De Chevrolet Corvette van Kim Novak in juli 1961 en de schaduw van haar eerdere relatie met Ramfis Trujillo

De Amerikaanse actrice Kim Novak en de Dominicaanse playboy Ramfis Trujillo hadden een kortstondige maar veelbesproken relatie in de eerste helft van 1958. Ramfis, voluit Rafael Leónidas Trujillo Martínez, was de zoon van de meedogenloze dictator van de Dominicaanse Republiek.

Hij verbleef in de Verenigde Staten voor een militaire opleiding.

Zijn vader, die hem nota bene al op vijfjarige leeftijd de rang van generaal had geschonken, hoopte dat hij daar discipline zou leren. Ramfis had echter andere plannen en maakte in Amerika vooral furore als jetsetter.

Hoewel hij in zijn thuisland al getrouwd was met Octavia Ricart en vader was van zes kinderen, overlaadde hij in Amerika de mooiste vrouwen met luxeauto’s, nertsjassen en peperdure sieraden.

Zijn reputatie liep zo ver vooruit dat jonge vrouwen in Los Angeles als grap een spottende bumpersticker op hun auto kleefden met de tekst dat hun wagen geen geschenk was van Ramfis Trujillo.

In Hollywood kruiste zijn pad dat van Kim Novak, net in de periode dat zij schitterde in de meesterlijke Hitchcock-film Vertigo. Novak stond in die tijd bekend om haar mysterieuze aantrekkingskracht en haar weigering om zich te schikken naar de strenge regels van de grote studiobazen.

Ramfis viel als een blok voor de actrice en vroeg haar zelfs ten huwelijk.

Hij deelde bovendien kwistig dure Europese sportwagens uit aan de actrices met wie hij omging.

Zo is het een historisch feit dat hij de beroemde Zsa Zsa Gabor een exclusieve Mercedes-Benz schonk.

Dat specifieke cadeau leidde zelfs tot een heus schandaal in het Amerikaanse Congres, waar men vreesde dat de financiële steun van de Verenigde Staten aan de Dominicaanse Republiek indirect werd misbruikt om sportwagens voor Hollywoodsterren te bekostigen.

Ook Kim Novak kreeg van de jonge playboy een fonkelnieuwe Mercedes-Benz cadeau.

Al deze weelderige geschenken en de bijbehorende roddels zorgden voor een enorm schandaal dat de filmstudio in de verlegenheid bracht.

Omdat zijn gedrag als playboy de spuigaten uitliep en hij bovendien zijn einddiploma van de militaire academie niet wist te behalen, besloot zijn vader dat het welletjes was en riep hij hem terug naar huis.

Bij zijn thuiskomst wachtte hem een koude douche, want zijn vrouw Octavia vroeg onmiddellijk de echtscheiding aan.

Terug in de Dominicaanse Republiek ontspoorde Ramfis volledig.

Hij hield zich bezig met gruwelijkheden, waaronder groepsverkrachtingen van jonge vrouwen en het uitdelen van onbeduidende opdrachten om mensen uit de weg te ruimen.

Het liep dermate uit de hand dat zijn vader hem noodgedwongen naar een sanatorium in België stuurde, waar hij eind 1958 een elektroshockbehandeling onderging.

Lang bleef hij daar niet, want kort daarna verhuisde hij naar Parijs om zijn oude levensstijl zonder aarzelen te hervatten.

In de Franse hoofdstad leerde hij Lita Milan kennen, een Amerikaanse actrice die onder meer naast Paul Newman had geacteerd.

Zij gaf haar veelbelovende carrière op en de twee stapten al snel in het huwelijksbootje.

Ondertussen heerste zijn vader Rafael Trujillo nog steeds met ijzeren vuist. Hij was al sinds februari 1930 aan de macht en had zelfs de hoofdstad naar zichzelf vernoemd, Ciudad Trujillo.

Zijn eenendertigjarige bewind, bij de Dominicanen bekend als het Trujillo-tijdperk of El Trujillato, staat geboekstaafd als een van de bloedigste periodes ooit in de regio.

De dictator, die extreem ijdel was en zijn gezicht poederde om blanker te lijken, was met zijn regime verantwoordelijk voor tienduizenden doden.

Een absoluut dieptepunt waren de zogenaamde Peterseliemoorden in 1937, een gerichte massamoord op tienduizenden Haïtianen. Hoewel Trujillo uitsluitend dictator was van de Dominicaanse Republiek, deelt het land het eiland Hispaniola met buurland Haïti.

In de uitgestrekte grensstreek werkten destijds veel Haïtianen als goedkope arbeidskrachten op Dominicaanse plantages.

Trujillo koesterde echter een diepe racistische haat en was geobsedeerd door het idee om zijn land witter en Spaanser te maken.

Hij zag de donkerdere, Franstalige buurbevolking als een bedreiging en gaf het meedogenloze bevel om de Dominicaanse grensstreek etnisch te zuiveren.

Afhankelijk van de historische bron werden er tussen de 5.000 en 67.000 Haïtianen afgeslacht.

De naam van dit lugubere bloedbad verwijst naar de wrede taalkundige test die de soldaten gebruikten om de bevolkingsgroepen te onderscheiden.

Ze hielden een takje peterselie, in het Spaans perejil, omhoog. Omdat dit Spaanse woord een rollende r en een specifieke j-klank bevat, was het voor de Franstalige of Creools sprekende Haïtianen nagenoeg onmogelijk om dit perfect uit te spreken.

Wie het woord met een verkeerd accent uitsprak, werd onmiddellijk op brute wijze geëxecuteerd met kapmessen of bajonetten om munitie te besparen.

Aan deze jarenlange terreur kwam pas een einde toen Rafael op 30 mei 1961 werd vermoord door samenzweerders, die financieel en logistiek werden gesponsord door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA.

In de onmiddellijke nasleep van de moord nam Ramfis de tijdelijke controle over het land over.

Gedreven door wraak zwoer hij alle betrokkenen bij de dood van zijn vader te straffen, een belofte die hij waarmaakte door eigenhandig tal van verdachten te vermoorden en te martelen.

De internationale en binnenlandse druk werd echter onhoudbaar, waardoor de familie Trujillo op 19 november 1961 gedwongen werd het land te verlaten.

De vlucht naar Frankrijk verliep in stijl via het luxueuze jacht Angelita, een indrukwekkend schip dat vandaag de dag nog steeds vaart onder de naam Sea Cloud.

Aan boord bevond zich ook de kist van zijn vader, die naar verluidt was bekleed met vier miljoen dollar aan contant geld, kostbare juwelen en belangrijke waardepapieren.

Na een kort verblijf in Frankrijk vestigde Ramfis, de zoon van de overleden dictator Rafael Trujillo, zich in 1962 in Spanje, waar hij bescherming genoot van Generalisimo Francisco Franco.

Daar zette hij zijn extravagante jetset-leven ongehinderd voort en besteedde hij veel tijd aan het vliegen met vliegtuigen als hobby.

Aan dit decadente bestaan kwam een abrupt einde in december 1969. In de buitenwijken van Madrid raakte Ramfis bijzonder zwaar gewond bij een auto-ongeluk.

Hij bestuurde op dat moment een blauwe tweedeurs Ferrari 330GT met serienummer 9151, een sportwagen die hij in 1966 had gekocht.

Bij de harde klap kwam de bestuurster van het andere voertuig, Teresa Bertrán de Lis, op slag om het leven.

Zij was de hertogin van Alburquerque en een zeer prominent lid van de Spaanse hoge adel. Ramfis zelf overleefde het ongeluk in eerste instantie, maar stierf elf dagen later, op 27 december 1969, in een Spaans ziekenhuis aan de complicaties van een opgelopen longontsteking.

Zijn zwaar gehavende Ferrari bleef vanaf 1969 ongerestaureerd in Spanje staan, tot het wrak uiteindelijk begin 2013 voor 50.000 dollar te koop werd aangeboden aan verzamelaars

Het gedicht ’11 november’ van de Vlaamse dichter en prozaschrijver Fritz Francken.

Na zijn studies aan de normaalschool in Lier begon Fritz Francken in 1913 als onderwijzer.

Zijn loopbaan werd echter al snel onderbroken door de Eerste Wereldoorlog. Aan het IJzerfront klom hij als soldaat op in de rangen van korporaal en sergeant tot adjudant.

Tijdens de oorlogsjaren was Francken tegelijkertijd zeer actief in het literaire leven achter de frontlinie.

Hij was een regelmatige bezoeker van ‘Swiss Cottage’, de kunstenaarsvilla van Marie-Elisabeth Belpaire, en werd redactielid van haar tijdschrift Dietsche Warande en Belfort.

Uit zijn briefwisseling met Belpaire blijkt hun gedeelde, strenge veroordeling van de collaboratie met de Duitsers.

Hoewel Francken een voorstander was van Vlaams zelfbestuur, wees hij samenwerking met de bezetter resoluut af als middel om dat doel te bereiken.

Dit standpunt verwoordde hij scherp in een brief aan Lode Baekelmans in 1919: ‘In princiep keuren we de meeste veranderingen door de activisten tijdens de oorlog uitgevoerd goed.

Maar wat we veroordelen: ze hadden de bescherming van de vijand niet mogen inroepen om hun programma op te dringen.’ Ondanks deze duidelijke afwijzing van het activisme, groeide na de oorlog zijn sympathie voor Vlaams zelfbestuur.

Francken engageerde zich voor het Vlaams-nationalistische tijdschrift De Schelde en het radicaal flamingantische uitgeversfonds De Regenboog.

Deze geleidelijke radicalisering kwam hem in liberale kringen op het verwijt te staan een ‘politieke springer’ te zijn.

Zijn bekendste literaire werk ontstond aan het front. Net voor de oorlog was hij gedebuteerd met de dichtbundel ‘Festijnen uit een Bruidsgetij’.

In 1918 verscheen zijn tweede bundel, ‘Het heilige schrijn’, gevolgd door ‘De vijf glorierijke wonden’ en ‘De blijde kruisvaart’ in 1919.

Kenmerkend voor zijn frontgedichten is de opvallend lichte en opgewekte toon die door de sombere oorlogsthematiek heen schemert.

Na de oorlog verschoof zijn focus van poëzie naar het korte verhaal, al bleef de oorlog een belangrijk thema in werken als ‘De Antwerpsche volksjongen op het oorlogspad’ (1937) en de roman ‘De Bonnefoy’s trouwen uit’ (1939).

Zelfs in 1959 blikte hij terug met ‘Met de Ransel op de Rug’, een verzameling gedichten uit de loopgraven.

Na de demobilisatie keerde Francken niet terug naar het onderwijs. Hij vond werk in de Stedelijke Volksbibliotheek in Antwerpen, schreef een monografie over Pol de Mont en werkte mee aan dagbladen als De Schelde en De Volksgazet.

Onder zijn echte naam, Frederik Edward Clijmans, publiceerde hij diverse gidsen over Antwerpen, wat in 1934 leidde tot zijn aanstelling als hoofd van de Dienst voor propaganda en toerisme.

Fritz Francken overleed op 15 augustus 1969 en werd begraven op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen.

Vandaag, precies 50 jaar geleden, op 1 november 1975, maakte de single Dansez maintenant van de Nederlandse zanger zijn entree in de Brt Top 30.

De herkenbare melodie was gebaseerd op Moonlight Serenade van Glenn Miller (1939), met een Franse tekst van zijn echtgenoot Patrick Loiseau en productie van Jean Jacques Souplet.

Het werd een enorme hit: in Vlaanderen en Nederland bereikte het de eerste plaats (op 6 december 1975) in de Brt Top 30 en in de Nederlandse Top 40 (10 november 1975)

Achter de artiestennaam Dave gaat Wouter Otto Levenbach schuil, geboren in Amsterdam in mei 1944.

Hij begon zijn carrière op twintigjarige leeftijd als de frontman van het combo Dave Rich & the Millionaires, waarmee hij in 1964 de single Girl of my dreams uitbracht.

De voornaam van “Dave Rich” hield hij aan als zijn artiestennaam.

In zijn begintijd zong Dave nog in het Nederlands.

In 1967 verhuisde hij echter naar Frankrijk.

In een aflevering van het tv-programma Volle Zalen (13 maart 2025) vertelde hij hierover aan Cornald Maas.

Hij gaf aan dat hij als jonge man met een vriend naar Frankrijk vertrok, zonder enig toekomstplan. Hij wist niet waar hij zou belanden, maar voelde dat hij iets moest veranderen; alleen zou hij die stap waarschijnlijk niet gezet hebben.

Hoewel hij in Frankrijk woonde, had hij in 1969 nog een eerste, bescheiden Nederlandstalige hit in Vlaanderen en Nederland met Natalie. Met het nummer Natalie nam hij trouwens deel aan het Songfestival van Knokke in 1969.

In datzelfde jaar deed hij met het Nederlandstalige Niets gaat zo snel mee aan het Nationaal Songfestival.

Uiteindelijk schakelde hij definitief over naar het Frans.

Zijn eerste grote hit in Frankrijk scoorde hij in 1974 met Trop Beau, een Franse vertaling van Sugar Baby Love van The Rubettes.

Na zijn hoogtijdagen in de jaren 70 keerde Dave in de 21e eeuw terug in de schijnwerpers.

Zijn autobiografie Soit Dit En Passant (2003) zorgde ervoor dat hij veelvuldig op de Franse radio en tv verscheen.

Dit leidde tot nieuwe successen: in 2004 gaf hij drie concerten in het Olympia in Parijs en zijn album Doux Tam Tam (2004) werd goed verkocht.

In 2006 bracht hij het album Levenbach uit, vernoemd naar zijn achternaam, met zeer persoonlijke teksten.

Dave bleef een bekende persoonlijkheid in zowel Frankrijk als Vlaanderen en Nederland.

Hij was te zien in de Franse film Une chanson pour ma mère (2013) en speelde een prominente rol in beide afleveringen van het Nederlandse tv-programma Chansons! met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps.

De afgelopen jaren kende hij persoonlijke tegenslagen. In 2021 ontsnapten hij en zijn partner Patrick aan een koolmonoxidevergiftiging.

Een jaar later raakte Dave ernstig gewond na een ongelukkige val van de trap in hun Parijse huis.

Hiervan is hij redelijk hersteld, al heeft hij nog last van de gevolgen; zo zijn zijn smaak- en reukzin nog steeds niet teruggekeerd.

Desondanks blijft hij actief.

Eind maart 2025 gaf hij voor het eerst een optreden in Carré in Amsterdam.

Joepie 21 augustus 1974

Gisteren nog vandaag

Dave, rusten op bevel (Joepie van 2 september 1979)

Gisteren nog vandaag

Dave (Juni 1979)

Gisteren nog vandaag

Deze week, 55 jaar geleden, komt de Belgische groep Wallace Collection met hun nummer Daydream binnen in de Nederlandse Top 40.

Muzikant, producer en componist Sylvain Vanholme begon zijn muziekcarrière in de jaren zestig als lid van de popgroep Sylvester’s Team die later onder de naam Bird And The Bees verder ging. Daarna was hij oprichter van deThe Wallace Collection, die bekend werd met het nummer “Daydream”.

Veel rockgroepen uit die tijd lieten zich inspireren door klassieke muziek, zoals The Moody Blues, Procol Harum en The Beatles.

Vanholme haalde twee leden van het Nationaal Orkest van België erbij, Jacques Namotte en violist Raymond Vincent.

Een ander lid van de groep, is Freddy Nieuland, helaas overleden op 10 januari 2008.

Sylvain wilde een unieke sound creëren en de manager van de groep Jean Martin regelde een contract bij EMI Records in Londen, dezelfde platenmaatschappij als The Beatles.

Tijdens een opname in de beroemde Abbey Road Studio’s begon Raymond Vincent te spelen op Het Zwanenmeer van Tsjajkovski. Vanholme bedacht er een tekst bij over de liefde en de natuur en zo ontstond Daydream.

Daydream werd een hit in 20 landen en verkocht meer dan 3 miljoen stuks.

Later was hij lid van de popband Two Man Sound op, die hits scoorde met “Charlie Brown” en “Disco Samba”.

Vanholme werkte ook als producer voor artiesten als Jo Lemaire, Plastic Bertrand en Soulsister.

Hij componeerde ook muziek voor films, televisie en reclame.

Vanholme is getrouwd met Anne-Marie Vanholme en heeft twee kinderen, David en Sarah.

Hij woont in Brussel en is nog steeds actief in de muziekwereld.

Deze week, 55 jaar geleden, komt de Britse singer-songwriter Peter Sarstedt met zijn nummer ‘Where Do You Go To (My Lovely)?’ binnen in de Nederlandse Top 40.

Het nummer, werd een groot succes en bereikte de nummer één positie in vele landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika.

In Vlaanderen was deze single, maar goed voor een zeventiende plaats in de Humo Top 20.

In Nederland deed het nummer veel beter en bereikte daar de vierde plaats in de Top 40.

Peter Sarstedt schreef het nummer zelf en de productie was in handen van Ray Singer.

Het nummer stond op zijn gelijknamige album ‘Peter Sarstedt’ en won in 1970 de Ivor Novello Award voor Beste Song, zowel muzikaal als tekstueel.

Naast dit succes had Sarstedt nog andere hits, waaronder ‘Frozen Orange Juice’ en ‘Beirut’, maar geen van deze bereikte het succesniveau van ‘Where Do You Go To (My Lovely)?’.

Sarstedt werd geboren op 10 december 1941 in Delhi, India.

Zijn ouders hadden een theeplantage en nadat zijn vader stierf in 1954, verhuisde het gezin naar het Verenigd Koninkrijk.

Sarstedt vormde als dertienjarige in 1955 een skiffle-band onder de naam van Fabulous 5 en dit onder meer samen met zijn twee broers Peter en Clive.

Met zijn broers, Eden Kane (geboren als Richard Graham Sarstedt) en Clive Sarstedt krgen ze een platencontract in 1973 en veranderde ze hun naam als The Sarstedt Brothers.

Ze brachten samen één album uit in 1973 met als titel Worlds Apart Together.

Daarna gingen ze allen solo, zijn broer Robin Sarstedt kennen we dan ook van de hits “My resistance is low” en “Let’s fall in love” (1976) en ook zijn oudere broer kennen we al eerder als Eden Kane en zijn nummer één hit Well I ask you (1961) en Forget Me Not.

Peter Sarstedt overleed op 8 januari 2017 op 75-jarige leeftijd na een strijd tegen de ziekte progressieve supranucleaire parese (PSP).

Hij was getrouwd met Anita Atke en later met Joanna Meill, met wie hij twee kinderen had.