Vandaag is het precies 45 jaar geleden dat het koninklijke huwelijk tussen prins Charles en prinses Diana plaatsvond, een relatie met een veelbewogen geschiedenis vol iconische momenten, publieke spanningen en opmerkelijke weetjes.

Hoewel ze elkaar al jaren kenden, konden ze pas in het openbaar samen verschijnen toen Diana 19 jaar oud was.

De 31-jarige Charles had daarvoor een relatie met haar oudere zus, Lady Sarah McCorquodale.

Toen die afspraakjes op niets uitliepen, sprong de vonk over op de jongere zus en vroeg Charles haar na slechts zes maanden daten ten huwelijk.

Tijdens het beroemde interview na hun verlovingsaankondiging vroeg een verslaggever of het paar verliefd was. Diana antwoordde meteen met een overtuigd Natuurlijk!”, waarop Charles haar bijviel met de raadselachtige toevoeging wat verliefd zijn ook betekent.

Voor de verlovingsring kreeg Diana de keuze uit verschillende prachtige exemplaren en koos ze voor de inmiddels wereldberoemde ring met de blauwe saffier, dezelfde ring die tegenwoordig de hand van Kate Middleton siert.

Tijdens hun huwelijk reisden ze de wereld rond en beleefden ze bijzondere momenten.

Uit een brief van Charles aan Nancy Reagan bleek hoe hij de Amerikaanse president en first lady bedankte voor een onvergetelijke avond in het Witte Huis.

Hij schreef dat Diana er maar niet over uitkon dat ze op één avond had gedanst met John Travolta, Neil Diamond, Clint Eastwood én de president van de Verenigde Staten.

Toch hield het sprookje geen stand, al blikte Diana in een controversieel interview in 1995 nog liefdevol terug op het begin: ze hield vreselijk veel van haar man, wilde alles met hem delen en vond dat ze een heel goed team waren.

Uiteindelijk kwamen er barsten in de relatie.

Charles gaf toe een buitenechtelijke relatie te hebben met Camilla Parker-Bowles, terwijl Diana gedurende vijf jaar een affaire had met James Hewitt, de paardrij-instructeur van haar zoons.

Toen de relatieproblemen zo openlijk naar buiten kwamen, greep koningin Elizabeth in met een brief waarin ze het paar dringend adviseerde te scheiden.

Na jaren van onderhandelen werd de scheiding op 28 augustus 1996 definitief.

Diana noemde dit de meest verdrietige dag uit haar leven.

Hoewel ze haar titel Her Royal Highness kwijtraakte, mocht ze wel Princess of Wales blijven heten.

Rondom de ‘Bruiloft van de Eeuw’ vonden bovendien heel wat opmerkelijke feiten plaats.

Zo had Diana’s iconische trouwjurk een sleep van maar liefst 7,6 meter, de langste in de koninklijke geschiedenis, en keken er wereldwijd zo’n 750 miljoen mensen mee op televisie.

De zenuwen speelden het paar parten tijdens de ceremonie: Diana draaide per ongeluk de namen van Charles om, terwijl Charles vergat haar zijn “wereldse goederen” te beloven.

Diana schreef daarnaast geschiedenis door als eerste koninklijke bruid het woord “gehoorzamen” uit haar trouwgelofte te schrappen, een traditie die latere koninklijke bruiden zoals Kate Middleton en Meghan Markle voortzetten.

Vijfenveertig jaar geleden scoorde de Belgische discogroep Bisquit een hit met het nummer Roller Boogie.

De formatie uit de regio Brussel bestond oorspronkelijk uit de vier leden Sue, Martine, Pascale en Viviane.

Voordat ze de muziekwereld veroverden, werkten de dames al vijf jaar samen als dansgroep en stonden ze op het podium als achtergronddanseres bij bekende artiesten zoals Will Tura en Lee Towers.

Hun muzikale doorbraak kwam er dankzij een samenwerking met Raymond Felix, die eerder al succes boekte met Jack Jersey.

Het absolute hoogtepunt van Bisquit was de single Roller Boogie, geschreven door het duo Ronny Sigo en Raymond Felix.

Die laatste nam ook de volledige productie van het nummer voor zijn rekening.

De aanpak werkte, want de single deed het commercieel goed en klom tot de achttiende plaats in de BRT Top 30.

Hoewel de hitparade in Nederland buiten bereik bleef, werd het nummer ook in Duitsland een bescheiden succes met een achtenvijftigste plaats als hoogste notering.

De groep viel niet alleen op door de muziek, maar ook door een opvallende futuristische stijl.

De leden traden op in paarse pakken en droegen zilveren discohelmen die volledig met spiegeltjes waren bedekt.

Dit mysterieuze imago was een bewuste strategie om de nieuwsgierigheid van het publiek te prikkelen en boven de massa uit te steken.

Wel zat er een opmerkelijk verschil tussen de werkelijkheid en het imago: hoewel de formatie achter de schermen uit vier vrouwen bestond, werd de groep op de singlehoes gepresenteerd als een trio van twee vrouwen en een man.

Hoewel de spiegelhelmen hun handelsmerk werden, keken de groepsleden al vooruit naar andere vermommingen om hun visuele presentatie vernieuwend te houden.

De kern van hun succes bleef de ijzersterke combinatie van professionele danschoreografieën en aanstekelijke discomuziek, een formule die destijds zowel op de televisie als in de discotheken volop in de smaak viel.

45 jaar geleden, zo ziet Bisquit er nu uit

45 jaar geleden, hoe Larry Wilcox het leven van zijn Chips-partner redde.

De bekende tv-reeks CHiPs, die van 1978 tot en met 1983 goed was voor zes seizoenen en destijds te zien was op de BRT, is een iconisch en licht misdaaddrama over twee motorpolitieagenten.

In de serie vertolkt Erik Estrada de rol van de macho-agent Francis, beter bekend als Frank Poncherello, terwijl Larry Wilcox gestalte geeft aan zijn no-nonsense en rechttoe rechtaan partner Jon Baker.

Samen patrouilleren ze als Highway Patrolmen voor het kantoor in Central Los Angeles van de California Highway Patrol.

De afkorting van deze politiedienst, CHP, verklaart meteen ook de herkomst van de serietitel.

Hun opdrachten krijgen de agenten steevast van Sergeant Joseph (of Joe) Getraer, een rol gespeeld door Robert Pine.

Kenmerkend voor de reeks is de ronkende motor waar de agenten op rijden: voor de opnames maakte men gebruik van de Kawasaki Z1000 P, waarbij de P heel toepasselijk voor Police staat.

De aanhoudende populariteit van de originele reeks leidde in 2017 nog tot een bioscoopfilm.

Hierin namen Dax Shepard en Michael Peña de hoofdrollen van respectievelijk Jon Baker en Frank Poncherello voor hun rekening, al dook Erik Estrada wel nog even op voor een kleine gastrol.

Wat veel televisiekijkers destijds echter niet wisten over de reeks en de twee hoofdrolspelers, is dat de vriendschap tussen de agenten louter acteerwerk was.

Hoewel Estrada en Wilcox op het scherm onafscheidelijke en loyale partners speelden, konden de twee acteurs het achter de schermen helemaal niet goed met elkaar vinden.

De onderlinge rivaliteit en de spanningen op de set liepen na verloop van tijd zelfs zo hoog op dat Larry Wilcox besloot om op te stappen.

Hij keerde daardoor niet meer terug voor het zesde en tevens laatste seizoen van de serie.

Daarnaast had Erik Estrada de reeks bijna niet kunnen afmaken: hij kreeg tijdens de opnames van het derde seizoen een zeer zwaar motorongeluk op de set, maar wist na een intensieve revalidatie toch succesvol terug te keren.

Kid Creole And The Coconuts, een stadsmus, vermomd als exotische paradijsvogel.

Kid Creole, The Coconuts en Coati Mundi vormden in 1981 een opmerkelijk gezelschap dat op het eerste gehoor ongrijpbare muziek maakten.

Met hun single Que Pasa / Me no Pop I hadden ze destijds een hit in petto, wat leidde tot de nodige opschudding in de internationale muziekwereld.

De man achter dit exotische brouwsel van swing, salsa, chacha, funk, reggae, Broadway-musicals, soul, calypso en rock was August Darnell, beter bekend als Kid Creole, de leider van de vrolijke formatie rond The Coconuts.

Het levensverhaal van Darnell was toen 75 jaar daarvoor begonnen in het Canadese Montreal.

Zijn vader was half een zwarte Amerikaan en half een afstammeling uit de Dominicaanse Republiek, terwijl zijn moeder een Française was.

Al tijdens zijn schooltijd imiteerde Darnell zijn grote idolen uit de filmwereld, zoals George Raft, Humphrey Bogart en James Cagney, die de sfeer van de jaren dertig en veertig zo treffend belichaamden.

Die invloed was destijds nog steeds duidelijk zichtbaar in zijn onberispelijke kostuums en zijn karakteristieke snorretje.

Samen met zijn echtgenote Adriana Kaegi, die tevens de belangrijkste Coconut was, blikte hij destijds terug op zijn loopbaan.

Met Adriana Kaegi, de vrouw met wie hij de groep in 1980 oprichtte, had hij in datzelfde jaar een relatie.

Zij was destijds verantwoordelijk voor de choreografieën en kostuums van de achtergrondzangeressen.

Het koppel scheidde al in 1985, op het hoogtepunt van het succes van de band.

Kaegi bleef daarna nog wel een tijdje bij de groep optreden voordat ze haar eigen weg ging.

Voordat hij de muziekwereld instapte, werkte Darnell vier jaar lang als leraar Engels.

Hij raakte echter ontgoocheld door de administratieve rompslomp; hij wilde liever een kameraad voor zijn leerlingen zijn, wat de schoolleiding hem niet in dank afnam.

De ommekeer kwam toen Stony Browder hem in 1975 vroeg om zich aan te sluiten bij Dr. Buzzard’s Original Savannah Band, waarmee ze met ‘Cherchez La Femme’ een wereldhit scoorden.

Omdat de Savannah Band overduidelijk het geesteskind van Browder was, raakte Darnell gefrustreerd en zocht hij naar een eigen project.

Na een korte periode als producer kwam hij in contact met Michael Zilkha, die de mentor van het New Yorkse Ze-label was en hem alle steun gaf voor zijn nieuwe project: Kid Creole and the Coconuts.

De muzikale stijl omschreef Darnell destijds als mulattenmuziek, een term die hij eerder ook al voor de Savannah Band gebruikte.

Voor Darnell was de term ‘creools’ synoniem met een mengeling van verschillende culturen.

Hij uitte destijds felle kritiek op Amerika, een land dat volgens hem zijn geschiedenis van rassenvermenging het liefst verzweeg en wegdrukte, terwijl hij vermenging juist zag als de kleur van de toekomst.

Volgens zijn visie was het onmogelijk om cultuur en muziek puur te houden.

Voor The Coconuts bracht hij een oude bekende uit zijn vorige band mee: Sugar Coated Andy Hernandez, beter bekend als Coati Mundi.

Hernandez, de schrijver en zanger van de hit ‘Me no Pop I’, werd geboren op het schip de SS United States toen zijn Puerto Ricaanse moeder naar New York reisde.

Hij had in diverse Latijns-Amerikaanse groepen gespeeld en ambieerde daarnaast een acteercarrière, met als destijds bekendste wapenfeit een rol in de film Serpico naast Al Pacino.

Binnen de groep droeg hij de verantwoordelijkheid voor alle arrangementen, stuurde hij de drie achtergrondzangeressen en de Creole Band aan, en verzorgde hij de meest dynamische segmenten van de non-stop show.

Het concept van The Coconuts was door Darnell opgezet als een Hollywood-revue uit de gloriedagen van de jaren dertig en veertig, specifiek geïnspireerd op de geromantiseerde manier waarop de jungle destijds in films werd uitgebeeld.

Het idee van drie meisjes die verdwaald raakten in de jungle vormde voor hem het ultieme romantische plaatje.

Hun debuutalbum Off the Coast of Me vond Darnell in 1981 zelf al behoorlijk achterhaald, hoewel hij erkende dat de plaat hun naamsbekendheid had vergroot.

Het destijds nieuwe album Fresh Fruit in Foreign Places was gebaseerd op een persoonlijke reis die hij in 1977 had ondernomen.

Nadat hij destijds na het tweede album van de Savannah Band was teruggekeerd uit Californië, bleek zijn toenmalige echtgenote, een jonge Haïtiaanse vrouw genaamd Mimi, spoorloos verdwenen te zijn.

Zijn daaropvolgende zeven maanden durende zoektocht, gedreven door een mix van liefde en de kick van het avontuur, goot hij in de vorm van een heldenepos, geïnspireerd op de Griekse mythen die hem als kind al fascineerden.

Het resultaat was een destijds unieke muzikale smeltkroes.

Darnell verbaasde zich erover dat Amerikaanse radioluisteraars voortdurend van zender moesten wisselen om verschillende genres te horen, waarbij de Eagles en rapmuziek strikt gescheiden bleven.

Hij prees de Europese radiocultuur, waar reggae, Afrikaanse muziek en rock-‘n-roll in de clubs gewoon door elkaar liepen.

Dat was de manier waarop hijzelf als tiener muzikaal gevormd was door invloeden van Harry Belafonte, Elvis Presley en de Beatles.

Hij verzette zich tegen de creatie van een luie generatie luisteraars en stelde zich ten doel om het publiek bewuster te maken.

Ten slotte reflecteerde hij op de relatie tussen zijn artiestenpersona en zijn authentieke zelf. Kid Creole en August Darnell stonden soms ver van elkaar af, al bevestigde Adriana Kaegi dat Creole een noodzakelijk verlengstuk van Darnell was om comfortabel te kunnen leven.

Waar Darnell een familieman en een stadsmens was, gedroeg Creole zich als een eilandminnende gigolo.

Het was uiteindelijk het flamboyante personage van Kid Creole dat August Darnell in leven hield en voorkwam dat hij louter een anonieme dromer bleef.

In 2019 trouwde hij na een relatie van 10 jaar met Eva Tudor-Jones.

Zij was zelf ruim 20 jaar lang lid van The Coconuts onder de artiestennaam Mama Coconut.

Tegenwoordig staat zij niet meer op de voorgrond als zangeres, maar runt zij als manager en zakelijk directeur alle lopende zaken van de band en hun platenlabel.

De nu 75-jarige Kid Creole treedt nog volop op met zijn bekende hits (zoals “Annie, I’m Not Your Daddy” en “Stool Pigeon”) en toert regelmatig.

Hij brengt nog steeds nieuwe muziek uit op zijn eigen platenlabel 2C2C (Too Cool To Conga), dat hij runt samen met zijn vrouw en zakenpartners.

Hij bracht in mei 2026 nog een nieuwe single uit met als titel Common Decency, Pt. 2.

Gisteren nog vandaag

Doris D And The Pins, winnaar Veronica Award week 24 van 1981

Debbie Jenner werd als kind gekenmerkt door een bijna ziekelijke verlegenheid, een eigenschap die haar in haar geboorteplaats Skegness vaak tot doelwit van pesterijen maakte.

Op school ervaarde zij het als een ware marteling om voor de klas te staan; vaak kreeg ze een brok in haar keel en kon ze geen woord uitbrengen wanneer een leraar haar een vraag stelde.

Zelfs haar eigen danslerares zag aanvankelijk geen toekomst voor haar en adviseerde haar moeder om haar een opleiding tot secretaresse te laten volgen.

Ondanks deze moeilijke start wist Debbie vanaf haar tiende al zeker dat ze danseres wilde worden, een droom die zij uiteindelijk verwezenlijkte bij het ballet van Maria Moore.

Samen met de andere danseressen van dit ballet, Ingrid de Goede, Yvonne Mehagnoul, Irene Verhoeven en Donna Baron, trad zij regelmatig op in AVRO’s TopPop wanneer er geen videoclips beschikbaar waren van artiesten in de hitparade.

Een cruciaal moment was mei 1980, toen de volledige groep in het programma playbackte en danste op het nummer Funkytown van Lipps Inc. playbackte en danste.

Lipps Inc. was een studioband van de Amerikaanse producer en componist Steven Greenberg, met Cynthia Johnson als zangeres.

Johnson was ook bekend van de band Flyte Tyme, waar de producers Jimmy Jam en Terry Lewis deel van uitmaakten.

Enkele jaren later produceerden zij het succesvolle album Control van Janet Jackson, met hits als Control, Nasty en What Have You Done For Me Lately.

Omdat de oorspronkelijke zangeres Cynthia Johnson hoogzwanger was en niet kon reizen, dachten veel kijkers dat deze balletgroep de werkelijke formatie van Lipps Inc. was.

Het nummer Funkytown bereikte de eerste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Vanwege de enorme populariteit op de Europese radio was er een gezicht nodig voor de promotie in Europa.

Terwijl de hele groep in Nederland te zien was, werd Debbie Jenner door de platenfirma en de originele groep gekozen om voor dit nummer het gezicht voor Europa te worden, waarbij zij het nummer playbackte tijdens optredens.

Producenten Hans van Hemert en Piet Souer zagen het potentieel van de danseressen en benaderden hen om zelf een plaat op te nemen.

Debbie Jenner nam de artiestennaam Doris D. aan en vormde samen met haar vier Nederlandse danseressen de formatie Doris D. & The Pins.

De passie voor het dansen hielp Debbie uiteindelijk haar enorme verlegenheid te overwinnen; op het podium raakte zij in een soort trance, waardoor zij de mensen om haar heen vergat.

Hun eerste single ‘Shine Up’ werd een groot succes en bereikte op 28 februari de eerste plaats in de BRT Top 30.

Ook in de Nederlandse Top 40 stond de groep hiermee twee weken lang op de hoogste positie.

Snel na dit succes ontstonden er echter spanningen binnen de groep.

De Pins voelden zich gereduceerd tot een dansgroepje op de achtergrond, terwijl zij wel degelijk op een aantal platen hadden meegezongen.

Dit leidde ertoe dat de groep uiteenviel.

De oorspronkelijke Pins gingen verder onder de naam Risqué en scoorden nog twee noemenswaardige internationale hits met The Girls Are Back in Town en Burn It Up Mr. D.J.

Bij Doris D. & The Pins werden de oorspronkelijke leden vervangen door vier Engelse danseressen.

In deze nieuwe samenstelling behaalde de groep in 1982 nog een kleine hit met Jamaica.

De samenstelling van de formatie bleef de jaren daarna regelmatig veranderen, waarbij ‘Starting at the End’ uit 1984 de laatste hitparade-notering markeerde.

In 1985 gingen Doris D. & The Pins definitief uit elkaar. Enkele jaren later verscheen Debbie Jenner weer regelmatig op de Nederlandse televisie, ditmaal als aerobics-instructrice die reclame maakte voor haar eigen videobanden.

Doris D., die nu 67 jaar oud is, werkt nog steeds als choreografe en dansdocente in Nederland.

Hoewel ze af en toe nog wel eens opduikt in nostalgische tv-programma’s, zingt of treedt ze niet meer op.

Vandaag bereikt het nummer Only Crying van Keith Marshall de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In juli 1981 maakte de voormalige tienerster Keith Marshall, ooit de leadgitarist van de groep Hello, een onverwachte comeback met zijn succesvolle hit ‘Only Crying’.

Rond het midden van de jaren zeventig had het in Engeland nog gekrioeld van de teenybopper-groepen, met ‘Mud’, ‘The Sweet’ en ‘The Bay City Rollers’ als de absolute blikvangers.

Zij hadden echter allemaal moeten ondervinden dat de roem in die specifieke tak van de popindustrie vaak van korte duur was.

Kleinere groepjes zoals Kenny, Slik en Hello waren in 1981 al bijna volledig in de vergetelheid geraakt.

Toch had dat verrassende popjaar twee nieuwe namen uit die oude formaties naar voren geschoven.

Midge Ure vond, na een kort verblijf bij the Rich Kids en Thin Lizzy, zijn weg naar Ultravox en loodste die groep naar een wereldhit met Vienna.

En toen dook plots Keith Marshall weer op.

De glorieperiode van Hello had indertijd slechts een jaar geduurd. Toch had dat viertal, dat verder bestond uit Jeff Allen, Vic Faulkner en Bob Bradbury, in die korte tijd enkele prima pophits afgeleverd.

Een leuk detail uit die begintijd is dat Keith zijn bandleden al kende van school en dat ze rond 1971 werden ontdekt door niemand minder dan Rod Argent van de band The Zombies.

Hun single Tell Him behaalde eind 1974 de zilveren status in Engeland.

Het jaar daarop werd New York Groove, een nummer dat was geschreven door Russ Ballard en geproduceerd door de manager van Gary Glitter, Mike Leander, zelfs uitgeroepen tot plaat van het jaar in Duitsland.

Dit sterke nummer werd enkele jaren later in de Verenigde Staten bovendien nog succesvol gecoverd door Ace Frehley van de hardrockband Kiss.

Na nog wat singles en de film Side by Side wilde Hello het serieuzer gaan aanpakken.

Engelse rockjournalisten voorspelden een enorme toekomst voor de enige groep uit dat genre die volgens hen echt wat in zijn mars had, maar het grote publiek haakte onverwachts af.

Nadat hun platenfirma Bell failliet ging, viel definitief het doek voor Hello.

Zo verdween ook de blonde gitarist Keith Marshall, destijds de absolute lieveling van de meisjes, uit de belangstelling.

Een opmerkelijk weetje is dat Keith destijds definitief besefte dat het voorbij was met Hello toen hij in 1979 een stapel platen zat te signeren voor hun fanclub in Duitsland.

Het drong toen tot hem door dat de band louter nog teerde op oud succes bij een kleine, overgebleven groep fans op het vasteland, en dat een nieuwe internationale doorbraak uitgesloten was.

In alle stilte werkte hij daarna verder aan zijn solocarrière.

Tijdens zijn periode bij Hello had hij al enkele eigen nummers geschreven, en daar besloot hij zich aanvankelijk op te concentreren.

Omdat Europa, en in het bijzonder Duitsland, altijd een uitstekend wingewest was geweest voor zijn oude band, richtte hij zijn pijlen op het vasteland.

Noch Keith, noch de Europese fans waren de voorbije successen vergeten.

Zijn allereerste eigen solosingle in Duitsland in 1979, het zelfgeschreven ‘Remember Me’, werd meteen een hit en werd nadien zelfs door Duitse vedetten in hun eigen taal opgenomen.

Omdat platenlabels in Groot-Brittannië niet meteen happig waren om hem een contract aan te bieden, weigerde hij een snelle klim af te dwingen en bleef hij resoluut op de Duitse markt mikken.

Daar toerde hij succesvol met groepen als Racey en Clout, waarna hij pas echt zijn zinnen weer op Engeland zette.

De manager van Keith had inmiddels zijn eigen platenlabel Arrival Records opgericht, en daar bracht hij in het voorjaar van 1981 ‘Only Crying’ uit.

Het was meteen weer raak.

Het wat beklemmende maar uiterst melodieuze nummer bereikte vlot de top tien in Engeland en leidde tot een succesvolle rondreis die hem in onze streken zelfs een nummer één-notering opleverde.

Op 18 juli 1981 bereikte het nummer ‘Only Crying’ effectief de eerste plaats in de BRT-Top 30.

In Nederland was de single eveneens een succes en goed voor een derde plaats in de Top 40.

Dat Keith Marshall helemaal terug was, bewees hij in de zomer van 1981 ook met de release van zijn eerste solo-elpee, waarvoor hij onder andere de muzikale steun had gekregen van Jim Rodford, de bassist van The Kinks.

Daarnaast nam hij ook de rol van producer op zich, onder meer voor de meisjesgroep The Teezers, van wie in diezelfde periode hun debuutalbum, en later zou blijken, hun enige album, The Best Part Of Breaking Up, werd verwacht.

In juli 1981 was Keith precies vijfentwintig jaar oud.

Hij was op 5 juni 1956 in het Londense Hackney ter wereld gekomen als de zoon van Violet en Albert Marshall.

Al op elfjarige leeftijd had hij zich tot de showbusiness aangetrokken gevoeld.

Hij leerde zichzelf gitaar, mondharmonica en een beetje piano spelen, waarna hij zijn kans waagde in het bekende BBC-programma Opportunity Knocks, wat vergelijkbaar was met Ontdek de Ster.

Naast muziek hield Keith destijds enorm van eten, drinken, slapen en zonnebaden, maar hij had een hartgrondige hekel aan reizen per boot of wagen.

Indisch eten droeg zijn absolute voorkeur weg en als er dan toch gedronken moest worden, koos hij het liefst voor een glas Southern Comfort.

Muzikaal gezien bleef hij opkijken naar Russ Ballard en koesterde hij een grote bewondering voor Diana, Presley en Jimi Hendrix.

Keith zocht zijn favoriete filmsterren vooral in vervlogen jaren, met name Errol Flynn en Marilyn Monroe, en dit lijstje werd destijds ongetwijfeld nog aangevuld.

In de zomer van 1981 was het overduidelijk dat Keith Marshall er weer stond, en men hoopte dat er deze keer geen snel afscheid zou volgen.

De nu 70-jarige zanger is nog steeds actief in de muziekwereld, zij het op verschillende manieren.

Tegenwoordig is hij onder andere werkzaam als barista-trainer, muziekverzamelaar en af en toe actief als dj in Dublin.

Daarnaast treedt hij nog op, verzorgt hij muziek in de regio en werkt hij aan eigen muziek.

Kim Carnes was al beroemd voordat ze beroemd werd.

In 1981 werd de stem van Kim Carnes in Amerika omschreven als een geluid dat tegelijkertijd zoet en schor was, vergelijkbaar met gekarameliseerde suiker.

Ze kon destijds inderdaad zeemzoet overkomen, om dan plots rauw uit te pakken.

Dat was destijds goed te horen op Bette Davis Eyes, haar eerste hit in onze hitlijsten.

Kim Carnes weigerde eerst om het nummer op te nemen, maar gelukkig voor haar en voor ons veranderde ze van mening na het horen van de nieuwe arrangementen die geschreven waren door Bill Cuomo.

Het nummer was destijds geschreven door Jackie DeShannon en Donna Weiss en was oorspronkelijk terug te vinden op het album New Arrangements van Jackie DeShannon uit 1975.

De single kwam op 28 maart 1981 de Billboard Hot 100 binnen en stond vanaf 16 mei 1981 negen weken op de eerste plaats.

In Vlaanderen bereikte de single de vijfde plaats in de hitlijst, terwijl de single in Nederland niet verder kwam dan de zeventiende plaats in de Top 40.

Hiermee bereikte de kleine blonde dame destijds eindelijk wat haar jaren daarvoor al was voorspeld.

Collega-muzikanten en journalisten waren het er toen immers al roerend over eens dat ze in de wieg was gelegd voor de status van superster, en met die felbegeerde eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten had ze dat doel op dat moment ook helemaal waargemaakt.

De eerste grote stap werd ruim een jaar daarvoor gezet met de hit ‘Don’t fall in love with a dreamer’, een duet van Kim met Kenny Rogers.

Dat liedje had ze destijds samen met haar echtgenoot Dave Ellingson geschreven.

Kim kende Kenny Rogers trouwens al lang, aangezien ze ooit samen lid waren van de groep The New Christy Minstrels.

Kenny Rogers was daar toen niet de zanger, maar speelde er gedurende een kleine twee jaar contrabas.

Deze groep had een sterk wisselende bezetting.

Andere bekende oud-leden zijn Barry McGuire, die na zijn vertrek in 1965 een wereldwijde hit scoorde met Eve of Destruction, Jerry Yester, die later bij The Lovin’ Spoonful speelde, Gene Clark, die later deel uitmaakte van The Byrds, en Larry Ramos, die later zanger en lid werd van The Association.

Haar eerste solo-hit in Amerika was geen eigen compositie, maar ‘More Love’ van Smokey Robinson.

Uit dezelfde eerdere elpee Romance Dance kwam destijds ook een eigen versie van ‘Cry like a baby’ van de Box Tops.

Grote namen zoals Barbra Streisand, Anne Murray en Rita Coolidge hadden haar nummers toen al vertolkt.

Barbra Streisand heeft zelfs drie verschillende nummers gezongen die door Kim Carnes zijn geschreven: ‘Love Comes from Unexpected Places’, dat Streisand opnam voor haar succesvolle album ‘Superman’ uit 1977,

‘Stay Away’, dat door Streisand werd gecoverd op haar album ‘Songbird’ uit 1978, en later het nummer ‘Make No Mistake, He’s Mine’, wat een bijzonder geval is, omdat dit nummer in 1984 werd uitgebracht als een duet tussen Barbra Streisand en Kim Carnes en terug te vinden is op Streisands album ‘Emotion’.

Anne Murray coverde ‘You’re a Part of Me’, een nummer dat oorspronkelijk door Kim Carnes werd geschreven en uitgebracht op haar titelloze album uit 1975.

Ook Rita Coolidge coverde datzelfde nummer ‘You’re a Part of Me’.

Daarnaast coverden ook grotere namen zoals Don Williams, Engelbert Humperdinck, Kenny Rogers en Tim McGraw nummers van haar hand.

Zelfs Frank Sinatra had al met haar werk te maken gehad; zij en haar echtgenoot herbewerkten en schreven destijds de tekst voor zijn nummer ‘You Turned My World Around’, een compositie van Bert Kaempfert en Herbert Rehbein die Sinatra in 1974 uitbracht als single en die ook te horen is op zijn album Some Nice Things I’ve Missed.

Kim Carnes heeft in haar carrière naar schatting tussen de 10 en 15 miljoen platen verkocht, waarbij albums en singles zijn meegeteld.

Ze heeft 2 Grammy Awards gewonnen uit haar in totaal 8 persoonlijke nominaties.

Tegenwoordig leidt ze samen met haar man een rustig leven in Nashville. Achter de schermen is ze nog altijd actief als songwriter, en ze brengt af en toe nog nieuw werk of een remix uit.

Zo verscheen haar laatste single “If I Was an Angel” in 2023, en bracht ze dit jaar een nieuwe versie van haar klassieker Bette Davis Eyes uit op Spotify.

Over drie dagen, op 20 juli, viert ze haar verjaardag en mag ze 81 kaarsjes uitblazen

45 jaar geleden, reclame voor ondergoed van het merk Bon Giorno

Bon Giorno is een Nederlands merk van ondergoed dat al meer dan vijftig jaar een bekende naam is op de markt.

Oorspronkelijk was het merk eigendom van Willink Tricotage, maar aan het eind van de jaren zestig kwam het in handen van Hollandia Tricot uit Veenendaal.

Onder deze eigenaar groeide de bekendheid enorm, mede dankzij actieve en opvallende reclamecampagnes.

In de beginjaren stonden verschillende bekende Nederlanders, waaronder Patricia Paay, Champagne, Jerney Kaagman en Herman Brood, model voor het merk.

Gisteren nog vandaag

Dit zorgde ervoor dat de naam stevig verankerd raakte bij het grote publiek.

Na een faillissement van Hollandia Tricot ontstond er een doorstart via een personnel buyout onder de naam Holland Trend.

In 1988 werd het bedrijf overgenomen door Timpa en bereikte het merk zelfs de top drie van de Nederlandse ondergoedmarkt.

Toen dit succes na enige tijd begon terug te lopen, kwam de naam in handen van het in Hongkong gevestigde American Phil Textiles, dat via een Europese dochteronderneming de productie, kwaliteit en styling weer in eigen beheer wilde sturen.

Gisteren nog vandaag

Uiteindelijk werd het ondergebracht bij Semper Paratus in Tholen.

Vandaag de dag staat Bon Giorno nog steeds bekend om comfortabel ondergoed dat als een tweede huid zit.

Naast de traditionele katoenen slips en boxers, zoals de bantam en de tanga, biedt het merk inmiddels ook moderne collecties van bamboe aan.

Omdat de naamsbekendheid in Nederland al decennia groot is, zijn opvallende reclamecampagnes tegenwoordig minder noodzakelijk en bedient het merk vooral een trouwe klantenkring via grote ketens en diverse gespecialiseerde webshops.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Making Movies: Mark Knopfler, de loodzware tour en de pijnlijke breuk met broer David

Na het sensationele debuutalbum met de klassieker ‘Sultans of Swing’ was het misschien niet zo vreemd dat de tweede plaat enigszins teleurstelde.

Met Making Movies had Knopfler, de centrale figuur in de band – zich echter ongelooflijk herpakt.

Het geluid bleef herkenbaar als Dire Straits, maar was nu verrijkt met verrassende loopjes, invallen en variaties die men van een muzikant als hij mocht verwachten.

Tijdens de opnames van het derde album Making Movies in New York liepen de spanningen tussen de broers echter hoog op.

Ze konden artistiek en persoonlijk niet meer door één deur.

Na heftige discussies verliet David de band.

Mark nam vervolgens alle gitaarpartijen van David opnieuw op en David werd niet eens vermeld op de hoes van het album.

Sinds het pijnlijke vertrek van David uit Dire Straits in 1980 spreken de twee broers elkaar niet meer.

David heeft in interviews aangegeven dat de situatie een zware schaduw over hun levens en families heeft geworpen.

Hij omschreef het destijds als een situatie waarin ze in de studio met hun ogen naar de vloer gericht liepen en er geen sprake meer van communicatie was.

De diepte van de breuk werd nogmaals pijnlijk duidelijk toen Dire Straits in 2018 werd opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.

Mark Knopfler weigerde simpelweg te komen opdagen, mede om te voorkomen dat hij met zijn broer geconfronteerd zou worden.

David liet daarop via social media weten dat Mark de reünie en de fans had koudgesteld.

Tot vandaag is het conflict nooit bijgelegd; beide broers hebben hun eigen weg gekozen in de muziek en leven volledig langs elkaar heen.

Terwijl David zijn eigen weg zocht, ploegde Mark met zijn band door een loodzware tour.

Hij had, zoals hij zelf zei, “the road kills me” – en toch wilde hij niets anders.

Elke avond speelde hij alsof zijn leven ervan afhing, puur uit respect voor het publiek.

De fans betaalden immers flink voor een ticket, en een rockband die haar publiek serieus neemt, levert elke avond het beste wat ze in huis heeft.

Op de vraag of ‘Sultans of Swing’ niet begon te vervelen, antwoordde hij dat hij niet elke avond stond te popelen om het te spelen, maar dat het publiek het nummer nu eenmaal wilde horen.

Bovendien zag hij het als een uitdaging om zo’n klassieker elke avond opnieuw fris en levendig te laten klinken.

Tijdens een optreden moet een muzikant talloze, soms sterk uiteenlopende emoties uit zijn instrument en zijn lijf toveren.

Mark vertelde dat het nummer hem nog altijd raakte, omdat hij de intentie erachter kende: hij had het geschreven, erop gezweet, erom gehuild en gevloekt.

Die emoties kwamen terug zodra hij de nummers speelde.

Nummers als ‘Expresso Love’ en ‘Solid Rock’ waren pure krachtexplosies en snelheid.

Hij had geleerd dat je aan zulke songs niet te lang moet sleutelen, anders verlies je het momentum.

De langzamere nummers, zoals ‘Tunnel of Love’, kwamen voort uit een dieper deel van zijn wezen.

Daar had hij weken aan gewerkt, stap voor stap, op zoek naar perfectie – al gebruikte hij dat woord met enige aarzeling.

Zo’n energieverslindende tournee leek funest voor de creativiteit, maar volgens Mark viel dat reuze mee.

Ondanks te weinig slaap, constante geestelijke en lichamelijke ontwrichting en elk gevoel voor tijd en plaats kwijt, was hij voortdurend met muziek bezig: de show moest blijven vlammen, en daarnaast broedde hij al op ideeën voor het volgende album.

Die zou pas echt vorm krijgen zodra hij zijn normale ritme weer terug had.

Destijds was hij een voorstander van snel werken: een album in een week of zes opnemen, gevolgd door een week voor de eindmix. Perfect of niet, het was rock-’n-roll en dat moest vaart hebben.

Op de vraag of ‘Making Movies’ zo goed was geworden omdat de pers ‘Communiqué’ zo zwak vond, antwoordde Mark dat dat onbewust misschien een rol had gespeeld.

Hij had echter nooit gedacht dat ‘Communiqué’ het einde van Dire Straits zou betekenen.

Hooguit een kleine impasse, al was hij daar niet eens zeker van.

Men vergeleek alles altijd met zijn allerbeste nummer, wat hij onterecht vond.

Na het eerste album werd hij de hemel in geprezen, na de tweede onder het tapijt geveegd.

Hij geloofde niet dat het kwaliteitsverschil zo groot was.

Het voordeel was wel dat de derde plaat alleen maar kon meevallen – en volgens pers en publiek was dat in juli 1981 overduidelijk het geval.

Van het legendarische Making Movies (1980) gingen naar schatting 5 tot 7 miljoen exemplaren over de toonbank.

In hun thuisland behaalde de plaat dubbelplatina, goed voor meer dan 600.000 verkochte albums.

In de Verenigde Staten werd het album bekroond met de platinastatus (minstens 1 miljoen exemplaren), terwijl het in Italië in 1981 zelfs het bestverkochte album van het jaar was met meer dan 1 miljoen verkochte stuks.

Het succes van Dire Straits is dan ook indrukwekkend: wereldwijd verkocht de band tussen de 100 en 120 miljoen platen.

Hun absolute meesterwerk Brothers in Arms (1985) is met ruim 30 miljoen exemplaren een van de bestverkochte albums aller tijden.

Mark Knopfler zelf, die in 1949 werd geboren in Glasgow en op zijn zevende naar Newcastle verhuisde, heeft als soloartiest naar schatting 10 tot 15 miljoen albums verkocht, waarbij Sailing to Philadelphia (2000) met meer dan 2,5 miljoen stuks zijn commercieel meest succesvolle plaat is.

De inmiddels 76-jarige muzikant is nog altijd actief, al is hij definitief gestopt met live toeren.

Zijn meest recente soloalbum is One Deep River (2024).

Hij woont al tientallen jaren in Londen, nabij zijn eigen British Grove Studios in Chiswick, en bezit daarnaast een landelijk huis in de regio New Forest waar hij zich regelmatig terugtrekt.

Na zijn vertrek uit Dire Straits in 1980 heeft David Knopfler een constante en productieve solocarrière opgebouwd, waarin hij meer dan 15 soloalbums heeft uitgebracht.

Naast het maken van muziek is hij ook actief als dichter en auteur.

Hij treedt daarnaast sporadisch op en werkt nauw samen met zijn vaste producer en muzikant Harry Bogdanovs.

Deze maand, op 4 juli 2026, bracht hij de single Tell Me Something uit, een samenwerking met de Britse singer-songwriter Colin Goodger.

Dire Straits, als van ouds (Veronica, 15 juli 1981)