Deze week, 50 jaar geleden, Lynsey De Paul komt binnen in de Joepies Top 50 met haar nummer Won’t Somebody Dance With Me.

Het nummer haalde de achttiende plek in de Joepies Top 50, maar kwam niet in de Brt Top 30 terecht.

In Nederland stond het op nummer zeventien in de Top 40.

Lynsey De Paul was een onafhankelijke en zelfbewuste vrouw die nooit trouwde.

Ze had relaties met verschillende bekende mannen, zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin, Dudley Moore en anderen.

Ze was ook een succesvolle songwriter die onder anderen Storm in a teacup voor The Fortunes schreef en in 1972 een grote hit scoorde met Sugar me.

Andere bekende nummers van haar zijn Ooh I Do en No honestly.

In 1977 deed ze mee aan het Eurovisiesongfestival met Rock Bottom, samen met Mike Moran.

Ze was ook actief als producer, musicalactrice en televisiepresentatrice.

Ze stierf op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, waarschijnlijk door een hersenbloeding, volgens de BBC.

50 jaar geleden, reclame en geschiedenis van het hotel Amigo in Brussel.

De Vroente of Amigo was naast de Treurenbergpoort en de Steenpoort een van de drie middeleeuwse gevangenissen in Brussel.

De eerste vermelding ervan dateert uit 1326.

Ze had geen vaste plek maar werd elke drie jaar door de landsheer verpacht, wat tot te veel ontsnappingen leidde.

Daarom maakte de Rekenkamer in februari 1522 middelen vrij om een huis aan te kopen in de huidige Vruntstraat tegenover de toenmalige Lakenhal.

Het was een eigendom van de erfgenamen van Jan van Lindt, gelegen tussen de herbergen t’Oudt Stadhuys en Emaüs.

Behalve kamers en cellen (callaborsen) was er ook een kapel ingericht. In de Spaanse Tijd kreeg de gevangenis de naam Amigo, zoals ook blijkt uit een officiële akte van 1652.

Allicht ging het om een foute vertaling die vrunt verwarde met vriend. Het woord vond ook elders in de Nederlanden ingang.

De kamers hadden elk een verschillend tarief, dat ook afhing van hoeveel personen er waren opgesloten.

Voor de cellen en de behoeftigenkamers kreeg de cipier een vergoeding van de overheid of van de schuldeiser die de arrestatie had uitgelokt.

Zowel criminele als civiele gevangenen konden in de Amigo terechtkomen. Een oorkonde van 1328 schreef voor dat poorters en poorteressen van Brussel nergens gevangen mochten worden gezet tenzij in de Vroente of in de Steenpoort.

De costuymen van 1570 schreven voor dat poorters en ingezetenen gewoonlijk in de Vroente moesten worden opgeborgen.

Vandaar dat men zei dat je een nachtje in de Amigo moest hebben doorgebracht om Brusselaar te zijn. Na het bombardement van 1695 lag de Amigo in puin.

De centrale regering wilde er geen kosten aan maken en stond het gebouw in 1705 af aan het stadsbestuur. Het herrees als politiegevangenis en zou volgens Henne en Wauters in 1791 nogmaals zijn herbouwd.

Tijdens de Franse bezetting eind 1792 werden de politieke gevangenen van de Madelonetten overgebracht naar de Amigo.

Paul Verlaine bracht er in 1873 een nacht door waarvan hij een beschrijving naliet. De Amigo bleef bestaan tot 1930.

De naam leeft voort in het Hotel Amigo, dat al sinds 1957 bestaat.

Het werd door de familie Blaton omgebouwd om koninklijke families, beroemdheden en vips te herbergen voor de wereldexpositie van 1958.

Om de hoek op de Kolenmarkt is nog steeds een politiecommissariaat met een cellenblok. (Diverse bronnen, Wikipedia en reclame van november 1973)