Vanity: van Prince-marionet tot eigen weg

Denise Katrina Matthews, beter bekend als Vanity, was model, zangeres en actrice.

Ze werd geboren op 4 januari 1959 in Niagara Falls, Ontario, en groeide op met drie zussen.

Levia James Matthews, de vader van haar, was Afro-Amerikaans. Haar moeder, Helga Senyk, had Pools-Duitse Joodse roots.

Op haar vijftiende verloor ze haar vader. Op haar negentiende vertrok ze naar New York en tekende ze bij het modellenbureau Zoli.

Ze stond twee keer in Playboy en speelde in 1980 kleine rollen in ‘Terror Train’ en ‘Tanya’s Island’.

Begin jaren tachtig ontmoette ze Prince backstage bij de American Music Awards.

Rick James toonde die avond ook interesse, maar zij koos voor Prince.

Hij wilde haar Vagina noemen (uitgesproken als “va-geen-na”), maar dat weigerde ze.

Ze werden het eens over Vanity, omdat hij haar als de vrouwelijke versie van zichzelf zag.

In 1982 zette hij haar aan het hoofd van Vanity 6, samen met Brenda Bennett en Susan Moonsie.

Ze werd ook zijn vriendin en maakte deel uit van zijn naaste kring. De zwoele show sloeg meteen in als een bom.

Van het enige album verschenen vier singles. ‘Nasty Girl’ werd de grote hit: nummer 1 op de Amerikaanse dancechart, nummer 7 op de R&B-lijst, nummer 5 in de Nederlandse Top 40 en nummer 11 in Vlaanderen.

‘He’s So Dull’ was te horen in de film ‘National Lampoon’s Vacation’.

‘Drive Me Wild’ en ‘Bite the Beat’ scoorden nauwelijks.

IIn april 1983 stond Vanity met Prince op de cover van Rolling Stone, gefotografeerd door Richard Avedon.

Prince schreef de nummers, koos de kleding en zette Vanity 6 in als voorprogramma.

Eerst stoorde het haar niet, want hij was haar geliefde en haar leermeester, en zijn bescherming voelde veilig.

Later merkte ze dat hij haar beoordeelde naar zijn eigen smaak. Die afhankelijkheid begon dan ook gevaarlijk te voelen.

Zijn bescherming voelde veilig, en tegelijk ook gevaarlijk.

Ze zou de vrouwelijke hoofdrol in ‘Purple Rain’ spelen, maar stapte in 1983 zelf op, vóór de opnamen.

Ze wilde gaan voor een solocarrière en was al begonnen met de voorbereiding van haar debuutalbum ‘Wild Animal’.

Apollonia nam haar plek in de film over. Vanity 6 werd Apollonia 6.

Door haar vertrek eindigde ook de relatie en stortte haar wereld in.

Zo erg zelfs dat ze depressief was en een tijdlang dacht ze dat het leven zonder hem geen zin had.

De snelle vervanging van haar door Apollonia voelde dan ook alsof ze nooit had bestaan.

Na enkele maanden ging ze weer aan het werk als model en bouwde ze een eigen identiteit op.

In 1984 verscheen bij Motown het album Wild Animal.

De singles ‘Pretty Mess’ en ‘Mechanical Emotion’ haalden de Amerikaanse r&b- en dancelijsten.

Het nummer ‘Strap On Robbie Baby’ belandde op de Filthy Fifteen-lijst van het Parents Music Resource Center.

In 1986 volgde het album Skin on Skin, met de single ‘Under the Influence’.

Van 1986 tot 1988 had ze een relatie met Mötley Crüe-bassist Nikki Sixx.

In 1995 was ze kort getrouwd met Anthony Smith.

Op het witte doek speelde ze in de cultfilm ‘The Last Dragon’ en in ‘Never Too Young to Die’ (1986).

In die film speelde John Stamos de geheimagent Lance Stargrove. en Gene Simmons speelde de schurk Velvet Von Ragnar in de film.

In de film ’52 Pick-Up’ (1986) was ze Doreen.

In ‘Action Jackson’ (1988) speelde ze naast Carl Weathers en Sharon Stone.

In 1994 volgde een bijna fatale overdosis. Ze lag drie maanden in het ziekenhuis.

Na het verlaten van het ziekenhuis verklaarde ze dat Jezus haar had gevraagd het alter ego Vanity te begraven.

Ze brak dan ook met Hollywood, ging weer door het leven als Denise Matthews en werd evangeliste.

Na een niertransplantatie in 1997 bleef ze aangewezen op dialyse.

In 1999 verscheen haar autobiografie Blame It on Vanity.

Op 15 februari 2016 overleed ze in een ziekenhuis in Fremont, Californië, aan nierfalen en de zeldzame aandoening sclerosing encapsulating peritonitis.

Twee maanden later, op 21 april 2016, overleed ook Prince. Ook hij was 57.

Ook Apollonia stapte eind 1984 uit de groep en speelde daarna onder meer in de soap ‘Falcon Crest’, bracht in 1988 haar soloalbum ‘Apollonia’ uit en had rollen in films als ‘Ministry of Vengeance’, ‘Back to Back’ en ‘Black Magic Woman’.

Later startte ze haar eigen productiebedrijf en presenteert ze sinds 2022 de podcast ‘Apollonia Studio 6’.

Brenda bleef met muziek bezig, bracht soloalbums uit en woont in Rhode Island. Susan trok zich terug uit de schijnwerpers, werkte als makelaar en heeft een bistro samen met haar zoon in Florida.

Gisteren nog vandaag

Vanity, eindelijk ben ik van Prince verlost (Joepie 5 oktober 1986)

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, de jeugdjaren van Prince (geboren als Prince Rogers Nelson).

Een van zijn persoonlijkste nummers van Prince was ‘Paisley Park’, dat hij schreef over zijn jeugdjaren in Minneapolis.

In het nummer beschrijft hij hoe hij zich terugtrok in zijn eigen fantasiewereld, waar hij kon ontsnappen aan de problemen van het echte leven.

Hij noemde die wereld Paisley Park, naar het stofpatroon van zijn favoriete sjaal in Kasjmir. Later zou hij zijn eigen studio en platenlabel ook zo noemen.

Prince, wiens echte naam Prince Rogers Nelson was, werd geboren op 7 juni 1958 in Minneapolis, Minnesota.

Hij was de zoon van John L. Nelson, een jazzpianist en songwriter, en Mattie Shaw, een jazzzangeres.

Prince groeide op in een muzikale familie en leerde al op jonge leeftijd verschillende instrumenten bespelen, waaronder piano, gitaar, bas en drums. Hij begon ook al vroeg met het schrijven van zijn eigen liedjes.

Prince maakte zijn debuut als professionele muzikant toen hij 19 jaar oud was, met het album For You, dat hij volledig zelf produceerde, arrangeerde, componeerde en uitvoerde.

Het album werd uitgebracht in 1978 door Warner Bros. Records en bevatte de hit “Soft and Wet”.

Prince ontwikkelde al snel een eigenzinnige en innovatieve stijl, die elementen van funk, rock, pop, soul, R&B en new wave combineerde.

Hij stond ook bekend om zijn flamboyante en androgyne verschijning, zijn seksueel expliciete teksten en zijn artistieke vrijheid.

Met zijn tweede album Prince van 1979 was het duidelijk dat hij een blijver zou blijven.

In de jaren 80 brak Prince dan ook door bij het grote publiek met albums als 1999 (1982), Purple Rain (1984), Sign o’ the Times (1987) en Lovesexy (1988).

Hij scoorde talloze hits, zoals “Little Red Corvette”, “When Doves Cry”, “Kiss”, “Raspberry Beret” en “Cream”.

Hij won ook zeven Grammy Awards, een Oscar voor de beste originele filmsong voor “Purple Rain” en een Golden Globe voor de beste originele filmsong voor “The Song of the Heart”.

Hij kwam te overlijden op 21 april 2016.