
65 jaar geleden, reclame voor frituurvet van het merk Ozo

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.
In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.
Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).
Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.
Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.
Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).
Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.
Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.
Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.
“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.
Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.
Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).
Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.
Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.
Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”
Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.
Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.
In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.
Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.
Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.
Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.
Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.
“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.
Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.
De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.
Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

De Duits-Roemeense producer Michael Cretu kende halfweg de jaren 80 bijzonder veel succes met zijn zingende echtgenote Sandra (o.a. van ‘Maria Magdalena’).
Maar veruit het grootste succes kende hij met zijn project Enigma. De opvallende mix van Gregoriaanse gezangen, een dance-beat en de sensuele stem sloeg in als een bom.
Het debuutalbum ‘MCMXC a.d.’ dat in december 1990 verscheen, kreeg 57 keer platina en stond in 41(!) landen op n°1.
Het was op dat moment de succesvolste plaat van Virgin Records!
De single ‘Sadeness part 1’ stond in december 1990 in 24 landen op n°1 en was een top 5-hit tot in de VS.
Sandra verzorgde, net als op de meeste nummers, de vocalen.
De gezangen zijn samples uit een album van een Duits koor uit 1976.
Aanvankelijk werd Cretu beschuldigd van plagiaat, maar uiteindelijk werd er een schikking getroffen.










Francisco Maria da Silva was een invloedrijke Portugese prelaat die als aartsbisschop van Braga diende tijdens een van de turbulentste periodes in de Portugese geschiedenis.
Zijn leven werd gekenmerkt door een diepgaand geloof, een sterke intellectuele vorming en een onwrikbare houding ten aanzien van de politieke en sociale veranderingen van zijn tijd.
Geboren op 15 maart 1910 in Murtosa, studeerde hij in Rome waar hij een doctoraat in de theologie behaalde.
Op 21 mei 1932 werd hij tot priester gewijd. Zijn kerkelijke loopbaan bereikte een hoogtepunt met zijn benoeming tot hulpbisschop van Braga in 1956 en vervolgens, op 12 december 1963, tot aartsbisschop van Braga.
Als aartsbisschop nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Concilie, een gebeurtenis die zijn pastorale beleid diepgaand beïnvloedde.
De meest bepalende episode in zijn leven vond plaats na de Anjerrevolutie van 1974, tijdens de “Hete Zomer” van 1975.
In een context van intense politieke strijd, profileerde hij zich als een uitgesproken criticus van het communisme.
Zijn krachtige toespraak op 10 augustus 1975 in Braga, waarin hij het communisme veroordeelde, wordt gezien als een sleutelmoment in de mobilisatie van het conservatieve noorden van Portugal tegen de linkse revolutionaire krachten.
Naast zijn politieke stellingnames was hij een toegewijde herder voor zijn aartsbisdom.
Aartsbisschop da Silva overleed op 14 april 1977, en liet een complexe nalatenschap na als een geleerde kerkleider en een standvastige verdediger van het geloof in een tijd van grote onzekerheid.

Een groep invloedrijke vrouwen in Washington D.C., richtte het Parents Music Resource Center (PMRC) op.
Onder leiding van Tipper Gore, de toenmalige vrouw van senator Al Gore, openden ze de aanval op wat ze zagen als de verderfelijke invloed van popsongs op de jeugd.
Ze waren bezorgd over teksten die volgens hen geweld, drugsgebruik, seksuele losbandigheid en het occulte verheerlijkten.
Om hun punt kracht bij te zetten, stelde de PMRC de beruchte “Filthy Fifteen” samen, een lijst van vijftien nummers die zij als de meest aanstootgevende voorbeelden zagen.
De volledige “Filthy Fifteen” lijst was als volgt:
Prince – “Darling Nikki” (Reden: Seks/Masturbatie)
Sheena Easton – “Sugar Walls” (Reden: Seks)
Judas Priest – “Eat Me Alive” (Reden: Seks/Geweld)
Vanity – “Strap On ‘Robbie Baby'” (Reden: Seks)
Mötley Crüe – “Bastard” (Reden: Geweld/Taalgebruik)
AC/DC – “Let Me Put My Love Into You” (Reden: Seks)
Twisted Sister – “We’re Not Gonna Take It” (Reden: Geweld)
Madonna – “Dress You Up” (Reden: Seks)
W.A.S.P. – “Animal (Fuck Like a Beast)” (Reden: Seks/Taalgebruik/Geweld)
Def Leppard – “High ‘n’ Dry (Saturday Night)” (Reden: Drugs- en alcoholgebruik)
Mercyful Fate – “Into the Coven” (Reden: Occultisme)
Black Sabbath – “Trashed” (Reden: Drugs- en alcoholgebruik)
Mary Jane Girls – “In My House” (Reden: Seks)
Venom – “Possessed” (Reden: Occultisme)
Cyndi Lauper – “She Bop” (Reden: Seks/Masturbatie)
De lobby van de PMRC was zo succesvol dat het leidde tot een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat op 19 september 1985.
Hier kreeg de campagne een krachtig en onverwacht tegengeluid van drie muzikanten: folkzanger John Denver, en de rockiconen Frank Zappa en Dee Snider.
Frank Zappa, gewapend met zijn intellect en scherpe tong, noemde het voorstel van de PMRC “een ondoordacht stuk nonsens” en een gevaarlijke eerste stap richting censuur die de vrijheid van meningsuiting zou ondermijnen.
Hij waarschuwde dat vage labels artiesten zouden stigmatiseren en de creativiteit zouden smoren.
Dee Snider, de frontman van Twisted Sister, was misschien wel de grootste verrassing.
De senatoren verwachtten een rebelse en onverstaanbare rocker, maar kregen te maken met een welbespraakte man die zijn teksten met verve verdedigde.
Hij legde uit dat “We’re Not Gonna Take It” een universeel protestlied was en dat de als gewelddadig bestempelde videoclip pure, op tekenfilms gebaseerde, slapstick was.
Hij beschuldigde de PMRC van het verkeerd interpreteren van zijn werk, zoals bij het nummer “Under the Blade”, dat niet over sadomasochisme ging, maar over de angst voor een operatie.
Ondanks de indrukwekkende getuigenissen van de artiesten, zwichtte de platenindustrie uiteindelijk voor de druk.
In plaats van een gedetailleerd ratingsysteem, kwamen ze overeen om vrijwillig de bekende “Parental Advisory: Explicit Lyrics” sticker op albums met expliciete inhoud te plakken.
