Deze week, 70 jaar geleden, Brussel bereidt zich voor op de wereldtentoonstelling van 1958 (De Post december 1954)

Baron Georges Moens de Fernig was vooral bekend om zijn rol als Commissaris-Generaal van de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel, beter bekend als Expo 58.

De familie Moens de Fernig was een adellijke familie met wortels in de 17e eeuw en ze waren zowel actief in de industrie als in de politiek.

Georges Florent Marie Auguste graaf Moens de Fernig werd geboren in Luik op 28 augustus 1899.

Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Luik en na zijn studies ging hij aan de slag in de banksector en de industrie.

Hij bekleedde verschillende belangrijke functies in de Belgische regering, waaronder Minister van Ravitaillering en Invoer (1948-1949) en Minister van Buitenlandse Handel (1947-1949)

Hij was ook voorzitter van Fabrimetal (1965-1971), een Belgische federatie van metaalverwerkende bedrijven.

Zijn meest opvallende prestatie was zijn rol als Commissaris-Generaal van Expo 58.

Hij was daar verantwoordelijk voor de planning, organisatie en het succes van de wereldtentoonstelling, die een belangrijk moment was in de Belgische geschiedenis en een symbool van de heropleving na de Tweede Wereldoorlog.

Expo 58 trok meer dan 41 miljoen bezoekers en toonde de nieuwste technologische en culturele ontwikkelingen van over de hele wereld.

Hij was getrouwd met Marie-Thérèse de Meeûs d’Argenteuil en samen hadden ze zes kinderen.

Naast zijn politieke en industriële activiteiten was Moens de Fernig ook actief in verschillende filantropische organisaties.

Hij overleed op 16 augustus 1978 in Zelem, Halen, op 78-jarige leeftijd (De Post december 1954)

Vandaag 100 jaar geleden, Ras Teferi (Haile Selassie) te gast in Brussel voor een staatsbezoek aan ons land(22 mei 1924).

Haile Selassie werd geboren als Tafari Makonnen.

Haile Selassies vader was gouverneur van de provincie Harar.

Hij was een de adellijke personen met de titel ‘Ras’ (hertog).

Hiervan is de naam van de rastafaribeweging afgeleid.

Selassie wordt dan ook door de Rastafaribeweging gezien als de reïncarnatie van Jezus, hoewel hij zelf Ethiopisch-orthodox was.

Via zijn huwelijk in 1911 met Wayzaro Menen, dochter van keizer Menelik II, kwam Tafari in de keizerlijke familie.

In 1917 werd hij uitgeroepen tot troonopvolger van keizerin Zauditu en als regent ging hij namens haar Abessinië besturen.

Het onafhankelijke Abessinië was in Afrika een bijzonderheid. West-Europese landen hadden het continent in hun kolonisatiedrang onderling verdeeld.

De Ethiopische dynastie, die volgens de overlevering al sinds de 10e eeuw v.Chr. bestond en voort zou komen uit de Bijbelse koning Salomo en de koningin van Sheba, was het gelukt om de onafhankelijkheid van Ethiopië te waarborgen.

In 1918 overleefde hij de Spaanse griep.

In 1924 bracht hij een officieel bezoek aan Italië, Vaticaanstad en diverse andere Europese landen.

In Frankrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk werd hij met grote eer ontvangen.

Toen hij op 2 november 1930 tot keizer van Ethiopië werd gekroond, kreeg hij de naam Haile Selassie, die staat voor Heilige Drievuldigheid, of Macht van de Drievuldigheid.

Deze situatie veranderde toen de Italiaanse dictator Mussolini in 1935 besloot vanuit Italiaans-Eritrea, een Italiaanse kolonie, Ethiopië binnen te vallen: de Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog.

Haile Selassie vluchtte naar het Verenigd Koninkrijk en probeerde steun te krijgen voor de vrijheidsstrijd.

Hij deed dit onder meer in 1936 tijdens zijn voordracht bij de Volkenbond, mede omtrent het gebruik van mosterdgas door Italië in Ethiopië.

Deze inspanningen bleken vergeefs, tot Italië zich aan de zijde van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog mengde.

In 1941 verjoeg een troepenmacht met Britse en Belgische militairen en Ethiopische vrijheidsstrijders de Italiaanse troepen.

Haile Selassie kwam weer op de troon.

Haile Selassie legde op 27 augustus 1942 de wettelijke basis voor de afschaffing van de slavernij, die Italië in zijn land had ingevoerd, en voerde strenge straffen in voor slavenhandel, inclusief de doodstraf.

Hij moderniseerde zijn land met onder meer een nieuw belastingstelsel en een democratische grondwet.

Mede door zijn toedoen werd Ethiopië een stichtend lid van de Verenigde Naties.

Haile Selassie was in de internationale diplomatie een man met gezag en aanzien.

Hij had veel invloed binnen de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, met zetel te Addis Abeba en bracht staatsbezoeken aan de Verenigde Staten en diverse Europese landen, waaronder Nederland in 1954 en België in juli 1959.

De keizer was een ridder in de Orde van de Kousenband en, om Ethiopië te eren voor het moedige verzet tegen Mussolini’s troepen, ridder Grootkruis in de Militaire Willems-Orde.

In 1951 werd de voormalige Italiaanse kolonie Eritrea, door middel van een beslissing van de Verenigde Naties, verbonden met Ethiopië in een federatie, waarbij Haile Selassie koning van Eritrea werd.

In de jaren vijftig groeide Haile Selassie uit tot een voorbeeld voor veel Afrikanen, die ook het koloniale juk wilden afschudden. Het viel hem echter niet mee binnenlands de rust te bewaren.

Ethiopië bestond uit vele religieuze groeperingen en Haile Selassie probeerde met een verdeel-en-heerspolitiek de onderlinge vrede te bewaren.

In 1962 annexeerde Selassie Eritrea, nadat het in de jaren vijftig een grote autonomie had gehad.

Een gewapend conflict barstte hierop los, dat 32 jaar zou duren en voornamelijk escaleerde onder de militaire junta, na het afzetten van Haile Selassie.

In 1963 zat hij de oprichtingsvergadering van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid voor, die haar zetel kreeg in Addis Abeba.

Later dat jaar (in oktober) sprak hij de Verenigde Naties toe.

De Jamaicaanse zanger Bob Marley gebruikte een deel van deze speech als tekst voor het lied War.

Begin jaren zeventig stortte de economie in en na een periode van lange droogte greep de hongersnood om zich heen.

In 1974 voerden militairen een staatsgreep uit en namen Haile Selassie gevangen.

Hij werd opgevolgd door luitenant-generaal Aman Andom.

Op 23 november 1974 kwam Aman Andom onder verdachte omstandigheden om het leven.

Aman Andomj zou bij zijn arrestatie niet mee hebben gewerkt en gedood zijn.

Op dezelfde dag werden 59 anderen, waaronder generaals, twee ex-premiers, topambtenaren, aristocraten en leden van de keizerlijke familie geëxecuteerd.

Toen hij in augustus 1975 overleed, officieel aan de complicaties van een operatie, vermoedden velen moord, er werd vooral beweerd dat de oude ex-monarch was verstikt of gewurgd.

Het communistisch regime verhinderde elk onafhankelijk onderzoek naar de doodsoorzaak.

Pas in 1992, na de val van het Dergue-regime, werd zijn stoffelijk overschot teruggevonden.

Van de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk kreeg hij in november 2000 een keizerlijke begrafenis in de kathedraal van Addis Abeba.

Bob Marley kreeg in 1977 een ring van Haile Selassie en schreef in 1973 of 1974 het lied Iron Lion Zion voor hem.

Dit werd echter pas in 1992, na Marleys dood, uitgebracht. (Diverse bronnen, Ons Volk 31 mei 1924, De Post 26 november 1972 en Wikipedia)

Vandaag 100 jaar geleden, de Franse dirigent Rhené-Baton te gast voor twee conserten in het Conservatorium in Brussel (19 maart 1924)

René-Emmanuel Baton, ook bekend als Rhené-Baton werd geboren op 5 september 1879 in Courseulles-sur-Mer, Normandië, en stierf op 23 september 1940 in Le Mans.

Rhené-Baton studeerde piano aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs en muziektheorie bij André Gedalge.

Hij begon zijn carrière als chef de chant bij de Opéra-Comique in 1907.

Hij was vervolgens muzikaal directeur van verschillende orkestrale groepen, waaronder de Society of Saint Cecilia in Bordeaux en Angers Société populaire (1910-1912).

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Rhené-Baton chef-dirigent van de Koninklijke Nederlandse Opera (1916-1918) in Amsterdam en dirigeerde ook de zomerconcerten van het Residentie Orkest in het Scheveningse Kurhaus (1914-1919).

In 1918 gaf Serge Sandberg hem de leiding over de Concerts Pasdeloup in Parijs.

De dirigent bekleedde deze functie tot 1932 en bleef daarna aan het orkest verbonden.

Hij heeft grote verdiensten gehad in de zogenoemde democratisering van de muziek in de concertzalen, omdat hij aan het begin van een concert voor de uitgevoerde werken een inleiding gaf en ervoor zorgde dat er goedkopere plaatsen waren.

Als componist schreef Rhené-Baton stukken voor orkest, kamermuziek en een groot aantal pianowerken.

Veel van zijn composities drukken zijn liefde voor de regio Bretagne uit, waar hij op 19-jarige leeftijd naar terugkeerde.

Hij had ook nauwe relaties met componisten van de Bretonse culturele renaissance, zoals Guy Ropartz, Paul Le Flem, Paul Ladmirault en Louis Aubert.

Vandaag is het al drie jaar geleden dat de Gentse politieker Francis Van den Eynde is overleden.

Ik leerde Francis in de jaren negentig van de vorige eeuw kennen, als een warm en tedere man.

De eerste ontmoeting zal ik nooit vergeten, het was in de ochtend toen hij zijn gevel aan het opkuisen was.

Want voor de zoveelste keer was zijn gevel terug beklad met hakenkruisen en scheldwoorden.

De waardige manier hoe hij daarmee omging, was het begin van een wederzijdse waardering voor elkaar.

Ondanks verschillende achtergronden, leerde ik via Francis een andere kant kennen over Vlaanderen en vooral dat hij een warm hart had voor alle mensen. Dus zeker niet de racist, zoals sommige hem durfde te noemen.

Later werden we dan ook vrienden, zoals we dat noemen in Fb termen.

Zijn liefde voor folkmuziek en Ierland kwam vaak aan bod tijdens onze gesprekken.

Van den Eynde zetelde twintig jaar lang in de Kamer en het Vlaams Parlement, maar was bovenal het boegbeeld van Vlaams Blok en later Vlaams Belang in Gent.

Daar zetelde hij tussen 1988 en 2012 in de gemeenteraad.

Van den Eynde doorliep een parcours dat vrij klassiek is voor oudere VB’ers: hij startte zijn carrière bij de Volksunie en stapte na het Egmontpact uit de partij om onder leiding van Karel Dillen het Vlaams Blok te helpen uitbouwen.

Hij was ook actief bij radicale bewegingen als Were Di en Voorpost.

Het bezorgde hem een parlementaire carrière van twintig jaar, en even – tussen 1999 en 2001 – was hij ook ondervoorzitter van de Kamer. Toen echter bleek dat hij aanwezig was geweest op een bijeenkomst van het Sint-Maartenfonds – een organisatie van voormalige Oostfrontstrijders en ex-nazi’s – moest hij die functie neerleggen.

Het was dezelfde vergadering die Johan Sauwens (toen VU, later CD&V) bijwoonde, en waardoor hij moest opstappen als Vlaams minister.

Ook het einde van Van den Eyndes carrière bij Vlaams Belang was tumultueus.

Hij koos de kant van voormalig partijvoorzitter Frank Van Hecke en Marie-Rose Morel in hun pogingen om de partij een minder radicale koers te laten varen.

En dat zorgde voor spanningen met partijvoorzitter Bruno Valkeniers en Filip Dewinter.

Ook in Gent waren er problemen: samen met vier andere gemeenteraadsleden scheurde Van den Eynde zich af van de moederpartij om de Belfortgroep op te starten.

Uiteindelijk schorste het partijbestuur hem in, en in 2011 werd hij uit de partij gezet.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 riep hij op om voor de N-VA te stemmen.

Vandaag is het precies honderd jaar geleden dat het Monument voor de Foorreizigers werd ingehuldigd in Brussel (28 januari 1924)

Deze week 100 jaar geleden, op 28 januari 1924, werd het Monument voor de Foorreizigers eervol gesneuveld voor het Vaderland ingehuldigd op het Dapperheidsplein in Anderlecht.

Het monument is een eerbetoon aan de kermisexploitanten die hun leven gaven tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het bestaat uit een bronzen beeld van een Pierrot die zijn masker afdoet, omringd door een galerij met de namen van de gesneuvelden.

Het beeld is gemaakt door de Anderlechtse kunstenaar Victor Voets, die ook andere oorlogsmonumenten in Brussel ontwierp.

Hij was een leerling van Paul Dubois en Charles Van der Stappen, en gaf les aan de industriële school van Anderlecht.

Hij stierf in 1949. Het monument voor de Foorreizigers is een van zijn bekendste werken, en getuigt van zijn talent en zijn respect voor de slachtoffers van de oorlog.