Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De originele bromfietsfabriek uit Stuttgart ging in 1983 failliet, maar de merknaam is verkocht en wordt sindsdien door een ander bedrijf gebruikt voor moderne fietsen.
De groep werd aan het begin van de jaren zeventig opgericht in de wijk Toxteth in Liverpool.
Aanvankelijk traden de leden op onder namen zoals Sophisticated Soul Brothers.
De uiteindelijke bandnaam ontstond volgens de overlevering toen hun manager Tony Hall op Piccadilly Circus in Londen een levensgroot reclamebord van Coca-Cola zag staan met de bekende slagzin.
De vaste kern van de groep werd gevormd door de broers Chris en Eddie Amoo, aangevuld met Dave Smith en Ray Lake.
Na enkele jaren van bescheiden successen en optredens in de bekende tv-talentenshow Opportunity Knocks, kwam in 1976 de grote doorbraak.
Ze waren niet langer de jongens die David Essex vocaal bijstonden op zijn singles en tijdens zijn optredens, en ook het werk als jingle-inzingers lag definitief achter hen.
Iedereen kende hen plotseling dankzij de enorme zomerhit ‘You To Me Are Everything’.
Die doorbraak kwam er dankzij de single die in het voorjaar van 1976 via Pye Records werd uitgebracht.
Het nummer werd geschreven en geproduceerd door het koppel Ken Gold en Michael Denne.
De twee songschrijvers bedachten de meeslepende melodie en het pakkende refrein in minder dan een uur tijd, speciaal afgestemd op de warme tenorstem van leadzanger Chris Amoo.
De song steeg door naar de absolute top van de Britse hitparade, nadat er op het hoogtepunt maar liefst 30.000 exemplaren per dag van over de toonbank gingen.
In juli 1976, midden in de broeierige Britse zomer, klom de single naar de absolute eerste plaats van de Britse hitparade.
Het nummer bleef drie weken lang bovenaan de UK Singles Chart staan en zorgde voor een historisch moment: The Real Thing werd daarmee de eerste volledig zwarte Britse band die toen een nummer 1-hit scoorde in het Verenigd Koninkrijk.
Ook buiten Groot-Brittannië werd de song een grote hit.
In Vlaanderen was het nummer goed voor de achtste plaats in de BRT Top 30, terwijl de single het in Nederland nog iets beter deed en daar de vierde plaats bereikte in de Top 40.
Ondanks dat plotselinge succes hielden de bandleden er een opmerkelijk doordachte en verrassende visie op na.
Ze waren namelijk niet van plan om vijf jaar op een doorbraak te wachten om vervolgens na één knaller weer in de vergetelheid te verzinken.
Eddie Amoo kon het nauwelijks geloven toen manager Tony Hall hem opbelde met het nieuws dat de single als een raket omhoogschoot.
Eddie trok halsoverkop zijn kleren aan, stapte in de wagen en kocht alle muziekkranten die hij kon vinden om de hitlijsten met eigen ogen te zien.
Pas toen hij de notering op nummer 22 in Top of the Pops zag staan, drong het werkelijk tot hem door.
Toch voelde de groep dat succes heel nuchter aan.
Ze wilden dit momentum vooral gebruiken om materiaal uit te brengen dat veel dichter lag bij wie ze echt waren.
Ze vonden ‘You To Me Are Everything’ simpelweg niet representatief voor hun eigen muzikale identiteit.
Zonder enige artistieke pretentie zagen de jongens die hit puur als een opstapje naar een wijdere en diepere creatieve ruimte.
Na een reeks van zo’n zes spectaculaire flops uit het verleden stonden ze nu eenmaal anders in het leven toen ze het nummer opnamen.
Ken Gold ging eerder ook met hen aan de slag voor hun geplande conceptalbum over het leven in Liverpool 8.
Dat project lag de mannen nauw aan het hart.
Ze wilden het verhaal vertellen van een kind dat opgroeide in een reusachtig appartementsgebouw van negentig verdiepingen.
Op Ray na kwamen alle bandleden uit die dichtbevolkte en arme wijk bij de dokken, waar misdaad aan de orde van de dag was, maar waar ook mensen met een ijzeren karakter zoals bokser John Conteh opgroeiden.
Waar iedereen bij Liverpool meteen aan The Beatles dacht, wilde The Real Thing laten zien hoe het er daar werkelijk aan toe ging.
De groep had daarnaast enorm veel te danken aan de mensen om hen heen.
Via een tv-spotje voor producer Jeff Wayne leerden ze zanger David Essex kennen.
Essex was ontzettend eerlijk tegen hen, hielp hen bij het componeren en leerde hen hoe ze persoonlijke liedjes moesten schrijven die echt geworteld waren in hun eigen achtergrond.
Ook het optreden in hun voorprogramma voor duizenden uitzinnige tieners in de Londense Earl’s Court was een onvergetelijke ervaring geweest.
Een andere sleutelfiguur was hun manager Tony Hall, een absolute autoriteit op het gebied van zwarte muziek in Engeland, die hen voortdurend op het juiste spoor hield.
In hun beginjaren traden ze namelijk vooral op in de clubs van Noord-Engeland, waar ze aan het verwachtingspatroon van vier ‘leuke zwarte kerels’ voldeden: ze zongen Amerikaanse nummers, maakten strakke danspasjes en praatten op aandringen van hun vorige manager zelfs met een Amerikaans accent.
In de zomer van 1976 lieten ze die ingestudeerde rol voorgoed achter zich om eindelijk hun eigen verhaal te vertellen.
Na het succes van You To Me Are Everything scoorde de band nog diverse andere hits, waaronder ‘Can’t Get By Without You’ en het doordringende disco-epos ‘Can You Feel The Force?’
Tien jaar later, in 1986, beleefde hun bekendste klassieker een tweede jeugd. Een remix onder de titel The Decade Remix bracht de plaat opnieuw hoog in de hitlijsten, met een top 5-notering in het Verenigd Koninkrijk.
You To Me Are Everything is door de decennia heen uitgegroeid tot een tijdloze pop- en soulklassieker die nog steeds frequent op de radio te horen is en door tal van andere artiesten, zoals Frankie Valli, werd gecoverd.
In de jaren 80 stak het fenomeen van de remixes de kop op in de charts
Heel wat grote hits uit de 60s en 70s keerden dat decennium terug in de hitlijsten, o.a. ‘December 1963 (Oh What A Night)’, ‘Heaven Must Be Missing An Angel’, ‘Downtown’, ‘Black Betty’ en ‘Eve Of The War’.
De allereerste single die in een nieuwe versie opnieuw een hit werd, was ‘You To Me Are Everything’ van de Engelse soulgroep The Real Thing.
In de lente van 1986 werd dit voor de tweede keer een grote Europese hit. In de UK stond het nummer zelfs 2 keer in de top 5.
Het origineel voerde in juli 1976 gedurende 3 weken de Britse top 40 aan. In Nederland stond The Real Thing ermee op n°4 en op n°8 in Ultratop. ‘You To Me Are Everything’ werd nooit een groot succes in de VS.
Dit was te wijten aan het feit dat er verschillende coverversies van werden opgenomen.
Hiervan stonden er drie tegelijkertijd in de Billboard Hot 100, die elkaar stuk voor stuk verhinderden om erboven uit te steken.
Het al in 1970 opgerichte The Real Thing was in de jaren ’70 de meest succesvolle zwarte act.
Ze kwamen in het vizier van EMI door een sterke live-act bestaande uit progressieve versies van Amerikaanse hits. Ondanks positieve kritieken werden de eerste singles geen succes.
De kentering komt er wanneer ze de steun krijgen van idool David Essex en een contract krijgen bij Pye Records.
Na talrijke personeelswissels is de 8ste single ‘You To Me Are Everything’ eindelijk een schot in de roos. ‘Can’t Get By Without You’ en ‘You’ll Never Know What You’re Missing’ (in 2002 nog gesampled door Thomas Bangalter van Daft Punk) zijn daarna nog grote Britse hits, maar daarna sputtert de hitmachine een aantal jaren.
In 1979 slaan ze terug met het space disco-nummer ‘Can You Feel The Force?’.
In 1982 werken ze opnieuw samen met David Essex als diens backingband.
Vier jaar later worden de oude hits dus heropgevist. The Real Thing draait nog steeds mee in het oldiescircuit.
Ze zijn intussen wel herleid tot een duo bestaande uit de oorspronkelijke leden Chris Amoo en Dave Smith.
De andere helft is reeds gestorven.
Chris’ broer Eddie overleed op 23 februari 2018 op 74-jarige leeftijd.
Ray Lake is in 2000 al op 54-jarige leeftijd overleden na een leven van drank- en drugverslavingen.
Ken Gold, de voornaamste songwriter en producer van de band, schreef ook hits bij elkaar voor Billy Ocean, Tight Fit, The Jodelles en Delegation.
Het verhaal van The Real Thing werd in 2019 opgetekend in de docu Everything – The Real Thing Story (met dank aan Denis Michiels)
De Utrechter, die feitelijk Rob van Bommelen heet, begon al in de jaren zestig muziek te maken met zijn band onder de naam Don Mercedes & his Bentz, al bleef het echt grote succes destijds nog uit.
Dat veranderde in 1976. In dat jaar behaalde de Duitser Frank Farian, de grote man achter Boney M., in zijn eigen land een nummer-één-hit met het Amerikaanse nummer ‘Rocky’, dat oorspronkelijk is geschreven door Jay Stevens en voor het eerst op plaat werd gezet door Austin Roberts.
In 1975 brengt de Amerikaanse countryzanger Dickey Lee het nummer Rocky uit. Het wordt een grote hit in de Verenigde Staten en komt op 1 terecht in de hitlijst genaamd Hot Country Singles.
De Nederlandse producers Peter Koelewijn en Will Hoebee zagen potentie in het lied en besloten er een Nederlandstalige versie van te maken.
John Eshuis, promotieman van platenmaatschappij Phonogram (Philips), nam de vertaling voor zijn rekening.
De producers wisten in eerste instantie nog niet met wie ze het nummer moesten opnemen, totdat Will op het idee kwam om Don Mercedes te benaderen.
Peter haalde vervolgens Bonnie St. Claire over om de vrouwelijke leadstem in te zingen.
Zij had op dat moment net een grote hit met Dr. Bernhard gescoord, samen met hem.
Hoewel verschillende websites beweren dat Patricia Paay de leadstem inzong, is dat dus niet juist.
De hele productie werd in een halve dag afgerond.
Diezelfde dag nog bracht Will een bandje naar een paar diskjockeys, die ‘Rocky’ meteen begonnen te draaien.
Het werd een enorm succes: in Vlaanderen eiste de single gedurende drie weken de hoogste positie van de hitparade op, en ook in Nederland bereikte de plaat de eerste plaats in de Top 40.
Het nummer was zo populair dat het in datzelfde jaar ook nog werd gecoverd door Paul Severs en De Strangers.
Twee jaar later, in 1978, coverde Don Mercedes het nummer “Days Of Pearly Spencer” van David McWilliams.
Peter Koelewijn schreef hiervoor de Nederlandse tekst en het nummer kreeg de titel ‘Telefoon’.
Ook op deze single is Bonnie St. Claire weer te horen.
Tegenwoordig staat deze single op Discogs te koop voor zo’n 50 euro.
Destijds was het exemplaar voor een afgeslankte prijs van 50 Belgische frank te koop, wat neerkomt op 1,25 euro, waarmee het achteraf gezien een van de beste investeringen ooit was.
In 1981 probeerde de zanger nog mee te liften op de wereldwijde Dallas-rage met het nummer ‘Wie Schoot Op J.R. Ewing’.
Na zijn muzikale hoogtijdagen opende hij een discotheek aan de Oude Gracht in Utrecht, die hij enkele jaren heeft gerund voordat de zaak uiteindelijk failliet ging.
Daarnaast bleef hij actief als zakenman.
Zo exploiteerde hij een sinaasappelplantage in Florida en investeerde hij in de Franse en Amerikaanse release van het bekende boek Stoppen met roken van Allen Carr.
In het begin van 2011 verscheen er voor het eerst in dertig jaar weer een nieuw album van zijn hand.
Inmiddels is de Nederlandse zanger 85 jaar oud en geniet hij in alle rust van het leven.
We leerden het nummer ‘Als je weet wat liefde is’ kennen dankzij de legendarische televisieserie Sil de Strandjutter.
Deze onvergetelijke reeks, met fantastische hoofdrollen voor Jan Decleir en Monique van de Ven, werd voor het eerst uitgezonden in 1976.
De muziek werd gecomponeerd door Johnny Pearson, waarna Karel H. Hille zorgde voor de prachtige Nederlandse tekst.
Monique van de Ven bracht het nummer destijds uit op single, maar helaas kwam het niet verder dan de Tipparade.
Later besloot ook Mieke Telkamp het nummer te coveren.
Sil de Strandjutter is een dramaserie gebaseerd op het gelijknamige en succesvolle boek van de Nederlandse auteur Cor Bruijn uit 1940.
Het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw op het waddeneiland Terschelling en volgt het leven van de eigenzinnige boer en strandjutter Sil Droeviger.
Wanneer hij tijdens een zware storm een Zweeds meisje uit een zinkende boot redt, besluit hij haar als zijn eigen dochter op te voeden, wat leidt tot een meeslepend gezinsdrama vol liefde, trots en religieuze spanningen.
De serie was destijds een gigantisch kijkcijferkanon in zowel Nederland als Vlaanderen en geldt nog altijd als een van de absolute hoogtepunten uit de Nederlandstalige televisiegeschiedenis.
Een leuk weetje is dat de productie destijds ontzettend ambitieus en duur was voor die tijd.
De opnames vonden grotendeels plaats op Terschelling zelf, wat zorgde voor een zeer authentieke en rauwe sfeer.
Hoewel Monique van de Ven destijds al een grote ster was door haar filmdebuut in Turks Fruit, was haar muzikale uitstapje met de titelsong een zeldzaamheid in haar carrière.
De serie zorgde bovendien voor een enorme boost in het toerisme naar Terschelling, omdat kijkers massaal de prachtige, melancholische locaties uit de afleveringen met eigen ogen wilden bewonderen.
Monique van de Ven woont inmiddels al jaren samen met haar man, de acteur en scenarioschrijver Turks Fruit, in het Gooise Blaricum.
Stilzitten doet de actrice nog allerminst, want ze denkt nog zeker niet na over een definitief pensioen.
Zo speelde ze recent nog de hoofdrol in het deels fictieve docudrama Een vrouw als Monique en staan er ook alweer diverse nieuwe filmprojecten op haar planning.
Vijftig jaar geleden rees de vraag of de Golden Earring weldra weer met zijn vieren zou zijn.
Het was in die tijd algemeen bekend dat popgroepen die zich uitsluitend op tieners richtten, vaak geen lang leven beschoren waren.
Na een reeks hits kwam er meestal een periode van stilte of zelfs neergang. Dat wilde echter niet zeggen dat men zomaar op zijn lauweren kon rusten.
Ook zwaardere rockbands hadden het destijds moeilijk, en het werd meteen opgemerkt wanneer het lp-publiek begon af te haken.
Het meest sprekende voorbeeld daarvan was op dat moment de Nederlandse supergroep Golden Earring.
Na enkele jaren van groot succes stonden ze toen voor een bijzonder lastige periode.
Slechts een paar maanden eerder had alles nog uitstekend geleken voor de band.
Ze waren enorm enthousiast geweest over hun geplande Amerikaanse tournee.
Brian Hay gaf aan dat hun vorige plaat een kassucces was geweest in de Verenigde Staten en dat de daaropvolgende tournee erg goed was meegevallen.
Om hun nieuwe album ‘To The Hilt’ te promoten, hadden ze een nieuwe reeks optredens voorzien, maar de verwachtingen werden die keer helaas niet ingelost.
Het album bereikte destijds de 156e positie in de Amerikaanse Billboard Top 200 en ontving over het algemeen minder gunstige kritieken.
Hierdoor liepen de voorverkoopcijfers van de Amerikaanse tournee drastisch terug.
Ondanks deze tegenvallende cijfers trok de band toch naar Amerika.
Volgens Barry Hay was de eerste show geweldig, maar verzwakte de belangstelling daarna enorm.
Hoewel hij niet precies wist waar dat aan lag, benadrukte hij dat ze zich nochtans de ziel uit het lijf hadden gespeeld.
Hij voegde eraan toe dat men met het Amerikaanse publiek echter nooit zeker was.
De opkomst was op een bepaald moment zo minimaal dat de tournee werd onderbroken en de groepsleden veel vroeger dan verwacht naar Nederland terugkeerden.
Alsof deze zware domper nog niet genoeg was, stond het er rond die tijd ook al zo goed als vast dat de nieuwste aanwinst van de groep, organist Robert Jan Stips, de Golden Earring zou gaan verlaten.
Een tijd daarvoor had hij zijn eerste soloalbum uitgebracht, en de algemene verwachting was dat hij als soloartiest verder wilde gaan.
Robert zelf was toen niet te bereiken voor commentaar, maar Barry Hay gaf wel tekst en uitleg.
Hij vertelde dat Robert het in die periode niet meer met hen zag zitten, omdat hij absoluut veranderingen in hun muziek wilde doorvoeren.
Hoewel de kans op zijn vertrek zeer groot was, stond de definitieve beslissing nog niet voor de volle honderd procent vast en zou er eerst nog verder over gepraat worden.
Barry Hay nuanceerde de situatie door te stellen dat het voor hen geen drama zou zijn als Robert daadwerkelijk de groep verliet.
Ze hadden het immers al die jaren daarvoor ook met zijn vieren gedaan, dus er was geen reden waarom ze dat op dat moment niet meer zouden kunnen.
De hele show zou in dat geval wel herzien moeten worden, maar dat was volgens hem hooguit een kwestie van enkele maanden werk.
Uiteindelijk was Robert Jan Stips van 1974 tot 1976 toetsenist bij de band.
Hij speelde mee op het album Switch en toerde destijds intensief met hen door de Verenigde Staten.
Na zijn vertrek uit de groep in 1976 richtte hij zich op diverse andere projecten.
Zo was hij medeoprichter van de formatie Sweet d’Buster en startte hij daarna kortstondig zijn eigen project Transister.
Daarnaast drukte hij als producer zijn stempel op de Nederlandse popmuziek door onder meer drie albums te produceren voor de bekende new-waveband Gruppo Sportivo.
In 1981 sloot hij zich vervolgens aan bij de groep Nits.
Op een korte onderbreking eind jaren negentig na, is hij nog altijd een vast gezicht binnen deze band.
Zijn muzikale carrière was echter al veel eerder begonnen.
In 1968 was Stips de oprichter van de progressieve rockband Supersister, die een grote hit scoorde met ‘She Was Naked’.
In 2019 blies hij deze groep succesvol nieuw leven in met het Supersister Project.
Vanaf de jaren negentig werkte hij bovendien intensief samen met cabaretier Freek de Jonge.
Stips schreef muziek voor diens theatershows en speelde de herkenbare accordeonpartij in op de nummer één-hit Er is leven na de dood.
De inmiddels 76-jarige Robert Jan Stips is nog altijd enorm actief als veelzijdig muzikant, componist en producer.
Hij combineert zijn decennialange vaste rol als toetsenist en zanger bij The Nits met talloze eigen projecten.
Zo treedt hij nog steeds op met zijn oude band Supersister, waarbij hij een trio vormt met Rinus Gerritsen, en staat hij op de planken met zijn soloprogramma RJSolo.
Ook blijft hij muzikaal vernieuwen; hij werkt samen met violiste Marieke Brokamp en in 2025 bracht een recenter project hem samen met zangeres Jane Goulding, wat resulteerde in het album en de tournee Love & Affection.
Het creatieve talent zit overigens ruimschoots in de familie, want zijn oudere broer Wouter Stips is een bekende kunstschilder en beeldhouwer.
De geschiedenis van de Golden Earring als band kwam uiteindelijk definitief ten einde nadat gitarist George Kooymans in 2021 de diagnose ALS kreeg.
Tot groot verdriet van velen is hij in 2025 aan de gevolgen van deze slopende ziekte overleden.
De overgebleven bandleden gingen daarna ieder hun eigen weg, maar lieten de muziek nooit helemaal los.
De inmiddels zevenenzeventigjarige zanger Barry Hay woont tegenwoordig op Curaçao.
Hij geniet daar van een rustiger leven, al blijft de muziek door zijn aderen stromen en sluit hij een optreden op zijn tijd zeker niet uit.
Ook de energieke drummer Cesar Zuiderwijk is nog altijd actief in de muziekwereld.
Hij geeft regelmatig drumclinics en treedt vol enthousiasme op in theaters met diverse soloprojecten en muzikale shows.
Bassist Rinus Gerritsen is eveneens nog volop met muziek bezig.
Hij blijft muzikaal experimenteren, repeteert veel en voelt naar eigen zeggen dat hij als muzikant nog steeds vooruitgaat.
Begin 2026 kwamen Hay, Zuiderwijk en Gerritsen nog eenmaal samen voor een groots en emotioneel afscheidsconcert in Rotterdam Ahoy.
Daar brachten zij als prachtig eerbetoon, samen met diverse gastartiesten, een indrukwekkende viering van hun enorme muzikale nalatenschap
Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.
Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.
Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.
In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.
Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.
Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.
Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.
In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.
Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.
Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.
Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.
De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.
De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.
In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.
Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.
Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.
Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.
Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.
In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.
Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.
Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.
Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.
De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.
Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.
Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.
Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.
De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.
Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.
In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.
Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.
Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.
Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.
Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.
De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.
Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.
Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.
Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.
Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.
Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.
In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.