Marcia Barrett: van de klassieker Belfast tot de nieuwe single Don’t Forsake Me, Baby

Het levensverhaal van Marcia Barrett leest als een meeslepend avontuur.

Ze werd geboren op 14 oktober 1948 in Jamaica.

Op dertienjarige leeftijd liet haar moeder, die twee jaar eerder naar Europa was verhuisd op zoek naar een betere toekomst, Marcia en haar jongere zus overvliegen.

Na een tussenstop in Groot-Brittannië belandde Barrett uiteindelijk in Duitsland, waar ze aan de kost kwam als danseres.

Toen ze hoorde dat muziekproducer Frank Farian halverwege de jaren zeventig op zoek was naar vrouwelijke artiesten, besloot ze haar kans te wagen.

Barrett wist destijds niet goed wat hij precies zocht, want over zang- of dansvaardigheden was vooraf niets gezegd.

Tijdens de auditie zong ze een paar liedjes voor hem, totdat hij zei dat het voldoende was en dat ze binnenkort een telefoontje mocht verwachten.

Het nummer, dat Farian zelf had geproduceerd en ingezongen, groeide onverwacht uit tot een hit in Nederland en Vlaanderen door het succes van ‘Baby, do you wanna bump?’.

Toen een televisiezender hem vervolgens uitnodigde voor een optreden, moest hij hals over kop een groep bij elkaar zoeken.

Vanaf dat moment maakte ze deel uit van Boney M.

Samen met Liz Mitchell, die net als Barrett echt kon zingen, blikten ze hun eerste echte single ‘Daddy Cool’ in.

Daarna volgden de hitsingles elkaar in snel tempo op.

Het succes was volgens Barrett te danken aan toegankelijke popmuziek met eenvoudige, soms bijna kinderlijke melodieën die iedereen meteen kon meezingen.

Die nummers werden gebracht door vier exotische figuren in de meest extravagante kostuums, waardoor de groep werkte als een goed geoliede machine.

Toch mocht Barrett de dragende stem worden van het nummer Belfast, dat eind 1977 een grote Europese hit werd.

Dit was opmerkelijk, omdat velen er een protestlied in zagen, wat sterk afweek van de gebruikelijke feestnummers van Boney M.

Tijdens optredens merkte Farian dat dit nummer het erg goed deed in discotheken.

Barrett zong het lied toen al live, omdat de groep in de beginperiode nog weinig eigen materiaal had.

Farian maakte er vervolgens een volwaardige Boney M.-versie van, waarschijnlijk zonder te beseffen dat het een politieke lading had.

Barrett was blij dat ze een paar keer de belangrijkste stem in een liedje mocht zijn, wat inhield dat Farian haar stem tijdens de opnames iets meer liet doorklinken.

Voor haar was Belfast altijd haar nummer; het was al voor haar geschreven voordat ze bij de groep kwam en Farian paste het enkel aan de stijl van Boney M. aan.

Ze voelde zich verbonden met het nummer, omdat ze als artieste graag betrokken was bij wat er in de wereld gebeurde.

Belfast was een protestlied dat verwees naar de spanningen tussen katholieken en protestanten in de Noord-Ierse stad.

Het was bijzonder, omdat het niet werd gebracht door een Ierse of Britse band én omdat het tegelijk een danshit was in Europese discotheken.

Vanwege de politieke context werd de single niet uitgebracht in de Verenigde Staten en Canada, om de grote Ierse gemeenschap daar niet voor het hoofd te stoten.

De tekst werd door velen als erg vaag omschreven, waardoor het als protestlied nauwelijks indruk maakte.

Een regel als ‘Cause the children are leaving’ duidde er echter wel op dat Belfast geen veilige plek was om op te groeien.

In maart 2018 vroeg de nieuwswebsite Belfast Life in een overzicht van gedenkwaardige nummers over de stad zich af waar het lied in godsnaam over ging.

In de tweede helft van de jaren tachtig stopte Boney M., vooral omdat Frank Farian zich meer en meer van de groep distantiëerde.

Financieel had hij zich goed ingedekt en hij ging er met het meeste geld dan ook vandoor.

Barrett besloot haar energie niet te verspillen aan jarenlange juridische gevechten, maar koos er bewust voor om haar krachten positief in te zetten voor optredens.

Ze stelde dat Farian weliswaar rijk was geworden, maar in zijn hart een arm individu bleef.

Na Boney M. bleef Barrett actief in de muziek, zowel solo als met aangepaste bezettingen van de band.

Ze kreeg echter te maken met ernstige gezondheidsproblemen.

In 1994 werd eierstokkanker bij haar vastgesteld, het begin van een lange strijd tegen diverse kwaadaardige tumoren, waaronder recent nog slokdarmkanker.

Toch bleef ze strijdvaardig en overtuigd dat ze ook daar weer doorheen zou komen.

Inmiddels woont Marcia Barrett al meer dan zestig jaar in Duitsland, samen met haar echtgenoot en gitarist Marcus James.

Na in haar leven herhaaldelijk en succesvol tegen kanker te hebben gevochten, doet ze het nu rustiger aan met liveoptredens.

Haar muzikale activiteiten spelen zich voornamelijk af in de studio.

Zo bracht ze recent een nieuwe single uit onder de titel ‘Don’t Forsake Me, Baby’, een nummer dat ook te horen is op haar nieuwe album ‘Don’t Forsake Me, Baby’. Een album dat in totaal vijf nummers telt.

Met haar herkenbare stemgeluid, dat onder meer leidde tot de eerste plaats in de Vlaamse hitparade in november 1977 met Belfast, blijft ze een onvergetelijke figuur in de popgeschiedenis.

Het levensverhaal van Lynsey de Paul: van internationale hits tot een nieuw begin in Londen

De Britse zangeres, songwriter en pianiste Lynsey de Paul werd op 11 juni 1948 in Londen geboren als Lyndsey Monckton Rubin.

Ze studeerde aan het Hornsey College of Art en begon haar werkzame leven in de grafische vormgeving, waar ze onder meer albumhoezen ontwierp.

Haar muzikale talent bracht haar echter al snel in de muziekindustrie terecht, waar ze aanvankelijk successen boekte als componist voor andere artiesten.

Zo schreef ze onder meer de succesvolle hits ‘Storm in a Teacup’ voor The Fortunes en ‘Dancin’ (On a Saturday Night)’ voor Barry Blue.

Haar grote doorbraak als uitvoerend artiest kwam in 1972 met de single ‘Sugar me’.

Dat nummer was oorspronkelijk helemaal niet voor haarzelf bedoeld, want ze schreef het voor Peter Noone.

Die we allen kenden als de zanger van de succesvolle popgroep Herman’s Hermits.

Op aanraden van onder meer acteur Dudley Moore besloot ze het nummer toch zelf op te nemen en uit te brengen.

Het werd een internationale hit die de eerste plaats bereikte in de hitlijsten van onder meer Nederland en België.

Hiermee schreef ze geschiedenis als de eerste Britse vrouwelijke artiest die een nummer één-hit scoorde met een door haarzelf geschreven nummer.

Rond die periode werd ook haar artiestennaam bewust gekozen.

Vanwege de spanningen rond de Olympische Spelen van München in 1972 werd haar geadviseerd een minder opvallende Joodse achternaam te gebruiken.

Haar nieuwe artiestennaam stelde zij subtiel samen uit de namen van haar ouders.

Het voorvoegsel ‘de’ kwam van de meisjesnaam van haar moeder (wiens achternaam hiermee begon, of naar verluidt verwees naar de ‘de’ uit een familienaam), en ‘Paul’ was de tweede voornaam (middelnaam) van haar vader, Herbert Paul Rubin.

In de jaren daarna volgden verschillende successen in de hitparade, waaronder ‘No Honestly’ en de ballad ‘Won’t Somebody Dance with Me’.

Met die laatste plaat schreef ze opnieuw geschiedenis bij de Ivor Novello Awards door als eerste vrouw ooit deze prestigieuze Britse prijs voor songwriters te winnen.

In 1977 vertegenwoordigde ze samen met Mike Moran het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Rock Bottom’.

Het duo eindigde op de tweede plaats en scoorde goed in verschillende hitparades in diverse Europese landen.

In augustus 1981 keerde Lindsey de Paul terug naar haar Victoriaanse huis in Londen om er na het beëindigen van haar vierjarige romance met de Amerikaanse acteur James Coburn een nieuwe elpee en een Europese en Japanse tournee voor te bereiden.

Het viel haar destijds niet gemakkelijk om weer te wennen aan het vrijgezellenbestaan.

In vier jaar tijd was ze ontzettend veranderd.

Voordat ze James leerde kennen, had ze altijd vrienden over de vloer en liep ze van de ene fuif naar de andere, maar dat zei haar toen niets meer in 1981.

Ze zat het liefst gezellig thuis achter de piano om nummers te schrijven voor haar eerste elpee in jaren.

In die periode kwam ook haar single ‘Strange Changes’ uit, een nummer dat haar gemoedstoestand weergaf.

Het nummer schreef ze samen met Sue Shifrin.

Toen bekend werd dat ze zich weer in Londen ging vestigen, kreeg ze een telefoontje van haar oude platenmaatschappij met de vraag of ze een nieuw contract wilde tekenen.

Dat voorstel nam ze in dank aan, omdat ze zo snel mogelijk weer aan de slag wilde.

Wel werd er gevraagd om snel met een single te komen.

Na drie jaar muzikaal op non-actief te hebben gestaan, wilde ze weer gaan componeren.

‘Strange Changes’ beschreef haar gevoelens en haar kijk op de wereld op dat moment.

Ze vond dat achteraf een beetje jammer, niet omdat ze dingen had verteld die ze niet meende, maar omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze haar zelfbeklag ten gelde wilde maken.

In haar Victoriaanse huis in Noord-Londen, dat ze in 1975 voor een zacht prijsje op de kop had kunnen tikken, was een muziekkamer ingericht met twee piano’s en een enorme collectie elpees.

Een van die piano’s was trouwens een geschenk voor haar ex-vriend.

Het hele huis puilde toen trouwens uit met souvenirs aan James en haar verblijf in de Verenigde Staten.

Deze souvenirs herinnerden haar aan goede tijden, waar ze toen met groot heimwee naar terugkeek.

Ondanks de breuk kwam James altijd gedag zeggen als hij in Londen was, en zij vond dat enorm fijn van hem.

Deze vriendschap zou dan ook blijven duren tot aan zijn dood.

Er kwam ook nog ander bezoek over de vloer, zoals haar poes Sesam, die ze op dat moment haar beste vriend noemde.

Aan een nieuwe relatie was ze toen nog niet toe.

Haar single werd zo goed onthaald dat het een hit beloofde te worden, vertelde ze toen in een interview.

Bovendien kon ze rekenen op de steun van zowel de BBC als de Britse commerciële televisie.

Voordat ze naar Amerika trok, leverde ze regelmatig titelmelodieën af voor tv-series en speelfilms, waardoor ze veel goede contacten had opgebouwd.

Men wist dat ze professioneel werk afleverde en dat hielp haar om goede promotie te krijgen.

De week na het verschijnen van de single had ze al vier aanvragen voor tv-optredens op zak.

Bovendien ging de BBC haar uitspelen in twee grote shows, die in verschillende landen zouden worden uitgezonden, en dit samen onder meer met Sheena Easton.

Ondanks een opvallende hoes, de aandacht van de pers en een beperkte 12-inch promotieversie, wist de single de hitparades niet te bereiken.

Jaren later werd het nummer wel gewaardeerd door liefhebbers en verzamelaars van vroege jaren 80-pop en disco-funk.

Er kwamen zelfs verschillende remixes uit van het nummer.

Naast haar eigen zangcarrière bleef ze actief als songwriter voor televisieprogramma’s en andere artiesten.

Ze verlegde haar grenzen verder als producer, speelde in musicals, interviewde mensen voor televisie en trad regelmatig op in diverse Britse televisieproducties.

Ook zette ze zich in voor maatschappelijke onderwerpen; zo bracht ze in de jaren negentig zelfs een instructievideo uit over zelfverdediging voor vrouwen.

Lynsey de Paul was een bewuste, zelfstandige vrouw die nooit trouwde, al waren haar bedpartners vaak beroemde mannen zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin en Dudley Moore.

De Amerikaanse acteur James Coburn, haar ex-vriend, overleed op 18 november 2002 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn huis in Beverly Hills.

Lynsey de Paul overleed op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, volgens de BBC vermoedelijk aan de gevolgen van een hersenbloeding.

45 jaar geleden, thuis bij Lynsey De Paul (Joepie 16 augustus 1981)

50 jaar geleden, Getty met haar nummer Love Me.

Getty Kaspers werd op 5 maart 1948 geboren in het Oostenrijkse Graz, maar verhuisde al op jonge leeftijd naar Nederland.

Ze groeide op in Enschede, waar haar muzikale talent al snel naar boven kwam.

In de jaren zestig begon ze te zingen in lokale bands.

Haar grote doorbraak kwam toen ze begin jaren zeventig toetrad als leadzangeres van de popgroep Teach-In.

Na vroege hits zoals ‘Fly Away’ en ‘Tennessee Town’ volgde de internationale doorbraak met Ding-a-dong.

Met Teach-In kende ze in 1975 haar absolute hoogtepunt.

De groep werd geselecteerd om Nederland te vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Stockholm met het vrolijke, aanstekelijke nummer Ding-a-dong.

Ze mochten als eerste aantreden en wonnen uiteindelijk het festival met een ruime voorsprong.

Het nummer, geschreven door Eddy Ouwens, Dick Bakker en Will Luikinga, werd een grote internationale hit en bereikte de hitlijsten in heel Europa, waaronder een top 20-notering in het Verenigd Koninkrijk.

Na dit enorme succes bleef de band intensief toeren en singles uitbrengen, maar de druk en interne verschuivingen zorgden ervoor dat de bezetting veranderde.

Getty Kaspers besloot in 1976 te breken met de groep Teach-In om een solocarrière te starten.

Hoewel er geruchten gingen over ruzie, werd de beslissing in goed overleg met de andere groepsleden genomen.

De zangeres voelde dat het succes haar te veel was geworden; ze leefde enkel nog voor haar vak en kon niet meer genieten van het dagelijks leven.

Zo moest ze zaken als het houden van een hond, lezen en koken laten schieten vanwege de overvolle agenda die volgde op de winst van het Eurovisiesongfestival.

Deze plotselinge status als ster lag haar niet goed, omdat ze liever dicht bij zichzelf bleef dan een vedette te zijn.

Voor haar nieuwe weg als soloartiest koos ze ervoor om zich achter de schermen te laten begeleiden door John Gaasbeek, terwijl ze op het podium alleen stond.

Ze streefde ernaar om niet langer enkel als de zangeres van Teach-In te worden gezien, maar als een zelfstandige artiest.

In haar nieuwe loopbaan wilde ze een volwassener geluid laten horen dan het publiek van haar gewend was.

Ze was destijds achtentwintig jaar en vond dat haar muziek bij die levensfase moest passen.

Om haar felbegeerde privéleven te beschermen, nam ze zich voor om nog maar twee tot drie dagen per week te werken.

De rest van de tijd reserveerde ze voor haar rust en persoonlijke interesses.

Onder haar eigen naam bracht ze verschillende singles uit. Haar eerste solosingle in 1976 was ‘Love Me’, een nummer dat werd geproduceerd door Eddy Ouwens.

Dit lied werd geschreven door Bert Baarslag, die helaas op 18 mei 2020 is overleden, en John Gaasbeek, die destijds eveneens lid was van Teach-In.

In 1977 volgde de single ‘Mademoiselle (Mais Oui Je T’Aime).’

Dit nummer werd geschreven door Dick Kooiman, die destijds ook de hoofdredacteur was van de Nederlandse popmuziektijdschriften Muziek Expres (1977-1985) en Popfoto, en Eddy Ouwens, die daarnaast ook weer verantwoordelijk was als producer.

Hoewel ze hiermee airplay kreeg, kon haar solowerk het gigantische succes van de Teach-In-periode niet evenaren.

Samen met John Gaasbeek en Wilma Van Diepen vormde ze in 1978 de groep Balloon.

De twee singles Summerparty, die een medley was van verschillende nummers, en het nummer All You Need Is The Music, uitgebracht in 1979, waren helaas beide een flop.

In de jaren tachtig trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en verhuisde ze met haar toenmalige partner naar Portugal, waar ze een rustiger leven leidde buiten de muziekindustrie.

Na haar terugkeer naar Nederland bleef de liefde voor het Songfestival altijd aanwezig.

Ze bleef een graag geziene gast bij speciale gelegenheden, fanbijeenkomsten en tv-programma’s rondom het festival.

In 2009 trad ze nog eens op met een nieuwe bezetting van Teach-In tijdens de opening van het Eurovisiesongfestival in Moskou, waarmee ze bewees dat haar bekendste succes nog altijd springlevend is in het collectieve geheugen van de Europese popmuziek.

Eind 2024 werkte ze mee aan de speciale theaterproductie Dingedong – De Eurovisiemusical, waarin het 50-jarig jubileum van de songfestivalwinst werd gevierd en waarin zij de rol van juryvoorzitter vertolkte.

In maart 2025 vierde ze de bijzondere mijlpaal dat het exact 50 jaar geleden was dat ze met Teach-In het Eurovisiesongfestival won.

Ze is nog altijd een fervent volger van het Songfestival en spreekt zich samen met andere oud-winnaars, zoals Lenny Kuhr, weleens uit over het evenement.

De nu 78-jarige zangeres woont samen met haar man Cor in het Overijsselse Markelo.

Af en toe laat ze nog van zich horen in de media, zoals bij de presentatie van haar biografie Een leven lang geleden en recenter nog in tv-interviews.

75 jaar geleden vertrok Etienne Gailly naar de Koreaanse Oorlog.

De Belgische atleet Etienne Gailly is de geschiedenis ingegaan met zijn marathondebuut op de Olympische Spelen van Londen.

Op 7 augustus 1948 betrad hij als eerste het Wembley Stadion, op weg naar goud.

In de laatste honderden meters kreeg hij echter een plotselinge inzinking. Hij wankelde over de piste en werd in de laatste meters nog ingehaald door de Argentijn Delfo Cabrera en de Brit Thomas Richards.

Uiteindelijk finishte hij als derde in een tijd van 2:35.34. Gailly kon zich later enkel herinneren dat hij ‘buiten deze wereld’ was en kon nooit een verklaring voor zijn instorting vinden.

Een tweede olympische kans zou hij nooit krijgen, want hij diende als vrijwilliger in de Koreaanse Oorlog, waar in 1952 een mijn een van zijn voeten verminkte, net voor de Spelen in Helsinki.

Op 21 oktober 1971 werd de 48-jarige veteraan in Genval aangereden door een auto en overleed.

Ter ere van Gailly, die luitenant bij de paracommando’s was, organiseert Defensie jaarlijks de ‘Challenge Gailly’ in Eupen, waarvan de recentste editie op 28 mei 2025 plaatsvond.

75 jaar geleden, te gast op de Vroegmarkt, de groothandelsmarkt van Brussel en toen gelegen tussen de Antwerpselaan en Diksmuidelaan.

De Vroegmarkt was een openluchtmarkt op de Grote Markt en de nabijgelegen straten, waar boeren en handelaars hun verse producten verkochten.

Later verplaatste de markt zich naar de Antwerpselaan en de Diksmuidelaan, waar ze meer ruimte had.

In 1973 kreeg de Vroegmarkt een nieuwe locatie aan de Werkhuizenkaai, langs het kanaal, waar ze nog steeds gevestigd is.

De Vroegmarkt is een unieke plek, waar je zowel lokale als exotische producten kunt vinden.

Meer dan 100 handelaars bieden er een breed gamma aan van fruit, groenten, vlees, vis, kaas, dranken, diepvriesproducten, bloemen en planten.

De Vroegmarkt staat bekend om haar kwaliteit en versheid, en trekt daarom veel klanten aan.

Onder hen zijn er detailhandelaars, supermarkten, marktkramers, traiteurs en zelfs enkele van de beste chefs van het land, die graag hun ingrediënten kiezen op de grootste versmarkt van België.

Ook de horeca genoot van deze groothandelsmarkt en was al in de vroege uurtjes open voor soep, koffie en jenever en bier voor sommige.

75 jaar geleden, sfeerbeelden van het feest Sunneklaas in Ameland, in Nederland.

Sunneklaas is een uniek en mysterieus feest dat alleen op Ameland wordt gevierd.

Het feest duurt twee dagen en heeft twee varianten: een voor kinderen en een voor volwassenen.

Op 4 december trekken de Kleine Sunneklazen, jongens tussen de 12 en 17 jaar, in witte gewaden met knuppels en koeienhorens door de straten.

Zij maken lawaai en jagen de mensen schrik aan.

Op 5 december zijn de volwassen mannen aan de beurt.

Zij verkleden zich in allerlei kostuums en maskers en proberen onherkenbaar te blijven.

Zij worden voorafgegaan door de streetfegers of baanvegers, die met koehoorns en kettingen de straten vrijmaken voor de Sunderklazen.

Vrouwen en minderjarigen moeten binnenblijven in open huizen, tenzij ze worden begeleid door een volwassen man.

Als zij worden betrapt op straat, worden ze achtervolgd of teruggebracht.

Alle lichten op het eiland gaan uit, zelfs die van de vuurtoren.

Er wordt muziek gemaakt en toneel gespeeld. Later op de avond wordt er feest gevierd in de open huizen, waar iedereen welkom is.

Sunneklaas is een traditie die de Amelanders graag voor zichzelf houden.

Op andere waddeneilanden is het feest veranderd in een soort carnaval.

Dat willen de Amelanders voorkomen.

In Hollum en Ballum zijn toeristen niet welkom en zijn de meeste horecagelegenheden gesloten tijdens het feest.

Het is een feest dat de Amelanders onder elkaar willen houden, zonder inmenging van buitenaf.

Daarom wordt er weinig over het feest naar buiten gebracht en worden journalisten en andere nieuwsgierigen niet welkom geheten.

Het feest heeft een lange geschiedenis en een sterke culturele betekenis voor de eilanders.

Er zijn echter ook incidenten geweest waarbij journalisten werden lastiggevallen, bedreigd of zelfs aangevallen door sommige eilanders die het feest wilden beschermen.

Dit heeft geleid tot negatieve publiciteit en kritiek op het feest en de Amelandse autoriteiten (foto’s Le Soir Illustré 30 december 1948)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Het verhaal van de Oostenrijkse muzikant Anton Karas die beroemd werd door zijn citermuziek voor de film The Third Man.

Anton Karas ontmoette de regisseur Carol Reed in 1948, toen Reed in Wenen was om de film te draaien naar een verhaal van Graham Greene.

Met in de hoofdrol Orson Welles, Joseph Cotten, en Alida Valli.

Reed was onder de indruk van Karas’ spel in een Heuriger, een typisch Weens wijnbar, en nodigde hem uit om in zijn hotel voor hem te spelen.

Reed besloot om Karas de muziek voor de film te laten componeren en nam hem mee naar Londen voor 12 weken.

Hij schreef muziek voor elke scène van de film, maar het beroemdste stuk, het Harry Lime Theme of The Third Man Theme, had hij al zo’n 20 jaar eerder gemaakt.

De film werd eind 1949 uitgebracht in Engeland en werd een groot succes.

Dankzij de film kreeg Karas al snel aanbiedingen van muziekuitgevers en zelfs een uitnodiging van de koninklijke familie om in Londen een concert te geven.

Het nummer The Third Man Theme werd een grote hit en maakte Karas wereldberoemd.

Het nummer bereikte de eerste plaats in de Amerikaanse en Britse hitlijsten, en bleef daar wekenlang staan.

Het wordt geschat dat er meer dan 40 miljoen exemplaren van het nummer zijn verkocht, zowel op plaat als op bladmuziek.

Het thema van The Third Man wordt nog steeds beschouwd als een iconisch stukje filmgeschiedenis, en een meesterwerk van muzikale sfeer.

Anton Karas overleed op 10 januari 1985 en werd begraven op een begraafplaats in Sievering in Wenen.

Deze week 75 jaar geleden, te gast bij Antwerpse kunstschilder Jos Schippers.

Jos Schippers geboren in Antwerpen op 13 oktober 1868, volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Antwerpen).

In het begin van zijn schilders carrière, schilderde hij vooral landschap en afbeeldingen van boten.

Zijn erkenning kreeg hij, toen hij overschakelde naar zijn anekdotische genretaferelen met apen, die de menselijke personages vervangen.

Jos Schippers was ook een echte familieman en hij was vader van negen kinderen.

In oktober 1948, hij was toen tachtig jaar, kreeg hij op het stadhuis van Antwerpen een grote huldiging door de langstzittende burgemeester van Antwerpen, namelijk Lode Craeybeckx. (Burgemeester van Antwerpen van 1947 tot aan zijn dood in 1976, naar hem is de Craeybeckxtunnel (1981) genoemd, alsook het documentatiecentrum in het Middelheimpark)

Gisteren nog vandaag

Jos Schippers stierf in 1950 (diverse bronnen, Le Soir Illustré en Wikipedia, foto’s uit 1948)

Gisteren nog vandaag

75 jaar geleden, de Amerikaanse actrice Patricia Roc maakt reclame voor zeep van het merk Lux (oktober 1948).

Patricia Roc werd geboren als Felicia Miriam Ursula Herold in New York in 1915, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Engeland met haar moeder.

Ze begon haar carrière als model en theateractrice, en maakte haar filmdebuut in 1938 in The Rebel Son.

Ze speelde in meer dan 40 films, waaronder Millions Like Us, Love Story, The Wicked Lady en Canyon Passage.

Ze stond bekend om haar schoonheid, charme en veelzijdigheid als actrice. Ze werkte samen met bekende regisseurs en acteurs, zoals Alfred Hitchcock, James Mason, Stewart Granger en Dirk Bogarde.

Ze trouwde drie keer, haar eerste echtgenoot was Murray Laing. Dit huwelijk eindigde vijf jaar later in 1944.

Daarna trouwde ze met de Franse cameraman André Thomas. Dit huwelijk duurde tot de dood van André Thomas in 1954.

Haar derde huwelijk was met zakenman Walter Reif, een huwelijk van meer dan tweeëntwintig jaar tot aan zijn dood in 1986.

Ze had ook verschillende affaires, onder andere met de Amerikaanse acteur Ronald Reagan.

Ze leed aan depressie en alcoholisme, en stierf in 2003 op 87-jarige leeftijd aan een longontsteking.