Een eeuw geleden, op 16 december 1923, vond er een grote betoging plaats in Brugge van duivenliefhebbers die protesteerden tegen de belastingplannen van de regering.

De duivenmelkers voelden zich geviseerd door de regering, die hen wilde belasten voor hun hobby.

De regering had al eerder een poging gedaan om een taks van 10 procent te heffen op de inleggelden voor duivenwedstrijden en een belasting van één frank per verkochte pootring.

Dit stuitte op hevig verzet van de duivenliefhebbers, die ook een belangrijke kiesgroep vormden.

In 1921 werd het voorstel dan ook verworpen in het parlement.

Maar in 1923 kwam de regering met een nieuw voorstel dat gekoppeld werd aan de bescherming van de militaire duiven.

Wie duiven wilde houden, moest voortaan de toestemming hebben van de burgemeester en aangesloten zijn bij een erkende duivenmaatschappij.

Bovendien moesten de duiven geregistreerd worden bij de Koninklijke Belgische Duivenbond (KDBD).

De duivenliefhebbers lieten dit niet zomaar gebeuren en organiseerden een massale betoging in Brugge, waar meer dan 15000 mensen op afkwamen.

Ze eisten de afschaffing van de belastingen en de vrijheid om duiven te houden zonder inmenging van de overheid.

De duif heeft een lange en rijke geschiedenis.

Al in de Bijbel zien we de duif als symbool van vrede en hoop.

Later werd de duif gebruikt als een snelle en betrouwbare manier om berichten te versturen.

Veel oude beschavingen maakten gebruik van deze dienst.

Ook in oorlogstijd bewezen de duiven hun nut en moed.

Maar na de Tweede Wereldoorlog raakte de postduif in onbruik.

Sindsdien heeft het Belgische leger geen duiven meer in dienst.

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat de beroemde operazangeres Maria Callas werd geboren.

Haar echte naam was Maria Anna Sofia Cecilia Kalogeropoulos en ze kwam ter wereld in New York, als dochter van arme Griekse immigranten.

Haar ouders scheidden toen ze jong was en ze had een moeizame relatie met haar moeder, die haar streng en ambitieus opvoedde.

In 1937 verhuisde ze met haar moeder terug naar Griekenland, waar ze haar eerste zangopleiding kreeg in Athene.

Ze maakte haar debuut in 1941 en bouwde al snel een internationale carrière op, met optredens in de belangrijkste operahuizen van Europa en Amerika.

Haar stem, die zowel dramatisch als lyrisch was, stelde haar in staat om een breed repertoire te zingen, van belcanto tot verismo.

Ze stond ook bekend om haar acteertalent en haar interpretatie van complexe personages.

Ze trouwde in 1949 met de rijke industrieel Giovanni Battista Meneghini, die haar manager werd, maar scheidde van hem in 1959 na een affaire met de Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis.

Deze relatie duurde tot 1968, toen Onassis haar verliet voor Jacqueline Kennedy, de weduwe van de Amerikaanse president.

Callas had geen kinderen, hoewel er geruchten waren dat ze een miskraam had gehad of een kind had afgestaan.

Ze stierf op 16 september 1977 in Parijs, op 53-jarige leeftijd, aan een hartaanval.

Op haar begrafenis waren tienduizenden mensen naar Parijs gekomen

De dienst werd gehouden in de Grieks-orthodoxe kerk aan de Rue Georges Bizet in Parijs.

Daarna werd haar lichaam gecremeerd en werd haar as in het columbarium geplaatst op de Parijse begraafplaats Père Lachaise.

Daar werd op dezelfde dag haar as gestolen en gelukkig twee dagen later teruggevonden.

In 1979, conform haar eigen wens, werd de as uitgestrooid voor het eiland Skorpios in de Ionische Zee.

Vandaag is het precies een eeuw geleden dat Virginie Loveling, een van de grootste Vlaamse schrijfsters, overleed in Gent.

Ze was een veelzijdige en kritische auteur, die zowel poëzie, proza als essays schreef. Ze was ook een voorvechtster van de vrouwenemancipatie en de Vlaamse Beweging.

Virginie Loveling werd geboren in Nevele, als dochter van een Duitse vader en een Vlaamse moeder.

Haar vader pleegde zelfmoord toen ze nog een kind was, waardoor ze opgroeide in armoede.

Ze leerde verschillende talen en ontwikkelde een grote liefde voor literatuur.

Samen met haar zus Rosalie begon ze gedichten te publiceren onder het pseudoniem Loveling.

Na de dood van haar zus in 1875 legde Virginie zich toe op het schrijven van verhalen en romans, die getuigden van een scherp observatievermogen en een realistische stijl.

Ze nam geen blad voor de mond en hekelde de invloed van de katholieke kerk, de verfransing van de elite en de achterstelling van de vrouw.

Haar werken waren vaak controversieel en werden soms gecensureerd of verboden.

Virginie Loveling reisde veel en maakte kennis met andere culturen en schrijvers.

Ze schreef ook over haar reiservaringen in boeiende verslagen.

Ze was bevriend met haar neef Cyriel Buysse, met wie ze samen een roman schreef: Levensleer, een humoristische roman over de verfranste Gentse bourgeoisie.

Ze was ook actief in verschillende verenigingen die opkwamen voor de rechten van de vrouw en de Vlaming.

Virginie Loveling stierf op 1 december 1923 in Gent en werd begraven op de Westerbegraafplaats te Gent.

100 jaar geleden, te gast bij kunstschilder Gaston Joseph Wallaert (Ons Land november 1923).

Gaston Joseph Wallaert werd geboren in Brussel in 1889.

Reeds vroeg voelde hij zich geroepen om schilder te worden.

In 1906 volgde hij opleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten.

Aanvankelijk schilderde hij grote composities die dramatisch romantisch geladen zijn.

Wallaert trouwde in Hasselt met Maria Brauns (Hasselt 1894-1975).

Hij woonde aan de Kuringersteenweg 223 en daar in Limburg ontdekte hij het weidse landschap.

Zijn werken werden daardoor kleurrijker.

Met de steun van het ministerie van Cultuur maakte hij in 1923 een reis van acht maanden doorheen het klassieke Italië.

Die reis heeft een kentering in zijn kunst gebracht.

Wallaert was op de eerste plaats een schilder en etser, maar hij liet zich ook als schrijver gelden.

Hij was lid van de Vereniging van Limburgse Schrijvers en van de P.E.N. te Brussel.

Hij schreef bijdragen in De Standaard, De Zweep, Nieuw Limburg.

Van zijn hand zijn: Linnekeverzen en houtsneden (1939), Bij Memlinc op bezoek (1939), Dien ongewone winternacht (1944, kerstverhaal), Schoon Limburg, 14 etsen en droge naalden in geleid door M. Rutten (1952) en Eeuwig Italië(1953, relaas van verblijf in dat land).

Vandaag 100 jaar geleden, sfeerfoto’s viering 11 november

Vandaag is het 11 november, de dag waarop we de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog herdenken.

Op deze dag in 1918, om 11 uur ’s ochtends, zwegen de kanonnen na vier jaar van bloedige strijd.

Meer dan 9 miljoen soldaten en 7 miljoen burgers lieten het leven in deze oorlog, die de wereld voorgoed veranderde.

De wapenstilstand betekende het einde van de gevechten, maar niet van de gevolgen.

De vrede werd pas officieel gesloten met het Verdrag van Versailles in 1919, dat de basis legde voor een nieuwe wereldorde, maar ook voor nieuwe conflicten.

Oude molens in Vlaanderen (foto’s september 1923)

Foto 1: Kloostermolen in Elsegem, was gelegen op de site van het verdwenen omgracht en ommuurd kloostercomplex.

De geschiedenis van de voormalige augustijnerpriorij van Onze-Lieve-Vrouw Ten Walle gaat terug tot 1417, toen Bernard van Brakel een leen genaamd “Wippelgem” verwierf dat een oude nederzetting uit de vroege middeleeuwen was.

Hij stichtte er een klooster en een kerk, waar Arnold Buederic in 1418 een scriptorium oprichtte.

Het kloostercomplex werd verwoest door brand in 1577-1586, maar later hersteld en uitgebreid in de late 17de eeuw.

Het klooster stond toen bekend als “Kloosterhoeve” en verzorgde de parochiale diensten.

In 1782 werd het klooster opgeheven onder Jozef II.

Het omvatte toen een kerk, twee huizen, een priorskwartier, twee eetzalen, gastenverblijven, een keuken, een brouwerij, knechtenkamers, schuren, een hoeve, een windmolen en visvijvers.

Alles werd verkocht en gesloopt, en de grachten werden gedempt.

Met uitzondering van een deel van de gekelderde kloosterhoeve, aangrenzende stallen en de molen.

Deze houten korenwindmolen op een terp werd gebouwd in 1457 en aangepast en herbouwd in 1479.

De molen met de naam Kloostermolen is in 1940 afgebroken.

Foto 2: De molen van Scillie, kan niets terug vinden over deze molen.

Foto 3: Molen Den Osse gelegen in Bevere bij Oudenaarde en was toen eigendom van Remi Van Lerberge. De molen is gesloopt in 1965. (Deze gegevens van deze molen gekregen van Annie Rousseau, waarvoor mijn dank)

Oude molens in Vlaanderen (foto’s september 1923)

Foto 1: Molen Van Malderen, zou volgens mijn gegevens van 1190 moeten zijn, huidige bronnen spreken van de eerste helft van de 14e eeuw en ontleent zijn huidige naam aan de plaats waar ze staat, de “Malderse Heide”.

In de loop van de geschiedenis is de molen meermaals geheel of gedeeltelijk vernield en opnieuw opgericht.

Deze molen bestaat nog, maar wegens technische gebreken aan de molenconstructie is de molen niet toegankelijk voor publiek.

Foto 2: Molen Ter Hengst aan de Ommegangstraat in Nukerke. Molen Ter Hengst staat op een van de hoogste punten in de Vlaamse Ardennen en is van heel ver in de omgeving te zien.

Al eeuwenlang staat er een molen, eerst in hout, nadien in steen. De huidige molenkuip werd rond 1830 gebouwd en bleef malen tot na de Tweede Wereldoorlog. Na het stopzetten van de maalactiviteiten begon het verval vlug in te treden.

In de jaren 60 werd de molen beschermd erfgoed. De toenmalige eigenaars, de familie Vandekerkhove gaven aan het molenhuis een nieuwe bestemming en jarenlang stond die bekend als de horecazaak The Ranch.

Een eerste restauratie volgde in de jaren zeventig. Na een tweede renovatie door molenbouwer-restaurateur Peter Thomas werd de molen opnieuw weer maalvaardig.

Foto 3: Molen Hondzocht in Tubize is gebouwd in 1775. De molen, die dateert uit het eind van de 18e eeuw, bleef in gebruik tot het jaar 1979, toen de laatste molenaar stierf.

SIndsdien raakte de beschermde molen steeds meer in verval. Men zou in 2019 beginnen met de werken, maar men is pas begonnen met de werken in 2022. Op termijn komen in de molen een museum en een belevingscentrum rond oude molentechnieken.

Foto 4: Molen van den Berg Peteghem, zou één van de oudste molens moeten zijn die toen nog bestonden. Volgens mijn gegevens van 1092. Was gelegen in Eksaarde en is afgebroken in 1932.

Vandaag is het 75 jaar geleden dat de Oostenrijkse schrijver Felix Salten is overleden.

Zijn bekendste werk is Bambi, Eine Lebensgeschichte aus dem Walde, dat hij schreef in 1923.

Het werd vertaald in het Engels in 1928 en werd een boek-van-de-maand-clubhit.

In 1933 verkocht hij de filmrechten voor 1000 dollar aan de Amerikaanse filmregisseur Sidney Franklin, die deze later overdroeg aan The Walt Disney Company.

In 1939 schreef Salten een vervolg: Bambis Kinder: Eine Familie im Walde.

Hoewel Bambi bedoeld was als een waarschuwing voor “terug-naar-de-natuur”-aanhangers die in zijn ogen de natuur te veel idealiseerden, werd het tot Saltens verdriet door de Disney-studio’s “geïnfantiliseerd” tot een kinderverhaal.

Met dit filmscript verscheen in 1942 de succesvolle animatiefilm Bambi.

Salten is hoogstwaarschijnlijk ook de auteur van de satirische, maatschappijkritische, erotische roman Josefine Mutzenbacher, die Geschichte einer Wienerischen Dirne von ihr selbst erzählt, de fictieve autobiografie van een Weense prostituee, die anoniem verscheen in 1906.

Verondersteld werd dat Salten en Arthur Schnitzler het boek samen geschreven hadden, maar Schnitzler ontkende zijn aandeel categorisch.

Salten heeft zijn auteurschap nooit bevestigd of ontkend, maar het half-pornografische verhaal Die Gedenktafel der Prinzessin Anna (ook wel Die Bekentnisse einer Prinzessin), dat in 1902 onder zijn eigen naam verscheen, is te beschouwen als een voorstudie voor Josefine Mutzenbacher.

Ook in andere werken, waaronder de beide Bambi-boeken, nam hij beeldende verwijzingen naar seksuele handelingen op, die Disney’s scenaristen Perce Pearce en Larry Morey niet overnamen voor hun film.

Leven in Oostenrijk in de jaren dertig werd levensgevaarlijk voor een prominente jood.

In 1933 ontbrak hij nog op de “lijst van schadelijke en ongewenst geschriften” van de nazi’s van Adolf Hitler, maar in 1935 werd hij daar wel op geplaatst.

In 1939 ontvluchtte hij zijn land, toen Oostenrijk een deel was geworden van Duitsland.

Salten kreeg een Amerikaans visum aangeboden door de Amerikaanse consul “uit persoonlijk respect voor Bambi”.

Maar Salten wees dit aanbod af en koos voor Zwitserland, waar zijn dochter Anna woonde.

Hij verhuisde naar Zürich waar hij woonde tot zijn dood.

Felix Salten was een enthousiast jager, maar hij zag zichzelf niet als een ‘schieter’.

De plezierjacht van de Oostenrijkse adel was hem een gruwel.

Wel kwam hij er ruiterlijk voor uit dat hij in zijn leven zeker zo’n 200 ‘Bambi’s’ had omgelegd

Hij was getrouwd met de actrice Ottilie Metzl.

Zij hadden een zoon Paul en een dochter Anna-Katherina, die werk van haar vader geïllustreerd heeft.

Van al zijn werk worden in onze tijd alleen nog Bambi en Josefine Mutzenbacher herdrukt.

Felix Salten
Felix Salten