



Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek







Jean Paul Getty was met een persoonlijk vermogen van 15 miljard dollar een van de rijkste mensen ter wereld.
De in de Verenigde Staten geboren oliemagnaat had al op 24-jarige leeftijd zijn eerste miljoen verdiend, waarna hij tijdelijk met pensioen ging om een playboyleven in Los Angeles te leiden.
Hoewel hij al snel terugkeerde naar de zakenwereld en een van de omvangrijkste kunstcollecties op deze planeet opbouwde, was hij op iets heel anders het meest trots: een mannelijk geslacht van meer dan dertig centimeter.
Zijn immense fortuin kwam overigens in een stroomversnelling toen hij in 1949 een gok waagde in het Midden-Oosten en Arabisch leerde om persoonlijk de uiterst lucratieve oliecontracten met Saoedi-Arabië uit te onderhandelen.
Hij sprak daarnaast ook vloeiend Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch.
Zijn privéleven was een aaneenschakeling van schandalen en huwelijken, want Getty trouwde maar liefst vijf keer.
Zijn echtgenotes waren achtereenvolgens Jeanette Dumont, met wie hij van 1923 tot 1925 getrouwd was en zoon George Franklin Getty II kreeg.
Daarna volgde Allene Ashby van 1926 tot 1928 en Adolphine Helmle van 1928 tot 1932, met wie hij zoon Jean Ronald Getty kreeg.
Met Ann Rork, getrouwd van 1932 tot 1935, kreeg hij twee zonen: Paul Getty en Gordon Getty.
Tot slot was er Louise Dudley Lynch van 1939 tot 1958, de moeder van zijn op twaalfjarige leeftijd overleden zoon Timothy.
Omdat scheiden voor hem niet snel genoeg kon gaan, leefde de miljardair twee keer in bigamie.
Dat hij hiervoor niet meermaals gerechtelijk werd vervolgd, had hij uitsluitend aan zijn grote invloed te danken.
Tijdens de scheiding van zijn vierde vrouw Ann bracht haar getuigenis echter alsnog een gigantisch schandaal aan het licht.
Terwijl zij acht maanden zwanger was, vertrok Getty naar Europa om de bloemetjes buiten te zetten.
Toen zij hem achterna reisde, sloot hij haar op in zijn Parijse liefdesnest aan de Rue Saint-Didier, terwijl hij zichzelf amuseerde in een hotel met jonge Françaises.
Bovendien verplichtte hij de hoogzwangere vrouw om de Vesuvius te bewandelen, wat erin resulteerde dat het kind enkele dagen later te vroeg werd geboren op een Italiaans vrachtschip.
Terug in Los Angeles huurde hij een goedkope flat voor zijn vrouw en kind, en trok zelf weer in bij zijn moeder.
Een later bezoekje aan Ann resulteerde in een nieuwe zwangerschap, wat voor Getty de ultieme reden was om prompt weer naar Europa te vluchten.
Kort na de geboorte keerde hij even terug, keek in het ziekenhuis naar de baby, zei enkel dat het kind op haar leek, en vertrok direct weer.
Zijn zonen konden de meedogenloze oliemagnaat net zo min schelen als zijn vrouwen.
De oudste dreef hij tot drank en zelfmoord in 1973.
De volgende onterfde hij kort na de geboorte, puur uit wraak op de moeder, omdat zij weigerde genoegen te nemen met een karige alimentatie.
Zijn derde zoon werd al snel drugsverslaafd, en over zijn vierde gaf hij zijn advocaat letterlijk de opdracht om hem kapot te maken.
Het meest hartverscheurend was de situatie rond zijn jongste zoon Timothy, die op negenjarige leeftijd een hersentumor kreeg.
Getty maakte zich voornamelijk kwaad over de hoge behandelingskosten.
Toen het jongetje op twaalfjarige leeftijd stierf, kwam de miljardair niet eens naar de begrafenis, maar was hij wel razend, omdat hij de uitvaartkosten te hoog vond.
Op latere leeftijd verklaarde Getty over zijn relaties dan ook stellig dat een blijvende relatie met een vrouw alleen mogelijk is als je een zakelijke mislukkeling bent.

Gisteren nog vandaag
(Foto met fotomodel Dorien Leigh)
Wat veel mensen niet weten, is dat hij ondanks deze kille opvattingen wel zelfhulpboeken schreef, waaronder het bekende How to Be Rich, en in zijn vrije tijd een leeuwenwelp als huisdier hield.
Ondanks zijn immense fortuin was Old John, zoals de oliebaron werd genoemd, een notoire gierigaard.
Om geld uit te sparen, waste hij zijn eigen kleding met de hand, zodat hij de stomerij niet hoefde te betalen.
Op recepties en cocktailparty’s stond hij erom bekend zijn zakken te vullen met gratis sigaren en gebakjes.
Op zijn landgoed Sutton Place in het Britse Surrey liet hij zelfs een betaaltelefoon installeren, speciaal om te voorkomen dat hij moest opdraaien voor de telefoontjes van zijn personeel en gasten.
Als hij reisde, onderhandelde hij eindeloos tot hij de mooiste kamer in het meest luxe hotel kreeg voor een absoluut minimumbedrag, een tactiek die hij ook steevast toepaste bij het afdingen op kunst en onroerend goed.
Deze drang naar gierigheid bleek ook toen de schatrijke Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis bij hem op bezoek kwam; de gast kreeg niet eens een stoel aangeboden om op te zitten, wat pijnlijk duidelijk maakte dat er zelfs onder de allerrijksten nog steeds ongelijkheid bestond.
Het absolute dieptepunt van zijn krenterigheid werd bereikt toen zijn zestienjarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 in Rome werd ontvoerd door de Italiaanse maffia.
De ontvoerders eisten zeventien miljoen dollar losgeld, wat voor Getty een peulenschil was, maar hij weigerde stellig te betalen.
Pas toen de kidnappers een afgesneden oor en een haarlok naar een krant stuurden met de dreigende boodschap dat het andere oor zou volgen of de jongen in stukjes zou terugkeren als het geld niet binnen tien dagen werd betaald, kwam de oude Getty in actie.
De losgeldprijs was inmiddels gezakt naar drie miljoen dollar, maar Getty wilde niet meer dan 2,2 miljoen betalen, omdat dit precies het maximale bedrag was dat hij fiscaal van de belasting kon aftrekken.
De resterende 800.000 dollar mocht zijn zoon van hem lenen, uiteraard wel tegen een rente van vier procent.
Zijn kleinzoon kwam dit immense trauma nooit te boven; hij raakte verslaafd aan drugs, kreeg een beroerte door een overdosis drank en medicijnen en eindigde zwaar verlamd en vrijwel blind.

Gisteren nog vandaag
(Foto met Onassis)
Regisseur Ridley Scott verfilmde dit ijzingwekkende verhaal in 2017 in de film All the Money in the World, die geïnspireerd was op het boek Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty van auteur John Pearson.
In zijn latere jaren trok de hoogbejaarde Getty, die een cosmetische facelift had ondergaan die enigszins mislukt was en hem een onnatuurlijke uitdrukking gaf, zich terug op zijn kasteel Sutton Place, waar hij samenleefde met maar liefst zes vriendinnen.
Hij vergeleek zichzelf met een boosaardige duivel en gaf openlijk toe dat zijn enige overgebleven plezier was om deze vrouwen tegen elkaar op te hitsen.
Elke avond koos hij zijn bedpartner door een van hen met een klap op de bips te sommeren.
De onderlinge concurrentiestrijd was intens; er ging geen week voorbij zonder hysterische aanvallen en woede-uitbarstingen.
Krijsend vlogen de vrouwen elkaar in de haren, vielen ze elkaar aan met bestek en aan de eettafel werd continu gebekvecht om de ereplaats naast Getty.
Tijdens wandelingen duwden ze elkaar letterlijk aan de kant om naast hem te kunnen lopen.
Er heerste oorlog op alle fronten, maar de vrouwen verdroegen het in de vaste overtuiging dat zij voor hun beste jaren rijkelijk beloond zouden worden in zijn testament.

Gisteren nog vandaag
(foto met de zes vrouwen die hij op het einde van zijn leven deelde)
De oude miljardair bedroog hen echter nog in de dood.
Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, was de vervreemding van zijn familie zo groot dat uitsluitend zijn oudste zoon Paul op de begrafenis verscheen.
De ontsteltenis was enorm toen bleek dat Getty enkele weken voor zijn dood zijn testament ingrijpend had gewijzigd.
Hij liet zijn volledige bezit niet na aan zijn zonen, maar vermaakte alles aan zijn museum in Malibu.
Ook de zes vriendinnen kwamen bedrogen uit: op één na kregen zij allemaal slechts een handvol aandelen met een magere waarde van een paar duizend dollar.
Voor het zwakke geslacht had hij nog een allerlaatste cynische verrassing in petto.
Al wie kon bewijzen dat zij ooit intiem met hem was geweest, ontving exact tien dollar uit de erfenis, en ook zonen of dochters die uit een dergelijke relatie waren voortgekomen, moesten het met precies datzelfde bedrag doen.

Gisteren nog vandaag
(foto 1 met fotomodel Danielle Hegeler)



Ann Christy uitte in 1976 haar ongezouten mening over het Eurovisiesongfestival.
Hoewel ze de editie in Den Haag op de voet volgde, waren haar indrukken verre van positief.
Ze stelde dat het festival haar gestolen kon worden en vond de inzendingen kwalitatief ondermaats.
Volgens haar was er geen enkel liedje dat echt indruk maakte.
Zelfs de meer gewaardeerde inzendingen, zoals die van Pierre Rapsat, konden haar niet overtuigen van de relevantie van het festival.
Ook de commerciële nummers vond ze weinig origineel; ze had het gevoel dat elk liedje een kopie was van een bestaande melodie en vond dat de componisten artistiek waren achtergebleven.
Een belangrijke reden voor deze matige kwaliteit was volgens haar de gebrekkige voorbereidingstijd.
Ze merkte op dat de organisatie in de meeste landen verkeerd werd aangepakt, waarbij artiesten en componisten vaak slechts een maand de tijd kregen om alles klaar te stomen.
In die korte periode moesten arrangementen worden gemaakt en promotiecampagnes worden opgezet, waardoor er volgens haar geen ruimte was voor een degelijke voorbereiding.
Ze betwijfelde dan ook sterk of ze haar kandidatuur voor een volgende editie zou indienen, tenzij er een systeem van préselectie zou komen dat artiesten een vol jaar de tijd gaf.
Voor haar was het festival veranderd in een soort hitparade-kermis die haar niet langer kon boeien.
Tegelijkertijd maakte ze destijds bewuste keuzes tussen het zingen in het Engels of het Nederlands.
Hoewel ze een single in beide talen uitbracht, besloot ze dat ze een dergelijke dubbele release niet snel zou herhalen.
Ze vond dat de geschiktheid van een taal sterk afhing van de melodie van het nummer.
Ondanks het succes van de Vlaamse versie van haar werk, ging haar persoonlijke voorkeur vaak uit naar de Engelse versies, omdat ze de teksten daarin sterker vond. In die periode concentreerde ze zich echter op de opname van een nieuwe lp die uitsluitend uit Nederlandstalige nummers bestond.
Het jaar 1976 markeerde ook een belangrijke nieuwe weg in haar carrière met een debuut op het toneel.
Ze schitterde in een muzikale enscenering van Midzomernachtsdroom in het Mechels Miniatuur Theater, het huidige t Arsenaal.
In dit stuk van Shakespeare speelde ze de rol van Helena, een zachtmoedig meisje.
Ze stond hiervoor op de planken met collega Marijn Devalck, die destijds nog optrad onder zijn artiestennaam Marino Falco.
De productie was een enorm succes en werd meer dan 150 keer opgevoerd voor uitverkochte zalen.
De liedjes voor deze productie werden grotendeels geschreven door componist Pieter Verlinden en zijn echtgenote Rita Van Dievel.
Zij schreven zes van de acht nieuwe nummers voor deze musical, die door haar persoonlijk werden ingezongen.
Voor haar was dit een essentiële ervaring waarin ze haar zangtalent combineerde met een nieuwe uitdaging in de acteerwereld.
Pieter Verlinden, die op 25 september 2002 overleed, was een zeer invloedrijke figuur in de Belgische televisiewereld.
Hij was jarenlang verantwoordelijk voor de sonorisatie van talrijke programma’s en series, waarbij hij de muziek en het geluid selecteerde.
Zijn werk was te horen in legendarische producties zoals Wij, Heren van Zichem, Slisse & Cesar en Echo, evenals in jeugdfeuilletons als ‘Johan en de Alverman’ en ‘Axel Nort’.
Na verloop van tijd begon hij steeds vaker zelf de muziek te componeren voor de projecten waarvoor hij werd gevraagd.
Een van zijn meest herkenbare composities was de begintune van De Collega’s, maar hij schreef ook de muziek voor series zoals ‘De vorstinnen van Brugge’, ‘Een mens van goede wil’, ‘Maria Speermalie’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘Mata Hari’, ‘Herenstraat 10’, ‘Hard labeur’ en ‘Het Pleintje’ .
Ook voor jeugdseries zoals ‘Johan en de ‘Alverman’ en ‘Keromar’ bleef hij actief als componist.
Naast zijn werk voor televisie schreef hij op tekst van Bert Vivier het nummer ‘Laat me nu gaan’, waarmee Linda Lepomme België vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in 1985.
Pieter Verlinden was bovendien de vader van voormalig VRT-journalist Peter Verlinden.






Cynthia Clay, de artiestennaam van de Nederlandse Inneke Wouters, was oorspronkelijk werkzaam als lerares lichamelijke opvoeding, maar koesterde altijd de droom om door te breken in de muziekwereld.
Haar carrière kreeg vorm toen ze een platencontract tekende bij het Belgische label International Pelgrims Group.
Dit gebeurde onder begeleiding van producer Roland Uyttendaele, die nauwe banden had met zowel het Nederlandse Dureco als de Belgische platenfirma Fonior.
Hoewel ze debuteerde met het nummer ‘I Can Hear Music’, was het de opvolger uit 1975 die haar definitief op de kaart zette. ‘Lonely Without You’ groeide uit tot een onvervalste Vlaamse klassieker die tot op de dag van vandaag zeer geliefd is.
Opmerkelijk genoeg was het nummer oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse zangeres Bertice Reading.
Omdat zij echter een te hoge gage vroeg, gingen de producenten op zoek naar een alternatief en kwamen ze bij Clay terecht.
Volgens journalist en muziekkenner Jan Delvaux heeft het nummer een bijzondere impact gehad op de luisteraars; hij grapt regelmatig dat er op de tonen van deze hit heel wat kinderen zijn verwekt (Joepie 25 april 1976).

In de eerste superpoll van 1976 van het tijdschrift Joepie brachten 4.736 lezers hun stem uit om hun favoriete artiesten en platen van dat moment te kiezen.
In de categorie voor beste zanger wist Willy Sommers de eerste plaats te veroveren met 21 procent van de stemmen, gevolgd door Will Tura met 17 procent en Joe Harris met 15 procent.
Verderop in de lijst staan namen als Jimmy Frey, Johan Verminnen en Wim De Craene. Urbanus Van Anus sluit de top negen af met 2 procent.
Bij de zangeressen voert Marva de lijst aan met 22 procent. De top drie wordt hier aangevuld door Cindy met 19 procent en Ann Christy met 17 procent.
Andere populaire zangeressen in de lijst zijn onder meer Truus, Mieke en Ingriani.
Onder de diverse artiesten die de tiende plaats delen, worden namen genoemd zoals Micha Marah en Sofie.
In de categorie voor groepen komt Octopus als winnaar uit de bus met 22 procent van de stemmen.
Dream Express volgt op de tweede plek met 17 procent en De Strangers maken de top drie compleet met 16 procent.
Ook groepen als The Garnets, Two Man Sound en Trinity waren geliefd bij het publiek.
Wat de singles betreft, was ‘Voor hem, voor haar, voor mij’ van Will Tura het meest populair met 16,5 procent.
Dream Express staat tweede met het nummer ‘Dream Express’ en Willy Sommers bezet de derde plaats met ‘Ben je vanavond ook alleen’.
Andere opvallende nummers in deze lijst zijn ‘Rode rozen in de sneeuw’ van Marva en ‘Tim’ van Wim De Craene.
Ten slotte bij de elpees staat de verzamelplaat Joepie’s Flying Toppers op de eerste plaats met 21 procent.
Willy Sommers volgt met het album Alleen op de tweede plek met 17,5 procent en Dream Express staat op drie met Dreaming.
Het jubileumalbum 20 jaar Strangers en het album ‘In De Weide’ van Urbanus wisten beide ook een aanzienlijk deel van de stemmen te behalen.

Luk Appermont voert de lijst van televisiepresentatoren aan met 24 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door Mike Verdrengh en Zaki.
Bij de radioprogramma’s is de BRT Top 30 de duidelijke favoriet, terwijl Jo met de Banjo de populairste radio-dj wordt genoemd.
Op televisiegebied is het programma Slalom de grote winnaar, net voor Rad der Fortuin en Muzieksien.
In de muziekcategorieën zien we een sterke nationale en internationale mix. Wim De Craene wordt door de lezers gezien als de belangrijkste showbelofte.
Bij de zangeressen staat Tina Charles op de eerste plaats met 25 procent, terwijl de Britse zanger Dave de lijst van buitenlandse zangers aanvoert, gevolgd door Elvis Presley en Rod Stewart.
De populaire groep Mud domineert de categorie groepen met 31 procent, waarbij zij Queen en de Rubettes achter zich laten.
De hitlijsten weerspiegelen de opkomst van klassiekers die we vandaag de dag nog steeds kennen.
Bohemian Rhapsody van Queen wordt verkozen tot de beste single, en hun album A Night at the Opera voert de lijst van beste elpees aan.
Andere hooggeklasseerde singles uit die periode zijn ‘Love Hurts’ van Nazareth en ‘Paloma Blanca’ van de George Baker Selection.
Het overzicht toont aan dat zowel de Vlaamse kleinkunst als de internationale glamrock en pop in 1976 een prominente plek innamen in de harten van het publiek.

In de categorie voor beste tv-programma eindigt Toppop op de eerste plaats met 22 procent van de stemmen, gevolgd door André van Duin en Top of the Pops.
Bij de presentatoren voert Ad Visser de lijst aan, terwijl Stan Haag wordt verkozen tot de favoriete radio-dj boven Joost de Draayer en Peter van Dam.
De lezers van het blad hebben Mi Amigo uitgeroepen tot het beste radiostation met 32 procent van de stemmen, terwijl de Nederlandse NOS met een overweldigende 68 procent de ranglijst voor tv-stations domineert.
Op het gebied van muziek en showbizz wordt de Mi Amigo Top 50 beschouwd als de beste hitlijst.
De groep Nazareth wordt gezien als de grote showbelofte van het jaar, nipt gevolgd door Hello en Slik.
Opvallend is dat namen zoals Bruce Springsteen en Barry Manilow destijds ook al een plek in deze lijst wisten te veroveren.
Voor ontspanning op het scherm keken de jongeren het liefst naar De onzichtbare man, die als beste tv-feuilleton uit de bus kwam, voor de Hammond Brothers en De man van zes miljoen.
In de filmwereld blijven de grote iconen populair. Paul Newman wint de titel van beste filmacteur, met Terence Hill en Robert Redford als naaste achtervolgers.
Bij de actrices staat Linda Blair op nummer één, gevolgd door Angie Dickinson en Romy Schneider.
De sportwereld wordt in 1976 aangevoerd door Eddy Merckx, die met 21 procent verkozen is tot beste sportman boven Roger De Vlaeminck en Bjorn Borg.
Bij de vrouwelijke atleten gaat de hoogste eer naar Carine Verbauwen, die Diane De Leeuw en Sheila Young achter zich laat.

Hoewel hij vereerd was dat hij België mocht vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival op 3 april 1976 in Den Haag met het nummer ‘Judy et Cie’, stak hij zijn teleurstelling over de gang van zaken in eigen land niet onder stoelen of banken.
Rapsat merkte op dat de beleving van het festival in Wallonië aanzienlijk minder intens was dan in Vlaanderen, wat onder meer bleek uit de sobere manier waarop de RTBF de selectie organiseerde.
De kandidaten werden op verschillende tijdstippen gefilmd zonder publiek, waardoor de kijkers en de jury de artiesten nooit live aan het werk hadden gezien.
De zanger omschreef het proces als een nogal afstandelijke ervaring waarbij hij zelf als een gewone toeschouwer voor de televisie zat te wachten op het oordeel.
Ondanks deze kritiek zag Rapsat het festival als een unieke kans op internationale promotie, zeker omdat zijn eerdere albums ondanks goede recensies commercieel weinig succesvol waren.
Hij benaderde de wedstrijd dan ook met een zakelijke nuchterheid en hoopte vooral dat het een springplank zou zijn voor zijn verdere carrière.
Hij vergeleek zijn situatie met die van de Nederlandse inzending Sandra Reemer, die volgens hem direct na haar selectie volop de ruimte kreeg in diverse televisieprogramma’s en binnen een week een hit scoorde.
Volgens Rapsat moesten Belgische artiesten veel harder vechten voor een plek op het kleine scherm en ontbrak het in België vaak aan de nodige professionele omkadering en steun om internationaal echt door te kunnen breken.
Uiteindelijk behaalde Pierre Rapsat op het festival de achtste plaats op een totaal van 18 deelnemers.
In Wallonië bereikte het nummer de zevende plaats in de hitparade, terwijl hij in Vlaanderen met zijn nummer de zestiende plaats in de BRT Top 30 behaalde.
In Nederland bereikte de single de eenendertigste plaats in de Top 40.
De muzikale wortels van Rapsat lagen in Verviers, de stad waarheen hij met zijn familie verhuisde toen hij tien jaar oud was en waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.
Na in verschillende bands gespeeld te hebben, startte hij in 1973 zijn solocarrière.
Enkele jaren na zijn Eurovisie-avontuur vertegenwoordigde hij België in 1979 opnieuw op een internationaal podium, ditmaal op het Intervisiesongfestival in Sopot, waar hij als tiende eindigde van dertien deelnemers.
In 1982 scoorde hij een radiohit met het nummer ‘Passagers de la nuit’.
Zijn grote artistieke triomf volgde in 2001 met het album Dazibao, dat zowel in België als Frankrijk zeer lovend werd onthaald.
Het bleek een van zijn laatste grote wapenfeiten, want in 2002 overleed hij op 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.
Zijn impact op de Belgische cultuur bleef groot; in 2005 eindigde hij op de 51ste plaats in de Waalse verkiezing van De Grootste Belg.




Hoewel Carmen het nummer zelf schreef, baseerde hij de herkenbare melodie direct op het Adagio sostenuto uit het tweede pianoconcert van Sergej Rachmaninov.
De aanduiding Adagio sostenuto staat voor een zeer traag en gedragen tempo, wat de melancholische sfeer van het nummer verklaart.
De Russische componist schreef dit meesterwerk tussen 1900 en 1901, vlak nadat hij uit een diepe depressie was gekropen.
Die sombere periode was het gevolg van de vernietigende kritieken op zijn eerste symfonie, waardoor hij drie jaar lang geen noot meer op papier kreeg.
Hulp kwam er in de persoon van Nikolaj Dahl, een Moskouse neuroloog en psychiater die gespecialiseerd was in hypnotherapie.
Dahl was zelf een verdienstelijk amateurmusicus en speelde altviool, waardoor hij een sterke band met Rachmaninov kon opbouwen.
Van januari tot april 1900 behandelde hij de componist dagelijks.
Terwijl Rachmaninov in een halfslaap verkeerde, herhaalde Dahl voortdurend positieve suggesties als een drieluik: je zult je concert schrijven, je zult met groot gemak werken en het concert zal van uitmuntende kwaliteit zijn.
Deze aanpak bleek de sleutel tot zijn herstel, en uit dankbaarheid droeg de componist het volledige tweede pianoconcert officieel aan zijn arts op.
Toen Eric Carmen het nummer in 1975 uitbracht, verkeerde hij in de veronderstelling dat de muziek wereldwijd vrij van rechten was.
In de Verenigde Staten was dat destijds ook het geval, omdat de bescherming daar verliep na 75 jaar vanaf de publicatiedatum in 1901.
In Europa gold echter de regel dat auteursrechten tot zeventig jaar na het overlijden van de componist van kracht bleven.
Omdat Rachmaninov in 1943 was overleden, was zijn werk hier nog tot 2013 beschermd.
Na contact met de erfgenamen werd er een regeling getroffen waarbij Carmen twaalf procent van de royalty’s aan de familie afdroeg.
In de Vlaamse hitlijsten schopte de single het destijds tot een twaalfde positie, terwijl deze in de Nederlandse Top 40 een zevende plaats wist te veroveren.
Twintig jaar na de oorspronkelijke release bracht Céline Dion een succesvolle cover uit.
Tegen die tijd was de juridische situatie volledig opgehelderd, waardoor de verdeling van de royalty’s tussen Carmen en de erfgenamen van Rachmaninov automatisch werd toegepast op haar versie.
Haar uitvoering behaalde de veertiende plek in de Vlaamse Ultratop 50 en bleef in de Nederlandse Top 40 steken op nummer twintig.
Een opvallend detail is dat de muziek van Rachmaninov vaker de weg naar de popmuziek vond, aangezien ook Frank Sinatra in 1946 voor zijn hit Full Moon and Empty Arms uit hetzelfde pianoconcert putte.
In maart 1976 werd zangeres Elkie Brooks omschreven als een zingende seksbom die met haar opvallende verschijning en strakke jeans menig jongerenhart sneller deed kloppen.
Voor de echte popkenner was zij destijds geen onbekende, omdat velen zich haar vurige stem bij de Britse groep Vinegar Joe nog wel konden herinneren.
In die periode maakte zij echter naam als de blanke furie van de rock met haar eerste solo-album Rich Man’s Woman uit 1975,
uitgebracht op A&M Records.
Hoewel dit album door critici werd geprezen, zorgde de hoesfoto van een naakte Brooks met een verensjaal destijds voor de nodige ophef.
Brooks gaf in die tijd aan dat zij het vleiend vond dat haar figuur in de smaak viel bij het publiek, maar ze benadrukte dat haar solocarrière op dat moment al haar aandacht opeiste.
Na het uit elkaar gaan van Vinegar Joe in 1974 had zij een lastige periode gekend waarin zij zelfs naar Amerika was getrokken in de hoop een filmster te worden.
Dat avontuur liep echter op niets uit bij gebrek aan de juiste contacten en rollen.
Uiteindelijk leefde zij weer op toen zij zich aansloot bij de popgroep Wet Willie voor een tournee.
Ze vertelde destijds dat het zwerversbestaan van een artiest, met elke dag een andere stad en een ander hotel, voor haar een levensnoodzaak was geworden.
In de jaren die volgden op deze periode in 1976 brak een uiterst succesvolle tijd aan met zestien albums in twintig jaar.
Dit begon met Two Days Away in 1977, geproduceerd door het beroemde duo Jerry Leiber en Mike Stoller.
Van dit album kwamen grote hits zoals Pearl’s a Singer en Sunshine After the Rain. Ook zong zij in 1977 een duet met Cat Stevens en scoorde zij later successen met nummers als Lilac Wine en Don’t Cry Out Loud.
In 1980 trad zij op tijdens het Knebworth Festival naast grote namen als The Beach Boys en Santana.
Haar grootste commerciële succes behaalde zij met het album Pearls uit 1981, dat 79 weken in de hitlijsten stond.
Andere bekende hits uit die jaren waren onder meer Fool If You Think It’s Over en No More the Fool, die begin 1987 de top vijf bereikten.
Terwijl zij in maart 1976 nog probeerde haar huwelijk met gitarist Peter Gage zo goed mogelijk te combineren met haar drukke bestaan, eindigde deze verbintenis later in de jaren zeventig.
Op 1 maart 1978 trouwde zij met haar geluidstechnicus Trevor Jordan, met wie zij twee zonen kreeg, Jermaine en Joseph.
Het gezin woonde jarenlang in een landhuis in North Devon, maar in 1998 kwam Brooks in zware financiële problemen, nadat bleek dat haar accountant haar belastingen niet had betaald.
Ze woonde tijdelijk in een stacaravan, maar wist uiteindelijk na vier jaar al haar schulden af te lossen door haar huis te verkopen.
Vanaf het jaar 2000 werd haar management en tournee-promotie overgenomen door haar zoon Jermaine en diens vrouw Joanna.
