Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.

Vandaag 50 jaar geleden, de Vlaamse Leeuw Jean-Pierre Coopman getemd door Muhammad Ali.

De voorbereiding van Jean-Pierre Coopman op zijn legendarische kamp tegen Muhammad Ali verliep onder loodzware druk.

De media gaven de Belgische bokser vrijwel geen kans. Een journalist spotte zelfs dat Coopman de naam van zijn sponsor, Flandria, beter op zijn schoenzolen kon laten zetten in plaats van op zijn broek, omdat die zolen vaker in beeld zouden komen tijdens zijn val.

Terwijl hij in eigen land bekendstond als De Leeuw van Vlaanderen, noemde Ali hem smalend “a sweet little pussycat”.

De sfeer werd grimmiger toen er in de Amerikaanse media een vals gerucht verspreid werd dat Coopman een racist zou zijn.

Ali reageerde hierop met extra agressie, maar Coopman wist de spanning te breken door de bokslegende bij hun eerste ontmoeting spontaan te omhelzen.

Later bleek dat de organisatie zelf achter de roddels zat om de match te promoten.

Ondanks het gebaar bleef Ali verbaal uithalen; hij waarschuwde tv-zenders dat ze hun reclamespots niet zouden kunnen uitzenden, omdat de wedstrijd simpelweg te kort zou duren.

Op 20 februari 1976 stonden de twee tegenover elkaar in het San Clemente-stadion in Puerto Rico.

Na bijna vijftien minuten boksen viel de beslissing in de vijfde ronde.

Na een reeks harde slagen op het hoofd ging Coopman neer.

Hij besloot op te geven om blijvende fysieke schade te voorkomen.

Na afloop toonde Ali zich respectvol en noemde hij zijn tegenstander een gentleman.

Coopman hield 4 miljoen frank over aan de match, een bedrag dat hij investeerde in het café De Beurze in Roeselare.

Door wanbeheer ging de zaak echter failliet.

Zijn sportieve carrière kende nadien nog diverse hoogte- en dieptepunten.

Zo werd hij Europees kampioen tegen de Bask Jose Manuel Urtain, maar na een nederlaag tegen Cookie Wallace en een verliespartij tegen Rudy Gauwe in 1980 stopte hij definitief met boksen.

Ook buiten de ring bleef Coopman een kleurrijk figuur.

In 1995 maakte hij een filmuitstapje door tegen Freddy De Kerpel te boksen in Camping Cosmos.

In 2005 dook zijn naam op in de verkiezing van De Grootste Belg, waar hij op plek 509 strandde.

Vandaag de dag heeft de voormalige bokser de handschoenen verruild voor het penseel; hij legt zich toe op het maken van olieverfschilderijen van beroemde collega-boksers.

.

Vandaag is het 85 jaar geleden dat de Amerikaans acteur en zanger Sal Mineo werd geboren. (New York, 10 januari 1939)

Al zal hij het niet kunnen vieren, gezien hij in 1976 omkwam tijdens een roofoverval.

Mineo werd geboren in de New Yorkse wijk Harlem, als zoon van Siciliaanse emigranten. Op zijn negende verhuisde hij met zijn familie naar The Bronx.

Al op jonge leeftijd schreef zijn moeder hem in voor acteer- en danslessen.

In 1950 maakte hij zijn toneeldebuut in “The Rose Tattoo”, een stuk van Tennessee Williams.

Hij speelde ook de jonge prins in The King and I, met Yul Brynner en Gertrude Lawrence.

In 1957 maakte Mineo een uitstapje naar de rock-‘n-roll. Hij bracht twee singles uit. De eerste was “Start Movin’ (In My Direction)”, die in Amerika dertien weken in de hitparade stond en de negende positie bereikte.

Opvolger “Lasting Love” stond in de VS drie weken in de top-40 en kwam tot de 27e plaats. Daarna kwam een album uit dat in Amerika werd uitgebracht door Epic en in Groot-Brittannië door Philips.

Hoewel Mineo als zanger succesvol was, besloot hij zich snel weer op het acteerwerk te concentreren.

Tussen 1957 en 1959 speelde hij in een handvol films, waaronder “The Gene Krupa Story”, over de legendarische jazzdrummer. Mineo speelde zelf ook drums.

In 1960 werd Mineo genomineerd voor een Oscar, voor zijn bijrol in de film Exodus.

Hij speelde de rol van de joodse jongen Dov Landau. Opnieuw ging de Oscar aan zijn neus voorbij; het beeldje ging naar Peter Ustinov voor zijn rol in Spartacus.

Langzamerhand werd Mineo minder voor films gevraagd.

Tussen 1962 en 1964 speelde hij in drie films: The Longest Day, Escape from Zahrain en Cheyenne Autumn. Hollywood was op zoek naar nieuwe gezichten en Mineo, over wie de geruchten over zijn homoseksualiteit toenamen, liep alweer een tijdje mee.

In 1965 speelde Mineo in The Greatest Story Ever Told en in Who Killed Teddy Bear. In de laatste film, een in zwart-wit gedraaide low-budgetproductie, speelde hij een door seks geobsedeerde stalker.

Thema’s als voyeurisme, masturbatie, kindermisbruik en travestie werden opvallend onverhuld aan de orde gesteld. Mineo was vaak in ontbloot bovenlijf te zien en droeg niet meer dan een strakzittende slip, waarop werd ingezoomd.

De film gaf zijn carrière in Hollywood geen opkikker. Hij keerde terug naar het toneel en regisseerde in 1969 het toneelstuk “Fortune And Men’s Eyes”, met de latere Miami Vice-ster Don Johnson in de hoofdrol.

Hij had daarna bijrollen in televisieseries en films, waaronder Escape from the Planet of the Apes waarin hij de rol van Dr. Milo speelde.

In 1975 keerde hij terug naar het toneel voor P.S. Your Cat is Dead”, in San Francisco. Hij speelde daarin een biseksuele inbreker.

Voordat Mineo met het toneelstuk in Los Angeles zijn opwachting kon maken, werd hij op 12 februari 1976 bij zijn appartement in West Hollywood doodgestoken.

Hij kwam terug van een repetitie.

Zo’n 250 mensen betuigden vijf dagen later in een kerk in Mamaroneck, New York, de laatste eer aan Mineo.

Onder hen waren Courtney Burr (met wie hij de laatste jaren een relatie had), Jill Haworth, Michael Mason, Elliot Mintz, Desi Arnaz jr., Nicholas Ray, Michael Greer, zijn moeder Josephine en familie.

Lionel Ray Williams, een voormalige pizzakoerier, werd in 1979 veroordeeld voor de moord op Mineo.

Hij was negentien toen Mineo werd vermoord.

Williams kreeg 51 jaar cel voor de moord op Mineo (een mislukte beroving) en voor tien berovingen.

In het geval van Mineo is Williams veroordeeld op basis van voornamelijk indirect bewijs.

Zo legde zijn vrouw een belastende verklaring af en zei een medegevangene dat Williams tegenover hem de moord heeft bekend.

Begin jaren negentig werd hij voorwaardelijk vrijgelaten.

Williams kwam later weer achter de tralies, omdat hij zich weer op het criminele pad had begeven. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Vandaag herdenken we de vijftiende verjaardag van het heengaan van Wannes Van de Velde, een Vlaamse zanger en kunstenaar die een grote invloed had op de Vlaamse cultuur en identiteit.

Ter ere van zijn nagedachtenis brengt BLP Records een nieuwe vinylsingle uit van zijn bekendste lied ‘Ik Wil Deze Nacht In De Straten Verdwalen’.

Dit nummer schreef hij in 1973 voor de film “Home sweet home” van Benoit Lamy, maar het werd pas later opgenomen op het album Ne zanger is een groep.

De single bevat twee versies van het lied: de originele tweetalige versie uit 1973, die al vijftig jaar een klassieker is, en de versie uit 1976, die nooit eerder op vinylsingle te verkrijgen was.

Deze single is een eerbetoon aan de rijke muzikale erfenis van Wannes Van de Velde, die ons met zijn poëtische teksten en authentieke stem liet verdwalen in de straten van zijn geliefde Antwerpen.

Willeke Alberti wordt winkeldame

In de zomer van 1976 stond Willeke Alberti op het punt om te trouwen met haar vriend John de Mol jr.

Om meer aandacht te kunnen besteden aan haar privéleven, besloot ze het een tijdje kalmer aan te gaan doen.

Ze zette voorlopig een punt achter haar loopbaan als actrice en las tevens een pauze van enkele maanden in wat betreft haar optredens.

Het daaraan voorafgaande seizoen was ze namelijk bijna dagelijks op pad geweest met André van Duin, en dat was haar een beetje te veel geworden.

Om toch niet stil te hoeven zitten, kochten zij en John een platenwinkel in Laren, op slechts enkele kilometers afstand van hun woning in Blaricum.

Ze nam zich voor om daar een tijdje als winkeldame aan de slag te gaan. Op die manier bleef ze lekker bezig, maar had ze wel de zekerheid dat ze ’s avonds gewoon thuis kon zijn.

De inspiratie voor dit ondernemerschap had Willeke duidelijk van huis uit meegekregen.

Haar vader, de bekende zanger Willy Alberti, was namelijk ook eigenaar van een eigen platenzaak.

Het was in die tijd wel vaker de gewoonte dat succesvolle artiesten een winkel begonnen, enerzijds als verstandige investering voor de toekomst en anderzijds om heel direct in contact te blijven met het kopende publiek en de fans.

De winkel van Willy opende op 28 november 1968 de deuren aan het Osdorpplein in Amsterdam, waar hij de zaak met veel succes runde samen met zijn zoon Tonny, die als inkoper fungeerde.

Deze platenzaak bleef tot ver in de jaren tachtig een begrip voor muziekliefhebbers.

Willeke en John noemden hun nieuwe zaak aan de Brink in Laren toepasselijk Disco Alberti, dezelfde naam als het succesvolle bedrijf van Willekes vader.

Dit betekende echter niet het einde van haar zangcarrière, want ze koesterde wel de wens om weer de studio in te duiken.

Daar had ze voorheen de tijd niet voor kunnen vinden, maar met haar nieuwe, rustigere levensritme lukte dat wel.

Ze gaf destijds wel duidelijk aan dat ze nummers in de stijl van Spiegelbeeld achter zich wilde laten, simpelweg omdat ze geen tiener meer was.

In plaats daarvan wilde ze zich gaan toeleggen op romantisch getinte liedjes met teksten die aanzienlijk meer inhoud hadden dan haar eerdere werk.

Met deze nieuwe muzikale koers leek de kans dan ook groot dat ze snel weer een plekje in de hitlijsten zou weten te veroveren.

De Larense platenzaak werd zakelijk ondergebracht in de vennootschap B.V. Disco Alberti.

In het appartement boven de winkel woonde destijds Berber van der Weg, die in de jaren zeventig haar intrek in de woning nam.

Zij was een absolute sleutelfiguur in het lokale buurtleven en zou later uitgroeien tot een zeer goede vriendin van Willeke. Berber was de drijvende kracht en voorzitter van de Larense buurtvereniging Ons Genoegen.

Tientallen jaren lang organiseerde ze talloze grote en kleine evenementen voor het dorp, variërend van politieke bijeenkomsten en kinderfestijnen tot bingo’s en de traditionele Klepperman van Elleven.

Het avontuur met de platenzaak was uiteindelijk geen lang leven beschoren.

In 1979 sloot de winkel definitief de deuren, en kort daarna strandde in 1980 ook het huwelijk tussen Willeke en John.

Toch kreeg de onderneming nog een opmerkelijk staartje.

Na de sluiting behield John de Mol de oorspronkelijke B.V. en doopte deze om tot John de Mol Produkties, het bedrijf dat later de fundering zou vormen voor het wereldwijde media-imperium Endemol.

Ook de band tussen Willeke en Berber bleef altijd bestaan.

Hun vriendschap was zelfs zo hecht dat Van der Weg uiteindelijk de voorzitter werd van de Willeke Alberti Foundation, de stichting waarmee Alberti optredens verzorgt in zorgcentra voor ouderen en mensen met een beperking.

Tegenwoordig herinnert er in Laren nog maar weinig aan de muzikale geschiedenis van het pand, het biedt nu namelijk onderdak aan exclusieve modewinkels.

50 jaar geleden, het filmdebuut van Julien Clerc in de film D’amour et d’eau fraîche met Miou-Miou en Annie Girardot.

In de zomer van 1976 was het filmdebuut van Julien Clerc te zien in de Vlaamse bioscopen, een gebeurtenis die destijds uitgebreid de aandacht trok.

De zanger, destijds omschreven als het enfant terrible van de Franse pop, draaide op dat moment al meer dan acht jaar mee in de muziekwereld.

Zijn carrière had een grote vlucht genomen sinds zijn ontdekking in de musical Hair, waarna de hits zich in zijn eigen land snel opstapelden.

Ook in de Lage Landen had hij in die periode definitief voet aan de grond gekregen.

Met zijn toen recente plaat ‘This Melody’ behaalde de Franse krullebol in amper enkele maanden tijd zijn tweede grote succes in onze hitlijsten, maar hij bleek destijds nog andere artistieke plannen te hebben.

Julien Clerc stond er destijds om bekend dat hij niet graag te koop liep met zijn veelzijdige talent.

Hij wilde in de eerste plaats vooral zichzelf overtuigen, terwijl de mening van het publiek voor hem eerder bijzaak was.

Zonder veel tamtam stortte hij zich destijds in het voor hem onbekende avontuur van de filmwereld.

Hij vertelde toen dat hij daar al een hele tijd van droomde en dat de filmkunst hem altijd had geboeid.

Ook gaf hij destijds toe dat hij al vaker aanbiedingen had gekregen, maar die aanbiedingen had hij altijd geweigerd, omdat hij niet achter de verhalen stond.

Dat veranderde toen zijn vriend en regisseur Jean Pierre Blanc hem op een dag opzocht en een scenario overhandigde dat hem wel aansprak.

De film kreeg de titel ‘D’Amour et D’Eau Fraîche’.

Omdat het een zeer romantisch verhaal was en hij bovendien Annie Girardot en Miou-Miou als tegenspeelsters kreeg, kon hij zich destijds nauwelijks een beter gezelschap voorstellen om zijn debuut te vieren.

Voor de opnames van start gingen, probeerde Miou-Miou nog met alle macht haar toenmalige partner Patrick Dewaere aan de mannelijke hoofdrol te helpen, maar regisseur Jean-Pierre Blanc verzette zich hiertegen.

Julien Clerc was immers al een gekende en populaire muzikant in Frankrijk en kreeg de voorkeur.

Op de set speelden Julien Clerc en Miou-Miou een pril liefdeskoppel, wat ze ook tijdens de opnames in het echte leven werden, tot grote wanhoop van Patrick Dewaere.

Het verhaal van de film, dat destijds als een Franse Love Story werd onthaald, draaide om het personage Jip, een rol die door Julien zelf werd gespeeld.

Jip was een jongen van 25 jaar die samenwoonde met de 40-jarige Mona, gespeeld door Annie Girardot.

Zijn leven nam een wending toen hij Rita ontmoette, een rol van Miou-Miou.

Zij was een jonge Hollandse die namaakjuwelen maakte, terwijl Jip de kost verdiende als pianoleraar.

Jip raakte destijds zo in haar ban dat hij besloot Mona te verlaten om met Rita te gaan samenwonen.

Met hun gespaarde geld trokken de twee op vakantie naar het Zuiden, maar bij hun terugkeer sloeg het noodlot toe en werd Rita ziek.

Enkele weken later overleed ze, waarna Jip, die destijds ziek was van verdriet, uiteindelijk terugkeerde naar Mona.

Zij ontving hem destijds met open armen en veel begrip, wat het emotionele slot vormde van deze film die vijftig jaar geleden in de zalen draaide.

Ondanks de sterke cast flopte de film in de bioscoop.

Het zou uiteindelijk ook bij zijn enige hoofdrol als acteur blijven.

Clerc zelf vertelde later dat hij begreep dat acteren niet echt zijn ding was. Wel was hij veel later nog te zien in een cameo als zichzelf in de films Guy, onder regie van Alex Lutz, en On l’appelait Roda, die allebei in 2018 uitkwamen.

Het jonge koppel trouwde en kreeg twee dochters.

Het gezinsleven maakte hem blijkbaar wat rustiger en met het knippen van zijn krullen leken ook zijn wilde haren te zijn verdwenen.

Niets was echter minder waar.

Vlak voordat hij in 1982 het album Femmes, Indiscrétion, Blasphème uitbracht, verbrak Julien de relatie met Miou-Miou

Gisteren nog vandaag