Charles Aznavour, vrouwen maken mijn leven

In de zomer van 1976 stond Charles Aznavour als absolute topvedette centraal tijdens een Frans muziekfestival dat door de TROS werd uitgezonden.

Hij was toen een zanger die met zijn enorme sterrenstatus al verschillende generaties overbrugde: een emotionele persoonlijkheid, regelmatig het onderwerp van ophef, maar bovenal geliefd bij een miljoenenpubliek.

Als een van de weinige Franse artiesten wist hij de wereld te veroveren met werk dat hij volledig zelf schreef.

De in Parijs geboren zanger met Armeense wortels had er jaren van zeer hard zwoegen op zitten voor hij uiteindelijk de grootste internationale podia bereikte.

Het festival was opgezet om het Franse chanson nieuw leven in te blazen en een dam op te werpen tegen de overheersende golf van Engelstalige popmuziek.

Regisseur Ralph Inbar bracht daarvoor artiesten bijeen zoals Juliette Gréco, Frida Boccara, Dave en Hugues Aufray, terwijl Martine Bijl de presentatie verzorgde.

Toch paste Aznavour niet helemaal in het traditionele plaatje van een chanson-ambassadeur.

Hij woonde in die periode al niet meer in Frankrijk, omdat de Franse fiscus een te groot deel van zijn inkomsten opeiste.

Samen met zijn vrouw Ulla en hun twee kinderen verbleef hij voornamelijk in zijn huizen in Zwitserland en Italië.

Daarnaast zong hij al jaren geregeld in het Engels, wat hem volle zalen en grote neonletters opleverde in toonaangevende theaters in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Zelf zag hij zich dan ook niet als een typische vertolker van het Franse lied.

Zijn manier van werken vergeleek hij destijds met die van een fotograaf die de menselijke ziel vastlegt.

Hij zocht naar herkenbare, alledaagse emoties en menselijke thema’s, met name de liefde in al haar facetten.

Hij wilde de dingen niet mooier of lelijker maken dan ze waren, maar juist schrijven over zaken waarover mensen vaak zwegen.

Hoewel hij zijn privéleven zo veel mogelijk afschermde, gaf hij toe dat vrouwen altijd de belangrijkste drijfveer in zijn bestaan waren geweest.

Na tal van intense relaties waarin hij zowel teleurgesteld was als anderen had gekwetst, had hij rust gevonden bij Ulla.

Vrouwen bleven echter zijn voornaamste inspiratiebron.

Melodieën kwamen hem meestal moeiteloos aanwaaien, maar het schrijven van een rake tekst kostte hem soms maanden van worsteling.

Hij zocht niet naar een zware maatschappelijke boodschap, maar wilde pure gevoelens delen met een breed publiek.

Op 51-jarige leeftijd, oogde Aznavour toen nog opvallend energiek en jeugdig.

Hij keek vaak terug naar zijn verleden om stevig in de toekomst te kunnen staan, een gewoonte die voortkwam uit zijn afkomst en de moeilijke weg die hij had moeten afleggen.

Inmiddels was hij ook succesvol als acteur, onder meer met een rol in de film Skydivers.

Dat stond in schril contrast met zijn jeugd in Parijs, toen hij als tiener met kleine schnabbels en een baantje als krantenverkoper op de Champs-Élysées de eindjes aan elkaar moest knopen.

Pas rond 1960 was de grote doorbraak gekomen.

Die leerschool had van hem een doorgewinterde vakman gemaakt.

Hij vond dat een artiest eerst zijn sporen op het podium moest verdienen voordat hij platen ging opnemen, omdat echt vakmanschap en podiumpresentatie zeldzaam waren.

Voor de Armeense gemeenschap gold Aznavour in die jaren als een nationale held.

Hij steunde hun streven naar een eigen staat en doneerde aanzienlijke bedragen om de aandacht op hun situatie te vestigen. Ondanks het verstrijken van de jaren bleef zijn gedrevenheid onverminderd groot.

Hij omringde zich bij voorkeur met mensen met vernieuwende ideeën en stelde vast dat ook jongere generaties zijn werk bleven ontdekken.

Van het idee achter een specifiek Frans muziekfestival moest hij destijds overigens weinig weten.

Hij vond de drang om muziek in nationale hokjes te verdelen achterhaald en zag zichzelf liever gewoon als zanger dan als Fransman.

Goede muziek oversteeg volgens hem elke landsgrens of taal, en het ging er uiteindelijk alleen om hoe een zanger die emotie wist over te brengen.