45 jaar geleden brachten Stephanie Mills en Teddy Pendergrass hun nummer ‘Two Hearts’ uit.

Nauwelijks drie jaar oud zong Theodore, beter bekend als Teddy Pendergrass, al in een kerkkoortje.

Dit verklaart de belangrijke en blijvende invloed van gospel in zijn latere muziek. Op zijn dertiende leerde hij drummen in een club waar zijn moeder overdag werkte.

Toen een beloofde zangcarrière door een producer een loze belofte bleek te zijn, legde hij zich volledig toe op zijn drumstel.

Samen met het beginnende groepje Little Royal zette hij zijn eerste stappen op het podium. In 1969 werd hij officieel de nieuwe drummer van The Cadillacs, een groep die in Philadelphia al vrij bekend was.

Een jaar later, in 1970, sloot hij zich als drummer aan bij Harold Melvin & the Blue Notes.

Dankzij zijn warme, rijke stem en uitstekende vocale kwaliteiten schoof hij echter al snel door naar de positie van leadzanger.

Hij trok de aandacht van het componistenduo Gamble en Huff, wat leidde tot een succesvolle samenwerking met een reeks hits als resultaat, waaronder het fraaie ‘If You Don’t Know Me by Now’ .

Vanaf dat moment brak de meest succesvolle periode van de band aan.

Pendergrass voelde zich echter niet helemaal thuis bij The Blue Notes, aangezien hij op het podium al had bewezen meer affiniteit te hebben met stevigere nummers.

Bovendien ontstond er wrijving over de financiën, waarbij het leeuwendeel van de inkomsten naar Harold Melvin zou zijn gegaan.

Deze combinatie van factoren leidde in 1976 tot de onvermijdelijke breuk, waarna hij de groep verliet.

Teddy besloot het solo te proberen en nam met Gamble en Huff het album Teddy Pendergrass op, wat hem meteen goud opleverde.

In 1977 stelde hij zijn toenmalige vriendin aan als manager.

Hun professionele relatie liep echter op de klippen en enige tijd na hun breuk werd zij vermoord.

Hoewel Pendergrass tijdens haar uitvaart zong, werd hij verdacht van betrokkenheid, mede aangewakkerd door geruchten over banden met de Zwarte Maffia.

Tijdens de begrafenis zou dominee Jesse Jackson hem bovendien veelbetekenend hebben aangekeken toen hij dit onderwerp tijdens zijn homilie aansneed.

Ondanks deze turbulente periode reeg Teddy de muzikale successen aaneen.

Zijn tweede langspeler Life is a song worth singing was goed voor dubbel platina, net als de latere albums Teddy en TP.

Theodore mocht zich stilaan een superster noemen en kocht zich passend een riant buitenhuis en een Rolls-Royce.

Naast het grote platensucces bouwde hij in de Verenigde Staten een enorme livereputatie op.

Hij was de absolute lieveling van de vrouwen en speelde daar graag en veelzijdig op in.

Met zijn slogan rijk, jong en beschikbaar deed hij avond aan avond de luxetenten in Las Vegas vollopen met wild enthousiaste dames van alle leeftijden die hun idool van dichtbij wilden zien.

Zelf gaf hij aan dat zijn reputatie daarmee wel gemaakt was, al voelde hij zich soms beschaamd over de taferelen die zich in het publiek afspeelden en vond hij het ongepast wanneer gehuwde vrouwen zich zomaar kwamen aanbieden.

In 1981 scoorde hij in de Verenigde Staten nog een hit met het nummer ‘Girl You Know’, een duet dat hij zong met Stephanie Mills.

Eerder werkten ze al samen voor het duet Feel The Fire in 1978.

Het leven van de zanger nam op 18 maart 1982 een dramatische wending door een zwaar auto-ongeluk in Philadelphia.

De officiële lezing stelde dat het ongeval gebeurde na een basketbalwedstrijd, maar later bleek dat hij uit een nachtclub kwam in het gezelschap van de 31-jarige transgendervrouw Tenika Watson.

Ook rond deze gebeurtenis doken verhalen op over de Zwarte Maffia.

Zo zouden de remmen van zijn wagen niet hebben gefunctioneerd, een defect dat naar verluidt ook bij zijn eerdere auto’s was opgetreden.

Als gevolg van de crash liep Pendergrass een dwarslaesie op, waardoor hij vanaf zijn middel verlamd raakte.

Zijn passagier, Tenika Watson, kon na een medische behandeling het ziekenhuis weer verlaten.

Pendergrass weigerde steevast uitleg te geven over haar aanwezigheid in de auto.

Na zijn overlijden beweerde Watson in een interview echter dat de twee al sinds de jaren zeventig een relatie hadden.

Na een intensief revalidatietraject van zes maanden zette de zanger zich in voor lotgenoten door de Teddy Pendergrass Alliance op te richten, een stichting voor mensen met een ruggenmergletsel.

Zijn muzikale comeback volgde in 1984 met het album Love Language, waarop het succesvolle duet ‘Hold Me’ stond met het destijds opkomende talent Whitney Houston.

In 1985 maakte Pendergrass zijn grootse terugkeer op het podium tijdens Live Aid, waar hij het nummer ‘Reach Out and Touch’ zong en de gelegenheid nam om het publiek te bedanken voor alle steun.

Teddy Pendergrass beëindigde zijn podiumcarrière in 2007.

Hij overleed drie jaar later, in 2010, op 59-jarige leeftijd aan de gevolgen van darmkanker.

Hij liet een zoon en twee dochters na, die alle drie van verschillende moeders zijn.

65 jaar geleden, te gast bij de onderpastoor De Wolf van de gemeente Eine.

Jozef De Wolf werd op 10 maart 1916 geboren in het Oost-Vlaamse Haaltert.

Na zijn priesteropleiding begon hij zijn opvallende loopbaan in Eine bij Oudenaarde, waar zich in maart 1961 een tafereel afspeelde dat tot ver buiten de dorpsgrenzen voor verbazing zorgde.

De eerwaarde heer, inmiddels onderpastoor, deelde zijn woning namelijk met een volwassen leeuw.

Jakka, zoals het dier heette, was op dat moment bijna twee jaar oud en was door de geestelijke met de papfles grootgebracht, nadat hij als welp was overgekocht van een rondreizend circus.

De leeuw bewoog zich volkomen vrij en kalm door de huiskamer, waar hij in harmonie samenleefde met drie Schotse herdershonden en een jonge Afghaanse windhond.

De bijzondere passie van De Wolf voor roofdieren was jaren eerder uit noodzaak ontstaan.

Nadat ratten uit een nabijgelegen beek zijn verzameling siervogels en fazanten herhaaldelijk hadden doodgebeten, besloot hij over te stappen op diersoorten die zich beter konden verweren.

In de loop der jaren transformeerde de pastorie tot een kleine private dierentuin.

Naast de leeuw herbergde hij twee ocelots, ook wel Amerikaanse tijgerkatten genoemd, die ondanks hun tamme gedrag altijd een vleugje van hun instinctieve natuur behielden.

Ook Canadese wasberen en zeldzame chinchilla’s uit het Andesgebergte maakten deel uit van zijn collectie.

De onderpastoor uit Haaltert stond in die periode algemeen bekend als de leeuwenpastoor.

Het was geen ongewoon gezicht om hem in zijn zwarte soutane met Jakka over straat te zien wandelen, waarbij voorbijgangers met een mengeling van bewondering en ontzag een grote bocht om het duo heen maakten.

Zelfs in het verkeer zorgde de leeuw voor consternatie; De Wolf nam het dier regelmatig mee in zijn auto, waarbij de kop van de leeuw soms door het open raam naar buiten stak.

Toen De Wolf later werd benoemd tot pastoor in Waarbeke bij Geraardsbergen, nam hij zijn liefde voor bijzondere dieren mee.

Hoewel Jakka de leeuw uiteindelijk te groot werd voor een gewone woning en naar een dierentuin moest verhuizen, bleven exotische vogels en ocelots deel uitmaken van zijn huishouden in de nieuwe parochie.

De pastorie bleef daardoor een geliefde trekpleister voor nieuwsgierige buurtbewoners.

Jozef De Wolf bleef tot aan zijn overlijden op 23 augustus 1982 een markante en eigenzinnige figuur in de regio, die de grens tussen de geciviliseerde wereld en de wildernis op een unieke manier liet vervagen.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 42 jaar geleden, trouwde Bjorn Ulvaeus, een van de leden van de popgroep ABBA, in het geheim met Lena Kallersjö.

Hij hield zijn huwelijk zo goed verborgen dat zelfs zijn collega’s van ABBA er niets van wisten.

Bjorn en Lena kregen samen twee dochters, Emma en Anna.

In februari 2022 kondigde Björn zijn scheiding van Lena aan na meer dan 40 jaar huwelijk.

Een paar maanden later verscheen hij met zijn nieuwe vriendin in het openbaar, Christina Sas.

Bjorn was eerder getrouwd met Agnetha Faltskog, een ander lid van ABBA, van 1971 tot 1979. Ze hadden twee kinderen, Linda en Christian.

Onze rubriek zomerhit uit ons verleden, brengt ons vandaag naar de zomer van 1989, met het nummer ‘Lambada’

In één klap wereldberoemd door de tv-reclame van het limonademerk Orangina en de bijhorende hit van de Franse groep Kaoma.

Het nummer is een cover van ‘Llorando se fue’ uit 1982 van de Boliviaanse groep Los Kjarkas.

Voor de vertaling was echter geen toestemming gevraagd, waarop Los Kjarkas met succes naar de rechter stapte.

De clip van Lambada werd in Porto Seguro in het Braziliaanse Bahia opgenomen, waar de dans vandaan komt.

Door de hit zagen de dansscholen hier zich massaal verplicht om cursussen Lambada aan te bieden, maar die verdwenen snel uit het aanbod.

In 2017 is de zangeres van de groep Loalwa Braz dood gevonden in een uitgebrande auto in Brazilië. Het lichaam van de 63-jarige Braz was verkoold, melden Braziliaanse media.

De auto werd niet ver van haar huis gevonden in Saquerema, bij Rio de Janeiro.

Volgens sommige bronnen waren twee mannen ’s nachts haar huis binnengedrongen en was ook daar brand gesticht.

Loalwa Braz werd geboren in Rio de Janeiro als dochter van twee musici en woonde later in haar leven in Parijs en Genève. (Diverse bronnen, Wikipedia en Foto’s juli 1989)

Onze rubriek zomerhit uit ons verleden, brengt ons vandaag naar de zomer van 1989, met het nummer ‘Lambada’