45 jaar geleden, was er een artikel over de betwisting van een erfenis van de vierde en laatste markies Emmanuel Ferdinand de Bette van Lede, toen bijna al 200 jaar overleden.

De markies had geen wettige nakomelingen en liet zijn fortuin na aan verre verwanten.

In zijn testament stond echter een clausule die de mogelijkheid bood om de erfenis te betwisten als er personen waren die konden aantonen dat ze nauwer verwant waren, bijvoorbeeld als kinderen van de markies.

Voor 1978 hadden al verschillende mensen geprobeerd om de erfenis op te eisen, maar ze werden allemaal afgewezen wegens gebrek aan bewijs.

De rechtszaken duurden jaren en kostten veel geld en moeite.

Uiteindelijk zal ook de zaak in 1978 geseponeerd worden. Maar wie was die van oorsprong Gentse familie?

Het Gentse adellijke Huis Bette was een invloedrijke familie die sinds de 13e eeuw een belangrijke rol speelde in de politieke en economische geschiedenis van Vlaanderen.

De familie bezat verschillende heerlijkheden, waaronder Lede dat in 1438 door Filips de Goede werd verheven tot baronie.

De laatste telg, Emmanuel Ferdinand werd te Madrid geboren en er gedoopt in de Iglesia de San Martin in oktober 1724.

Nog geen jaar later, in februari 1725, overleed zijn vader.

Het markizaatkasteel werd in 1749 door hem heropgebouwd in een oase van bomen en groen en vijvers.

Het waterslot van weleer werd nu een stoer uitziend rechthoekig gebouw, waarvan het middendeel vooral opvalt door de rondbooggalerij met balustrade, de 4 Dorische zuilen en het driehoekig leeuwenfronton.

Hij was baljuw van Aalst en Grote van Spanje 1ste klas (Rico Hombre) (= behoorde tot de Kroonraad en mocht – als “1ste klas” – de koning spreken en aanhoren met bedekt hoofd!), werd in 1749 benoemd tot Maréchal de France en sloot zich in 1789 aan bij de opstand tegen Jozef II.

Emmanuel, de laatste markies van Lede, genoot op zijn minst gezegd van een frivool leventje en overleed hier op het kasteel, kinderloos, op 6 juli 1792 en daarmee zijn al problemen rond zijn erfenis begonnen.

Hij zou een huwelijk “met de linkerhand” (met iemand huwen van lagere komaf werd vroeger zo omschreven) gehad hebben met een zekere Rosalie-Estienette du Tarte (°29/8/1740 te St.-Bonnet-de-Vieille-Vigne, Frankrijk) in 1762 te Amsterdam.

Zij was actrice in de Muntschouwburg te Brussel, stad waar zij ook woonde.

Zij stierf op 13 september 1788.

De laatste telg van het Huis Bette, Ferdinand, overleed in 1792 zonder nakomelingen.

Hij liet een aanzienlijk vermogen na, dat verdeeld werd onder zijn neven en nichten.

Beiden werden te Lede begraven, en zowel zij als Emmanuel werd gezien hun liederlijke levenswandel buiten de kerk begraven.

Volgens het erfrecht in het Land van Aalst, ging de erfenis voor 1/3 naar moederskant en 2/3 naar vaderskant, zijnde naar een verre erfgenaam van de Grutere, nl. Jean Charles baron de Joigny de Pamele.

Hoe bepalend de markiezen waren in onze geschiedenis wordt gerelativeerd door de Amerikaanse historicus David Nicholas, een internationale autoriteit op het gebied van Europa in de middeleeuwen en Vlaanderen in het bijzonder.

In zijn boek “Vlaanderen in de middeleeuwen” schrijft hij: “Rond die tijd was de benaming niet meer dan een persoonlijke onderscheiding geworden die als een gunst werd toegekend.”

Een voorvader van de gevierde Emmanuel, Jean François de Bette (1667-1725) verkocht zich als huurling aan de Spaanse koning die de postkoloniale honger van het land tot in Marokko vastlegde.

Hij kreeg een straat in de nu nog steeds Spaanse enclave Ceuta.

Vandaag is het 60 jaar geleden dat de Franse zangeres Edith Piaf is overleden.

Edith Piaf leeft de laatste maanden van haar leven teruggetrokken in Grasse, waar ze in de nacht van tien oktober 1963 sterft in het bijzijn van Theo Lamboukas, haar toenmalige man.

Maar omdat ze per se in Parijs wilde sterven, werd haar lichaam in een ambulance naar Parijs gebracht, waar een dokter haar dood op 11 oktober officieel vaststelde.

Deze anekdote is tekenend voor Piafs liefde voor Parijs, de stad die haar als chansonnière onsterfelijk heeft gemaakt.

En die liefde was wederzijds: le tout Paris liep te hoop wanneer de lijkstoet naar de begraafplaats Père-Lachaise trok.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in de Piccolo

Edith Piaf blijft bekend en bemind om haar chansons die een ode zijn aan het leven en de liefde, ook al ging het haar in haar privéleven allerminst voor de wind.

Als kind trok ze rond met haar vader die straatartiest was, op haar vijftiende moest ze voor zichzelf instaan.

Ze bezingt in ‘L’Hymne à l’amour’ (1950) een onvoorwaardelijk geloof in de liefde, enkele maanden nadat haar grote liefde Marcel Cerdan, de Franse wereldkampioen boksen, omkwam in een vliegtuigongeluk.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in Knokke (28 juli 1961)

Op haar tweeënveertigste huwt Piaf opnieuw met de twintiger Théo Sarapo.

Met hem zingt ze in 1962 nog het duet ‘A quoi ça sert l’amour’. Of zij niet denkt aan wat rust na zo’n bewogen leven? “Neen, want de dag dat je rust, voel je je al een beetje dood”.

In de sloppen van Belleville, midden in “la grande guerre”, verwekt tijdens een militair verlof van een toevallige vader-straatartiest, met een straalzatte zangeres als moeder.

Niet bevorderlijk voor een schitterende carrière in de wereld van de showbizz.

Wanneer Edith Piaf dan op haar vijftiende voor haar eigen inkomsten ging zorgen, met als enig talent een stem als een scheepsklok, dan moest ze ferm van haar afbijten om het zo ver te schoppen.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf en haar man Théo Sarapo te gast in zaal Ancienne Belgique in Brussel (december 1962)

Dan moest ze een straatmus zijn die kon zingen als een kanarievogel.

Als kleuter had ze die warme moederliefde gemist, waar elk kind recht op heeft.

Haar hele verdere leven was één grote hunker naar de warmte, de hartelijkheid, de tederheid die je als kind niet had gekregen.

Wat zei ze ook weer? “Als het geluk aan de deur klopt dan ga ik opendoen, dan durf ik niet neen zeggen”.

En telkens wanneer ze die liefde vond, was ze ook dankbaar en gul.

Edith Piaf had een onfeilbaar oog voor talent en ze had die gave vaak gebruikt om jonge artiesten beroemd te maken.

Leverkanker velt haar uiteindelijk op haar zevenenveertigste, met onsterfelijke klassiekers als La vie en rose, Milord en Non, je ne regrette rien op haar palmares.(diverse bronnen, ENen Toon Hillewaere)

Gisteren nog vandaag: Édith Piaf (janauri 1961)

De Brusselse zangeres Nathalie (geboren als Nathalie Gabay) over haar samenwerking met Plastic Bertrand en haar hit My Love Won’t Let You Down (Joepie 25 september 1983)

Het nummer was eerst uitgebracht in het Frans en had toen als titel Mon coeur qui craque.

De single was goed voor een achtste plaats in de Brt Top 30. In Nederland was het nummer goed voor een twaalfde plaats in de Top 40.

Het nummer werd geschreven door Peter Godwin.

De productie was in handen van Peter Godwin en Georg Kajanus.

Georg Kajanus kennen we nog als de zanger van de Britse groep Sailor.

Voor deze groep schreef hij ook hun grootste hits zoals de nummers “A Glass of Champagne”, “Girls, Girls, Girls”en “One Drink Too Many”.

Vanaf 1985 tot en met 1989 1989 woonde ze in Parijs, waar ze werkte met zanger en pianist Alain Chamfort.

Gabay koos er nadien voor om de schijnwerpers van de showbusiness en de muziekwereld vaarwel te zeggen.

Ze werd fotografe en artdirector voor een Belgisch modehuis uit Brussel.

60 jaar geleden, de kidnapping van het Manneken Pis in Brussel (Panoarama februari 1963)

Deze actie gebeurde op een ijskoude winternacht (volgens sommige bronnen in februari, andere spreken van 16 op 17 januari 1963) door de Wikings, de oudste studentenvereniging van Antwerpen.

Deze ontvoering gebeurde door de feestleider Freddy Van Gaever en andere leden van de studentenclub.

Bezoek onze Fb groep Gisteren nog vandaag

Het is de enige keer dat men daarin geslaagd is, hoewel het verscheidene keren geprobeerd is.

Hiermee haalde de studentenclub de nodige media-aandacht zoals de Gazet van Antwerpen en het tijdschrift Panorama.

Omdat het om een goed doel ging werden er geen sancties getroffen.

De grap bracht 80.000 BEF (2.000 euro) op ten bate van mindervaliden.