Vandaag viert Ivan Moerman, beter bekend onder zijn artiestennaam Jimmy Frey, zijn zevenentachtigste verjaardag.

Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.

Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.

Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.

Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.

Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.

In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.

Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.

Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.

Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’

Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.

Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.

Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.

Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.

Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.

In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.

Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.

De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.

Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.

Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.

Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.

Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.

Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.

De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.

Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.

Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.

Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.

Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.

Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.

Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.

Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.

Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.

Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.

Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.

Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.

In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.

Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.

In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.

Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.

In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.

Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.

Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.

Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.

In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.

Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.

Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.

Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.

Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.

Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.

Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.

Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.

In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.

In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.

Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.

De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.

De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.

Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.

Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.

Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.

Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979

Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey (september 1979)

Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).

Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979

Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.

De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)

Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)

Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)

Gisteren nog vandaag

Foto van Het Steen in Antwerpen voor de verbouwing

Het Steen, het oudste bewaarde gebouw van Antwerpen, kent een rijke geschiedenis die start tussen 1200 en 1225.

Oorspronkelijk diende het als poortgebouw van de imposante Antwerpse burcht. Wat we vandaag zien, is echter maar een fractie—minder dan 5%—van dat oorspronkelijke complex.

De burcht werd in de jaren 1880 grotendeels afgebroken om de Schelde te verbreden en de kades recht te trekken.

Enkel de cluster gebouwen rond het poortgebouw bleef bewaard en kreeg toen de naam “Het Steen”.

Vrijwel direct na die afbraak, tussen 1887 en 1890, werd er een nieuwe vleugel in neogotische en neotraditionele stijl aan toegevoegd en werden ook andere delen verbouwd.

Het gebouw is ook doordrenkt van Antwerpse folklore.

Volgens de verhalen woonden de reuzen Druon Antigoon en Lange Wapper er.

Van die laatste staat sinds 1963 een standbeeld van Albert Poels bij de ingang.

Nog opvallender is het wijdbeense beeldje in een nis boven de ingangsboog dat de vruchtbaarheidsgod Semini voorstelt.

Dit beeld had oorspronkelijk een lange fallus, die door velen werd vereerd bij vruchtbaarheidsproblemen.

In de 17e eeuw werd dit lichaamsdeel echter door jezuïeten afgehakt.

Deze gebeurtenis leefde voort in volksliedjes, en Semini’s naam is, mogelijk als restant van een voorchristelijke cultus, nog steeds te horen in typisch Antwerpse krachttermen als ‘Godsjumenas!’ en ‘Seminis kinderen!’.

Het Steen is niet alleen een historisch, maar ook een cultureel baken.

Het duikt veelvuldig op in de verhalen van Suske en Wiske, zoals in ‘De zwarte madam’ (1947) en ‘De 7 schaken’ (1995).

Ook in de muziek wordt ernaar verwezen: Bobbejaan Schoepen zong erover in zijn lied ‘k Zie zo gere m’n duivenkot (1949).

Zelfs de opera ‘Lohengrin’ van Wagner speelt zich af in en rond Het Steen.

Vandaag de dag heeft het gerenoveerde Steen een nieuwe, centrale rol in de stad.

Het fungeert als het toeristische onthaalcentrum, het Antwerp Visitor Center. Bezoekers kunnen er ‘The Antwerp Story’ ontdekken, een multimediaparcours door elf kamers dat de geschiedenis en identiteit van de stad belicht.

Deze geslaagde transformatie werd in oktober 2022 bekroond met de Onroerenderfgoedprijs.

Jo Leemans mag vandaag 98 kaarsjes uitblazen.

Jo Leemans, in 1927 geboren als Josephine Leemans-Verbustel, kende een jeugd die getekend werd door een broze gezondheid.

Op driejarige leeftijd kreeg ze kinderverlamming, een ziekte die haar later opnieuw parten speelde en haar dwong haar muziekopleiding stop te zetten na een nieuwe aanval van polio.

Haar huwelijk met acteur Marc Leemans opende echter nieuwe deuren. Dankzij zijn contacten kon ze aan de slag als zangeres bij de radio, waar ze uitgroeide tot een gewaardeerde artieste die samenwerkte met gerenommeerde orkestleiders als Francis Bay en Fernand Terby.

Ze zong moeiteloos in het Nederlands, Frans en Engels en scoorde grote hits met nummers als ‘Que Sera, Sera’, ‘Heel Mijn Hart’, ‘Diep in mijn hart’ en ‘Lazarella’. Haar succes en uitstraling leverden haar de bijnaam ‘de Vlaamse Doris Day’ op.

In 1970, na een huwelijk van zeventien jaar, scheidde ze van Marc Leemans. De stress van de breuk, gecombineerd met de zakelijke beslommeringen van haar pas geopende taverne ‘Que Sera’ in Willebroek, wogen zwaar op haar.

Op aanraden van haar arts besloot ze een droge en zonnige plek op te zoeken om tot rust te komen in Benidorm.

De eerste twee jaar pendelde Jo nog tussen de Spaanse kust en Vlaanderen, maar toen dat te zwaar werd, vestigde ze zich definitief in Spanje.

Samen met haar nieuwe vriend Ivan, een jongen uit Schaarbeek, betrok ze een huis aan de Avenida Belgica.

Om in haar levensonderhoud te voorzien, nam ze een baan aan als gerant in nachtclub The Brussels in het Belroy Palace.

Het bloed kroop echter waar het niet gaan kon en het duurde niet lang voor Jo ook in Benidorm weer op het podium stond.

Twee keer per week zong ze de sterren van de Spaanse hemel voor een volle zaal.

Ze kreeg er regelmatig bezoek van Vlaamse collega’s als orkestleider Marco Remco, Eddy Wally en Bobbejaan Schoepen.

Jo Leemans bleef tot 1990 in Benidorm en keerde toen terug naar Vlaanderen.

In 1998 bracht ze haar autobiografie uit, getiteld ‘De vlucht terug’. Haar indrukwekkende carrière werd in 2001 bekroond toen ze, samen met Will Ferdy, werd opgenomen in de Eregalerij van Radio 2 voor een leven vol muziek.

Zelfs op 95-jarige leeftijd bleef ze verrassen, want in een interview met Dag Allemaal vertelde ze dat ze nog dagelijks genoot van een glaasje cava.

Ze onthulde ook een opmerkelijke speling van het lot: een van haar medebewoners in het rusthuis was de weduwe van haar ex-man.

In datzelfde gesprek zette ze de puntjes op de i over haar verleden.

Ze gaf openhartig toe dat niet Marc Leemans haar had bedrogen, maar dat ze destijds degene was die een scheve schaats had gereden.

Hans de Booy, onderweg naar huis.

De Booij studeerde kleinkunst in Antwerpen en werd daarna theatertechnicus voor onder andere Boudewijn de Groot.

In het begin van de jaren tachtig vormde hij met Alain Mazijn de cabaretgroep Circus Stupido.

Ze brachten een single uit (We gaan en Alles is al gezegd), geproduceerd door Bram Vermeulen. De groep Golden Delicious verzorgde de begeleiding.

Muziekuitgever Hans Kusters stelde hem in 1983 in staat zijn eerste album op te nemen. Dit album (Hans de Booij) was zowel in België als in Nederland een succes en leverde de hitsingles Een vrouw zoals jij, Annabel en Thuis ben op.

Voor deze successen moest De Booijs eigenzinnigheid wel een beetje worden bijgestuurd.

Zijn oorspronkelijke tekst van Thuis ben werd bijvoorbeeld door tekstschrijver Herman Pieter de Boer van zijn scherpe kantjes ontdaan en De Booijs grootste hit Annabel is geen eigen compositie maar een lichtvoetig popliedje van de hand van diezelfde De Boer en componist Boudewijn de Groot.

De Booijs eigen werk valt veel meer in de categorie grimmige chansons, zoals Jacques Brel en Ramses Shaffy die vertolkten.

In de tweede helft van de jaren tachtig legde hij zich steeds meer toe op die stijl en verder plaatsucces bleef uit. Wel trad De Booij in de loop der jaren regelmatig op in theaters, of in Antwerpse cafés.

Zo bracht hij de evergreen De lichtjes van de Schelde van Bobbejaan Schoepen uit 1952 weer onder de aandacht.

Maar waar hij ook optrad of welk liedje hij ook speelde: het publiek bleef maar schreeuwen om Annabel.

Hij moest ervan hyperventileren en bezocht een dokter. Niet alleen raakte Hans in paniek als-ie enkel al dácht aan z’n grote hit, hij gleed helemaal af.

De zanger werd dakloos, ging failliet en raakte verslaafd. ‘Aan Belgisch speciaalbier en wiet. Maar dan wel in grote hoeveelheden

Ook werd hij gearresteerd voor wildplassen, brak daarbij z’n sleutelbeen én gijzelde hij in 2006 een wapenhandelaar.

Hij schreef een boek uit waarin hij zijn persoonlijke levensfilosofie beschreef en waarbij hij onder meer pleitte voor de oprichting van een Ministerie van Liefde. De Booij ging maandenlang met een rugzak vol boeken door het land om zijn boeken deur aan deur te verkopen.

Uiteindelijk wist hij er meer dan 4000 te verkopen. De Booij, die inmiddels in het Belgische Oostende woonde, keerde in 2007 met een nieuwe band terug op de Nederlandse podia en zong liedjes van zijn album Emocratie dat in september was uitgekomen.

In interviews zegt hij teleurgesteld te zijn in de Nederlandse muziekcultuur, omdat de publieke radiozenders nauwelijks nog Nederlandstalig repertoire draaien.

In 2012 maakte De Booij een nummer getiteld Verkiezingen 12 september.

In april van 2012 trouwde De Booij in Thailand. De Booij heeft volgens eigen zeggen een vorm van autisme, die pas op latere leeftijd, in 2013, gediagnosticeerd werd.

Volgens De Booij biedt de diagnose hem rust. De Booij praktiseert het boeddhisme.

In 2014 verscheen de single Halleloejah! en een jaar later de single Niets = voor altijd in samenwerking met De kleinkunstRockband, waarmee hij in 2015 en 2016 op verschillende locaties in Nederland en Vlaanderen optrad.

Eind 2020 maakte hij zijn comeback als zanger met de single De knecht. In november 2020 kwam zijn nieuwe album uit, gepresenteerd in april 2021.

Eind november 2021 werd De Booij opgenomen op de intensive care van het Amsterdam UMC met COVID-19.

Hij had zijn manager toen al gevraagd bij een eventueel overlijden het nummer ‘Vlinderhart’ uit te brengen.

De Booij herstelde echter goed. In november 2022 was hij op tv in Secret Duets om te zingen met Samantha Steenwijk.

Op 14 februari 2023, Valentijnsdag, was De Booij te zien als deelnemer in het tv-programma First Dates.

Op 12 april 2023 verscheen het boek Het wordt niets zonder jou, een biografisch portret, geschreven door auteur Sander van Leeuwen.

Tegelijkertijd bracht hij de single Hoe had ik het anders moeten doen uit, een samenvatting van de in het boek opgetekende levenservaringen van de zanger.

Eind april 2023 bracht hij een nieuwe versie van zijn hit Annabel terug uit op single (Joepie 5 februari 1984).

60 jaar geleden, Gentenaar Leo Martin met zijn orkest

Leo Martin was muzikant, klarinetspeler, orkestleider en acteur, en trad vroeger met zijn orkest op in Gent, met Bobbejaan Schoepen (in Bobbejaanland), en in “Het Witte Paard” te Blankenberge.

Martin voegde zich na zijn opleiding klarinet aan het conservatorium van Gent bij The Blue Swingers van Jean Daskalides.

Hij speelde later ook in de big band van de Wetterse orkestleider Willy Rockin’. (Willy Rockin’ die veel grote namen heeft voortgebracht onder de Belgische muzikanten o.a. Freddy Sunder.)

Toen deze er in 1958 er de brui aan gaf kon Martin het orkest overnemen.

Gisteren nog vandaag

Tijdens de periode van de Gentse “Ancien Belgique” (rond 1956) was Leo en François een duo die in het Gents dialect komische optredens hadden in deze zaal.

Het duo had een groot succes bij de Gentenaars. Van diverse sketches bestaan er LP-platen.

Aan het duo kwam een abrupt einde door het overlijden van François (François Wiedemans).

In 1972 stopte Martin met het orkest en ging samen met Gaston in zee als “Gaston en Leo”.Leo leerde Gaston Berghmans voor het eerst kennen in 1957 in de Billiard Palace waar het orkest van Willy Rockin speelde.

Leo speelde er saxofoon en klarinet en Gaston voerde soms samen met hem enkele sketches voor twee man op. Hun komische optredens dienden vaak als proloog voor Leo’s muzikale momenten.

Met deze optredens werd de basis gelegd voor wat later Gaston en Leo zou worden.

Willy Rockin en zijn orkest met onder het Brt icoontje staat Gaston Berghmans te zwaaien en tweede van rechts is Leo Martin

Tot 1972 bleven ze echter apart van elkaar optreden.

Gaston trad ’s winters in de Ancienne Belgique op en ’s zomers speelde hij in Blankenberge in de Eden met het orkest van Bobby Setter.

Leo trad toen in Blankenberge op in “Het Witte Paard” en zo bleven ze regelmatig in contact om samen de zalen te vermaken.

Toen in 1968 de baas van “Het Witte Paard” Gaston in vaste dienst nam, nam de eigenaar van de Eden prompt ontslag omdat hij vond dat hij zonder Gaston niets was.

Gaston en Leo voerden hun acts ook op in het Engels vanwege de toeristen die vanuit dat land “Het Witte Paard” aandeden.

In 1972 doekte Leo zijn orkest op en traden hij en Gaston nog uitsluitend op als komieken.

Toch bleven ze nog geruime tijd hun shows in Oostende doen, tot “Het Witte Paard” in 1974 afbrandde.

In die periode had Leo ook een platenzaak aan de Dampoort in Gent.

Mathonet kreeg het idee om de legendarische revue Slisse & Cesar weer terug op te voeren. Berghmans was van de oorspronkelijke versie vroeger al een fan en had de revue in de jaren 60 al eens gespeeld in de Koninklijke Nederlandse Schouwburg met Nand Buyl, Jan Reusens en Anton Peters.Peters speelde toen Slisse, Reusens Cesar en Berghmans de postbode.

Peters verknoeide eens de act van Berghmans door zijn personage ongeïnteresseerd uit het raam te laten kijken terwijl Berghmans allerlei leuke spullen uit zijn posttas haalde.

Berghmans zag hoe hij afging en verliet vroeger dan gepland het podium. De dag erop toen Peters hetzelfde deed begon hij echter te improviseren en stal de show.

Peters schrok en hervatte de scène weer zoals gepland, al maakte Berghmans zijn deel nog langer.

In 1976 begonnen Berghmans, Tony Bell en zijn vrouw, Yvonne Verbeeck, Norma Hendy, Lucienne Steiner voor uitverkochte zalen de revue Slisse & Cesar op te voeren.

Mathonet besloot echter op zeker moment dat de tweede voorstelling op zondag gratis moest worden opgevoerd omdat er al zoveel kosten waren.

Na twee maanden hadden ze er genoeg van en besloten Berghmans en hij ermee te kappen omdat Martin vond dat Mathonet “geld genoeg verdiende”.

Vanaf 1972 waren Berghmans en Martin ook op televisie te zien.

Ze verdienden echter niet goed doordat de openbare televisie toen nog het monopolie had inzake televisiezenders.

In België hadden ze een beter verdienend programma Hallo met Henk met Henk van Montfoort waar ze wekelijks één sketch opvoerden.

Ze hadden ook geen impresario: iedereen belde gewoon de BRT om naar hen te vragen of stuurde brieven naar de BRT te hunner attentie.

In 1980 traden Berghmans en Martin samen met Yvonne Delcour en Romain Deconinck op in de komische politiereeks De Kolderbrigade.

Leo Martin werd in 1981 door de Snorrenclub Antwerpen tot “Snor van het Jaar” uitgeroepen.

Vanaf 1981 kwamen dan hun legendarische eindejaarsshows op de BRT.

Elk oudjaar zond de zender hun shows uit die tegen de 2.680.000 kijkers scoorden en waarvan vele klassiekers zijn geworden; zoals onder meer Restaurant De Gouden Leeuw en de bekendste van allemaal: Joske Vermeulen.

Tussendoor bleven de komieken ook zaaloptredens geven in Vlaanderen en draaiden ook vijf films: “De Witte van Sichem” (1980), “De boot naar Spanje” (1982) (regie: Willy Vanduren), “Zware Jongens” (1984) (regie: Robbe De Hert), “Paniekzaaiers” (1986) (regie: Patrick Lebon) en “Gaston en Leo in Hong Kong” (1988) (regie: Paul Cammermans).

Ondanks de hoge kijkcijfers en hun weergaloze succes keek de toenmalige top van de openbare televisieomroep erg neer op Berghmans en Martin en waren hun lonen bijgevolg ook erg laag.

Bob Boon kon niet meer lachen om hun meest recente scenario’s en directeur Paul Van Dessel liet weten dat hij niet meer met “gepensioneerde komiekskes” kon blijven werken.

De zopas opgestarte commerciële omroep VTM en haar bazen Mike en Guido ontvingen hen met open armen en betaalden veel beter.

Ondanks een laatste smeekpoging van BRT-kopstuk Jan Geysen maakten Berghmans en Martin dus de overstap.

Een van hun eerste komische series die ze tot stand brachten bij VTM was De Burgemeesters Van Bos.

Tijdens hun niet dalende succes kregen de komieken allebei met gezondheidsproblemen te kampen. Berghmans kreeg darmkanker.

Hij herstelde, maar Martin bij wie longkanker was vastgesteld overleed op 18 maart 1993 in het UZ Gent op 68 jarige leeftijd

Een half jaar eerder werden ze nog gevierd in de VTM-show “20 jaar Gaston en Leo” die gepresenteerd werd door Luc Appermont.

Hier speelde Martin ondanks de longkanker nog saxofoon onder leiding van dirigent Willy Claes.

Voor Gaston Berghmans, die nadien zei dat Leo altijd een broer voor hem was geweest, was dit een enorm zware klap.

Gaston Berghmans overleed op zaterdagochtend 21 mei 2016 in een rusthuis in Schoten op 90-jarige leeftijd.(Diverse bronnen en Wikipedia)

22Annie Rousseau, Anne Bruyneel en 20 anderen4 opmerkingenLeukOpmerking plaatsen

Vandaag 95 jaar geleden, de geboorte van Leo Martin, pseudoniem van Léon Marcel Désiré De Waegeneire (Gent, 2 november 1924 – aldaar, 18 maart 1993)

Hij was muzikant, klarinetspeler, orkestleider en acteur, en trad vroeger met zijn orkest op in Gent, met Bobbejaan Schoepen (in Bobbejaanland), en in “Het Witte Paard” te Blankenberge.

Martin voegde zich na zijn opleiding klarinet aan het conservatorium van Gent bij The Blue Swingers van Jean Daskalides.

Hij speelde later ook in de big band van de Wetterse orkestleider Willy Rockin’. (Willy Rockin’ die veel grote namen heeft voort gebracht onder de Belgische muzikanten o.a. Freddy Sunder.)

Toen deze er in 1958 er de brui aan gaf kon Martin het orkest overnemen. Tijdens de periode van de Gentse “Ancien Belgique” (rond 1956) was Leo en François een duo die in het Gents dialect komische optredens hadden in voornoemde zaal.

Het duo had een groot succes bij de Gentenaars.

Van diverse sketches bestaan er LP-platen. Aan het duo kwam een abrupt einde door het overlijden van François (François Wiedemans).

In 1972 stopte Martin met het orkest en ging samen met Gaston in zee als “Gaston en Leo”.Leo leerde Gaston Berghmans voor het eerst kennen in 1957 in de Billiard Palace waar het orkest van Willy Rockin speelde.

Leo speelde er saxofoon en klarinet en Gaston voerde soms samen met hem enkele sketches voor twee man op.

Hun komische optredens dienden vaak als proloog voor Leo’s muzikale momenten.

Met deze optredens werd de basis gelegd voor wat later Gaston en Leo zou worden.

Tot 1972 bleven ze echter apart van elkaar optreden.

Gaston trad ’s winters in de Ancienne Belgique op en ’s zomers speelde hij in Blankenberge in de Eden met het orkest van Bobby Setter.

Leo trad toen in Blankenberge op in “Het Witte Paard” en zo bleven ze regelmatig in contact om samen de zalen te vermaken.

Toen in 1968 de baas van “Het Witte Paard” Gaston in vaste dienst nam, nam de eigenaar van de Eden prompt ontslag omdat hij vond dat hij zonder Gaston niets was.

Gaston en Leo voerden hun acts ook op in het Engels vanwege de toeristen die vanuit dat land “Het Witte Paard” aandeden.

In 1972 doekte Leo zijn orkest op en traden hij en Gaston nog uitsluitend op als komieken.

Toch bleven ze nog geruime tijd hun shows in Oostende doen, tot “Het Witte Paard” in 1974 afbrandde.

In die periode had Leo ook een platenzaak aan de Dampoort in Gent.

Mathonet kreeg het idee om de legendarische revue Slisse & Cesar weer terug op te voeren.

Berghmans was van de oorspronkelijke versie vroeger al een fan en had de revue in de jaren 60 al eens gespeeld in de Koninklijke Nederlandse Schouwburg met Nand Buyl, Jan Reusens en Anton Peters.

Peters speelde toen Slisse, Reusens Cesar en Berghmans de postbode.

Peters verknoeide eens de act van Berghmans door zijn personage ongeïnteresseerd uit het raam te laten kijken terwijl Berghmans allerlei leuke spullen uit zijn posttas haalde.

Berghmans zag hoe hij afging en verliet vroeger dan gepland het podium.

De dag erop toen Peters hetzelfde deed begon hij echter te improviseren en stal de show. Peters schrok en hervatte de scène weer zoals gepland, al maakte Berghmans zijn deel nog langer.

In 1976 begonnen Berghmans, Tony Bell en zijn vrouw, Yvonne Verbeeck, Norma Hendy, Lucienne Steiner voor uitverkochte zalen de revue Slisse & Cesar op te voeren.

Mathonet besloot echter op zeker moment dat de tweede voorstelling op zondag gratis moest worden opgevoerd omdat er al zoveel kosten waren.

Na twee maanden hadden ze er genoeg van en besloten Berghmans en hij ermee te kappen omdat Martin vond dat Mathonet “geld genoeg verdiende”.

Vanaf 1972 waren Berghmans en Martin ook op televisie te zien.

Ze verdienden echter niet goed doordat de openbare televisie toen nog het monopolie had inzake televisiezenders.

In België hadden ze een beter verdienend programma Hallo met Henk met Henk van Montfoort waar ze wekelijks één sketch opvoerden.

Ze hadden ook geen impresario: iedereen belde gewoon de BRT om naar hen te vragen of stuurde brieven naar de BRT te hunner attentie.

In 1980 traden Berghmans en Martin samen met Yvonne Delcour en Romain Deconinck op in de komische politiereeks De Kolderbrigade.

Leo Martin werd in 1981 door de Snorrenclub Antwerpen tot “Snor van het Jaar” uitgeroepen.

Vanaf 1981 kwamen dan hun legendarische eindejaarsshows op de BRT. Elk oudjaar zond de zender hun shows uit die tegen de 2.680.000 kijkers scoorden en waarvan vele klassiekers zijn geworden; zoals onder meer Restaurant De Gouden Leeuw en de bekendste van allemaal: Joske Vermeulen.

Tussendoor bleven de komieken ook zaaloptredens geven in Vlaanderen en draaiden ook vijf films: “De Witte van Sichem” (1980), “De boot naar Spanje” (1982) (regie: Willy Vanduren), “Zware Jongens” (1984) (regie: Robbe De Hert), “Paniekzaaiers” (1986) (regie: Patrick Lebon) en “Gaston en Leo in Hong Kong” (1988) (regie: Paul Cammermans).

Ondanks de hoge kijkcijfers en hun weergaloze succes keek de toenmalige top van de openbare televisieomroep erg neer op Berghmans en Martin en waren hun lonen bijgevolg ook erg laag.

Bob Boon kon niet meer lachen om hun meest recente scenario’s en directeur Paul Van Dessel liet weten dat hij niet meer met “gepensioneerde komiekskes” kon blijven werken.

De zopas opgestarte commerciële omroep VTM en haar bazen Mike en Guido ontvingen hen met open armen en betaalden veel beter.

Ondanks een laatste smeekpoging van BRT-kopstuk Jan Geysen maakten Berghmans en Martin dus de overstap.

Een van hun eerste komische series die ze tot stand brachten bij VTM was De Burgemeesters Van Bos.

Tijdens hun niet dalende succes kregen de komieken allebei met gezondheidsproblemen te kampen.

Berghmans kreeg darmkanker en diende, fel vermagerd en verzwakt, met een stoma rond te lopen.

Hij herstelde, maar Martin bij wie longkanker was vastgesteld overleed op 18 maart 1993 in het UZ Gent.op 68 jarige leeftijd

Een half jaar eerder werden ze nog gevierd in de VTM-show “20 jaar Gaston en Leo” die gepresenteerd werd door Luc Appermont.

Hier speelde Martin ondanks de longkanker nog saxofoon onder leiding van dirigent Willy Claes.Voor Gaston Berghmans, die nadien zei dat Leo altijd een broer voor hem was geweest, was dit een enorm zware klap.

Gaston Berghmans overleed op zaterdagochtend 21 mei 2016 in een rusthuis in Schoten op 90-jarige leeftijd.(Diverse bronnen en Wikipedia)