

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek










De plaat wordt nog steeds geprezen als een absoluut hoogtepunt in de discografie van Bowie.
De kracht schuilt in een perfecte mix van elementen: de sterke productie die Bowie samen met Tony Visconti verzorgde, de kenmerkende zang van de meester zelf, en de innovatieve, grensverleggende gitaarpartijen van Robert Fripp.
Alle nummers op het album zijn geschreven door David Bowie en het bracht legendarische hitsingles voort zoals “Ashes to Ashes” en “Fashion”.
Het visuele aspect werd, zoals altijd bij Bowie, niet vergeten, met de beroemde albumhoes ontworpen door Bowie en Brian Duffy.
Voor de uitvoering kon hij rekenen op een ijzersterke band, met onder meer Andy Clark op synthesizer, Carlos Alomar op gitaar en de solide ritmesectie van bassist George Murray en drummer Dennis Davis. De achtergrondzang werd verzorgd door Chris Porter en Lynn Maitland.

De Gentse dichter Georges Rodenbach werd 170 jaar geleden, op 16 juli 1855, geboren. Hij stamde uit een Duitse familie; zijn vader, Constantin-Ferdinand Rodenbach, was verificateur van maten en gewichten in Gent en trouwde met de Doornikse Rosalie Gall.
Georges bracht zijn jeugd door in Gent, waar zijn familie kort na zijn geboorte neerstreek. Veel van zijn jonge jaren speelden zich af in hun ouderlijke huis aan de Frère-Orbanlaan 9, vlak bij het Klein Begijnhof.
Hoewel er in 1948 een gedenkplaat werd aangebracht, zijn zowel het huis als de plaat inmiddels verdwenen.

Hij was een briljante leerling aan het Sint-Barbaracollege, waar hij Emile Verhaeren ontmoette en een levenslange vriendschap met hem sloot.
Rodenbach studeerde rechten in Gent en Parijs, waarna hij assistent werd van de bekende strafpleiter Edmond Picard.
Daar kreeg hij de bijnaam ‘L’avocat-cravate’ vanwege zijn opvallende uiterlijk.
Zijn neef, Albrecht Rodenbach, zou later beroemd worden als Vlaams studentenleider.
In 1877 publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, Le Foyer et les Champs.
De positieve Franse reacties leidden tot zijn eerste bezoek aan Parijs.

Hij kwam in contact met de ‘cercle des Hydropathes’ en sloot er vriendschappen met figuren als Catulle Mendès en Maurice Barrès. Hij besloot zijn advocatencarrière op te geven en zich volledig op de literatuur te richten.
Hij schreef voor La Flandre libérale en het eerste nummer van La Jeune Belgique, en publiceerde La Mer élégante.
In 1886 brak hij door in zowel België als Frankrijk met La Jeunesse blanche, gedichten over Vlaamse begijnhoven en de verlaten, regenachtige straten van stervende provinciestadjes.
Hij probeerde via lezingen ook het pessimisme van Arthur Schopenhauer, dat zijn werk zou beïnvloeden, te promoten.
Vanaf 1888 verhuisde hij definitief naar Parijs en werkte als correspondent voor het Journal de Bruxelles.
Uiteindelijk won de literaire roep het, en Rodenbach koos resoluut voor een schrijversbestaan. In 1888 trok hij definitief naar Parijs, waar hij als eerste Fransschrijvende Vlaming de stad veroverde met zijn symbolistische werken.
Zijn bekendste werk, de roman Bruges-la-morte, verscheen in 1892. Het werd eerst als feuilleton in Le Figaro gepubliceerd en later als boek uitgebracht door Flammarion.

Dit werk, gezien als het hoogtepunt van het symbolisme, was direct een groot succes. Fernand Khnopff illustreerde de voorkant.
Hoewel Rodenbach nooit in Brugge woonde (de geboorteplaats van zijn vader), kon de stad daardoor voor hem gemakkelijk legendarische vormen aannemen.
Zoals Rilke schreef, transformeerde Rodenbach de stad in Bruges-la-morte tot een innerlijk landschap, door voortdurend een analogie te leggen tussen de stad en de overleden vrouw die in het hoofd van de hoofdpersoon voortleeft.
In Parijs was hij een graag geziene gast en werd hij vrienden met onder anderen Alphonse Daudet, Edmond de Goncourt, en symbolisten als Villiers de l’Isle-Adam en Stéphane Mallarmé. Ook Rodin behoorde tot zijn vrienden.
Hij trouwde met Anna-Maria Urbain en in 1894 werd zijn toneelstuk Le Voile als eerste van een Belgische schrijver opgevoerd door de Comédie-Française.
Twee jaar later, in 1896, verscheen Les Vies encloses, een dichtbundel geïnspireerd op het occultisme en de Duitse romantiek.
Ondanks een slepende ziekte verscheen nog een meesterwerk, eveneens gesitueerd in Brugge: Le Carillonneur (1897).
Dit werk beschrijft realistisch de debatten tussen voorstanders van de haven van Zeebrugge en verdedigers van Brugge als kunststad voor de elite.
Een jaar later, op 25 december 1898, stierf Rodenbach op 43-jarige leeftijd aan typhlitis.
Zijn begrafenis vond plaats in Parijs, waar hij werd bijgezet op Père Lachaise.
Het grafmonument toont de dichter die met een roos in de hand uit het graf stapt, met daaronder de inscriptie: “Seigneur, donnez-moi donc cet espoir de revivre / Dans la mélancholique éternité du livre.”
In 1899 kreeg George Minne de opdracht voor een herdenkingsmonument voor Rodenbach.
Het marmeren kunstwerk was niet welkom in zijn geboorteplaats Doornik of in Brugge.
Uiteindelijk vond het een vaste plek op de dries van het oude Sint-Elisabethbegijnhof in Gent, waar het op 19 juli 1903 werd ingehuldigd.
In 1993 werd een ideeënwedstrijd georganiseerd voor een “beeld in de stad”, waarvan het winnende ontwerp van Klaas van de Sompel in 1997 werd onthuld.
In 2020 was het monument opnieuw dringend toe aan restauratie, want de tekst is nauwelijks leesbaar en de platen van de sokkel komen los.
Helaas is deze treurende dame het enige tastbare dat nog naar Georges Rodenbach in Gent verwijst, want zijn straat moest hij afstaan aan Edmond Boonen.
Gelukkig bracht David Bowie in 2013 in “Dancing out in space” nog hulde aan de zwijgende stilte van de Gentse schrijver met de zin “Silent as Georges Rodenbach.”




Gus Dudgeon werkt in de 60s samen met o.a. Marianne Faithfull, The Small Faces, Spencer Davis Group en The Zombies en hij speelt een katalyserende rol in de carrières van The Rolling Stones en Tom Jones.
Vanaf 1970 is hij de vaste producer van Elton John met wie hij het Rocket Records-label opricht.
Ook bij o.a. Joan Armatrading, Gilbert O’Sullivan, XTC, The Beach Boys en David Bowie (‘Space Oddity’, ‘The Laughing Gnome’) bepaalde Dudgeon het geluid.
Gus wordt in het ‘Guinness Book Of Records’ vermeld als de eerste producer die in de hitlijsten staat met een gesamplede single.
In 1971 gebruikt hij echter op de John Kongos-hit ‘He’s Gonna Step On You Again’ eigenlijk een loop van Afrikaanse drums en loops werden in de 60s door o.a. The Beatles en The Beach Boys al eerder gebruikt.
In 1978 is Gus Dudgeon producer van ‘Whatever Happened To Benny Santini?’, het debuutalbum van Chris Rea dat in juli ‘78 werd uitgebracht.
De titel is een knipoog van het plan van Chris’ platenmaatschappij Magnet om hem te lanceren als Benny Santini!
Chris schreef de eerste single ‘Fool (If You Think It’s Over)’ over zijn jongere zus Paula die enkele jaren voordien kapot was van liefdesverdriet.
In eerste instantie schreef Rea het als een Memphis-soulsong, maar uiteindelijk klonk hij eerder Californisch, wat waarschijnlijk ook het Amerikaans succes verklaart.
‘Fool (If You Think It’s Over)’ deed het in Europa niet bijster goed, maar werd een n°12 in de Billboard Hot 100, zijn enige hit over de oceaan waardoor Chris Rea in de VS geboekstaafd staat als one-hit wonder!
Pas hierna kreeg Chris een uitnodiging om op te treden in Top Of The Pops! Hij hield er in 1979 een Grammy-nominatie aan over.
De 70s classic werd gecoverd door o.a. Elkie Brooks en Thomas Anders van Modern Talking. Bij deze laatste zat Gus Dudgeon opnieuw achter de mengtafel.
Gus Dudgeon komt op 21 juli 2002 samen met zijn echtgenote Sheila om het leven bij een verkeersongeval.
Ze komen bewusteloos in het water terecht en verdrinken. Gus bleek zwaar dronken en was achter het stuur in slaap gevallen.
Dudgeon werd 59 jaar.(Joepie 15 oktober 1978 en met dank aan Denis Michiels)

Bericht opnieuw plannen
Nu plaatsen
Hij begon al op jonge leeftijd te tekenen en te schilderen, en bleef dat zijn hele leven doen.
Hij liet zich inspireren door verschillende kunststromingen, zoals expressionisme, surrealisme en popart.
Hij schilderde vooral portretten, soms van zichzelf of van andere muzikanten, maar ook van fictieve personages of historische figuren. Hij gebruikte vaak felle kleuren en geometrische vormen om zijn visie uit te drukken.
Zijn schilderijen werden tentoongesteld in verschillende galerijen en musea over de hele wereld, en werden zeer gewaardeerd door critici en publiek.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gistere nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag