Maurice White van Earth, Wind & Fire, ik heb het veel te druk om te trouwen.

Maurice White, die actief is als sessiemuzikant, richt eind jaren 60 de groep Salty Peppers op in Chicago.

Ze brachten twee singles uit, namelijk La La Time werd een bescheiden hit in het Midwesten en de tweede single Uh Huh Yeah was een flop.

Gezien het succes uitbleef, nam hij de beslissing om naar Los Angeles te verhuizen.

Daar vormt hij in 1969 de band Earth, Wind & Fire, samen met zijn broer Verdine en acht nieuwe muzikanten.

De nieuwkomers zijn onder andere zanger Philip Bailey, die met zijn hoge stemgeluid een enorme stempel op het geluid van de groep zou drukken.

White verkoos de naam van de groep omdat volgens hem de aarde, de wind en het vuur elementen van zijn sterrenbeeld zijn.

In februari en november 1971 verschenen de eerste twee albums (Earth, Wind & Fire en The Need of Love; beide geproduceerd door Joe Wissert) op Warner en werd met I Think About Lovin’ You een eerste top R&B 40-hit gescoord.

Tussendoor nam EWF ook de soundtrack op voor de regisseur Melvin Van Peebles en zijn film Sweet Sweetback’s Baadassss Song (uitgebracht op Stax) en bouwde de band een livereputatie op in het universiteitscircuit.

De eerste drie albums zijn geen groot succes.

Maar Earth, Wind & Fire werkt onafgebroken aan de eigen stijl: een lekkere mix van Motown-soul, R&B, pop, jazz en funk.

In 1975 is de track ‘Shining Star’ de eerste internationale hit.

Daarna volgde een voortdurende stroom van briljant geproduceerde albums. Live-album ‘Gratitude’ onderstreepte de band’s podiumreputatie. ‘Spirit’ (1976), EWF’s volgende studio-album, leverde klassiekers als ‘Getaway’ en ‘Saturday Nite’.

In 1977 verscheen ‘All ‘N All’, met ‘Serpentine Fire’, ‘Fantasy’ en ‘Love’s Holiday’.

Het album uit 1978 Fantasy wordt een eerste millionseller in Europa.

I Am wordt in de zomer van 1979 uitgebracht.

Daar staat de hitsingle ‘Boogie Wonderland’, ‘Star’ en ‘After the Love Has Gone’ op.

Vijf tracks op het album zijn geschreven door David Foster.

David Foster leerde we kennen toen hij lid was van de Canadese pop/rockband Skylark, die in 1972 een grote hit hadden met het nummer “Wildflower”.

Na 1973 werkte hij als componist en producer voor een pak artiesten zoals Paul Anka, Daryl Hall & John Oates, Dionne Warwick, Al Jarreau, Donna Summer, Whitney Houston en Barbra Streisand.

In oktober 1980 kwam EWF voor het eerst sinds Gratitude weer met een dubbelaar; hoewel Faces geen onverdeeld succes was, leverde het toch een gouden plaat op.

De fans bleven enthousiast en het album leverde memorabele tracks als ‘You’ en ‘And Love Goes On’.

De volgende lp Raise (1981) met hitsingle ‘Let’s Groove’ werd minder goed ontvangen.

Earth, Wind & Fire gaat in de jaren 80 steeds meer synthezisers, computers en elektronica gebruiken in hun muziek om met de tijd mee te gaan.

Dat is goed te horen op het album Electric Universe uit 1983. Maar het succes wordt minder, zoals met veel topacts uit de jaren 70. Gaandeweg groeit de groep uit elkaar en de muzikanten hun eigen weg.

Zo zingt Philip Bailey een duet met Phill Collins in ‘Easy Lover’.

Maar in 1987 komt de groep bij elkaar voor het album Touch The World met de R&B nummers ‘Thinking Of You’ en ‘System Of Survival’.

Daarna zou de groep gedoe krijgen met platenmaatschappijen om hun ‘ouderwetse’ sound.

In 1992 werd bij Maurice White Parkinson vastgesteld, waardoor hij uiteindelijk niet meer kon optreden met de groep.

Maar in plaats van in zijn ziekte te berusten bleef Maurice actief vanuit zijn eigen studio in Santa Monica, Los Angeles, waar hij teksten schreef en muziek produceerde voor EWF en andere artiesten.

Bij optredens nam vanaf dat moment Philip Bailey niet alleen de bandleidersrol over maar ook een groot deel van de lagere zangpartijen.

In 1997 proberen zanger Bailey en de broertjes White het nog eens met het album In The Name Of Love en in 1999 bereikt een remix (door Phats & Small) van het twintig jaar oude nummer ‘September’ de Top 40.

In 2005 brengen ze ter gelegenheid van hun 35-jarig bestaan het album Illumination uit met de single Pure Gold).

Voor dit album werkt de band samen met bekende producers en artiesten, waaronder Will.I.Am van Black Eyed Peas.

Het album werd lovend ontvangen door zowel de diehardfans als door de muziekpers – het heeft een goede balans van oud en nieuw.

Behalve dat de muziek de bestaande fans aansprak, bracht het Earth, Wind & Fire ook onder de aandacht bij de nieuwe generatie.

Illumination werd nummer 8 in de R&B/Hip-hop-hitlijsten en nummer 32 in de Billboard top 200.

Acht jaar later brengen ze een nieuw album uit met als titel Now, Then & Forever.

Voor die lp werken ze terug samen met Allee Willis. Zij is bekend van de grootste EWF-hit Boogie Wonderland die ze voor de band schreef.

Op 5 februari 2016 overleed Maurice White aan zijn ziekte.

De groep won zes Grammy’s Awards en White kreeg de prestigieuze prijs ook een keer individueel, net als zijn medezanger Philip Bailey.

De groep kreeg in 2000 ook een plekje in de Rock & Roll Hall of Fame.

Earth Wind en Fire verkocht wereldwijd meer dan 90 miljoen albums (Joepie 8 januari 1984)

Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat het laatste album van Nero verscheen, getiteld Zilveren tranen.

Dit 217de album van de legendarische stripreeks van Marc Sleen is een historisch document dat een plaats verdient in elke boekenkast.

Zilveren tranen markeert het einde van een tijdperk, een tijdperk van bijna zestig jaar waarin Marc Sleen met zijn unieke stijl van humor en satire en zijn onvoorwaardelijke liefde voor Nero, een scherp en geestig portret tekende van de menselijke samenleving door de decennia heen.

Marc Sleen werd geboren als Marcel Honoree Nestor Neels in Gentbrugge op 30 december 1922.

Hij groeide op in een welgestelde familie, maar maakte ook veel moeilijke momenten mee in zijn jeugd.

Marc volgde een opleiding tot tekenaar aan het Sint-Lucasinstituut in Gent.

In 1944 ging hij aan de slag bij de krant De Standaard als politiek tekenaar.

Hij begon al snel te experimenteren met het medium van het stripverhaal.

Zijn eerste strip was de gagstrip De avonturen van Neus.

Maar Sleens grootste succes was natuurlijk De avonturen van Nero en co.

Toen Sleen in 1947 met de reeks begon in De Nieuwe Gids, was het hoofdpersonage Van Zwam.

Nero dook al op in het eerste verhaal, het geheim van Matsuoka, maar speelde slechts een bijrol.

Na acht verhalen nam Nero de hoofdrol over van Van Zwam en sindsdien maakte Sleen meer dan 200 Nero-verhalen.

In 1998 werd Marc Sleen door koning Albert II tot baron benoemd en een jaar later tot ridder geslagen.

Marc Sleen, de ‘tedere terrorist’ zoals sommige van zijn vrienden hem liefkozend noemden, laat een indrukwekkend oeuvre na, waarin we jaar na jaar zowel de nationale als de internationale actualiteit konden volgen aan de hand van de onvergetelijke avonturen van de kleurrijke Nero-familie.

Op 13 juli 2008 stierf Marc Sleens echtgenote Magdalena Paelinck op 87-jarige leeftijd.

Op 6 november 2016 overleed Marc Sleen zelf op 93-jarige leeftijd.

35 jaar geleden, de jeugdjaren van Prince (geboren als Prince Rogers Nelson).

Een van zijn persoonlijkste nummers van Prince was ‘Paisley Park’, dat hij schreef over zijn jeugdjaren in Minneapolis.

In het nummer beschrijft hij hoe hij zich terugtrok in zijn eigen fantasiewereld, waar hij kon ontsnappen aan de problemen van het echte leven.

Hij noemde die wereld Paisley Park, naar het stofpatroon van zijn favoriete sjaal in Kasjmir. Later zou hij zijn eigen studio en platenlabel ook zo noemen.

Prince, wiens echte naam Prince Rogers Nelson was, werd geboren op 7 juni 1958 in Minneapolis, Minnesota.

Hij was de zoon van John L. Nelson, een jazzpianist en songwriter, en Mattie Shaw, een jazzzangeres.

Prince groeide op in een muzikale familie en leerde al op jonge leeftijd verschillende instrumenten bespelen, waaronder piano, gitaar, bas en drums. Hij begon ook al vroeg met het schrijven van zijn eigen liedjes.

Prince maakte zijn debuut als professionele muzikant toen hij 19 jaar oud was, met het album For You, dat hij volledig zelf produceerde, arrangeerde, componeerde en uitvoerde.

Het album werd uitgebracht in 1978 door Warner Bros. Records en bevatte de hit “Soft and Wet”.

Prince ontwikkelde al snel een eigenzinnige en innovatieve stijl, die elementen van funk, rock, pop, soul, R&B en new wave combineerde.

Hij stond ook bekend om zijn flamboyante en androgyne verschijning, zijn seksueel expliciete teksten en zijn artistieke vrijheid.

Met zijn tweede album Prince van 1979 was het duidelijk dat hij een blijver zou blijven.

In de jaren 80 brak Prince dan ook door bij het grote publiek met albums als 1999 (1982), Purple Rain (1984), Sign o’ the Times (1987) en Lovesexy (1988).

Hij scoorde talloze hits, zoals “Little Red Corvette”, “When Doves Cry”, “Kiss”, “Raspberry Beret” en “Cream”.

Hij won ook zeven Grammy Awards, een Oscar voor de beste originele filmsong voor “Purple Rain” en een Golden Globe voor de beste originele filmsong voor “The Song of the Heart”.

Hij kwam te overlijden op 21 april 2016.