Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
David Geffens carrière in de entertainmentindustrie begon bescheiden in 1964, op de postkamer van het William Morris Agency.
Hij klom snel op tot talentscout, en hoewel zijn ambitie in de filmwereld lag, werd hij vanwege zijn jonge leeftijd richting de rockmuziek gestuurd.
Na een succesvolle periode bij Ashley Famous Agency, waar hij de muziekafdeling hielp uitbouwen, startte hij samen met Elliot Roberts het managementbureau Geffen-Roberts.
Hun bureau boekte een enorm succes door voor Atlantic Records de supergroep Crosby, Stills & Nash (& Young) te contracteren.
Toen Geffen vervolgens probeerde om artiest Jackson Browne bij Atlantic onder te brengen, gaf Atlantic-baas Ahmet Ertegün hem de gouden tip: begin je eigen platenlabel.
Met de belofte van Ertegün voor productie en distributie werd in 1972 Asylum Records geboren.
Het label kreeg al snel een neus voor talent; na Jackson Browne contracteerde Geffen ook diens huisgenoten J.D. Souther en Glenn Frey, de latere oprichter van de Eagles.
Tussen 1972 en 1975 bracht Asylum een reeks iconische albums uit, waaronder werk van de Eagles, Joni Mitchell en Bob Dylan.
In 1975 verkocht Geffen het label voor 7 miljoen dollar aan Warner, waar het fuseerde met Elektra Records.
Geffen bleef aan als hoofd van de nieuwe divisie en werd later benoemd tot vicevoorzitter van de filmtak, Warner Bros. Pictures.
Zijn uitstap naar de filmwereld was echter van korte duur. Na een botsing met de bureaucratie en een aantal minder succesvolle films, besloot hij terug te keren naar de muziek.
Op 22 september 1980 lanceerde hij zijn nieuwe label, Geffen Records, en tekende diezelfde dag nog John Lennon en Elton John als zijn eerste artiesten.
Voor Lennon betekende dit het einde van een zes jaar durende stilte, wat resulteerde in het album ‘Double Fantasy’, dat kort voor zijn tragische dood verscheen.
In deze periode produceerde Geffen ook de succesvolle Broadwaymusicals ‘Dreamgirls’ en ‘Cats’.
In 1990 verkocht hij Geffen Records voor 550 miljoen dollar aan MCA, een bedrag dat een jaar later bij een overname zelfs opliep tot 670 miljoen.
Nadat hij het label in 1995 verliet, richtte hij daarvoor al 1994 samen met Steven Spielberg en Jeffrey Katzenberg de filmstudio DreamWorks SKG op.
Deze studio zou verantwoordelijk worden voor Oscarwinnaars als ‘American Beauty’, ‘Gladiator’ en de animatiehit ‘Shrek’.
Naast zijn zakelijke successen kwam Geffen ook in de media door zijn relatie met Cher in de jaren zeventig.
Later kwam hij openlijk uit voor zijn homoseksualiteit en werd hij een belangrijke filantroop, met name door grote donaties aan het wetenschappelijk onderzoek naar aids (foto Wikipedia)
Zoals steeds kon ze voor het album terugrekenen op de producer David Friedman.
Zoals het publiek het wil, zingt Nancy op haar eigen manier de gekende kerstnummers zoals Santa Claus Is Coming To Town, Baby, It’s Cold Outside ( in duet met Michel Feinstein), I’ll Be Home For Christmas en The Christmas Song.
Maar het album bevat ook enkele nieuwe nummers, zoals het prachtige Just In Time For Christmas geschreven door David Friedman en David Zippel.
Een jaar later stierf Nancy op de leeftijd van 44 jaar.
De productie was in handen van componist en producer David Friedman.
Zoals het publiek het wil, zingt Nancy op haar eigen manier de gekende kerstnummers zoals Santa Claus Is Coming To Town, Baby, It’s Cold Outside ( in duet met Michel Feinstein), I’ll Be Home For Christmas en The Christmas Song.
Maar het album bevat ook enkele nieuwe nummers, zoals het prachtige Just In Time For Christmas geschreven door David Friedman en David Zippel.
Op 17-jarige leeftijd werd bij haar de ziekte van Crohn vastgesteld, een ongeneeslijke medische aandoening die gepaard gaat met moeilijke darmproblemen en chronische pijn en artritis.
In maart 1995 werd bij LaMott baarmoederkanker vastgesteld, maar ze stelde een hysterectomie uit om Listen To My Heart op te nemen, een album dat slechts twee opmerkelijke dagen in beslag nam.
Bij de operatie bleek dat de kanker was uitgezaaid.
Haar laatste openbare optreden was op 4 december 1995 en dit voor een tv-optreden in The Charles Grodin Show van CNBC, waar ze Moon River zong op 4 december 1995.
Volgens David Friedman had LaMotts leven twee rode draden: haar ziekte en haar talent, en de “twee dingen bereikten precies tegelijkertijd een hoogtepunt”.
Op 13 december 1995 zegende pater Steven Harris de huwelijksverbintenis van Nancy met haar vriend Peter Zapp, iets meer dan een uur voordat ze stierf.
Ze stierf om 23:40 uur in het St. Luke’s-Roosevelt Hospital Center in Manhattan en dit op de leeftijd van 44 jaar.
Omer Vanaudenhove wordt op 3 december 1913 geboren in Diest.
Na zijn middelbare studies neemt hij de groothandel in schoenen van zijn vader over. Het wordt het begin van een succesvolle carrière als zakenman, waarin hij samen met zijn broer Albert het familiebedrijfje uitbouwt tot een bedrijf van Europees formaat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog engageert Vanaudenhove zich in het verzet, maar wordt in januari 1944 door de Duitsers gearresteerd.
In mei 1945 wordt hij door de Russen bevrijd uit het concentratiekamp van Rathenau.
Na de oorlog begint een succesvolle politieke carrière. Omer Vanaudenhove wordt al snel burgemeester van Diest (1947-1955), senator (vanaf 1954) en minister van Openbare Werken (1955-1961).
Als minister van Openbare Werken realiseert hij onder andere de aanleg van de Brusselse kleine ring.
Ook ligt hij aan de basis van de uitbouw van ons autosnelwegennet.
In mei 1961 volgt hij Roger Motz op als voorzitter van de Liberale Partij en start met een grote vernieuwingsoperatie: de Liberale Partij wordt omgevormd tot de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang/Parti pour la Liberté et le Progrès (PVV/PLP).
De vernieuwingsoperatie zorgt bij de verkiezingen van mei 1965 voor een stijging van het aantal liberale Kamerzetels van 20 naar 48.
In 1969 neemt hij ontslag als partijvoorzitter, maar hij blijft actief in de politiek, zowel op nationaal als op lokaal vlak.
Zo richt hij in 1975 het Studiecentrum voor Politieke Hervormingen op en is er voorzitter tot 1980.
Tijdens de periode 1976-1978 is hij nogmaals burgemeester van (het gefusioneerde) Diest, waarna hij zich om gezondheidsredenen terugtrekt uit de actieve politiek.
Omer Vanaudenhove is gehuwd met de Britse Elisabeth (Betty) Eatough.
Zij is van 1982 tot 2006 gemeenteraadslid in Diest.
Ook Pascale, hun jongste dochter is politiek actief.
Zij zetelt sinds 2006 in de gemeenteraad van Diest en is er sinds 2019 schepen.
In 1966 benoemt de koning Vanaudenhove tot minister van Staat en in 1989 wordt hij met de titel van burggraaf in de adelstand verheven.
Vivant is een politieke beweging die voortkwam uit de partij BANAAN, die in 1995 meedeed aan de verkiezingen.
Vivant had een vooral economische visie, die gebaseerd was op het boek NV België: verslag aan de aandeelhouders dat voorzitter Roland Duchâtelet in 1994 schreef.
Vivant stond ook voor individuele vrijheid en een sterke sociale zekerheid binnen een vrijemarkteconomie.
Bij de federale parlementsverkiezingen van 1999 kreeg de partij 130.701 stemmen (2,1%) voor de Kamer.
Bij de federale verkiezingen van 2003 zakte de partij, na interne problemen, naar 1,3% van de stemmen.
Bij de verkiezingen voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap in juni 2004 kreeg de Vivant-lijst twee zetels, die ingenomen werden door Josef Meyer en Ernst Meyer.
Voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement sloot Vivant, mede door de kiesdrempel van 5%, een kartel met de VLD.
In maart 2006 werd Nele Lijnen senator voor de partij na coöptatie door de VLD.
Op 6 februari 2007 maakte voorzitter Roland Duchâtelet bekend dat de Nederlandstalige tak van zijn partij zou samengaan met de Open Vld.
De volgende dag zei hij dat Vivant als beweging zou blijven bestaan.
Sinds 2007 is Vivant alleen nog actief in de Duitstalige Gemeenschap, en doet het alleen nog mee aan de Europese verkiezingen en aan de verkiezingen voor het Duitstalige Parlement.
In de legislatuurperiode 2019–2024 heeft Vivant 3 verkozenen in het Duitstalig parlement.
George Peppard was een Amerikaanse acteur, regisseur en producent, die vooral bekend werd door zijn rol als kolonel John “Hannibal” Smith in de televisieserie The A-Team.
Hij speelde ook in verschillende films, zoals Breakfast at Tiffany’s, The Blue Max, The Carpetbaggers en How the West Was Won.
Hij begon zijn carrière als theateracteur en nieuwslezer voor een lokaal radiostation in Pittsburgh.
Hij had een moeilijke jeugd, want zijn vader overleed toen hij nog jong was.
Hij zocht troost in de drank, maar wist uiteindelijk zijn verslaving te overwinnen.
Hij stopte ook met roken nadat hij longkanker had gekregen.
Hij had een turbulent liefdesleven, want hij trouwde vijf keer met verschillende vrouwen.
Hij had ook veel affaires met andere actrices.
Hij stierf op 8 mei 1994, op 65-jarige leeftijd aan longkanker en daardoor te zwak om een longontsteking te overleven.
Hij werd begraven in zijn geboorteplaats Dearborn, Michigan.
Janet en Latoya Jackson in de Joepie van 3 september 1984 Janet Jackson in de Hitkrant van 21 mei 1994 JANET JACKSON 23 APRIL 1998 P MAGAZINE25 jaar geleden, Janet Jackson in de Hitkrant van februari 1994
Prince in de Joepie van 10 september 1984 Vanaf vandaag, nieuw album van Prince (2019) Prince 14 augustus 1988 Prince in de Hitkrant van Juni 1994 Prince in de Joepie van 6 augustus 1984 Prince in de Joepie van 23 juli 1989 30 jaar geleden, reclame voor het album Batman van Prince (Juli 1989) Prince in de Hitkrant van 9 augustus 1984)
Decourtray ging in 1940 naar het kleinseminarie van Haubourdin als voorbereiding voor zijn priesterstudies die hij het jaar nadien aanvatte aan het grootseminarie van Rijsel. Op 29 juni 1947 werd hij tot priester gewijd en hij droeg zijn eerste mis op in Seclin waar hij en zijn familie sinds 1938 woonden. Daarna zette hij zijn studies verder aan de Katholieke Universiteit Rijsel en vanaf 1948 aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana. In Rome was Decourtray eveneens kapelaan in de kerk van San Luigi dei Francesi. Met een proefschrift over Nicolas Malebranche (Malebranche was van oorsprong een oratoriaans priester die de discussie aanging met zijn tijdgenoot Antoine Arnauld over theologische en metafysische vraagstukken. Hij heeft met Blaise Pascal gemeen dat zijn werk zich kenmerkt door fraai proza. Hij was goed bekend met het werk van René Descartes en uitte er veel kritiek op. Hij kon zich niet vinden in Descartes’ voorstelling omtrent de relatie tussen lichaam en geest. Hij verwierp de opvatting dat lichamen een intrinsiek vermogen bezitten om ons en elkaar te beïnvloeden als bijgeloof, en verdedigde daarentegen de theorie van het occasionalisme) behaalde hij in 1951 het doctoraat in de theologie. In 1952, bij zijn terugkeer in het bisdom Rijsel, werd Decourtray professor aan het grootseminarie van Rijsel. Hij bleef er doceren tot in 1966. Ondertussen was hij in 1958 eveneens diocesaan verantwoordelijke voor de vorming van jonge priesters geworden. In 1965 werd Decourtray benoemd tot vicaris-generaal in het bisdom en het jaar nadien tot aartsdiaken van Roubaix-Tourcoing. Op 27 mei 1971 benoemde paus Paulus VI Decourtray tot titulair bisschop van Hippo Diarrhytus en tot hulpbisschop in het bisdom Dijon. Op 3 juli van dat jaar werd hij tot bisschop gewijd. Op 22 april 1974 volgde zijn benoeming tot bisschop van Dijon in opvolging van André-Charles de la Brousse. Op 29 oktober 1981 benoemde paus Johannes Paulus II Decourtray tot aartsbisschop van Lyon waardoor hij de primaat van Frankrijk werd. Op 23 april 1982 werd Decourtray tegelijkertijd prelaat van de Prelatuur Mission de France Pontigny, een functie die hij tot in 1988 bleef uitoefenen. Van 1987 tot 1990 was Decourtray voorzitter van de Franse bisschoppenconferentie. Tijdens het consistorie van 25 mei 1985 werd Decourtray door paus Johannes Paulus II tot kardinaal gecreëerd. Hij werd kardinaal-priester met als titelkerk de Trinità dei Monti. In de Romeinse Curie werd hij lid van de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog en de Pauselijke Raad voor de Dialoog met Niet-gelovigen. Zijn devies werd In simplicitate (In eenvoud). Het kardinaalschap van Decourtray werd gekenmerkt door de dialoog die hij onderhield met de joodse gemeenschap. Hij besliste om de archieven van het aartsbisdom Lyon in verband met de Tweede Wereldoorlog open te stellen voor de historici zodat deze de relatie tussen oorlogsmisdadiger Paul Touvier en het aartsbisdom konden onderzoeken. Decourtray bracht in gezelschap van kardinaal Lustiger een bezoek aan Auschwitz en was een bepleiter van het uitspreken van de pauselijke penitentie ten opzichte van de joden die uiteindelijk in het jaar 2000 werd geconcretiseerd door paus Johannes Paulus II. In 1993 werd kardinaal Decourtray verkozen tot lid van de Académie française. Op 10 maart 1994 werd hij plechtig ingehuldigd in de academie maar een half jaar later stierf hij op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding. Hij werd begraven in de crypte van de kathedraal van Lyon.(Diverse bronnen, Wikipedia)
Albert Decourtray Albert Decourtray Albert Decourtray Albert Decourtray