
De Gentse journalist Jan Schodts (Gent, 26 maart 1937 – Kapelle-op-den-Bos, 7 maart 2018, foto mei 1989)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Dit beluik was gelegen tussen de Rozierstraat (ook nog Rogierstraat) en de Blandinusstraat (sedert 1942 : Blandijnberg).
In 1848 gaf het stadsbestuur aan aannemer Lieven De Vreese de toelating een beluik te .bouwen.
De plannen voor deze “cité ouvrière” werden ontworpen door architect Leclerc-Restiaux. De voorgevel (kant Blandijnberg) werd in 1851 opgetrokken.
Enkele jaren na de bouw, schreef J. J. Steyaert in zijn “Volledige beschrijvingvan Gent 1857″ het volgende: ”Sederdang had men vele plannen gemaekt om gemakkelyke, gezonde en goedkoope wooningen aen werkliedèn te bezorgen; dit heeft men hier verwezentlykc.
Enige oude gebouwen langs het St Pietersplein werden weggebroken, en op dien grond en op den aenpalenden hof, verscheidene ryenhuizen gebouwd, welke omtrent honderd zeer· geschikte wooningen uitmaken, en ten volle aen het menschlievend doel beantwoorden.
Deze huizen staen er langs eenen cour of ruime open binnenplaets, alwaer sommige bewooners vóór het huis een klein hoveken hebben aengelegd. Langs het plein ziet men den prachtigen voorgevel van de twee toegangen naer dit beluik; dezelve zijn in den vorm van twee arkaden of zegebogen met beelden versierd ! hetwelk van op het plein gezien, een fraai gezigt te meer oplevert:”
In het ”Verslag over het onderzoek gedaan ten jare 1904″ omtrent de beluiken binnen de Stad Gent, vernemen wij dat er in het De Vreesebeluik 67 huizen waren bewoond door 62 gezinnen waaronder 29 zonder kinderen. Totaal inwoners : 176. Kant Rozier waren er 24 huizen bewoond door 22 gezinnen met een totaal van 83 inwoners.
De zeer ongezonde Bataviawijk gelegen ten noorden van de “cité ouvrière” verdween in 1883 voor het bouwen van het Instituut der Wetenschappen tussen de Rozier en de nieuwer Plateaustraat (vroeger Laurierstraat en Kaleitje) Het De Vreesebeluik werd afgebroken- einde 1935/begin 1936- voor het bouwen van de nieuwe Universiteitsbibliotheek- met boekentoren naar de plannen van Henry Van de Velde. Op de hoek Rozier en St Hubertusstraat verrees het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde. Jaren later werden de gebouwen van de Faculteit van de Letteren en Wijsbegeerte opgetrokken aan de Blandijnberg.
Het stadsbestuur en de rijke burgerij bekostigen nieuwe prestigieuze gebouwen in het stadscentrum zoals de Aula, de opera, het justitiepaleis en talloze burgerhuizen.
De arbeidersbeluiken in het stadscentrum passen niet in hun burgerlijke plaatje en worden weggemoffeld achter nieuwe gevels. Zo krijgt de architect Charles Leclerc-Restiaux de opdracht de open ruimte aan de Sint-Pietersabdij aan te pakken.
Hij tekent een homogene compositie van burgergevels die de arbeiderskrotten maskeren.
Grenzend aan het plein, op de plaats waar vandaag de Boekentoren de faculteit Letteren en Wijsbegeerte staan, neemt Lieven De Vreese het initiatief om in 1848 een ‘modelwerkmanscité’ te bouwen.
Naar de inzichten van politicus en professor Adolphe Burggraeve, die het huisvestingsprobleem net als Mareska en Heyman vanuit het gezondheidsperspectief benadert, verrijst de ‘Cité Ouvrière of ‘De Vreesebeluik’ met bredere steegjes en comfortabelere huisjes dan zijn beruchte buur Batavia. Binnen in het beluik bevinden zich bovendien een bakkerij, kruidenierszaak, slagerij, herberg en grasplein.
Aan weerszijden van het beluik en uitgevend op het Sint-Pietersplein dienen twee triomfbogen als ingang.
Als de cholera-epidemieën van de jaren 1850 aan het De Vreesebeluik voorbij gaan, ziet men daarin het bewijs van het nut en succes van dit type beluik.
Maar het stadsbestuur is niet enthousiast: het zou de andere arbeiders maar attent maken op hun eigen miserabele woonomstandigheden (De Stad 11 mei 1934 en dank aan Gent Geprent en Stad Gent)


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag





Gisteren nog vandaag
Brabham begon zijn racecarrière in 1948 met midgetcars in Australië en Nieuw-Zeeland.
In 1955 debuteerde hij in de Formule 1 voor het team van Cooper.

Gisteren nog vandaag
Brabham won zijn eerste twee wereldtitels in 1959 en 1960 met Cooper-Climax auto’s.
In 1962 richtte hij zijn eigen team op, Brabham Racing, en won in 1966 zijn derde wereldtitel in een Brabham-Repco auto.

Brabham bleef racen tot 1970 en na zijn racecarrière leidde hij zijn team Brabham Racing tot 1985.

Hij werd in 1985 geridderd voor zijn diensten aan de autosport.
Jack Brabham overleed op 19 mei 2014 op 88-jarige leeftijd





Gaston de Gerlache was de zoon van Adrien de Gerlache, en volgde in de voetsporen van zijn vader door de tweede Belgische expeditie naar Antarctica te leiden in november 1957 tot april 1959, 60 jaar nadat zijn vader de eerste leidde met de Belgica.

Tijdens deze tweede expeditie, waarbij de Polarhav en de Polarsirkel hen naar Antarctica brachten, werd daar de Koning Boudewijnbasis opgericht.
De bedoeling van de expeditie was tweeledig.
Ten eerste wilde men wetenschappelijk onderzoek verrichten en verder wilde men Antarctica zelf ontdekken en in kaart brengen.

In 1960 publiceerde Gaston de Gerlache zijn reisverhaal in Retour dans l’antarctique.
Het jaar daarop maakte hij een documentaire over zijn expeditie onder de naam Plein sud.
Tijdens de volgende expeditie, onder leiding van Guido Derom, werd een 2400 meter hoge berg op Antarctica genoemd naar Gaston de Gerlache.
Hij woonde een tijdlang in het kasteel de Gerlache te Huise en Gaston was gehuwd met Lily van Oost, een dochter van bouwheer Georges van Oost.

Hij was gedurende achttien jaar burgemeester van Mullem, zijn vrouw Lily gedurende zes jaar, tot de fusie in 1976.
Na zijn overlijden werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in de familiegrafkelder op het kerkhof van Gomery, waar zich ook het familiekasteel bevindt.



Het Eurovisiesongfestival 1979 was het vierentwintigste Eurovisiesongfestival en vond plaats op 31 maart 1979 in het International Convention Center (ICC) van Jeruzalem, Israël.
Het programma werd gepresenteerd door Daniel Pe’er en Yardena Arazi.
Van de 19 deelnemende landen won Israël met het nummer Hallelujah, uitgevoerd door Gali Atari & Milk & Honey.
Dit lied kreeg 125 punten, 11,3% van het totale aantal punten.
Met 116 punten werd Spanje tweede, gevolgd door Frankrijk op de derde plaats met 106 punten.
Nederland bereikte toen de twaalfde plaats met de zangeres Xandra (Sandra Reemer)
Voor België trad Micha Marah aan.
De verkiezing duurde 5 weken, ze zong eerst 6 liedjes en elke week werd er één liedje geëlimineerd, Comment ça va won alle 4 de halve finales, maar in de finale werd toch voor Hey nana gekozen, een lied dat Micha Marah haatte, ze wilde het laten diskwalificeren en achtergrondzangeres Nancy Dee zou haar plaats innemen als ze niet wilde zingen, maar ze deed het toch en werd laatste.
Het zou duren tot 2023, wanneer ze het nummer terug zou zingen (diverse bronnen en Wikipedia)
