Edison was uitvinder, maar vooral een zakenman die een goede neus had in nieuwe uitvinden en vlug zijn naam zette op nieuwe uitvindingen en de rechten beveiligde via octrooien.

Bijna 1400 octrooien staan op naam van hem.

Göbel ligt begraven op Greenwood Cemetery aan 5th Avenue, New York. (diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van politieker en ondernemer Omer Vanaudenhove.

Na de Tweede Wereldoorlog keken de broers Omer en Luc Vanaudenhove aan tegen een onverkoopbare voorraad schoenen in de winkel van hun familie.

Ze besloten de schoenen per post te verkopen.

Wanneer de mensen naar het kantoor zelf kwamen om schoenen op te halen, besloten ze een nieuwe winkel te openen.

Het merk Shoe Post was meteen geboren.

Gisteren nog vandaag

De holding Euro Shoe Unie is nu uitgegroeid tot een grote distributeur met Shoe Discount, Shoes in the Box, Avance en de Nederlandse handelszaken Bristol en Van Woensel.

Behalve in de distributie van schoenen is Euro Shoe ook actief in de doe-hetzelf-branche.

De groep stapte via een franchise in de Brico-keten.

Daarnaast experimenteerde de groep ook in de textieldistributie, onder meer met de keten Mexx, en in de speelgoedsector.

Maar langzaam groeide het besef dat de familie zich moest distantiëren van het bedrijf en een professioneel management moest toelaten.

De familie werd daarbij gestimuleerd door de verliescijfers die in de jaren 1999 en 2000 werden opgetekend.

Met Kurt Moons, die vroeger aan het hoofd stond van Brantano, Santana en de Eddy Merckx Group, koos de familie voor het eerst voor een niet-familaie CEO.

Hij neemt de fakkel van Philippe Vanaudenhove over.

Toch incasseert Shoe Post zware verliezen als gevolg van de internetcrisis in de distributiesector.

In 2016 bedraagt het verlies 3 miljoen euro, in 2017 zelfs 10 miljoen.

Kurt Moons vertrekt en de familie neemt met Elise Vanaudenhove het management terug over.

20 van de 270 winkels in Nederland en België gaan dicht.

De winkelketen wordt omgevormd van Shoe Post naar Bristol en nog eens 40 winkels gaan dicht.

De verliezen in de schoenenverkoop worden mee opgevangen met de winst die de familie maakt met haat vastgoedbedrijf Vana Real Estate.

Verkoopplannen door de familiale aandeelhouders lijken nu weer even opgeborgen.

23 familieleden controleren het bedrijf via twee stichtingen.

In het coronajaar 2020 incasseerde het bedrijf een verlies van 15 miljoen euro.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 110 jaar geleden, de geboorte van politieker en ondernemer Omer Vanaudenhove.

Omer Vanaudenhove wordt op 3 december 1913 geboren in Diest.

Na zijn middelbare studies neemt hij de groothandel in schoenen van zijn vader over. Het wordt het begin van een succesvolle carrière als zakenman, waarin hij samen met zijn broer Albert het familiebedrijfje uitbouwt tot een bedrijf van Europees formaat.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageert Vanaudenhove zich in het verzet, maar wordt in januari 1944 door de Duitsers gearresteerd.

In mei 1945 wordt hij door de Russen bevrijd uit het concentratiekamp van Rathenau.

Na de oorlog begint een succesvolle politieke carrière. Omer Vanaudenhove wordt al snel burgemeester van Diest (1947-1955), senator (vanaf 1954) en minister van Openbare Werken (1955-1961).

Als minister van Openbare Werken realiseert hij onder andere de aanleg van de Brusselse kleine ring.

Ook ligt hij aan de basis van de uitbouw van ons autosnelwegennet.

In mei 1961 volgt hij Roger Motz op als voorzitter van de Liberale Partij en start met een grote vernieuwingsoperatie: de Liberale Partij wordt omgevormd tot de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang/Parti pour la Liberté et le Progrès (PVV/PLP).

De vernieuwingsoperatie zorgt bij de verkiezingen van mei 1965 voor een stijging van het aantal liberale Kamerzetels van 20 naar 48.

In 1969 neemt hij ontslag als partijvoorzitter, maar hij blijft actief in de politiek, zowel op nationaal als op lokaal vlak.

Zo richt hij in 1975 het Studiecentrum voor Politieke Hervormingen op en is er voorzitter tot 1980.

Tijdens de periode 1976-1978 is hij nogmaals burgemeester van (het gefusioneerde) Diest, waarna hij zich om gezondheidsredenen terugtrekt uit de actieve politiek.

Omer Vanaudenhove is gehuwd met de Britse Elisabeth (Betty) Eatough.

Zij is van 1982 tot 2006 gemeenteraadslid in Diest.

Ook Pascale, hun jongste dochter is politiek actief.

Zij zetelt sinds 2006 in de gemeenteraad van Diest en is er sinds 2019 schepen.

In 1966 benoemt de koning Vanaudenhove tot minister van Staat en in 1989 wordt hij met de titel van burggraaf in de adelstand verheven.

Hij overlijdt op 26 november 1994 te Leuven.

50 jaar geleden, reclame en geschiedenis van het hotel Amigo in Brussel.

De Vroente of Amigo was naast de Treurenbergpoort en de Steenpoort een van de drie middeleeuwse gevangenissen in Brussel.

De eerste vermelding ervan dateert uit 1326.

Ze had geen vaste plek maar werd elke drie jaar door de landsheer verpacht, wat tot te veel ontsnappingen leidde.

Daarom maakte de Rekenkamer in februari 1522 middelen vrij om een huis aan te kopen in de huidige Vruntstraat tegenover de toenmalige Lakenhal.

Het was een eigendom van de erfgenamen van Jan van Lindt, gelegen tussen de herbergen t’Oudt Stadhuys en Emaüs.

Behalve kamers en cellen (callaborsen) was er ook een kapel ingericht. In de Spaanse Tijd kreeg de gevangenis de naam Amigo, zoals ook blijkt uit een officiële akte van 1652.

Allicht ging het om een foute vertaling die vrunt verwarde met vriend. Het woord vond ook elders in de Nederlanden ingang.

De kamers hadden elk een verschillend tarief, dat ook afhing van hoeveel personen er waren opgesloten.

Voor de cellen en de behoeftigenkamers kreeg de cipier een vergoeding van de overheid of van de schuldeiser die de arrestatie had uitgelokt.

Zowel criminele als civiele gevangenen konden in de Amigo terechtkomen. Een oorkonde van 1328 schreef voor dat poorters en poorteressen van Brussel nergens gevangen mochten worden gezet tenzij in de Vroente of in de Steenpoort.

De costuymen van 1570 schreven voor dat poorters en ingezetenen gewoonlijk in de Vroente moesten worden opgeborgen.

Vandaar dat men zei dat je een nachtje in de Amigo moest hebben doorgebracht om Brusselaar te zijn. Na het bombardement van 1695 lag de Amigo in puin.

De centrale regering wilde er geen kosten aan maken en stond het gebouw in 1705 af aan het stadsbestuur. Het herrees als politiegevangenis en zou volgens Henne en Wauters in 1791 nogmaals zijn herbouwd.

Tijdens de Franse bezetting eind 1792 werden de politieke gevangenen van de Madelonetten overgebracht naar de Amigo.

Paul Verlaine bracht er in 1873 een nacht door waarvan hij een beschrijving naliet. De Amigo bleef bestaan tot 1930.

De naam leeft voort in het Hotel Amigo, dat al sinds 1957 bestaat.

Het werd door de familie Blaton omgebouwd om koninklijke families, beroemdheden en vips te herbergen voor de wereldexpositie van 1958.

Om de hoek op de Kolenmarkt is nog steeds een politiecommissariaat met een cellenblok. (Diverse bronnen, Wikipedia en reclame van november 1973)

Te gast bij de Zweedse schilder en documentairemaker Friedrich Jürgenson en pionier in de studie van het fenomeen elektronische stem dat hij beschouwde als een mogelijke manifestatie van geesten.

Friedrich Jürgenson werd vooral bekend door zijn onderzoek naar elektronische stemmenfenomenen (EVP).

Hij beweerde dat hij via een radio-ontvanger stemmen van overledenen kon opvangen en opnemen.

Hij publiceerde verschillende boeken en documentaires over dit onderwerp en wordt beschouwd als de grondlegger van de EVP-studie.

Hij wordt dan ook beschouwd als een van de grondleggers van de transcommunicatie, een vorm van paranormale communicatie met entiteiten uit andere dimensies.

Ook werkte hij samen met andere onderzoekers, zoals Konstantin Raudive en Hans Bender.

Als documentairemaker kreeg hij in 1969 een hoge pauselijke onderscheiding voor zijn film The Fisherman from Galilea – On the Grave and Stool of Peter.

Hij stierf op 15 oktober 1987 op 84-jarige leeftijd.

Vandaag is het precies 60 jaar geleden dat president John F. Kennedy werd vermoord in Dallas, Texas.

Hij was het slachtoffer van een aanslag die de wereld schokte en de loop van de geschiedenis veranderde.

Kennedy was de 35e president van de Verenigde Staten en een van de populairste en charismatische leiders van de 20e eeuw.

Gisteren nog vandaag

De officiële dader, Lee Harvey Oswald, is voor velen een te onwaarschijnlijk figuur, en zijn motieven zijn te onduidelijk om ooit klaarheid te kunnen krijgen in wat nu precies de reden is geweest voor de moordaanslag.

Cubanen? Russen? Amerikanen? Maffiosi? Oliebaronnen? Johnson? Allemaal hadden ze redenen te over om JFK kwijt te willen.

Gisteren nog vandaag

Dat in het rijtje de maffia een prominente plaats inneemt, zal voor altijd een smet blijven werpen op een man die een enorme belofte inhield, maar daar uiteindelijk weinig van kon waarmaken.

Tot op de dag van vandaag blijft dan ook de moord op Kennedy een bron van fascinatie, speculatie en controverse.

Een van de invloedrijkste en geliefde auteurs uit de Zweedse literatuurgeschiedenis is Selma Lagerlöf, die vandaag 165 jaar geleden geboren werd (20 november 1858)

Ter ere van haar verjaardag publiceerde het tijdschrift Ons Land in november 1933 een interview met de schrijfster, die toen al wereldberoemd was.

Selma Lagerlöf groeide op in een welgestelde familie op een landgoed in Värmland.

Ze studeerde voor onderwijzeres en gaf les op verschillende scholen. Haar literaire carrière begon met de roman Gösta Berling (1891), die haar meteen veel succes en erkenning bracht.

Ze schreef nog vele andere werken, waarin ze haar rijke verbeelding, haar gevoel voor de Zweedse natuur en cultuur, en haar interesse voor het spirituele en het religieuze liet zien.

Enkele van haar bekendste boeken zijn De wonderen van Anti-christ (1897), Jerusalem (1901) en Nils Holgerssons wonderbare reis (1906).

Dit laatste boek was oorspronkelijk bedoeld als een leermiddel voor de Zweedse aardrijkskunde, maar werd al snel een klassieker voor jong en oud.

De Nederlandse vertaling door Margaretha Meijboom verscheen in 1911.

Ze was de eerste vrouw die de Nobelprijs voor Literatuur won in 1909, en de eerste vrouw die lid werd van de prestigieuze Zweedse Academie in 1914.

Ze was ook betrokken bij sociale en politieke kwesties, zoals vrouwenrechten, pacifisme en antisemitisme.

Ze stierf op 16 maart 1940 op haar geliefde landgoed Marbacka, dat nu een museum is.

Haar gezicht sierde tot 2015 het bankbiljet van twintig kronen.

Vandaag, 35 jaar geleden, stierf Christina Onassis, de enige dochter van de Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis, op 37-jarige leeftijd aan een hartaanval.

Haar dood was het tragische einde van een leven vol drama, eenzaamheid en verdriet.

Christina Onassis werd geboren in een wereld van rijkdom en luxe, maar ook van rivaliteit en schandalen.

Haar broer Alexander kwam in 1973 om bij een vliegtuigongeluk, waardoor Christina na het overlijden van haar vader in 1975, 55 % van het fortuin erfde. De andere 45 % was voor Jacqueline Kennedy Onassis.

Gisteren nog vandaag

Christina Onassis erfenis bestond onder andere uit onroerend goed, bedrijven, aandelen, kunst, het privé-eiland Skorpios en een privé-vliegtuig.

Ze trouwde vier keer, maar geen van haar echtgenoten kon haar gelukkig maken.

Ze leed aan depressie, eetstoornissen en drugsverslaving.

Ze zocht troost in haar enige kind, Athina, die ze kreeg uit haar derde huwelijk met Thierry Roussel.

Maar ook die relatie was niet harmonieus, want Roussel verliet haar voor een andere vrouw en vocht om de voogdij over Athina.

Gisteren nog vandaag

Christina Onassis stierf in Buenos Aires, waar ze was om de doop van haar peetzoon bij te wonen.

Ze werd gevonden in de badkuip van een herenhuis in Buenos Aires.

Haar dood werd toegeschreven aan een overdosis pillen, hoewel sommigen ook speculeerden over zelfmoord of moord.

Haar lichaam werd overgevlogen naar Griekenland en begraven op het privé-eiland Skorpios, naast haar vader en broer.

Haar dochter, Athina Roussel was de enige erfgenaam en was succesvol als amazone en nam deel aan internationale springwedstrijden.

Ze studeerde in Zwitserland en Brussel.

Ze was getrouwd met de Braziliaanse ruiter Alvaro de Miranda Neto en dit van 2005 tot en met 2017.

Tijdens hun huwelijk woonde het koppel in Antwerpen en Zwitserland.

Daarom verliep de gerechtelijke procedure tot scheiding ook in Antwerpen.

Na de scheiding verhuisde ze naar Griekenland.

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 90 jaar geleden dat in Gent een gedenkplaat werd ingehuldigd voor de Vlaamse schrijver en dichter Lambrecht Lambrechts, die op 13 augustus 1932 overleed.

Hij was een van de voortrekkers van de Vlaamse Beweging en een veelzijdig kunstenaar, die zowel proza, poëzie als muziek schreef.

Na zijn dood werd zijn lichaam overgebracht naar zijn geboortedorp Hoeselt, waar hij een ereplaats kreeg op de gemeentelijke begraafplaats.

Zijn grafmonument werd ontworpen door de beeldhouwer Jules Vits. Bij de plechtigheid waren onder meer zijn weduwe Maria Vanden Doorne en de gouverneur van Oost-Vlaanderen Hubert Verwilghen aanwezig.

Lambrecht Lambrechts, die het pseudoniem Lambrecht Renier gebruikte, was de zoon van Willem-Hendrik Lambrechts en Rosalia Somers.

Zijn vader was hoofdonderwijzer in Hoeselt, waardoor hij de bijnaam “Lemmen van de Meester” kreeg.

Hij volgde de lagere school in zijn geboortedorp en kreeg daar ook zijn eerste muzieklessen van de koster van Werm.

Daarna studeerde hij aan het Koninklijk Atheneum van Tongeren, waar hij bevriend raakte met Camille Huysmans en Jef Cuvelier.

In 1884 ging hij naar de normaalschool in Brugge, waar hij in 1887 afstudeerde als regent Nederlands en Engels.

Omdat hij geen werk vond, schreef hij zich in aan het Koninklijk Conservatorium van Luik, waar hij zang studeerde.

In 1889 werd hij aangesteld als leraar aan de Rijksnormaalschool in Ronse, waar hij tot 1901 bleef.

Op 25 augustus 1894 huwde hij in Ronse met de pianiste Maria Vanden Doorne, met wie hij meer dan 100 zangavonden verzorgde in heel Vlaanderen.

In 1901 verhuisde hij naar Lier, waar hij leraar werd aan de normaalschool.

Van 1905 tot 1918 gaf hij les aan de normaalschool in Gent.

Hij woonde toen in de Kunstlaan nr. 51 in Gent, waar zijn vrienden (onder wie Emiel Hullebroeck) in 1933 een gedenkplaat lieten aanbrengen.

In 1912 werd hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde.

In 1919 werd hij (omwille van zijn “flamingantisch non-conformisme”) overgeplaatst naar de normaalschool in ‘s-Gravenbrakel.

Zijn laatste overplaatsing (naar Blankenberge) gebeurde in 1921, waar hij les gaf tot in 1925 (hij was toen 60 jaar).

Van 1923 tot 1926 gaf hij ook les aan het Handels- en Taalinstituut van Jan Baptist Wannyn in de Savaanstraat in Gent.

In 1922 publiceerde hij zijn autobiografie “Mijn leven”, waarin hij zijn strijd voor de Vlaamse zaak en zijn artistieke loopbaan beschreef.

Hij schreef ook talrijke romans, verhalen, gedichten en liederen, die getuigen van zijn liefde voor zijn geboortestreek en zijn volk.

Vandaag 90 jaar geleden, het Christen werkverbond (Katholieke Vlaamsche Landsbond) houden hun congres in het nieuwe Circus gebouw in Gent.

Het Nieuw Circus in Gent heeft een lange en boeiende geschiedenis.

Het gebouw dateert van 1895 en was oorspronkelijk bedoeld als een multifunctionele zaal voor circus, theater, concerten en bals.

Het was ontworpen door architect Emile De Weerdt (1858-1938) in een eclectische stijl met neobarokke elementen.

Het had een ronde piste met een diameter van 13 meter en een capaciteit van 2500 personen.

In 1920 werd het Nieuw Circus getroffen door een zware brand die het interieur volledig verwoestte.

Alleen de buitenmuren bleven overeind. Drie jaar later begon de wederopbouw onder leiding van architect Oscar Ledoux (1866-1935).

Hij maakte van het Nieuw Circus een modern en luxueus gebouw met tal van technische innovaties, zoals geluidsbeheersing, brandwerende elementen, centrale verwarming, bijzondere licht- en geluidsinstallaties en elektriciteit.

De zaal kon nu 3400 personen ontvangen en werd beschouwd als het mooiste circus van Europa.

Het Nieuw Circus trok vele grote internationale circussen en wereldberoemde artiesten aan.

Na 1924 werden er heel wat spectaculaire acts opgevoerd, zoals het ‘Circus onder water’ van het Duitse Circus Busch in 1933, waarvoor de piste werd gevuld met 500 000 liter water.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het circusgebouw in verval. De laatste voorstelling werd gespeeld door Circus De Jonghe in 1944.

In 1947 werd het gebouw omgevormd tot een garage door de nieuwe eigenaar Mahy.

Deze sloot in 1978 en het gebouw werd een opslag- en restauratieplaats voor oldtimers.

In 2005 kocht het stadsontwikkelingsbedrijf Sogent het gebouw met het oog op renovatie en integratie in een volledig vernieuwd stadsdeel De Krook.

De renovatiewerken zijn ondertussen afgerond.

Binnenkort zal het gebouw de nieuwe hotspot van Gent worden.

Vandaag is het precies 74 jaar geleden dat de Slag om het Gravensteen plaatsvond in Gent.

Een groep van 138 studenten, onder wie één vrouw, bezette het Gravensteen, een middeleeuws kasteel in het centrum van de stad, uit protest tegen de verhoging van de bierprijs.

De studenten hadden hun actie goed gepland en mobiliseerden hun medestudenten via briefjes in de universiteitslokalen.

Ze namen een kar vol bedorven fruit en groenten mee en barricadeerden de ingangen van het kasteel.

Ze hingen spandoeken op met leuzen als Uylenspiegel is nog niet dood en Bier aan drie frank de pot.

Gisteren nog vandaag

Het protest verliep aanvankelijk vreedzaam, tot de studenten twee voorbijrijdende politieagenten bekogelden met fruit.

Daarop werd een grote politiemacht, rijkswacht en brandweer opgetrommeld om de studenten uit het kasteel te halen.

Maar de studenten verdedigden zich met fruit en graszoden die ze vanaf de kantelen naar beneden gooiden.

Pas na enkele uren slaagden de ordediensten erin om via een onbewaakte toren boven de poort het kasteel binnen te dringen.

Met hun wapenstokken maakten ze een einde aan het studentenfeest.

De studenten werden niet vervolgd, omdat ze veel sympathie genoten bij het publiek.

De Gentse studenten vieren elk jaar op 16 november de heldhaftige bezetting van hun voorgangers.

Niet met rot fruit, maar wel met trompetten, vlaggen en liters Rodenbach.

In 2012 werd er aan de ingang van het Gravensteen een gedenkplaat onthuld om de Slag om het Gravensteen te herinneren.

Gisteren nog vandaag

Een aanrader, het boekje ’t Spookhuis van Gent van onze vriend Rudy Chatelet.

Het vertelt het verhaal van Angélique, een jong meisje dat in 1757 overleed aan de pokken en door haar vader werd gebalsemd en tentoongesteld in hun huis aan de Nederscheldestraat.

Het huis kreeg al snel de bijnaam ’t Spookhuis, omdat er allerlei geruchten en legendes ontstonden over het lot van Angélique en haar familie.

Het boek volgt de levens van verschillende generaties die met het spookhuis te maken kregen, tot het in 1883 werd afgebroken om plaats te maken voor het Laurentplein en het Provinciehuis.

Hij baseert zich op archiefbronnen, krantenartikelen, getuigenissen en foto’s om een levendig beeld te schetsen van het Gent van de 18de en 19de eeuw.

Het boek is niet alleen een spannend verhaal, maar ook een interessante kijk op de geschiedenis en de cultuur van een stad die voortdurend verandert.

Gisteren nog vandaag

Een tunnel onder de Straat van Gibraltar is al lang een droom van velen die de verbinding tussen Europa en Afrika willen verbeteren.

Het idee dateert al uit 1933, maar werd nooit gerealiseerd door verschillende obstakels.

De wereldwijde economische crisis en de Tweede Wereldoorlog maakten een einde aan de eerste plannen.

In 1979 werd het project nieuw leven ingeblazen, omdat Spanje en Marokko hun handelsrelaties wilden versterken en de scheepvaart in de straat te druk werd.

Een Spaans en een Marokkaans bedrijf voerden studies uit voor een dubbele spoorwegtunnel die de baai van Tanger in Marokko met het Spaanse schiereiland Tarifa zou verbinden.

De tunnel zou 38,5 km lang zijn, waarvan 28 km onder water en op een maximale diepte van 475 m.

Het project liep echter veel vertraging op, onder meer door politieke spanningen tussen de twee landen en de financiële crisis in Spanje in 2008.

In 2013 werd het ontwerp voorgelegd aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

In 2021 kwam het Verenigd Koninkrijk met een alternatief plan om een tunnel te bouwen tussen Gibraltar en de Marokkaanse stad Tanger.

Dit plan zou het Spaans-Marokkaanse project kunnen overbodig maken.

De grootste uitdaging voor de bouw van een tunnel onder de Straat van Gibraltar is echter de geologische structuur van de zeebodem, die wordt beïnvloed door de beweging van de aardplaten.

Dit kan leiden tot grote technische problemen en hoge kosten voor de aanleg.

Het is daarom nog steeds onzeker of de tunnel economisch haalbaar zou zijn. Daarom is er tot op heden nog geen tunnel gebouwd.(Ons Land november 1933)