Het is vandaag precies dertig jaar geleden dat we afscheid namen van de Vlaamse blueszanger Luke Walter Jr., die als Luc Renneboog het levenslicht zag.

Vanwege zijn diepe, warme stemgeluid werd hij ook wel de Belgische Tony Joe White genoemd.

Zijn muzikale reis kreeg begin jaren zeventig al vorm toen hij meewerkte aan een album van dichter Patrick Conrad.

Tijdens die opnames, geproduceerd door Roland Van Campenhout, ontmoette hij Albert Szukalski.

Deze kunstenaar werd een vriend voor het leven die Luke voortdurend stimuleerde om zijn weg in de muziekwereld te vervolgen.

Szukalski had zelf een indrukwekkend parcours afgelegd; hij studeerde aan de Antwerpse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en was daar assistent van grootheden als Jef Verheyen, Paul Van Hoeydonck en Vic Gentils.

Hij verwierf vooral bekendheid met zijn drapages en spookachtige gestalten.

Een van zijn meest iconische projecten is het beeldenpark in de Amerikaanse Death Valley-woestijn, waar hij onder andere Het Laatste Avondmaal creëerde met Jezus en de apostelen als verschijningen.

Zelfs in zijn laatste levensdagen, terwijl hij wegens keelkanker op de palliatieve dienst van het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis verbleef, bleef hij creëren.

Met toestemming van de directie maakte hij daar samen met Fred Bervoets een laatste beeld van plaaster en polyester, dat slechts enkele dagen voor zijn overlijden in 2000 werd voltooid.

In 1986 richtte Luke Walter Jr. de band Blue Blot op.

De groepsnaam was een creatieve vondst, want een blue blot is letterlijk een blauwe inktvlek, wat mooi verwees naar hun muzikale blauwdruk van blues en soul.

Kort daarna verscheen in 1987 het debuutalbum Shopping For Love in een beperkte oplage. Blue Blot had toen al een sterke livereputatie opgebouwd met optredens op het Rhythm n Blues Festival in Peer.

De bezetting bestond destijds uit muzikanten zoals drummer Michael Schack en gitarist Marty Townsend.

Een leuk weetje over de band is dat zij destijds een unieke sound creëerden door de inzet van de toen nog relatief onbekende achtergrondzangeressen, die later zelf grote carrières zouden uitbouwen.

De vaste kern van deze getalenteerde dames bestond uit Anja Baert, Catherine Mys, Cindy Barg en Micheline Van Hautem, terwijl in de beginjaren ook presentatrice Sabine de Vos wel eens inviel.

Anja Baert kreeg naderhand grote bekendheid als soloartiest onder haar artiestennaam Chelsy.

Micheline Van Hautem maakte naam in de theaterwereld met haar veelgeprezen vertolkingen van het chansonrepertoire van Jacques Brel.

Zij kon daarbij ook rekenen op een trouwe schare bewonderaars; zo was ik destijds zelf een groot fan en trad ze ook geregeld op in mijn eigen zaak, de Hotsy Totsy in Gent.

Waar trouwens ook Luke Walter Jr. na een optreden in Gent en omgeving vaak naar de Hotsy Totsy kwam met zijn gezelschap.

De grote doorbraak volgde in 1991 met het album Bridge To Your Heart.

De door Dani Klein geproduceerde titeltrack en nummers als September en de Bill Withers-cover Who Is He (And What Is He To You)? werden grote successen.

Dani Klein, die destijds al succes oogstte met Vaya Con Dios, leverde bovendien zelf vocalen aan voor de titeltrack van die plaat.

Wist je dat het nummer ‘Bridge To Your Heart” oorspronkelijk niet eens als single gepland was, maar door de overweldigende reacties tijdens radio-interviews en liveoptredens alsnog werd uitgebracht?

Met de opvolger ‘Where Do You Go?’ kreeg de band ook voet aan de grond in het buitenland, mede dankzij radiohits zoals ‘Pretty Good’ en de Toto-cover ‘Hold The Line’.

Luke Walter Jr. stond erom bekend dat hij nummers zo intens kon brengen dat Toto-gitarist Steve Lukather destijds liet weten erg onder de indruk te zijn van hun coverversie.

Toen Luke Walter Jr. ziek werd door leukemie, kwam de band nog maar sporadisch bij elkaar.

Er werd zonder veel succes geëxperimenteerd met andere zangers, maar in 1996 bracht Luke zelf nog de soloplaat ‘Back To Normal’ uit.

Dit album was zijn muzikale testament en liet een zeer persoonlijke, breekbare kant van de zanger horen.

Na zijn overlijden zetten de overige bandleden hun carrière elders voort.

Michael Schack speelde later bij Clouseau, Angelico en Netsky, en groeide uit tot een internationaal gerespecteerde demonstrateur van elektronische drums.

Marty Townsend werd een veelgevraagd producer voor artiesten als Pop In Wonderland, Spark, John Terra, Jo Vally en Barbara Dex.

Ook speelde hij samen met Nick Beggs in de Belgische progrockband Fish On Friday.

Fish On Friday staat onder contract bij het Britse label Esoteric Recordings en heeft inmiddels zes albums op zijn naam staan, met ‘8 mm’ uit 2023 als meest recente wapenfeit.

Hun muziek wordt omschreven als een verfijnde mix van pop en progressieve rock die toegankelijk is voor een breed publiek.

Het muzikale familieverhaal achter het succes van Vader Abraham en Wilma met Zou Het Erg Zijn Lieve Opa

In 1971 sloegen de jonge Wilma Landkroon en Pierre Kartner, beter bekend als Vader Abraham, de handen ineen voor een single die een onuitwisbare indruk zou achterlaten op de Nederlandstalige muziekgeschiedenis.

Het resultaat van deze samenwerking was het emotionele levenslied Zou Het Erg Zijn, Lieve Opa.

Wilma Landkroon werd geboren in april 1957.

Het talent en de liefde voor muziek zaten overduidelijk in de familie Landkroon.

Haar broer Henny Thijssen is een veelzijdige Nederlandse zanger, tekstschrijver en componist die geboren werd op 18 april 1952 in Utrecht en al vele jaren in Enschede woont.

Als oudere broer van Wilma Nic en haar jongere zus Reiny Landkroon vormt hij een belangrijk onderdeel van dit muzikale gezin. Reiny Landkroon werd in 1965 geboren in Enschede en zou later eveneens haar weg naar het podium vinden.

In 1968 werd het jonge kindsterretje Wilma ontdekt door Addy Kleyngeld, die haar vervolgens voorstelde aan Gert Timmerman.

Op het platenlabel van Timmerman, Carpenter, verscheen in november 1968 haar debuutsingle ‘Heintje (Bau’ Ein Schloss Für Mich)’.

Haar heldere stem scoorde al snel grote successen bij het publiek, gevolgd door platen zoals haar vierde single ‘Tachtig Rode Rozen’.

Haar jeugd stond volledig in het teken van optredens, studio-opnames en de schijnwerpers, een wereld waarin ze intensief werd begeleid en gestuurd door volwassen producers en managers.

Na deze vierde single kwam Wilma onder contract bij het platenlabel Elf Provinciën, waar ze ging samenwerken met Pierre Kartner.

Pierre Kartner was in diezelfde periode hard op weg om een van de meest succesvolle en productieve componisten, tekstschrijvers en producers van Nederland te worden.

Aan het begin van de jaren zeventig creëerde hij zijn personage Vader Abraham, aanvankelijk omringd door zijn Zeven Zonen.

Kartner had een feilloos gevoel voor wat het grote publiek wilde horen en wist als geen ander sentiment en herkenbare maatschappelijke thema’s te vertalen naar aanstekelijke melodieën.

De samenwerking voor ‘Zou Het Erg Zijn Lieve Opa’ bleek een gouden greep.

Het nummer is opgebouwd als een dialoog tussen een bezorgd kleinkind en haar grootvader.

Wilma stelt de melancholische vraag wat er gebeurt als opa er later niet meer is en of het erg is als ze dan om hem huilt.

Vader Abraham stelt haar in het lied gerust met zijn warme, vaderlijke stem.

De combinatie van de breekbare kinderstem van Wilma en de diepe, geruststellende stem van Kartner raakte direct de juiste snaar bij het publiek.

De single werd uitgebracht in 1971 en groeide in recordtempo uit tot een gigantisch succes.

In de zomer van 1971 bereikte de single de eerste plaats in de Top 40 in Nederland.

Het werd de allereerste nummer 1-hit voor Vader Abraham en betekende voor Wilma de absolute piek van haar muzikale carrière.

Er werden honderdduizenden exemplaren van de single verkocht.

Bij ons in Vlaanderen kende het nummer echter een veel bescheidener hitverloop; daar bereikte het nummer maar de zesentwintigste plaats in de Joepie Top 30 en het bereikte zelfs geen plaats in de BRT Top 30.

Op zijn eentje moest Vader Abraham wachten tot 1974 met het carnavalsnummer ‘Den Uyl is in den olie’, dat hij opnam samen met Boer Koekoek.

Deze single stond destijds twee weken op de eerste positie.

Zijn allergrootste succes volgde in 1977 met ‘Het Smurfenlied’.

Die plaat werd een gigantische internationale hit en stond maar liefst zeven weken lang op nummer 1 in de Top 40.

Ondanks het enorme succes en de vertederende uitstraling van het nummer, kende de samenwerking achter de schermen ook een schaduwzijde.

Na de grote hit ging het bergafwaarts met Wilma.

De single ‘Waarom laat iedereen mij zo alleen’ was voorlopig haar laatste studio-opname en in 1972 eindigde de samenwerking met Kartner alweer.

Wilma hield aan haar periode met Pierre Kartner en de muziekindustrie in het algemeen gemengde en later zelfs overwegend negatieve herinneringen over.

Als kindsterretje voelde ze zich achteraf vaak financieel en emotioneel tekortgedaan door de volwassenen die haar carrière stuurden, waarbij de zakelijke belangen de overhand hadden.

Het leven na de vroege roem verliep moeizaam voor Wilma.

Ze belandde in een kindertehuis en werd in 1975 gearresteerd wegens inbraak.

Pas in 1981 liet ze muzikaal weer van zich horen, toen ze meezong op de single ‘Van Washington naar Moskou’, die werd uitgebracht onder de projectnaam Sterren Voor Vrede.

Aan dit project werkten ook andere bekende namen mee, zoals Peter Koelewijn, Conny Vink, Dries Holten, Jacques Herb en Don Mercedes.

Terwijl Wilma destijds probeerde haar leven weer op de rit te krijgen, begon haar zus Reiny Landkroon in de jaren tachtig aan haar eigen muzikale loopbaan.

Tussen 1983 en 1988 trad Reiny voornamelijk op onder de artiestennaam Sacha.

Onder deze naam bracht ze diverse singles uit in het Nederlandse levenslied- en popgenre, waarvan een aantal nummers mooie successen werden.

Bekende titels van Sacha uit die periode zijn onder andere ‘Eenzame nachten’, ‘Die mooie melodie’, ‘Maar nu is het te laat’, ‘Geloof me’ en ‘Gevangen tussen vier muren’.

Na haar periode als Sacha besloot ze te gaan zingen onder haar eigen voornaam Reiny.

Onder haar eigen naam bracht ze nummers uit zoals ‘Zo gelukkig met jou’ en ‘Nu je weg bent’

Ook werkte ze in de loop der jaren samen met andere bekende namen uit de Nederlandse muziekwereld.

Opvallend genoeg nam ze, ondanks de eerdere strubbelingen van haar zus Wilma, duetten op met Pierre Kartner (Vader Abraham) en werkte ze ook samen met Arne Jansen.

In 2009 verscheen er bovendien een album van haar hand met de titel ‘Misschien dat het ooit nog went’.

Broer Henny Thijssen begon zijn eigen loopbaan in de rockmuziek.

Vanaf de oprichting in 1988 zong hij in de rockband East Coast, waarmee hij een album og twee singles uitbracht.

Met deze band won hij in 1988 de publieksprijs en de derde prijs van de vakjury op het alternatieve Wereld Songfestival in Bratislava met het nummer ‘Save Our Planet’.

De band stopte in 1990, waarna hij zich steeds meer ging richten op het schrijven en produceren van muziek, met name binnen het levenslied.

Als componist en tekstschrijver bouwde Henny achter de schermen een enorme reputatie op.

Hij werd de creatieve kracht achter talloze successen van bekende Nederlandse artiesten.

Zo schreef hij mee aan het bekende nummer ‘Ga’ van André Hazes, dat werd uitgebracht op 1 januari 2000 en waarmee hij goud en platina behaalde.

Daarnaast leverde hij veelvuldig nummers aan artiesten zoals Koos Alberts, voor wie hij nummers schreef als ‘Tranen van verdriet’ en het album ‘Net als vroeger’

Ook schreef hij hits voor Tino Martin, Corry Konings, Frans Bauer, Marianne Weber en zorgde hij voor de muzikale doorbraak van Frank van Etten.

Voor zijn omvangrijke en belangrijke bijdrage aan de Nederlandstalige muziekcultuur ontving hij de Hollandse Meester Award van Buma Stemra.

Hoewel hij decennialang vooral succesvol was als schrijver voor anderen, bracht Henny zelf ook diverse solosingles en de albums Tastbaar en Levensecht uit.

Het grote publiek maakte opnieuw kennis met zijn markante stemgeluid door zijn deelname aan de talentenjacht Bloed, zweet en tranen op SBS6, waarin hij de finale bereikte.

Zijn echte grote doorbraak als zanger bij het grote publiek kwam in 2020, toen hij op 68-jarige leeftijd meedeed aan het televisieprogramma The Voice Senior op RTL 4 en na een indrukwekkend parcours tot winnaar werd gekroond.

In de vroege jaren negentig volgden voor Wilma nog enkele comebackpogingen. De singles ‘Het leven is oneerlijk’, ‘Recht op een beetje geluk’ en ‘Waarom heb ik je nodig?’ uit 1992 leverden ondertussen niet het verhoopte succes op.

Persoonlijk drama trof haar in 1994, toen ze het nieuws haalde omdat haar huis volledig afbrandde.

Bij deze calamiteit gingen al haar behaalde gouden platen verloren. Een jaartje later, in 1995, besloot Wilma de showbizz definitief de rug toe te keren.

Slechts sporadisch trad ze daarna nog in de openbaarheid.

In 2005 was ze samen met Jan Smit te gast in een televisieprogramma van Paul de Leeuw.

Tijdens deze uitzending stak ze haar diepe, negatieve herinneringen aan haar voormalige managers en begeleiders Ben Essing en Pierre Kartner niet onder stoelen of banken.

Desalniettemin blijft ‘Zou Het Erg Zijn Lieve Op’a een historisch document in de popgeschiedenis van de Lage Landen.

Het markeerde de definitieve doorbraak van Vader Abraham als topentertainer en staat symbool voor het tijdperk van het emotionele Nederlandse levenslied aan het begin van de jaren zeventig.

Het bewogen levensverhaal van Will Ferdy.

Will Ferdy werd in 1927 in Gent geboren als Werner Ferdinande en besloot in 1948, op eenentwintigjarige leeftijd, om van zingen zijn beroep te maken.

Drie jaar later, in 1951, scoorde hij zijn allereerste hit met het nummer Ziede Gij me Gere.

Ferdy kende veel succes als Vlaamse zanger en leunde in zijn repertoire graag aan bij het Franse chanson.

Deze voorliefde leverde hem zelfs een gouden plaat op voor een album met covers van Jacques Brel.

Daarnaast had hij groot succes met ‘Het Schrijverke’, gebaseerd op het bekende gedicht van Guido Gezelle, en met de liefdesballade ‘Christine’.

Dit laatste nummer groeide uit tot zijn lijflied.

Hoewel de tekst aan een vrouw met de naam Christine gericht was, ging het in werkelijkheid over Raf, een waargebeurde en verloren liefde van de zanger.

Enkele jaren geleden vertelde hij daarover in het radioprogramma De Madammen.

Hij gaf toe dat de naam hem nog steeds pijn deed, aangezien Raf zijn grote liefde was.

Na hun breuk ontmoetten ze elkaar nog twee keer.

Tijdens een van die bezoeken dacht Ferdy dat alles weer goed zou komen, tot er plots op de deur werd geklopt.

Er kwam een andere man binnen die door Raf werd voorgesteld als zijn nieuwe vriend, wat voor de zanger een uiterst pijnlijk moment was.

Raf overleed later aan kanker, een feit dat Ferdy pas twee jaar na diens dood per toeval te horen kreeg.

In december 1970 sprak Ferdy voor het eerst publiekelijk over zijn homoseksuele geaardheid.

In een later interview omschreef hij dit als een zeer emotioneel moment waarbij hij, samen met zijn moeder, met het zweet in de handen naar de uitzending zat te kijken.

Zijn vader was op dat moment al overleden. Hoewel die wist dat zijn zoon homo was, had hij daar nooit een verwijtend woord over gesproken.

Ook zijn moeder was al lang op de hoogte.

Toch had zijn coming-out grote gevolgen voor zijn carrière. In Het Nieuwsblad vertelde Ferdy dat hij het in het begin erg moeilijk had, voornamelijk door de hypocrisie.

Dit merkte hij ook bij de VRT, de toenmalige BRT. Terwijl hij voorheen regelmatig optrad in jeugduitzendingen, liet diezelfde dienst hem plotseling weten dat ze hem voorlopig niet meer konden vragen.

Wat betreft de reactie van de kerk, gaf hij toe dat hij overwegend positieve ervaringen had, op één priester in Maldegem na die vanaf de preekstoel tegen hem predikte.

Ferdy bleef zingen tijdens missen en priesterwijdingen, en trad zelfs op aan de zijde van kardinaal Danneels.

Van zijn beslissing om uit de kast te komen heeft hij bovendien nooit spijt gehad.

Hij was blij dat hij de stap had gezet en verklaarde in een interview dat hij het onmiddellijk opnieuw zou doen.

Zijn rijke muzikale loopbaan werd in 2001 bekroond met een plaats in de Eregalerij voor een leven vol muziek.

Will Ferdy bleef tot op hoge leeftijd actief toeren met zijn liedjes, maar besloot om eind juni 2014 definitief een punt achter zijn carrière als zanger te zetten, omdat hij in schoonheid wilde eindigen.

Op Radio 2 vertelde hij later dat hij het optreden tot zijn eigen grote verwondering helemaal niet miste.

Waar hij vroeger verslingerd was aan het publiek en de sfeer in de zalen, deed het hem nadien niets meer.

Wanneer hij collega’s aan het werk zag, stelde hij enkel tevreden vast dat hij dat allemaal ook had gedaan.

Will Ferdy, die al enige tijd aan hartproblemen leed, overleed uiteindelijk op 8 november 2022 op 95-jarige leeftijd.

Hij stierf in familiale kring in zijn serviceflat in Antwerpen.

Vandaag bereikte ons het droevige nieuws dat Margriet Hermans op 72-jarige leeftijd is overleden.

e laat een indrukwekkende en veelzijdige erfenis achter in de Vlaamse showbizz, de politiek en ver daarbuiten.

Wat veel mensen misschien niet weten, is dat Margriet haar professionele carrière oorspronkelijk begon voor de klas als leerkracht Frans, geschiedenis en Engels.

In 1985 maakte ze echter de verrassende overstap naar de muziek, en dat bleek een gouden zet.

Als zangeres scoorde ze al snel onvergetelijke hits zoals Een vriend, Alle mooie mannen zijn zo lelijk en Laissez rouler le bon temps, Jacqueline.

Haar muzikale succes opende al snel de deuren naar de televisiewereld.

Tussen 1989 en 1997 groeide ze uit tot een absoluut kijkcijferkanon voor de openbare omroep met haar eigen talkshow Margriet, die in de zomers steevast werd uitgezonden vanuit het Casino in Middelkerke.

Met haar onmiskenbare, bulderende lach en bijzonder spontane stijl werd ze een van de populairste schermgezichten van het land.

Ze was in die tijd een absolute vaste waarde in de huiskamers, niet alleen als presentatrice, maar ook als gewaardeerd panellid in geliefde programma’s zoals De zoete inval op Radio 2 en de legendarische komische quiz Zeg eens euh… op TV1.

Eind jaren negentig besloot Margriet een heel andere weg in te slaan en stapte ze in de politiek voor de partij Open Vld.

Ze diende jarenlang met veel vuur en engagement als Vlaams volksvertegenwoordiger, een ambt dat ze uitoefende tot ze in 2009 afscheid nam van het parlement.

Naast haar drukke publieke leven was ze in de eerste plaats een bijzonder trotse moeder van haar dochter Celien Deloof.

Moeder en dochter deelden een enorme passie voor zingen en stonden in de loop der jaren regelmatig samen op het podium.

Margriet was bovendien altijd heel erg eerlijk over haar persoonlijke leven; zo sprak ze als een van de eersten in Vlaanderen erg openhartig over haar maagverkleining, wat voor veel mensen bijzonder inspirerend en drempelverlagend werkte.

In 2022 maakte ze een fantastische, breed gedragen muzikale comeback dankzij haar deelname aan het VTM-programma Liefde voor muziek.

Haar vrolijke cover ‘Lekker blijven hangen’, een Nederlandstalige bewerking van ‘She’s after my piano’ van 2 Fabiola, werd een gigantisch succes waarmee ze volkomen verdiend de begeerde Radio 2 Zomerhit in de wacht sleepte.

Als ultieme kroon op haar schitterende carrière werd ze in 2023 feestelijk opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

Deze bekroning bevestigde nog maar eens haar status als een ware icoon van de entertainmentwereld.

De zangeres Micha Marah is een achternicht van Hermans.

Vlaanderen neemt vandaag afscheid van een warme, kleurrijke en veelzijdige vrouw die generaties lang zorgde voor een lach en een traan.

Een foto van lang geleden, van Margriet Hermans (foto uit mijn privécollectie)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans en haar eerste single een vriend.

Het nummer is geschreven door Chris Peeters, Marc Dex en
Margriet Hermans.
Roland Verlooven zorgde voor een indrukwekkende productie.
De single was goed voor een eerste plaats in de Vlaamse Top 10 op 5 september 1987.

Margriet Hermans, dit is mijn paleis (Story 19 mei 1987)

Gisteren nog vandaag

Margriet Hermans medewerking aan Werelddierendag in het teken van onze vrienden de hond en de kat.(4 oktober 1991)

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het precies 95 jaar geleden dat de veelzijdige Nederlands-Belgische entertainer Henk van Montfoort werd geboren.

Zijn indrukwekkende loopbaan als presentator, zanger, acteur en conferencier begon vlak na de oorlog in een bescheiden schoolorkestje.

Al snel vond hij zijn weg naar grotere podia op gala’s en kermissen.

Een belangrijke wending in zijn leven vond plaats in de jaren vijftig in Amsterdam, waar hij zijn eerste vrouw Yvonne Henneco ontmoette.

Hij volgde haar naar België en kwam zo terecht in de artistieke kringen rond het orkest van Marcel Hellemans.

In de jaren die volgden werkte hij samen met bekende namen zoals Miel Cools en Claire.

Met die laatste scoorde hij in 1977 een grote hit; hun duet ‘Op de purp’re hei’ voerde twee weken lang de Vlaamse top tien aan.

Hoewel hij zijn mediacarrière op de radio startte, werd hij bij het grote publiek vooral geliefd via de televisie.

Opvallend genoeg was hij vaker op de Belgische dan op de Nederlandse buis te zien, met succesvolle programma’s als Hallo met Henk en Henk in Wonderland.

In Nederland genoot hij bekendheid met titels als Hallo hier Hilversum.

Naast zijn werk als presentator was Van Montfoort in de jaren zestig een veelgeziene gast in diverse televisiefilms en series.

Hoewel hij begin jaren tachtig officieel besloot om het rustiger aan te doen, bleef het podium aan hem trekken.

Foto met zijn zoon Tonny Van Montfoort, helaas ook al overleden op 24 april 2024.

Tot in 2001 trad hij nog regelmatig op met een speciale show voor senioren.

Henk van Montfoort overleed uiteindelijk op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker.

Vandaag viert Ivan Moerman, beter bekend onder zijn artiestennaam Jimmy Frey, zijn zevenentachtigste verjaardag.

Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.

Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.

Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.

Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.

Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.

In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.

Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.

Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.

Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’

Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.

Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.

Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.

Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.

Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.

In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.

Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.

De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.

Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.

Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.

Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.

Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.

Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.

De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.

Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.

Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.

Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.

Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.

Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.

Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.

Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.

Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.

Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.

Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.

Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.

In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.

Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.

In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.

Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.

In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.

Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.

Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.

Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.

In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.

Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.

Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.

Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.

Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.

Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.

Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.

Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.

In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.

In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.

Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.

De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.

De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.

Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.

Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.

Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.

Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979

Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey (september 1979)

Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).

Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979

Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.

De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)

Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)

Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)

Gisteren nog vandaag

Precies vijftig jaar geleden maakte de Vlaamse formatie Trinity haar debuut in de Joepie Top 50 met de hit 002-345-709 (That’s My Number).

Deze discoklassieker bleek een schot in de roos en bestormde de hitlijsten in zowel België als Nederland.

Zo behaalde de groep een indrukwekkende tweede plaats in de Belgische Radio 2 Top 30, terwijl het nummer in Nederland doorstootte naar de vierde positie in de Nationale Hitparade en de achtste plek in de Top 40.

Het trio achter dit succes bestond uit Sofie Verbruggen, simpelweg bekend als Sofie, en de muzikanten Fred Bekky en Bob Bobbot.

De twee mannen, die eigenlijk Fred Beeckmans en Bob Baelemans heetten, waren bekende gezichten in de muziekwereld.

Na het uiteenvallen van hun eerdere band The Pebbles besloten zij samen met Sofie een nieuwe weg in te slaan met de oprichting van Trinity.

Hoewel Fred Bekky inmiddels helaas is overleden, leeft de muzikale erfenis van de groep nog altijd voort.

Gisteren nog vandaag

De Belgische formatie Trinity scoorde in 1977 een opvallende hit met het nummer Drop, Drop, Drop.

De compositie was het resultaat van de samenwerking tussen Fred Bekky, de artiestennaam van Fred Beeckmans, en Bob Bobbot, ook wel bekend als Bob Baelemans.

Met dit lied waagde de groep hun kans tijdens de Belgische preselecties voor het Eurovisiesongfestival van dat jaar. Hoewel hun inzending een sterke indruk maakte, slaagden ze er net niet in om de overwinning binnen te slepen.

Ze moesten de eer laten aan Dream Express, de groep waar overigens voormalig Pebbles-lid Luc Smets deel van uitmaakte.

Ondanks dat Trinity België niet mocht vertegenwoordigen op het Europese podium, kende het nummer in eigen land een succesvol verloop in de hitlijsten.

De single wist op te klimmen naar een verdienstelijke twaalfde plaats in de toenmalige BRT Top 30.

In Nederland verliep het succes wat moeizamer; daar bleef de plaat steken in de Tipparade en bereikte deze de officiële verkooplijsten niet. Toch blijft Drop, Drop, Drop een memorabel onderdeel van de Belgische popgeschiedenis uit de late jaren zeventig.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

In maart 1981 ontmoetten Mireille Mathieu en de Nederlandse band B.Z.N. elkaar persoonlijk.

De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.

De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.

Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.

Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.

De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.

De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.

Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.

Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.

De Vlaamse groep Madou, geen volksmuziek, maar muziek van nu voor het volk van nu

45 jaar geleden, de Vlaamse groep Madou staat voor een opvallende breuk met de traditionele volksmuziek.

Hoewel de kernleden hun sporen verdienden in de formatie Rum, kiezen zij voor een geluid dat volledig geworteld is in de moderne tijd.

De band presenteert zich toen als een collectief dat muziek maakt voor de mensen van nu, wars van de brave en voorspelbare paden die de folkwereld vaak kenmerken.

De muziek van Madou vormde begin jaren tachtig een unieke combinatie in het Nederlandstalige muzieklandschap.

In de melodieën waren de folkinvloeden nog sterk te horen, maar de teksten behandelden het, vaak bittere, leven van nu.

Gebroken relaties en de harde dagelijkse werkelijkheid vormden de thematiek, waaraan de stem van Vera Coomans nog een extra tragische toets toevoegde.

Een derde element was het eerder moderne instrumentarium waarmee de nummers waren gearrangeerd, waardoor de associatie met traditionele folk moeilijk te maken viel.

Wegens het uitblijven van commercieel succes bleef het destijds bij die ene plaat.

Het duurde tot de hernieuwde populariteit van de folk vanaf omstreeks 2000, voordat de muziek van Madou een echte cultstatus kreeg.

In 2005 bracht Vera Coomans met de muzikanten van Jaune Toujours het oude repertoire al eens opnieuw onder de naam Madouce.

Veertig jaar na het ontstaan van de groep kreeg de band echter een definitieve doorstart onder impuls van Thomas Devos en Louis Van de Leest.

In februari 2021 verscheen de nieuwe single Ronquières, in september van dat jaar gevolgd door hun tweede album ‘Is Er Iets?’.

Na een Rewind-concert in de Ancienne Belgique en de single Mooie Dag verscheen op 22 november 2024 hun derde album ‘Engel’.

Tijdens de daaropvolgende tournee door Vlaanderen was vrijwel de volledige bezetting uit 1981 weer van de partij.

Jan Devos zorgde voor heropgevist en nieuw tekstmateriaal, terwijl Wiet Van de Leest de toetsen, viool en strijkersarrangementen voor zijn rekening nam.

Vera Coomans schitterde met een stem die doorheen de jaren alleen maar aan patina heeft gewonnen.

Ook Thomas Devos, zoon van Jan en Vera en bekend van projecten als Rumplestitchkin en Tommigun, sloot zich aan.

Hij bracht vers materiaal aan dat het vuur liet heropflakkeren en maakte nieuwe arrangementen voor de oude songs.

De herwaardering voor de groep bereikte een hoogtepunt in februari 2026, toen Vera Coomans de Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.

In diezelfde maand behaalde hun nummer ‘Niets is voor Altijd’ de vierendertigste plaats in de Belpop 100.

Het succes zet zich voort in 2027 met drie grote concerten: op 27 januari in De Roma in Antwerpen, op 29 januari in de Handelsbeurs in Gent en op 31 januari in Le Botanique in Brussel.

De ticketverkoop voor de concerten in Antwerpen en Brussel is inmiddels van start gegaan (Joepie 1 maart 1981)

De schaduwzijde van Tien om te zien: goudkoorts en gebroken dromen in de Vlaamse showbizz

De opmars van de Vlaamse amusementsmuziek aan het begin van de jaren negentig werd gedreven door een grenzeloos optimisme bij duizenden aspirant-artiesten.

Aangespoord door familie, fans en kleine platenbonzen geloofden velen oprecht dat ze een fantastisch talent bezaten.

Dit leidde ertoe dat artiesten soms wel zes singles opnamen en tot anderhalf miljoen Belgische frank investeerden — wat vandaag de dag neerkomt op ruim 37.000 euro — voordat ze beseften dat de beloofde distributie en promotie door de platenfirma uitbleven.

In de praktijk moesten vaders van jonge zangers vaak zelf met de auto de lokale winkels bevoorraden, omdat de beloofde nationale promotie uitbleef.

Het enorme succes van het wekelijkse muziekprogramma Tien om te zien op de commerciële televisie fungeerde hierbij als de grote katalysator.

Het programma bood een ongekend nationaal podium voor het levenslied en de lokale popmuziek, waardoor de verkoopcijfers van Vlaamstalige producties explodeerden.

Voor gevestigde iconen zoals Willy Sommers, die al sinds de jaren zeventig een sterrenstatus genoot met klassiekers als Zeven anjers, zeven rozen, betekende dit een krachtige tweede adem.

Het programma verbond de jarenlange ervaring van dergelijke boegbeelden met een hernieuwde commerciële dynamiek, waardoor zij ook bij een jongere generatie prominent in het vizier bleven.

Opvallend is dat Nederland op dit vlak een belangrijke voorloper was waar veel Vlamingen jarenlang naar keken.

Al vanaf 1971 was daar Op losse groeven te zien, dat later werd opgevolgd door Op Volle Toeren.

Beide programma’s werden gepresenteerd door Chiel Montagne, die daarmee de absolute pionier van het genre was.

Montagne, die helaas op 24 juli 2025 is overleden, bleef voor velen het symbool van de waardering voor het Nederlandstalige lied.

Omdat de Vlaamse staatszender BRT dergelijke amusementsvriendelijke programma’s nauwelijks bood, stemden veel kijkers in Vlaanderen, zoals ik, af op de Nederlandse televisie voor hun portie muziek van eigen bodem.

Pas met de komst van VTM kregen deze artiesten met Tien om te zien eindelijk een eigen lokaal platform van vergelijkbare schaal.

Naast de gevestigde waarden ontstond er in Vlaanderen echter een enorme nieuwe instroom die hoopte op een vergelijkbare doorbraak als bij de noorderburen.

Dit creëerde een scherp onderscheid tussen de professionele top en de wereld van de loonpersingen.

Terwijl de echte sterren konden rekenen op professionele begeleiding, boden kleine labels amateurs de kans om tegen hoge prijzen een single op te nemen.

Zangers draaiden vaak zelf volledig op voor de productiekosten. Voor een oplage van duizend exemplaren betaalde een artiest destijds tussen de 70.000 frank (ongeveer 1.735 euro) en 115.000 frank (bijna 2.850 euro).

Dit bedrag dekte de kosten voor de studio en een vierkleurenhoes, maar de beloofde kwaliteit bleek in de praktijk niet altijd op waarheid te berusten.

De markt raakte hierdoor verzadigd met muziek die door experts vaak als hopeloos ouderwets werd omschreven.

Het was niet ongewoon dat dezelfde melodieën aan verschillende artiesten tegelijkertijd werden verkocht, waarbij enkel de tekst werd aangepast.

Maandelijks stroomden er tientallen van dit soort singles en cassettes binnen bij televisieproducenten, ingestuurd door mensen die ervan overtuigd waren dat zij de volgende grote ster zouden worden naast hun idolen uit de jaren zeventig en tachtig.

Sommigen gingen zelfs zo ver dat ze hun volledige spaargeld van bijvoorbeeld 800.000 frank (circa 19.830 euro) opofferden voor een moment in de spotlights.

Voor de meeste van deze hoopvolle talenten bleef de kelder echter de uiteindelijke bestemming voor hun voorraad.

Meer dan de helft van de geperste singles raakte men aan de straatstenen niet kwijt.

De schrille tegenstelling tussen de weinigen die werkelijk doorbraken en de massa die enkel betaalde voor een illusie, typeerde deze gouden jaren van de Vlaamse showbizz.

Ondanks de financiële aderlating bleven velen hun uitgaven zien als een noodzakelijke investering in een droom, waarbij de glitter van het televisiescherm een onweerstaanbare, maar voor velen onbereikbare aantrekkingskracht behield.

Vandaag is het ook tien jaar geleden dat de Vlaamse charmezanger Eddy Wally is overleden.

Eduard Van de Walle, de man die de wereld zou veroveren als Eddy Wally, werd op 12 juli 1932 geboren in een arbeidersgezin in Zelzate.

De kiem voor zijn showbizzcarrière werd gelegd door zijn vader Henri, een teerfabriekarbeider die zelf ook optrad en de jonge Eduard leerde musiceren op de accordeon, gitaar en mondharp.

Het noodlot sloeg echter vroeg toe: toen Henri op 49-jarige leeftijd overleed, moest de pas veertienjarige Eduard als kostwinner aan de slag in een weverij.

Toch liet hij zijn dromen niet varen. Na zijn werkuren schuimde hij de toenmalige talentenjachten, de zogeheten crochetwedstrijden, af.

Daar vond hij niet alleen een publiek, maar ook de liefde van zijn leven, Mariëtte.

Het paar trouwde in 1956 en kreeg een jaar later hun dochter Marina.

In de vroege jaren 60 begon het grote avontuur onder zijn nieuwe artiestennaam.

Eddy opende zijn eigen dancing Paris-Las Vegas in Ertvelde en combineerde dat met zijn werk op de Vlaamse markten.

Als marktkramer verkocht hij met zwier handtassen, een stiel die hem de knepen van het entertainment bijbracht en die hij nooit zou vergeten; hij bleef zichzelf altijd zien als een man van het volk, wat later prachtig tot uiting kwam in zijn lied ‘Als Marktkramer Ben Ik Geboren’

De grote ommekeer kwam in 1966 door zijn samenwerking met de Nederlandse producer Johnny Hoes.

Hun eerste single Chérie werd een ongekend succes: een nummer 1-hit in de Ultratop met meer dan 50.000 verkochte exemplaren.

Wat volgde was een indrukwekkende reeks successen en opmerkelijke wapenfeiten zonder afzonderlijke grenzen tussen zijn rollen als zanger en entertainer.

Naast klassiekers als Ik Spring Uit Een Vliegmachien bewees Eddy zijn tijdloze kracht in 1995 met de house-versie Chérie (Is In Da House).

Deze gigantische comeback bereikte zelfs de Nederlandse Tipparade.

Als de Voice of Europe trok hij bovendien naar Las Vegas en Rusland, terwijl zijn debuuthit in het Chinees werd vertaald als Baobei.

Zijn liveoptredens waren legendarisch, niet alleen om de muziek, maar vooral om de ongeëvenaarde interactie met zijn fans.

Met een ontwapenend enthousiasme strooide hij kwistig met oneliners die uitgroeiden tot zijn handelsmerk.

Wanneer hij het podium betrad, klonk steevast het triomfantelijke “Eddy Wally is in the house!”, gevolgd door een oprecht “Geweldig!” bij elk applaus.

Deze uitspraken waren geen ingestudeerde nummertjes, maar een uiting van zijn natuurlijke charisma, waardoor hij uitgroeide tot een onmisbaar mediafenomeen.

Hij toonde zijn enorme zelfspot in het absurdistische programma Lava als Kapitein Wally, samen met Kamagurka en Herr Seele op de tv.

Zijn status was zo groot dat hij opdook in strips van Urbanus en Suske & Wiske, en gastrollen vertolkte in F.C. De Kampioenen en de film Camping Cosmos.

De erkenning voor zijn unieke persoonlijkheid reikte uiteindelijk tot in de kosmos; in 1994 werd de planetoïde (2025) Eddywally naar hem vernoemd.

In 2013 volgde een lokaal hoogtepunt toen hij de allereerste ereburger van de Gentse Feesten werd.

Met de persoonlijke documentairereeks Kroost uit 2014 werd het beeld van de volksjongen die uitgroeide tot een wereldster definitief vereeuwigd.

Morgenavond, 7 februari, brengt VRT 1 de eenmalige docu ‘Chérie’, naar aanleiding van het overlijden van volksheld, cultfiguur, charmezanger en fenomeen Eddy Wally tien jaar geleden.

Foto van Eddy Wally in zijn geliefde dancing ‘Paris-Las Vegas’ in Ertvelde