Vandaag is het dertig jaar geleden dat de Gentse acteur Carlos Van Lanckere is overleden.

Na het afronden van een klassieke opleiding aan de Koninklijke Toneelschool van Gent verwierf hij al snel bekendheid binnen de amateurverenigingen, en in het bijzonder bij de Gentse Rederijkerskamer Jhesus met der Balsemblomme.

Daar ontmoette hij de toenmalige Prince Souverein Herman Van Overbeke.

Deze ontmoeting vormde het startschot van een zeer vruchtbare samenwerking, die de aanzet gaf tot het structureren en uitbreiden van talloze rederijkerskamers en amateurgezelschappen in Vlaanderen.

Vanuit die gedrevenheid stichtte Van Lanckere in 1932 het Algemeen Kristelijk Vlaams Toneel (A.K.V.T.), een verbond dat voornamelijk Oost-Vlaamse gezelschappen verenigde.

Slechts vier jaar later volgde de oprichting van het Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond (N.V.K.T.), een overkoepelende organisatie voor alle landelijke Vlaams-christelijke amateurgezelschappen.

Hij zette zich hier met hart en ziel voor in als bezielend secretaris-generaal, tot hij in 1986 wegens ziekte de fakkel moest doorgeven.

Zijn ambities in het theater reikten echter nog verder.

In 1950 richtte hij de Keurgroep op, een initiatief waarmee hij getalenteerde acteurs wilde samenbrengen.

De kwaliteiten van deze groep bleven niet onopgemerkt, want al snel werden ze gevraagd om toe te treden tot de International Amateur Theatre Association (I.A.T.A.).

Dit opende de deuren naar een indrukwekkende internationale tournee.

De Keurgroep trad op doorheen heel Europa, met voorstellingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Joegoslavië, Tsjechoslowakije, Italië, Denemarken, Finland, Oostenrijk, Roemenië, Ierland en Schotland. Ook buiten de Europese grenzen wisten ze het publiek te boeien, met opvoeringen in Amerika, Japan, Mexico en India.

Naast zijn levenswerk in het theater bouwde Carlos Van Lanckere eveneens een mooie carrière op in de film- en televisiewereld.

Hij was erbij toen de allereerste opnamen van het toenmalige N.I.R., de nationale televisieomroep van België, werden gemaakt en groeide al snel uit tot een vertrouwd gezicht in tal van Vlaamse televisiereeksen.

Zo schitterde hij als Naten in De Filosoof van Haeghem, waar hij speelde aan de zijde van Romain Deconinck en Jenny Tanghe.

In de reeks Dirk Van Haveskerke, een bewerking van Hendrik Consciences De Leeuw van Vlaanderen, nam hij de rol van Jan Breydel voor zijn rekening, geflankeerd door Luc Philips in de rol van Pieter De Coninck.

Daarnaast vertolkte hij de opmerkelijke rol van Gust Verhelle in de televisieklassieker De Paradijsvogels.

Ook op het witte doek liet hij zijn sporen na.

Tijdens de eerste internationale doorbraak van de Vlaamse film in 1971 speelde hij deken Broeke in Mira, een film met Jan Decleir en Willeke van Ammelrooy die toen een officiële selectie wist te verzilveren op het prestigieuze filmfestival van Cannes.

Gedurende de laatste tien jaar van zijn leven bleef hij met onverminderde interesse alles wat met het amateurtheater te maken had op de voet volgen, een passie die hij koesterde tot aan zijn overlijden op 23 juli 1996.

Oude postkaart van de Nationale Bank van België in Antwerpen (1912)

De Nationale Bank van België in Antwerpen is een monument dat een centrale rol speelt in de architecturale en financiële geschiedenis van de stad.

Het gebouw bevindt zich aan de Frankrijklei, op de plek waar vroeger de zestiende-eeuwse stadswallen lagen.

Nadat deze vestingswerken halverwege de negentiende eeuw werden gesloopt, ontstond er ruimte voor monumentale architectuur die de groeiende economische macht van Antwerpen moest weerspiegelen.

De bank werd opgericht om de monetaire stabiliteit te waarborgen en de handel in de wereldhaven te ondersteunen.

Het ontwerp is van de hand van architect Beyaert, die tussen 1875 en 1879 een indrukwekkend complex neerzette in een rijke eclectische stijl.

Hij combineerde elementen uit de Franse neorenaissance met barokke invloeden, wat resulteerde in een paleisachtige uitstraling die autoriteit en veiligheid uitstraalt.

De gevel is versierd met gedetailleerd beeldhouwwerk en beschikt over een kenmerkende koepel en paviljoens op de hoeken.

Beyaert slaagde erin om functionaliteit te koppelen aan esthetiek, waarbij de zware muren en het gesloten karakter van de benedenverdieping de noodzakelijke beveiliging voor de goudreserves en bankbiljetten boden.

Tegenwoordig heeft het gebouw zijn oorspronkelijke functie als operationeel bankkantoor verloren, nadat de Nationale Bank haar diensten in Brussel centraliseerde.

Het pand ondergaat momenteel een grootschalige renovatie via een meerfasig project onder leiding van Group L en de Participatiemaatschappij Vlaanderen.

De herwaardering van de benedenverdieping en een groot deel van de kantoorruimtes is reeds voltooid, wat in 2021 leidde tot de opening van interieurzaak Donum na jaren van leegstand.

Op 12 mei 2024 vond er een grote opening plaats waarbij het publiek een kijkje kon nemen in het vernieuwde interieur.

Op dit moment ligt de focus van de werkzaamheden op de dakverdiepingen, die verder worden aangepakt om het historische gebouw weer volledig functioneel te maken voor de toekomst.

Gisteren nog vandaag

Doris Duke was een Amerikaanse erfgename, filantrope en kunstverzamelaar.

Doris Duke werd geboren in 1912 als het enige kind van James Duke, een tabaksbaron die de American Tobacco Company oprichtte.

Ze erfde een groot deel van zijn fortuin toen ze 12 jaar oud was en werd door de pers “het rijkste kleine meisje ter wereld” genoemd.

Ze leidde een jetsetleven vol reizen, liefdesaffaires en controverses.

Ze trouwde twee keer, maar beide huwelijken eindigden in een scheiding.

Haar eerste echtgenoot was James Cromwell, een diplomaat en politicus, met wie ze een dochter kreeg die kort na de geboorte overleed.

Haar tweede echtgenoot was Porfirio Rubirosa, een Dominicaanse playboy en spion, die bekend stond om zijn vele relaties met beroemde vrouwen.

Duke had ook een passie voor kunst en cultuur.

Ze verzamelde waardevolle schilderijen, sculpturen, juwelen en antiek uit verschillende landen en tijdperken.

Ze steunde ook verschillende goede doelen op het gebied van milieu, gezondheid, onderwijs en mensenrechten.

Ze richtte de Doris Duke Foundation op om haar filantropische werk voort te zetten na haar dood.

Duke stierf in 1993 op 80-jarige leeftijd in haar huis in Beverly Hills.

Ze liet haar enorme rijkdom na aan haar stichting, haar vrienden en haar butler, Bernard Lafferty, die haar executeur-testamentair werd.

Haar dood en erfenis waren het onderwerp van veel speculatie en juridische geschillen.

Sommigen beweerden dat Lafferty haar had vergiftigd of verwaarloosd om haar geld te krijgen.

Anderen betwistten de geldigheid van haar testament of eisten een deel van haar nalatenschap op.

110 jaar geleden, mijn bomma met haar 2 broers (1912)

De oudste broer op de foto is mijn nonkel Pol en de jongere broer is nonkel Victor.

Tussen beide broers klikte het niet en het ging zo ver dat ze elkaar nooit meer hebben gezien.

De rede waarom, heb ik nooit vernomen.

Mijn bomma en ik dus ook, hadden met beide een goed contact.

Nonkel Victor had een viswinkel en woonde in een huis op het Sint-Michielsplein in Gent.

Het huis is gemakkelijk te herkennen aan de blauwe deur.

Nonkel Pol was ambtenaar en woonde in Sint-Amandsberg.

110 jaar geleden, mijn bomma met haar 2 broers (1912)