Een blik op de verdwenen Korte Ridderstraat en Magasins du Beffroi

Het Gentse belfort staat volledig ingepakt in een indrukwekkend staketsel van houten stellingen voor de grote restauratie en de bouw van de huidige stenen torenspits.

Links op de achtergrond ontdekken we een prachtig stukje verdwenen handelsglorie: de Magasins du Beffroi, bij de Gentenaars ook bekend als de Groote Magazijnen Het Belfort.

De zaak lag aan de Botermarkt 13 en liep door naar de Korte Ridderstraat.

Die voormalige straat lag op de plek die we vandaag kennen als het Emile Braunplein, waar nu de stadshal staat.

De Korte Ridderstraat vormde destijds de verbinding tussen het Goudenleeuwplein en de Mageleinstraat.

De omgeving veranderde door de jaren heen ingrijpend van uitzicht. Al in 1906 werd de zuidwestelijke zijde van de straat en de verdere bebouwing richting de Cataloniëstraat gesloopt.

De definitieve verdwijning volgde in 1960, toen de noordoostelijke kant en de rest van het volledige bouwblok tussen de Korte Ridderstraat, de Poeljemarkt en de Botermarkt tegen de vlakte gingen.

Uitbater van de winkel was de familie Van Gheluwe, wat duidelijk te zien was aan de gevel met de opschriften S. Van Gheluwe en Succ. Gevaert-Van Gheluwe & Fils.

Dat Franse woord ‘successeurs’ betekent letterlijk opvolgers, destijds een vertrouwde manier om aan te duiden dat een volgende generatie of nieuwe vennoten de zaak met dezelfde standing voortzetten.

Het was een gerenommeerde speciaalzaak in kledingstoffen en luxetextiel. In oude advertenties werd aangeprezen dat men er terechtkon voor zijden, wollen damestoffen, kantwerk en pelterijen, waarbij klanten zelfs stalen op aanvraag konden krijgen.

Wie inzoomt op de grote uitstalramen, herkent meteen de rijk gedrapeerde stoffen achter het glas.

Als eerbetoon aan de beroemde overbuur prijkte op de tussenpijler van de eerste verdieping een gedetailleerde miniatuurversie van de belfortspits.

Boven op het dak zorgde de grote lichtinstallatie van Magasins du Beffroi ervoor dat de winkel ook na zonsondergang de blikvanger van de Botermarkt bleef (foto 1 en 2 met dank aan Patrick Van Houteghem)

Gisteren nog vandaag

Van Paradeplaats tot Botermarkt: eeuwen geschiedenis voor het Gentse stadhuis

De Botermarkt in Gent heeft door de eeuwen heen heel wat verschillende namen en functies gekend.

Oorspronkelijk stond het plein bekend als de Paradeplaats, vernoemd naar de vele toneelvoorstellingen en parades die er werden opgevoerd.

In de vijftiende eeuw was het vooral de plek waar Gentenaars hun houtskool kochten, waarna het in de zestiende eeuw transformeerde tot de Wollemarkt.

Voor het Schepenhuis van Gedele vond toen de wekelijkse wolmarkt plaats.

Pas in de zeventiende eeuw veranderde het aanbod naar verse boter en eieren, wat uiteindelijk leidde tot de naam die we vandaag nog altijd kennen: de Botermarkt.

Het Schepenhuis van Gedele vormt samen met het gotische gedeelte een van de twee grote, beeldbepalende vleugels van het Gentse stadhuis.

Historisch hield het Schepengerecht van Gedele zich voornamelijk bezig met burgerlijke zaken, zoals voogdijkwesties, erfenissen en de zorg voor wezen, min of meer vergelijkbaar met het huidige vredegerecht.

De gevel aan de Botermarkt straalt een harmonieuze rust en regelmaat uit dankzij de opeenvolging van driekwartzuilen volgens de klassieke bouworden: Dorisch, Ionisch en Korintisch.

Deze renaissancestijl staat in scherp contrast met het flamboyante, laatgotische deel van het Schepenhuis van de Keure direct ernaast.

Precies tussen deze twee verschillende bouwstijlen loopt een opvallende blauw-witte regenpijp.

Deze kleuren zijn niet alleen de officiële stadskleuren van Gent en de clubkleuren van KAA Gent, maar symboliseren historisch gezien ook de kleuren van Maria.