







Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek








Voor zover ik weet, was het de eerste keer dat Elton zich waagde aan een Franstalige cover.
Het origineel, ‘J’veux d’la tendresse’, werd geschreven door Jean-Paul Dreau en destijds gezongen door de Franse zangeres Janic Prevost.
Op uitdrukkelijk aandringen van Elton voorzag zijn toenmalige schrijfpartner Gary Osborne de track van een Engelse tekst.
Het resultaat is een aangrijpend nummer dat de scheefgegroeide verhoudingen in het mislukte huwelijk van zijn ouders beschrijft, en de diepe impact die deze situatie op hem had.
Een leuk detail is dat Elton het nummer ook met de originele Franse tekst heeft opgenomen; deze versie werd uitsluitend in Frankrijk op single uitgebracht.
Het was overigens niet de eerste keer dat Elton John in het Frans zong.
Een jaar eerder, in 1980, scoorde hij in Frankrijk al een enorme hit met de Franstalige duetten ‘Les Aveux’ en ‘Donner Pour Donner’, samen met de Franse zangeres France Gall.
Die nummers waren destijds echter speciaal voor hen geschreven door Michel Berger en Bernie Taupin.
The Fox wordt vaak beschouwd als een minder commercieel en daardoor sterk ondergewaardeerd album in zijn repertoire.
Voor mij persoonlijk behoort het echter tot zijn absolute topwerk.
Dat kan ook haast niet anders, zeker met het prachtige eerbetoon aan ons land in de vorm van het nummer ‘Just like Belgium’, voor mij het absolute meesterwerk van de plaat.
Dit vrolijk klinkende popnummer is voorzien van een sterk nostalgische tekst van zijn vaste schrijfpartner Bernie Taupin over maatschappelijke buitenbeentjes die troost bij elkaar zoeken.
De tekst leest tegelijkertijd als een vluchtig, weemoedig reisverslag over de herinneringen aan een jeugdige, ietwat wilde trip naar Brussel. Taupin beschrijft heel specifieke beelden, zoals het rondhangen op de trappen van het museum als zorgeloze avonturiers, het kopen van souvenirs met de laatste paar franken, en de ruwere kant van het nachtleven met goedkope kroegen, straatprostituees en opstootjes in de rosse buurt.
In het nummer wordt die herinnering bovendien gebruikt als een metafoor.
De zanger bevindt zich in een situatie met een vrouw die afstandelijk, chaotisch of berekend overkomt, waardoor hij zingt dat haar gedrag hem precies doet denken aan dat rauwe België van toen.
Het is in de kern een lied over reisherinneringen, vervlogen jeugd en de prijs die je betaalt wanneer je een beetje buiten de lijntjes kleurt.
Wat de opname muzikaal extra interessant maakt, is dat de Franse actrice Colette Bertrand een gesproken stukje toevoegt en Jim Horn een opvallende saxofoonsolo speelt.
Hoewel het buiten de Verenigde Staten destijds als tweede single werd uitgebracht, wist het geen notering in de BRT Top 30 te bemachtigen. Trouwens, ook in Nederland bereikte de single de Top 40 niet.
Een mooi detail in de popgeschiedenis is nog dat het nummer eigenlijk was geschreven met Rod Stewart in gedachten.
Toen hij het echter afwees, besloot Elton John er zelf mee aan de slag te gaan.
Daarnaast staat het album vol met andere pareltjes.
Zo is er Carla/Etude, een schitterend klassiek instrumentaal stuk dat hij componeerde als eerbetoon aan zijn toenmalige vrouw Carla.
Deze compositie vloeit naadloos over in Chloe, een werkelijk heerlijke vocale ballad.
Tot slot is er Elton’s Song, een nummer met een zwaar strijkersarrangement.
Voor dit muzikaal briljante nummer schreef Elton de muziek, terwijl de tekst werd geleverd door de Britse zanger en bekende voorvechter van LGBTQ-rechten Tom Robinson.
Het nummer gaat over een tienerjongen die ontdekt dat hij homoseksueel is en in het geheim worstelt met een diepe verliefdheid op een oudere jongen bij hem op school.
De tekst beschrijft heel puur en kwetsbaar de verwarring, de eenzaamheid en het onbeantwoorde verlangen dat bij zo’n verborgen liefde komt kijken.
Omdat homoseksualiteit, en zeker de ontdekking daarvan door een jongere in een schoolomgeving, in die tijd nog een behoorlijk taboe was, bracht het nummer aanzienlijke controverse met zich mee.
Dit werd nog versterkt door de bijbehorende videoclip, geregisseerd door Russell Mulcahy.
Deze video bracht de verhaallijn van de tekst duidelijk in beeld, wat er destijds voor zorgde dat zenders zoals de BBC weigerden om de clip uit te zenden.
Ondanks deze censuur en het feit dat het geen commerciële hit werd, wordt het nummer vaak geprezen om de eerlijke, emotionele lading en de moedige keuze om dit onderwerp in het begin van de jaren tachtig zo openhartig aan te snijden.








Op 5 juli 1981 voltrok zich een onvoorstelbaar drama in het leven van de beroemde actrice Romy Schneider, toen haar veertienjarige zoon David om het leven kwam bij een tragisch ongeluk.
In de periode voorafgaand aan dit fatale incident probeerde Romy haar leven wanhopig weer op de rit te krijgen.
Haar grootste drijfveer om af te kicken van haar afhankelijkheid van alcohol en pillen was haar diepe verlangen om de beschadigde relatie met David te herstellen.
De band met haar zoon was namelijk flink bekoeld geraakt na haar recente scheiding van haar tweede echtgenoot, Daniel Biasini, een man met wie David juist heel goed overweg kon.
De tiener was destijds zo overstuur door de breuk dat hij zijn moeder niet meer wilde zien. Romy toonde echter enorme wilskracht en doorstond haar ontwenning met succes.
Helaas kreeg ze daarna fysiek zware tegenslagen te verwerken: ze brak haar voet en moest een ingrijpende nieroperatie ondergaan waarbij een tumor werd verwijderd.

Toch was het de dood van haar geliefde zoon die de ultieme en onoverkomelijke genadeslag bleek.
Het fatale ongeluk vond plaats in het Franse Saint-Germain-en-Laye, bij de woning van de ouders van haar ex-man Daniel Biasini, waar David op dat moment verbleef.
Omdat het grote toegangshek gesloten was, besloot de jongen over de twee meter hoge muur met het smeedijzeren hekwerk te klimmen, iets wat hij overigens wel vaker deed.
Deze keer verloor hij echter zijn evenwicht en viel hij op de scherpe, metalen punten van het hek.
Een van de punten doorboorde zijn dijslagader.
Hoewel de zwaargewonde David nog de kracht vond om naar binnen te strompelen en om hulp te roepen, mocht het helaas niet baten.
Hij overleed later die dag in een ziekenhuis in de regio Parijs aan de gevolgen van massaal bloedverlies.
Vanuit dat bewuste ziekenhuis pleegde een totaal verwoeste Romy een hartverscheurend telefoontje naar haar eigen moeder, Magda Schneider.
Al huilend sprak ze de ontroostbare woorden: “Mammie, mijn kind… Mijn kind is dood.”
Het verdriet werd in de dagen daarna nog verder vergroot door meedogenloze paparazzi.
Fotografen verkleedden zich zelfs als verpleegkundigen om de afdeling van het ziekenhuis binnen te dringen en heimelijk foto’s van de overleden jongen te maken.

Romy heeft deze grove schending van hun privacy nooit kunnen verkroppen en sprak zich hier later in een televisie-interview ongekend fel tegen uit.
De actrice was mentaal volledig gebroken en zou de tragedie nooit meer te boven komen.
Nog geen jaar na het verlies van David, op 29 mei 1982, kwam de 43-jarige Romy Schneider in Parijs te overlijden.
Aanvankelijk deden er direct hardnekkige geruchten de ronde dat een bewuste overdosis slaappillen haar fataal zou zijn geworden.
Dit werd echter ontkracht: de officiële doodsoorzaak werd vastgesteld op een hartaanval.
Uit respect voor de zwaarbebroefde actrice en om haar eindelijk rust te gunnen, besloot de Franse magistraat destijds om geen autopsie te laten verrichten.
Vrienden, bekenden en fans wisten echter wel beter en spraken er vaak over dat Romy in werkelijkheid is gestorven aan een gebroken hart.



Voor de opname van het nummer krijgt hij steun van gitarist Terry Taylor en drummer Bruce Rowland.
Bill Wyman zingt en speelt verder alle andere instrumenten.
Op de B-kant staat het nummer ‘Rio De Janeiro’.
Voor deze opname kreeg hij steun van drummer Slim Jim Phantom van The Stray Cats.
Het nummer komt in Vlaanderen niet verder dan de vierentwintigste plaats in de BRT Top 30.
In Nederland doet de single het beter en bereikt daar de dertiende plaats in de Top 40.

Nauwelijks drie jaar oud zong Theodore, beter bekend als Teddy Pendergrass, al in een kerkkoortje.
Dit verklaart de belangrijke en blijvende invloed van gospel in zijn latere muziek. Op zijn dertiende leerde hij drummen in een club waar zijn moeder overdag werkte.
Toen een beloofde zangcarrière door een producer een loze belofte bleek te zijn, legde hij zich volledig toe op zijn drumstel.
Samen met het beginnende groepje Little Royal zette hij zijn eerste stappen op het podium. In 1969 werd hij officieel de nieuwe drummer van The Cadillacs, een groep die in Philadelphia al vrij bekend was.
Een jaar later, in 1970, sloot hij zich als drummer aan bij Harold Melvin & the Blue Notes.
Dankzij zijn warme, rijke stem en uitstekende vocale kwaliteiten schoof hij echter al snel door naar de positie van leadzanger.
Hij trok de aandacht van het componistenduo Gamble en Huff, wat leidde tot een succesvolle samenwerking met een reeks hits als resultaat, waaronder het fraaie ‘If You Don’t Know Me by Now’ .
Vanaf dat moment brak de meest succesvolle periode van de band aan.
Pendergrass voelde zich echter niet helemaal thuis bij The Blue Notes, aangezien hij op het podium al had bewezen meer affiniteit te hebben met stevigere nummers.
Bovendien ontstond er wrijving over de financiën, waarbij het leeuwendeel van de inkomsten naar Harold Melvin zou zijn gegaan.
Deze combinatie van factoren leidde in 1976 tot de onvermijdelijke breuk, waarna hij de groep verliet.
Teddy besloot het solo te proberen en nam met Gamble en Huff het album Teddy Pendergrass op, wat hem meteen goud opleverde.
In 1977 stelde hij zijn toenmalige vriendin aan als manager.
Hun professionele relatie liep echter op de klippen en enige tijd na hun breuk werd zij vermoord.
Hoewel Pendergrass tijdens haar uitvaart zong, werd hij verdacht van betrokkenheid, mede aangewakkerd door geruchten over banden met de Zwarte Maffia.
Tijdens de begrafenis zou dominee Jesse Jackson hem bovendien veelbetekenend hebben aangekeken toen hij dit onderwerp tijdens zijn homilie aansneed.
Ondanks deze turbulente periode reeg Teddy de muzikale successen aaneen.
Zijn tweede langspeler Life is a song worth singing was goed voor dubbel platina, net als de latere albums Teddy en TP.
Theodore mocht zich stilaan een superster noemen en kocht zich passend een riant buitenhuis en een Rolls-Royce.
Naast het grote platensucces bouwde hij in de Verenigde Staten een enorme livereputatie op.
Hij was de absolute lieveling van de vrouwen en speelde daar graag en veelzijdig op in.
Met zijn slogan rijk, jong en beschikbaar deed hij avond aan avond de luxetenten in Las Vegas vollopen met wild enthousiaste dames van alle leeftijden die hun idool van dichtbij wilden zien.
Zelf gaf hij aan dat zijn reputatie daarmee wel gemaakt was, al voelde hij zich soms beschaamd over de taferelen die zich in het publiek afspeelden en vond hij het ongepast wanneer gehuwde vrouwen zich zomaar kwamen aanbieden.
In 1981 scoorde hij in de Verenigde Staten nog een hit met het nummer ‘Girl You Know’, een duet dat hij zong met Stephanie Mills.
Eerder werkten ze al samen voor het duet Feel The Fire in 1978.
Het leven van de zanger nam op 18 maart 1982 een dramatische wending door een zwaar auto-ongeluk in Philadelphia.
De officiële lezing stelde dat het ongeval gebeurde na een basketbalwedstrijd, maar later bleek dat hij uit een nachtclub kwam in het gezelschap van de 31-jarige transgendervrouw Tenika Watson.
Ook rond deze gebeurtenis doken verhalen op over de Zwarte Maffia.
Zo zouden de remmen van zijn wagen niet hebben gefunctioneerd, een defect dat naar verluidt ook bij zijn eerdere auto’s was opgetreden.
Als gevolg van de crash liep Pendergrass een dwarslaesie op, waardoor hij vanaf zijn middel verlamd raakte.
Zijn passagier, Tenika Watson, kon na een medische behandeling het ziekenhuis weer verlaten.
Pendergrass weigerde steevast uitleg te geven over haar aanwezigheid in de auto.
Na zijn overlijden beweerde Watson in een interview echter dat de twee al sinds de jaren zeventig een relatie hadden.
Na een intensief revalidatietraject van zes maanden zette de zanger zich in voor lotgenoten door de Teddy Pendergrass Alliance op te richten, een stichting voor mensen met een ruggenmergletsel.
Zijn muzikale comeback volgde in 1984 met het album Love Language, waarop het succesvolle duet ‘Hold Me’ stond met het destijds opkomende talent Whitney Houston.
In 1985 maakte Pendergrass zijn grootse terugkeer op het podium tijdens Live Aid, waar hij het nummer ‘Reach Out and Touch’ zong en de gelegenheid nam om het publiek te bedanken voor alle steun.
Teddy Pendergrass beëindigde zijn podiumcarrière in 2007.
Hij overleed drie jaar later, in 2010, op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van darmkanker.
Hij liet een zoon en twee dochters na, die alle drie van verschillende moeders zijn.







Hits de wereld rond (week van 13 juni 1981)




Aanvankelijk begon Bernard William Lewry zijn muzikale carrière in het begin van de jaren zestig onder de artiestennaam Shane Fenton.
Met zijn band The Fentones kende hij wat lokaal succes. Een opmerkelijk weetje uit die tijd is dat Lewry eigenlijk de roadie van de band was.
Toen de oorspronkelijke zanger, de echte Shane Fenton, vlak voor een belangrijke BBC-auditie door gezondheidsproblemen plotseling overleed, nam Lewry noodgedwongen zijn plaats én zijn naam over om de kans niet aan de band voorbij te laten gaan.
Jaren later kreeg zijn carrière een onverwachte en zeer succesvolle wending.
Componist Peter Shelley had het nummer ‘My coo ca choo’ geschreven en was oorspronkelijk van plan om dit zelf uit te brengen.
Hij had daarvoor zelfs al de extravagante artiestennaam Alvin Stardust bedacht.
Omdat Shelley echter in 1973 samen met Michael Levy een doorstart maakte van hun eigen platenfirma, Shelley Magnet Records, ontbrak het hem simpelweg aan tijd om zelf op te treden en promotie te voeren.
Shelley vond voormalig tieneridool Shane Fenton bereid om in de huid van Alvin Stardust te kruipen en het nummer op het podium te promoten.
Deze samenwerking legde hen geen windeieren, want ‘My coo ca choo’ werd een daverend mondiaal succes.
In Australië stond het nummer maar liefst zeven weken op de eerste plaats.
Ook in Oostenrijk en Noorwegen liep de verkoop uitstekend, met respectievelijk een tweede plaats gedurende zestien weken en een vierde plaats in negen weken.
In Vlaanderen bereikte de single op 2 februari 1974 een mooie derde plaats in de BRT Top 30.
Wat Peter Shelley betreft: hij zou een jaar na dit succes alsnog zelf singles gaan uitbrengen onder zijn eigen naam.
Zijn single ‘Love Me Love My Dog’ uit 1975 deed het behoorlijk goed.
In de Lage Landen kennen we de melodie van dit nummer vooral dankzij Rudi Carrell, die er in 1976 met ‘Samen ’n straatje’ een hit mee scoorde in de Nederlandse vertaling.
Na het gigantische succes van zijn debuutsingle bracht Alvin Stardust nog enkele opvolgers uit, waaronder ‘Red dress’ en ‘You, you, you’.
De zanger cultiveerde in deze periode een zeer kenmerkend imago: strak in het zwarte leer, met grote bakkebaarden, opvallende zwarte handschoenen en een grote, dikke ring om zijn vinger.
Hij nam tijdens tv-optredens steevast een mysterieuze, ietwat norse houding aan die sterk deed denken aan rock-‘n-roll-legendes zoals Gene Vincent.
Bovendien werd hij in Groot-Brittannië een iconisch gezicht door zijn deelname aan een beroemde verkeersveiligheidscampagne, waarin hij Britse kinderen op het matje riep als ze niet goed uitkeken bij het oversteken.
Na de hoogtijdagen in de jaren zeventig werd het even wachten, maar in 1981 maakte hij een krachtige comeback met zijn coverversie van ‘Pretend’.
Dit nummer werd oorspronkelijk in 1952 geschreven door Lew Douglas, Dan Belloc en Frank Lavere en werd destijds wereldberoemd gemaakt door Nat King Cole.
De uitvoering van Alvin Stardust bleek een groot succes te zijn.
Een leuk detail over deze comeback is dat ‘Pretend’ hem in het Verenigd Koninkrijk zijn grootste succes sinds lange tijd opleverde en de deuren naar het legendarische televisieprogramma Top of the Pops opnieuw wijd voor hem opende.
Ook in de Benelux was het een voltreffer: de single bereikte op 12 december 1981 de eerste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en behaalde in de Nederlandse Top 40 een knappe derde plaats.
Ook in de jaren die daarop volgden, wist Alvin Stardust nog enkele hits te scoren.
Zo was hij in 1982 succesvol met ‘A Wonderful Time Up There’ en had hij in 1985 nog een notering met ‘I Feel Like Buddy Holly’.
Naast zijn muziekcarrière speelde hij succesvol mee in diverse theatermusicals zoals Godspell en Chitty Chitty Bang Bang, en verscheen hij regelmatig in Britse televisieseries.
Het leven van deze veelzijdige artiest kwam ten einde in oktober 2014, slechts enkele weken nadat er uitgezaaide prostaatkanker bij hem was vastgesteld.
Bernard William Lewry, de man die we ons altijd zullen herinneren als de in leer gehulde Alvin Stardust, werd 72 jaar oud.





Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.
Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.
Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.
Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.
Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.
Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.
Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.
In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.
Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.
Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.
Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.
Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.
Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.
Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.
De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag