Vandaag 75 jaar geleden, voetbalinterland tussen België en Frankrijk in het Heizelstadion (nu Koning Boudewijnstadion) te Brussel (17 oktober 1948)

Het was de 28e keer dat beide landen elkaar ontmoetten op het voetbalveld.

Gisteren nog vandaag

De wedstrijd eindigde in een 3-3 gelijkspel, na een spannende en spectaculaire strijd. Beide teams lieten zien dat ze over veel talent en aanvallende kracht beschikten, maar ook dat ze kwetsbaar waren in de verdediging.

Gisteren nog vandaag

De doelpunten werden gescoord door Coppens, Mermans en Mees voor België, en Baratte, Piantoni en Flamion voor Frankrijk.

Het publiek genoot van het hoge niveau en de sportiviteit van de spelers, die elkaar na afloop hartelijk feliciteerden.

Vandaag 75 jaar geleden, inhuldiging van het standbeeld van generaal Emile Storms in Elsene (17 oktober 1948).

Dit ging samen met verschillende demonstraties om de veertigste verjaardag van de annexatie van Congo bij België en de twintigste verjaardag van de Vereniging van Koloniale Veteranen te vieren.

Op het Square de Meeus (voorheen Square de l’Industrie, en is een plein en park in de Leopoldswijk in Brussel.) werd de buste van generaal Storms, oprichter van Pala en architect van de slavernijcampagne, op zijn basis teruggeplaatst.

De vorige buste van deze man werden tijdens de oorlog door de Duitsers verwijderd om te gebruiken als grondstop voor de oorlogsindustrie.

Toen kreeg die man nog steeds lof voor zijn strijd tegen de slavernij en beschreef men hem in de Belgische pers als de bevrijder van de Congolese bevolking. Dit gezien zijn jacht op plaatselijke slavendrijvers.

Generaal Storms was een Belgische militair die vooral bekend is om zijn rol in de kolonisatie van Congo.

Hij werd geboren in 1840 in Antwerpen en trad in 1859 toe tot het Belgische leger.

Hij nam deel aan verschillende veldtochten in Europa en Afrika, waaronder de Frans-Duitse Oorlog, de Mahdi-opstand in Soedan en de Congolese verovering van Leopold II.

Generaal Storms en Lusinga Lwangombe waren dan ook twee belangrijke figuren in de koloniale geschiedenis van Congo.

Storms was een Belgische militair die in 1884 de opdracht kreeg om het gebied rond het Tanganyikameer te veroveren en te pacificeren.

Lusinga werd rond 1840 geboren in Buluba, het land ten noordoosten van Lubanda, bewoond door de oostelijke Luba.

Op een gegeven moment schijnt Lusinga Unyanyembe, bij Tabora in het huidige Tanzania, te hebben bezocht, waar hij zich bewust werd van de waarde die aan slaven en ivoor werd gehecht.

Hij bewapende zich en was de eerste die vuurwapens gebruikte in de streek ten westen van het Tanganyikameer.

Met deze superieure bewapening versloeg hij al snel de stamhoofden van de regio Kaap Tembwe, een belangrijk punt in de handelsoversteek van het Tanganyikameer, en vestigde zich daar in een versterkt dorp.

Nadat hij de plaatselijke bevolking door slavenarbeid had uitgedund, en onder druk van andere slavendrijvers, verhuisde hij naar een nieuwe basis op twee dagen lopen van Lubanda in het Mugandja-gebergte, aan de oevers van de Muswe, een zijrivier van de Lufuko.

Aan het eind van zijn leven had Lusinga zestig vrouwen.

Deze leverden nuttige arbeidskrachten voor landbouwwerkzaamheden, waardoor Lusinga zijn rijkdom nog verder zag toenemen.

Hij stond ook bekend om zijn verzet tegen de Europese indringers.

De confrontatie tussen Storms en Lusinga vond plaats op 4 december 1884, toen Storms met een kleine troepenmacht de heuvel bestormde waar Lusinga zijn versterkte dorp had gebouwd.

Na een kort gevecht werd Lusinga gedood en onthoofd door Storms, die zijn schedel als trofee meenam naar Europa. Toen hij terugkeerde, gaf hem aan de antropoloog Émile Houzé, die een verhandeling over het onderwerp schreef waarin hij de “degeneratie” in de schedel zag.

De schedel wordt nog steeds bewaard in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.

Storms liet ook het dorp platbranden en nam veel vrouwen en kinderen gevangen.

Deze gewelddadige actie maakte een einde aan de onafhankelijkheid van de Tabwa en opende de weg voor de Belgische kolonisatie van het gebied.

Hij stond bekend als een meedogenloze en ambitieuze leider, die geen genade toonde voor de inheemse bevolking.

Hij was verantwoordelijk voor talrijke wreedheden, zoals het afhakken van handen, het verbranden van dorpen en het uitbuiten van dwangarbeiders.

Hij werd door sommigen beschouwd als een held en door anderen als een schurk.

In 1895 keerde hij terug naar België, waar hij werd bevorderd tot luitenant-generaal en lid werd van de Senaat. Hij overleed in 1918 in Brussel.

Zijn standbeeld staat sinds 1923 in het Meeûssquare in Elsene, maar is al jaren het onderwerp van controverse en protesten.

Sommigen willen het standbeeld verwijderen of aanpassen, omdat het een symbool is van het koloniale verleden en het lijden van de Congolezen.

Anderen willen het standbeeld behouden of beschermen, omdat het een deel is van de Belgische geschiedenis en cultuur.

Sinds hij in 2018 burgemeester van Elsene werd, maakte Christophe Doulkeridis (Ecolo) duidelijk dat hij het beeld, een kopie van het marmeren origineel uit 1906 van Marnix D’Haveloose, wilde verwijderen.

De plannen raakten in een stroomversnelling door de Black Lives Matter-protesten.

“Het zou een vergissing zijn om alles te verwijderen, maar het zou ook een vergissing zijn om niets te verwijderen,” aldus de burgemeester. “Hier hebben we ervoor gekozen om de buste te verwijderen van iemand die bekendstond voor zijn barbaarsheid, iemand die hoofden afhakte.

De buste hoort niet meer thuis op het voetstuk waarop ze werd geplaatst,” aldus Doulkeridis.

“De opfrissing van het geheugen gebeurt op verschillende bevoegdheidsniveaus, zowel federaal als gewestelijk.

Ook onze gemeente Elsene neemt haar verantwoordelijkheid op in deze zaak en voert op initiatief van burgemeester Christos Doulkeridis dit laakbaar historisch personage af,” zegt Romain De Reusme, PS-fractieleider in het schepencollege.

Al in 2020 diende de gemeente een aanvraag van stedenbouwkundige vergunning in om de buste van luitenant-generaal Storms en de sokkel op de Meeûssquare af te breken.

Daarvoor moest onder andere een volledige historische analyse gemaakt worden van de square om de oorspronkelijke samenstelling te bepalen.

Gezien de originele buste in 1943 werd gestolen door de Duitsers en vervangen door een marmeren kopie, behoort de buste niet tot het oorspronkelijk beschermd geheel.

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en het Museum van Elsene hebben aangeboden om het standbeeld te ontvangen en in zijn historische context te plaatsen.

In afwachting van een beslissing zal het door de gemeente in bewaring worden gehouden.

Wat betreft Lusinga Lwangombe, die krijgt nu alle positieve aandacht en heeft in de emblematische Grote Rotonde in het vernieuwde Afrikamuseum, een beeld gekregen in 2020, ontworpen door de Congolese kunstenaar Aimé Mpane dat de schedel van chef Lusinga voorstelt.

75 jaar geleden, te gast in het Brouwershuis in Antwerpen (oktober 1948) deel 1

Het Brouwershuis in Antwerpen is een historisch gebouw dat dateert uit de 16e eeuw.

Het was oorspronkelijk de zetel van de gilde van de brouwers, die een belangrijke rol speelden in de economische en sociale ontwikkeling van de stad.

Het gebouw is een voorbeeld van de Brabantse renaissancestijl, met een rijk versierde gevel en een imposante trapgevel.

Het interieur bevat onder meer een grote zaal met een houten zoldering, een schouw met albasten reliëfs en een collectie schilderijen en wandtapijten.

Het Brouwershuis is sinds 1938 een beschermd monument en is nu in gebruik als museum en evenementenlocatie.

Bobby Henrey in de film The Fallen Idol (1948)

Bobby Henrey was een kindacteur die bekend werd door zijn rol in de film The Fallen Idol uit 1948, geregisseerd door Carol Reed.

Hij speelde de rol van Philippe, een jongen die getuige is van een moord en verstrikt raakt in een web van leugens en bedrog.

Henrey was slechts acht jaar oud toen hij de rol kreeg, en had geen acteerervaring.

Hij werd gecast nadat Reed hem zag op een foto in een boek over zijn vader, Robert Henrey, een Franse diplomaat en schrijver.

Henrey’s acteerprestaties werden geprezen door de critici en het publiek, en hij werd een ster in Engeland en Amerika.

Hij verscheen in nog twee films, The Wonder Kid (1951) en Little Boy Lost (1953), voordat hij zich terugtrok uit de filmwereld.

Hij had moeite om zich aan te passen aan het normale leven na de roem, en worstelde met depressie, drugsverslaving en alcoholisme.

Hij schreef later een autobiografie over zijn ervaringen als kindster, getiteld A Minor Consideration (1989).

Henrey leeft nu in de Verenigde Staten en werkte daar als leraar en vertaler. Hij heeft twee kinderen en vier kleinkinderen.

Hij heeft geen spijt van zijn filmcarrière, maar zegt dat hij het niet opnieuw zou doen.

Hij beschouwt The Fallen Idol als zijn beste werk, en zegt dat hij nog steeds een speciale band voelt met Carol Reed, die als een vaderfiguur voor hem was.

75 jaar geleden, Jean Simmons als Ophelia in de film Hamlet

Jean Simmons was een Britse actrice die bekend werd door haar rollen in films als Hamlet, Spartacus en The Robe.

Ze werd geboren in Londen in 1929 en begon haar carrière als kindsterretje in de jaren 40.

Ze trouwde twee keer, eerst met de acteur Stewart Granger, met wie ze een dochter had, en later met de regisseur Richard Brooks, met wie ze een zoon had.

Ze verhuisde naar Hollywood in de jaren 50 en werkte samen met grote namen als Laurence Olivier, Kirk Douglas en Marlon Brando.

Ze werd twee keer genomineerd voor een Oscar, voor Hamlet en The Happy Ending.

Ze leed aan een bipolaire stoornis en alcoholisme, waarvoor ze zich liet behandelen in de jaren 80.

Ze bleef acteren tot in de jaren 2000, vooral in televisieseries.

Ze overleed in 2010 aan longkanker op 80-jarige leeftijd.

Deze maand 75 jaar geleden, op reis via de stoomboot koningin Astrid op de Kongo rivier tijdens de lente van 1948.

De Kongo rivier is een van de belangrijkste rivieren in Afrika en de wereld. Het is de op een na langste rivier in Afrika, na de Nijl, en de op een na grootste rivier ter wereld qua waterafvoer, na de Amazone.

Gisteren nog vandaag

De Kongo rivier stroomt door tien landen, maar het belangrijkste voor de rivier is Congo, het land dat zijn naam ontleent aan de rivier.

De Kongo rivier heeft een grote invloed gehad op de geschiedenis, cultuur, economie en ecologie van Congo en zijn bevolking.

De rivier was een belangrijke route voor de handel en de verspreiding van ideeën en religies in het prekoloniale tijdperk.

De rivier was ook een bron van conflicten en uitbuiting tijdens de koloniale periode, toen Europese mogendheden probeerden de rijke natuurlijke hulpbronnen van het gebied te controleren en te plunderen.

De rivier was ook een symbool van verzet en onafhankelijkheid voor de Congolezen, die vochten tegen het kolonialisme en het autoritarisme.

De Kongo rivier blijft een essentiële rol spelen in het heden en de toekomst van Congo en zijn mensen.

De rivier biedt water, voedsel, energie, transport en recreatie voor miljoenen mensen die langs zijn oevers wonen.

De rivier is ook een hotspot van biodiversiteit, met duizenden soorten planten en dieren die nergens anders ter wereld voorkomen.

De rivier is ook een bron van uitdagingen en kansen voor duurzame ontwikkeling, aangezien Congo wordt geconfronteerd met problemen zoals armoede, conflicten, corruptie, klimaatverandering en milieubescherming.