


Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




Reon werd op 21 juli 1948 in Praag geboren als Jan Zahradník. Omdat het toenmalige communistische regime hem weigerde toe te laten tot de kunstacademie, schoolde hij zich noodgedwongen om tot pottenbakker.
Zijn artistieke drang liet zich echter niet tegenhouden. Al op elfjarige leeftijd begon hij met olieverf en rond zijn zeventiende ontstonden de eerste doeken van zijn denkbeeldige droomuniversum, het latere Argondia.
Zijn zoektocht bracht hem uiteindelijk naar Frankrijk.
Na een periode bij het middeleeuwse kasteel Roquebrune, waar de bloeiende tuinen zijn kleurenpalet verrijkten met fellere tinten, streek hij neer in Bretagne.
In het dorpje Sainte-Brigitte bouwde hij een verlaten ruïne eigenhandig om tot een magische leefwereld met leistenen muren.

Tussen 1971 en 1988 exposeerde hij wereldwijd en viel hij veelvuldig in de prijzen.
Voor zijn veertigste verjaardag zette hij zijn meesterstuk neer: een complete magische grot die diende als galerie en internationale bekendheid bracht aan het kleine Bretonse dorp.
Het noodlot sloeg toe in november 1991, toen een felle brand de galerij en een deel van het woonhuis in de as legde.
Vastberaden begon het gezin in de lente aan de heropbouw.
Het project herrees als een feniks, net op tijd om in de zomer van 1992 weer bezoekers te ontvangen onder de toepasselijke naam Maison du Phoenix.
Toen Tsjechië zich in 1993 weer opende voor de wereld, keerde Reon terug om zijn familie te bezoeken.

Een expositie in het Praagse Karolinum werd zo lovend ontvangen door pers en publiek dat hij besloot definitief terug te keren naar zijn vaderland.
Na een tussenstop in een oude bakkerij bij de Karelsbrug, transformeerde hij in 2005 een historisch pand met drie verdiepingen op de Petřín-heuvel tot een betoverende grot vol stalactieten, sfeerverlichting, atelier en woonruimte.
De inmiddels 78-jarige kunstenaar woont en werkt daar nog altijd.
Hij creëert nog steeds zijn kenmerkende, psychedelische olieverfschilderijen vol mystieke wezens, vloeiende natuur en vrouwelijk naakt.
Door zijn bewerkelijke renaissancetechniek, waarbij verflagen maandenlang moeten drogen, vergt een serie werken vaak een vol jaar geduld.
Wie zijn werk wil ervaren, kan tegenwoordig terecht in zijn magische grot in Praag of bij de vaste collectie in het Tsjechische kasteel Plumlov.


Het nummer werd uitgebracht als de tweede single van het album Boonooonooos.
Na de eerdere hit ‘Belfast’ was dit pas de tweede keer dat Marcia Barrett de leadzang voor haar rekening nam.
Daarnaast vervulde de stem van Bobby Farrell voor het eerst een belangrijke rol in een nummer van de groep.
De karakteristieke kinderstemmen die te horen zijn, zijn afkomstig van Brian Paul en Brian Sletten.
In de hitlijsten behaalde de single een achtentwintigste plaats in de BRT Top 30, waar het nummer één week bleef staan, terwijl het in Nederland tot de vijfentwintigste positie in de Top 40 reikte.

In augustus 1981, precies 45 jaar geleden, stonden The Strings volop in de belangstelling.
De gitaarrockgroep uit Zaventem werd opgericht door vijf jongens die elkaar al heel lang kenden: gitaristen Jan Van Eyken en Bruno Melon, zanger Luk Meert, bassist Mark Vanbinst en drummer Luk Vrebos.
Ze begonnen aan het avontuur, omdat er in hun woongemeente destijds nauwelijks iets te beleven viel, maar uiteraard droomden ze ook een beetje van roem en vonden ze dat meisjes toch nog altijd opkeken naar muzikanten.
Aanvankelijk dachten de bandleden nauwelijks aan het opnemen van een album, laat staan aan interviews of televisieoptredens.
De groep ontstond uit het eerdere project Belgrave Road na een optreden op een freepodium.
Waar ze in het begin vooral covers speelden van onder meer The Rolling Stones en Frankie Miller, schakelden ze snel over op een volledig eigen repertoire, met uitzondering van het nummer ‘Route 66’.
Hun debuutsingle met de nummers ‘Love me’ en op de B-kant ‘I wanna dance’ namen ze in eigen beheer op.
De productie was in handen van Jean-Marie Aerts, de gitarist van TC Matic, die in die periode de vaste producer was voor heel wat beginnende Belgische bands.
Hoewel de eerste single hen financieel meer kostte dan hij opbracht, doordat ze duizend exemplaren lieten persen en deze zelf verdeelden, bewees de uitgave wel hun ambitie.
Met de opvolger ‘Back to you’ lieten ze zien dat het ook met hun eigen materiaal helemaal goed zat.
In de zomer van 1981 toerde de groep door heel Vlaanderen.
Dat najaar mochten ze bovendien mee op tournee met De Kreuners, waar ze als voorprogramma optraden en de avond afsloten met een gezamenlijke set vol klassiekers uit de vroege jaren zeventig van artiesten als Gary Glitter, T. Rex en The Sweet.
Die gezamenlijke tournee bleek een belangrijke stap, want niet veel later maakte gitarist Jan Van Eyken de overstap naar De Kreuners, de band waar hij sindsdien nog altijd deel van uitmaakt en een bepalend gezicht van is gebleven (Joepie 9 augustus 1981)


Gisteren nog vandaag
Zelf heb ik deze tv-reeks nooit gezien, maar ik las wel jaren eerder als kind de boeken over hun avonturen.
De geestelijke moeder van deze meeslepende verhalen was de Britse schrijfster Enid Blyton (1897-1968), een van de succesvolste kinderboekenauteurs aller tijden.
Ze schreef de oorspronkelijke reeks van 21 boeken tussen 1942 en 1963.
De verhalen draaiden om de broers Julian en Dick, hun zusje Anne, hun stoere nichtje Georgina (die liever George genoemd wilde worden) en de hond Timmy.
Samen trokken ze er tijdens de schoolvakanties op uit, vaak rond het fictieve kustdorpje Kirrin.
Wat de boeken voor generaties kinderen zo magisch maakte, was het gevoel van ultieme vrijheid: de hoofdpersonages beleefden hun avonturen zonder toezicht van volwassenen, kampeerden op eilandjes, verkenden ruïnes en ontrafelden geheimen met verrekijkers en zaklampen.
In 1978 verscheen de populaire Britse jeugdserie De Vijf, gebaseerd op deze beroemde boekenreeks.
De hoofdrollen werden vertolkt door Marcus Harris als Julian, Gary Russell als Dick en Jennifer Thanisch als Anne. Samen met Michele Gallagher als het tomboy-meisje George en de trouwe hond Timmy beleefden ze talloze avonturen vol mysterie, geheime gangen en smokkelaars.
De serie werd geproduceerd door Southern Television voor het ITV-netwerk en omvatte 26 afleveringen verdeeld over twee seizoenen.
De makers slaagden erin de nostalgische sfeer van de boeken perfect over te brengen naar het tv-scherm, waardoor de verfilming voor veel kinderen die opgroeiden in de late jaren zeventig en tachtig de definitieve weergave werd van de klassieke verhalen.
De herkenbare begintune en de spannende verhaallijnen maakten de tv-reeks tot een grote internationale hit die ook in de Lage Landen met veel succes werd uitgezonden.
Na het afronden van de serie namen de jonge hoofdrolspelers vrijwel allemaal afstand van de acteerwereld en sloegen zij heel uiteenlopende wegen in.
Marcus Harris stopte grotendeels met acteren, stapte het bedrijfsleven in en werd later actief in de lokale politiek als raadslid en burgemeester van Wallingford.
Na een zware beroerte besloot hij een langgekoesterde droom waar te maken en publiceerde hij in 2025 zijn eerste roman, Running Away.
Gary Russell bleef als enige nog even actief in het vak, maar maakte al snel de overstap naar een succesvolle achter-de-schermen-carrière als schrijver, redacteur en producent, waarbij hij een belangrijke rol speelde in de wereld van de bekende sciencefictionserie Doctor Who.
Jennifer Thanisch koos op haar beurt voor een rustig privéleven buiten de schijnwerpers, stichtte een gezin en ging aan de slag als lerares op een basisschool in Sussex.
Het levensverhaal van Michele Gallagher kent helaas een tragisch verloop: zij trok zich volledig terug uit de openbaarheid en overleed in 2000 op 36-jarige leeftijd.


De Britse zangeres, songwriter en pianiste Lynsey de Paul werd op 11 juni 1948 in Londen geboren als Lyndsey Monckton Rubin.
Ze studeerde aan het Hornsey College of Art en begon haar werkzame leven in de grafische vormgeving, waar ze onder meer albumhoezen ontwierp.
Haar muzikale talent bracht haar echter al snel in de muziekindustrie terecht, waar ze aanvankelijk successen boekte als componist voor andere artiesten.
Zo schreef ze onder meer de succesvolle hits ‘Storm in a Teacup’ voor The Fortunes en ‘Dancin’ (On a Saturday Night)’ voor Barry Blue.
Haar grote doorbraak als uitvoerend artiest kwam in 1972 met de single ‘Sugar me’.
Dat nummer was oorspronkelijk helemaal niet voor haarzelf bedoeld, want ze schreef het voor Peter Noone.
Die we allen kenden als de zanger van de succesvolle popgroep Herman’s Hermits.
Op aanraden van onder meer acteur Dudley Moore besloot ze het nummer toch zelf op te nemen en uit te brengen.
Het werd een internationale hit die de eerste plaats bereikte in de hitlijsten van onder meer Nederland en België.
Hiermee schreef ze geschiedenis als de eerste Britse vrouwelijke artiest die een nummer één-hit scoorde met een door haarzelf geschreven nummer.
Rond die periode werd ook haar artiestennaam bewust gekozen.
Vanwege de spanningen rond de Olympische Spelen van München in 1972 werd haar geadviseerd een minder opvallende Joodse achternaam te gebruiken.
Haar nieuwe artiestennaam stelde zij subtiel samen uit de namen van haar ouders.
Het voorvoegsel ‘de’ kwam van de meisjesnaam van haar moeder (wiens achternaam hiermee begon, of naar verluidt verwees naar de ‘de’ uit een familienaam), en ‘Paul’ was de tweede voornaam (middelnaam) van haar vader, Herbert Paul Rubin.
In de jaren daarna volgden verschillende successen in de hitparade, waaronder ‘No Honestly’ en de ballad ‘Won’t Somebody Dance with Me’.
Met die laatste plaat schreef ze opnieuw geschiedenis bij de Ivor Novello Awards door als eerste vrouw ooit deze prestigieuze Britse prijs voor songwriters te winnen.
In 1977 vertegenwoordigde ze samen met Mike Moran het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Rock Bottom’.
Het duo eindigde op de tweede plaats en scoorde goed in verschillende hitparades in diverse Europese landen.
In augustus 1981 keerde Lindsey de Paul terug naar haar Victoriaanse huis in Londen om er na het beëindigen van haar vierjarige romance met de Amerikaanse acteur James Coburn een nieuwe elpee en een Europese en Japanse tournee voor te bereiden.
Het viel haar destijds niet gemakkelijk om weer te wennen aan het vrijgezellenbestaan.
In vier jaar tijd was ze ontzettend veranderd.
Voordat ze James leerde kennen, had ze altijd vrienden over de vloer en liep ze van de ene fuif naar de andere, maar dat zei haar toen niets meer in 1981.
Ze zat het liefst gezellig thuis achter de piano om nummers te schrijven voor haar eerste elpee in jaren.
In die periode kwam ook haar single ‘Strange Changes’ uit, een nummer dat haar gemoedstoestand weergaf.
Het nummer schreef ze samen met Sue Shifrin.
Toen bekend werd dat ze zich weer in Londen ging vestigen, kreeg ze een telefoontje van haar oude platenmaatschappij met de vraag of ze een nieuw contract wilde tekenen.
Dat voorstel nam ze in dank aan, omdat ze zo snel mogelijk weer aan de slag wilde.
Wel werd er gevraagd om snel met een single te komen.
Na drie jaar muzikaal op non-actief te hebben gestaan, wilde ze weer gaan componeren.
‘Strange Changes’ beschreef haar gevoelens en haar kijk op de wereld op dat moment.
Ze vond dat achteraf een beetje jammer, niet omdat ze dingen had verteld die ze niet meende, maar omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze haar zelfbeklag ten gelde wilde maken.
In haar Victoriaanse huis in Noord-Londen, dat ze in 1975 voor een zacht prijsje op de kop had kunnen tikken, was een muziekkamer ingericht met twee piano’s en een enorme collectie elpees.
Een van die piano’s was trouwens een geschenk voor haar ex-vriend.
Het hele huis puilde toen trouwens uit met souvenirs aan James en haar verblijf in de Verenigde Staten.
Deze souvenirs herinnerden haar aan goede tijden, waar ze toen met groot heimwee naar terugkeek.
Ondanks de breuk kwam James altijd gedag zeggen als hij in Londen was, en zij vond dat enorm fijn van hem.
Deze vriendschap zou dan ook blijven duren tot aan zijn dood.
Er kwam ook nog ander bezoek over de vloer, zoals haar poes Sesam, die ze op dat moment haar beste vriend noemde.
Aan een nieuwe relatie was ze toen nog niet toe.

Haar single werd zo goed onthaald dat het een hit beloofde te worden, vertelde ze toen in een interview.
Bovendien kon ze rekenen op de steun van zowel de BBC als de Britse commerciële televisie.
Voordat ze naar Amerika trok, leverde ze regelmatig titelmelodieën af voor tv-series en speelfilms, waardoor ze veel goede contacten had opgebouwd.
Men wist dat ze professioneel werk afleverde en dat hielp haar om goede promotie te krijgen.
De week na het verschijnen van de single had ze al vier aanvragen voor tv-optredens op zak.
Bovendien ging de BBC haar uitspelen in twee grote shows, die in verschillende landen zouden worden uitgezonden, en dit samen onder meer met Sheena Easton.
Ondanks een opvallende hoes, de aandacht van de pers en een beperkte 12-inch promotieversie, wist de single de hitparades niet te bereiken.
Jaren later werd het nummer wel gewaardeerd door liefhebbers en verzamelaars van vroege jaren 80-pop en disco-funk.
Er kwamen zelfs verschillende remixes uit van het nummer.
Naast haar eigen zangcarrière bleef ze actief als songwriter voor televisieprogramma’s en andere artiesten.
Ze verlegde haar grenzen verder als producer, speelde in musicals, interviewde mensen voor televisie en trad regelmatig op in diverse Britse televisieproducties.
Ook zette ze zich in voor maatschappelijke onderwerpen; zo bracht ze in de jaren negentig zelfs een instructievideo uit over zelfverdediging voor vrouwen.
Lynsey de Paul was een bewuste, zelfstandige vrouw die nooit trouwde, al waren haar bedpartners vaak beroemde mannen zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin en Dudley Moore.
De Amerikaanse acteur James Coburn, haar ex-vriend, overleed op 18 november 2002 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn huis in Beverly Hills.
Lynsey de Paul overleed op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, volgens de BBC vermoedelijk aan de gevolgen van een hersenbloeding.

45 jaar geleden, thuis bij Lynsey De Paul (Joepie 16 augustus 1981)














Ringo Starr trouwde in 1965 met Maureen Cox. Samen kregen zij drie kinderen: Zak, Jason en Lee.
Nadat het paar in 1975 scheidde, vond Ringo opnieuw de liefde bij Barbara Bach, die hij ontmoette op de set van de film Caveman in 1980
Het stel stapte op 27 april 1981 in het huwelijksbootje.
Inmiddels is Ringo grootvader van zeven kleinkinderen en mocht hij op 16 augustus 2016 zijn eerste achterkleinkind verwelkomen.
Zijn oudste zoon, Zak Starkey, trad in zijn muzikale voetsporen; hij is sinds 1996 de drummer van de Engelse rockband The Who en drumde daarnaast enkele jaren bij Oasis.
Een ander bijzonder hoogtepunt in het leven van Starr vond plaats op 29 december 2017, toen hij door koningin Elizabeth werd geridderd.
Zijn echtgenote Barbara Bach werd geboren in Queens, New York.
Ze stopte al op 16-jarige leeftijd met school om een carrière als model na te jagen, met succes: een jaar later werkte ze al als internationaal topmodel.
Op 18-jarige leeftijd trouwde ze met Augusto Gregorini, met wie ze in Italië twee kinderen kreeg.
Tijdens haar periode in Italië was ze te zien in een aantal kleine filmrollen.
Na haar scheiding in 1975 keerde ze terug naar de Verenigde Staten. Haar grote internationale doorbraak volgde in 1977 met de rol van de Russische agent Triple X, majoor Anya Amasova, in een bekende James Bond-film.
Deze rol bracht haar wereldwijde roem, waarna ze een jaar later te zien was in een volgende grote speelfilm.
Tegenwoordig houdt ze zich vooral bezig met liefdadigheidswerk. Samen met Ringo bezit ze meerdere huizen over de hele wereld, waaronder in Monte Carlo en Beverly Hills.
In april 2026 bracht Ringo zijn nieuwe album Long Long Road uit. Dit is zijn tweede country- en Americana-plaat, geproduceerd door T Bone Burnett, met gastbijdragen van artiesten als Sheryl Crow, St. Vincent en Billy Strings.
Het album is de opvolger van het succesvolle Look Up uit 2025.
De nu 86-jarige Ringo staat nog altijd vol energie op het podium.
In mei en juni 2026 toerde hij met zijn All Starr Band, waarin onder meer Steve Lukather van Toto en Colin Hay van Men at Work meespelen, langs de Amerikaanse Westkust.
Voor het najaar van 2026 staat er opnieuw een tournee op het programma, waarbij hij in september en oktober zal optreden in het noordoosten van de Verenigde Staten

