
90 jaar geleden, reclame voor chocoladerepen van het merk Kwatta (januari 1935)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



Het was de laatste poging van koning Boudewijn om ook staatshoofd te worden van de nieuwe onafhankelijk staat Congo.
De koning zou op die manier aan het hoofd van een dubbelmonarchie komen te staan.
Helaas voor hem, kwam van die plannen niets in huis.

Bij zijn terugkomst uit Congo wachten honderden mensen hem op.
Vreemd genoeg is er van dit bezoek niets terug te vinden op Google en heb ik deze informatie teruggevonden in de Post van 17 januari 1960)





Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.
Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.
Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.
Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.
Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.
Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.
Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.
Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).
Goddard was vier keer getrouwd:
Edgar James (1927-1932)
Charlie Chaplin (1936-1942)
Burgess Meredith (1944-1949)
Erich Maria Remarque (1958-1970)
Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.
Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.
Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.
Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.


De band, opgericht in 1977 in Sheffield, Engeland, ontleende zijn naam aan een sciencefiction-bordspel, StarForce: Alpha Centauri, waarin “The Human League” een van de politieke groeperingen was.
De oorspronkelijke line-up bestond uit Philip Oakey (zang, synthesizers), Martyn Ware (synthesizers), Ian Craig Marsh (synthesizers) en Adrian Wright (visuals, later synthesizers).
Reproduction, hun debuutalbum en uitgebracht in oktober 1979, wordt gekenmerkt door het prominente gebruik van synthesizers, drummachines en minimalistische arrangementen, een geluid dat destijds revolutionair was.
De muziek is donkerder en experimenteler dan het latere, meer pop-georiënteerde werk van de band, met duidelijk hoorbare invloeden van bands als Kraftwerk en de producties van Giorgio Moroder.
Hoewel het commercieel niet direct een groot succes was, kreeg het album lovende kritieken van de pers, maar niet van de Humo en wordt het dan ook beschouwd als een pionierswerk in de elektronische muziek.
In 1980, na interne conflicten over de muzikale richting, verlieten Ware en Marsh de band om Heaven 17 te vormen.
Oakey en Wright gingen verder dan The Human League en rekruteerden twee vrouwelijke achtergrondzangeressen, Susan Ann Sulley en Joanne Catherall, die ze ontdekten in een nachtclub in Sheffield.
Deze nieuwe line-up markeerde een verschuiving naar een meer pop-georiënteerd geluid en leidde tot het internationale succes van het album Dare (1981).


In Vlaanderen behaalden The Sugarhill Gang de derde plaats, en in Nederland veroverden ze zelfs de felbegeerde nummer 1-positie in de Top 40.
De productie van deze single was in handen van Sylvia Robinson.
De invloed van Sylvia Robinson op de ontwikkeling van de hiphop kan moeilijk overschat worden.
Naast haar rol als producer van “Rapper’s Delight”, was ze als artiest bekend van hits als “Love Is Strange” (1957 en dat later een comeback maakte in de film Dirty Dancing) en “Pillow Talk” (1973).
Bovendien schreef ze mee aan “The Message” van Grandmaster Flash and the Furious Five.
Haar bijdragen leverden haar dan ook de eretitel “moeder van de hiphop” op.
Robinson overleed op 29 september 2011.
The Sugarhill Gang bestond uit de leden Guy “Master Gee” O’Brien, Michael “Wonder Mike” Wright, en Henry “Big Bank Hank” Jackson.
De leden van The Sugarhill Gang waren geen doorgewinterde rappers toen ze Rapper’s Delight opnamen.
Sylvia Robinson rekruteerde hen min of meer uit de buurt, Big Bank Hank was bijvoorbeeld de manager van een pizzazaak!
Voor “Rapper’s Delight” gebruikten ze de instrumentale basis van Chic’s “Good Times”.
Deze onvermelde sampling leidde tot een rechtszaak aangespannen door componisten Nile Rodgers en Bernard Edwards, resulterend in een schikking waarbij Rodgers en Edwards alsnog erkenning en royalty’s ontvingen.
Rapper’s Delight was niet alleen een commercieel succes, het wordt ook beschouwd als het nummer dat hiphop introduceerde bij een breed publiek.

Gisteren nog vandaag
De Nobelprijswinnaar, bekend van literaire klassiekers als De Pest en De Vreemdeling, stierf op slechts 46-jarige leeftijd toen de imposante Facel Vega FV3B, bestuurd door zijn vriend en uitgever Michel Gallimard, met hoge snelheid tegen een boom reed.
Het ongeluk vond plaats in het Franse dorpje Villeblevin.
In de wrakstukken van de auto werd het onafgemaakte manuscript van Camus’ autobiografische roman Le Premier Homme (De Eerste Mens) teruggevonden, dat pas in 1994 door zijn dochter werd gepubliceerd.

De Facel Vega FV3B was een luxueuze en krachtige Franse auto, een zeldzaam model dat bekend stond om zijn snelheid.
De auto was eigendom van Michel Gallimard, de neef van de beroemde uitgever Gaston Gallimard, en hijzelf en zijn vrouw Janine kwamen eveneens om in het ongeluk, net als hun dochter Anne.
Tien jaar geleden lanceerde de Italiaanse academicus en dichter Giovanni Catelli een controversiële theorie: het auto-ongeluk zou geen ongeluk zijn geweest, maar een moordaanslag georkestreerd door de KGB.
Volgens Catelli zou de Sovjet-Russische geheime dienst, op bevel van Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken Dmitri Sjepilov, de banden van Camus’ auto hebben gesaboteerd, zodat deze bij hoge snelheid zouden klappen.

Catelli baseerde zijn bewering onder andere op passages uit het dagboek van de Tsjechische dichter Jan Zábrana, die zou hebben gehoord van een “betrouwbare bron” dat de KGB achter het ongeluk zat.
De vermeende reden voor deze aanslag zou Camus’ uitgesproken kritiek op de Sovjet-Unie zijn geweest.
Hij veroordeelde de Sovjet-invasie van Hongarije in 1956 fel en sprak openlijk zijn steun uit voor Boris Pasternak, de auteur van het in de Sovjet-Unie verboden meesterwerk Dokter Zjivago.
Albert Camus ontving in 1957 de Nobelprijs voor de Literatuur, onder andere voor zijn “belangrijke literaire productie, die met scherpzinnig oprechte ernst de problemen van het menselijk geweten in onze tijd belicht.”
Pasternak zou het jaar daarop de Nobelprijs winnen, maar werd gedwongen deze te weigeren door de Sovjet-autoriteiten.

Camus was een fervent voorstander van een “Verenigd Europa” en geloofde in de kracht van dialoog en verzoening.
Hoewel experts erkennen dat de KGB destijds tot gruwelijke daden in staat was, is er tot op heden geen overtuigend bewijs gevonden voor Catelli’s moordtheorie.
De officiële lezing blijft dat het een tragisch auto-ongeluk betrof, veroorzaakt door een klapband.
De dood van Albert Camus, de beroemde grondlegger van het absurdisme, blijft dus tot vandaag omgeven door een zweem van mysterie en speculatie.
Zijn invloedrijke werken en zijn pleidooi voor menselijkheid en vrijheid blijven echter voortleven.



