75 jaar geleden werden de Vlamingen in België vaak miskend en gekrenkt.

Niet onverdeeld zou de geschiedenis haar oordeel vellen over de periode die zojuist achter de rug lag.

Over één ding waren alle historici het echter eens: namelijk dat de vierde koning, bevoegd op het heil van volk en land, niet terecht was geprezen en bereid was gevonden om zijn persoon op te offeren, door al te troosten den grooten van zijn Zoon.

Met zijn troonsbestijging had koning Leopold geen ander doel dan het samenbinden der verspreide krachten van het land.

Hij zag het als zijn taak om de verdeelde opinies uit de weg te ruimen en de monarchale en grondwettelijke instellingen te versterken en te verzoenen.

Na deze week werd een nieuw tijdperk in de Belgische geschiedenis ingeluid. Men was ervan overtuigd dat men in de toekomst met trots zou kunnen terugblikken op het land en zijn vorstenhuis tijdens de honderdtwintig jaren van zijn bestaan.

Zoals de natuur na een geweldig onweer overvloed en herademing brengt, zo was het ook in de Belgische staatskunde na een lang opgeladen bewering tot bezinning, tot rust, tot vrede gekomen.

Honderdduizend jaren waren verstreken sinds de brave Surlet de Chokier het eerste regentschap aanvaardde.

Binnenslands was de verjaardag van de bijna even lang geleden troonsbestijging van Leopold I, stichter van het vorstenhuis, gevierd.

Dat wilde niet zeggen dat alles voor alle onderdanen naar wens was verlopen onder het bewind van de vier koningen, die elkaar in grondwettelijke continuïteit hadden opgevolgd.

Doch als het in het groot al zo vaak tot rust en vrede kwam, was het dan niet te verwachten in de veel grotere huishouding van een hele natie?

Geen enkele menselijke daad – ook niet die van koningen – is volmaakt.

Vooral de Vlamingen in België hadden geleden en waren gekrenkt.

Zij konden zich moeilijk thuis voelen onder het regime dat hun taal en hun wezen veronachtzaamde, dat hun pelgrimsrecht en geen rechten schonk.

Het begrip „België” was daardoor in hun ogen lange tijd een vreemde school geworden, die in de loop der eeuwen telkens op een passende manier werd herleid.

Desondanks waren de Vlamingen trouw gebleven aan het Vorstenhuis en hadden zij groot vertrouwen gesteld in hun koning.

Het was hun hoop dat dit uit hun hart kwam, een koning die hun taal sprak en niet ongevoelig was voor hun verwachtingen en voor hun wensen.

Moge Boudewijn zulk een koning zijn!

Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat de vooraanstaande Franse industrieel ontwerper Raymond Loewy overleed.

Na zijn studietijd in Parijs tussen 1910 en 1914 diende hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als tweede luitenant in het Franse leger.

In 1919 maakte hij de oversteek naar New York, waar hij aanvankelijk aan de slag ging als etaleur voor warenhuizen en als mode-illustrator voor bekende tijdschriften zoals Vogue, Harper’s Bazaar en Vanity Fair.

Tien jaar later, in 1929, richtte hij zijn eigen ontwerpbureau op.

Zijn filosofie was even simpel als doeltreffend, getuige de tekst op zijn visitekaartjes: als twee producten in prijs, functie en kwaliteit gelijk zijn, dan verkoopt het mooiste beter.

Dit bewees hij al snel met zijn eerste grote succes: het restylen van de Gestetner-stencilmachine.

Hoewel het apparaat technisch vrijwel identiek bleef aan zijn voorganger, zorgde de vereenvoudigde en strakkere vormgeving voor een efficiëntere productie en hogere verkoopcijfers.

In de decennia die volgden, leek het alsof Loewy alles ontwierp wat er maar te ontwerpen viel.

Van gestroomlijnde stoomlocomotieven, auto’s en vliegtuigen tot frisdrankautomaten, ijskasten en het interieur van NASA’s Skylab; hij stond altijd vooraan.

Hij werkte voor giganten als Pennsylvania Railroad, Greyhound, Coca-Cola en Studebaker.

Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het ontwerpen van verpakkingen voor Lucky Strike en beeldmerken voor grote bedrijven als Spar, Exxon en Shell.

Bij Shell bewees hij bovendien zijn scherpe zakelijke inzicht door niet alleen het logo af te leveren, maar ook strikte wereldwijde richtlijnen voor het uniforme gebruik ervan op te stellen.

Zijn benadering van het vak legde hij vast in zijn autobiografie Never Leave Well Enough Alone uit 1951.

Loewy’s invloed was op het hoogtepunt van zijn carrière zo groot dat naar schatting meer dan vijfenzeventig procent van de Amerikanen dagelijks met zijn ontwerpen in aanraking kwam.

Dit bracht hem ongekende roem, die vergelijkbaar was met die van een filmster, wat in 1949 resulteerde in een coververhaal in Time Magazine.

In de jaren zeventig kreeg zijn loopbaan een diplomatiek tintje toen hij, op verzoek van de Amerikaanse regering, voor de Sovjet-Unie ging werken in een poging de spanningen van de Koude Oorlog te verzachten.

Hij ontwierp voor hen onder meer een motorfiets, auto, tractor en diverse huishoudelijke apparaten, al zijn deze plannen helaas nooit gerealiseerd.

Ondanks zijn fenomenale staat van dienst eindigde zijn verhaal in mineur.

Waar zijn kantoor rond 1960 nog honderdtachtig werknemers telde, moest hij in 1977 wegens financiële problemen zijn Amerikaanse vestiging sluiten.

Toen Raymond Loewy in 1986 stierf, liet hij een onuitwisbare stempel achter op de moderne vormgeving, maar was hij zelf volledig bankroet.

Vandaag 40 jaar geleden werd eerste wachtmeester André Goeman doodgeschoten tijdens een routinecontrole op het klaverblad in Zwijnaarde.

Die nacht bracht de wachtmeester Luc Schuddinck door op zijn knieën in een polderweide in Wenduine.

Gangsters hadden hem daar met zijn eigen handboeien vastgeketend aan een omheiningspaal.

Enkele uren voordien hadden ze zijn collega André Goeman voor zijn ogen koudweg met een nekschot afgemaakt.

Nog eenmaal blikt Luc Schuddinck achterom naar de langste en verschrikkelijkste nacht van zijn leven.

André was een vaderfiguur voor mij, zoals ik nu ben voor mijn jongere collega’s hier op de Verkeerspost van Wetteren”, zegt Luc Schuddinck.

Hij was elf jaar ouder dan ik en was mijn monitor geweest tijdens mijn opleiding. ‘Ik had veel van hem geleerd.’

Die zondag 13 juli 1986 was ik met hem om 21 uur de nacht opgegaan.

We waren net begonnen te patrouilleren toen we in de onderbrugging van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een motorfiets zagen staan met twee mannen.

Ze spraken Frans.

Al snel bleek dat de motorfiets niet was ingeschreven of verzekerd en dat er iets niet pluis was met hun identiteitskaarten.

André had hen gevraagd een document in te vullen.

We stonden met zijn vieren in een halve cirkel over de motorkap gebogen toen een van hen plots een wapen naar me trok.

Ik stak mijn handen omhoog en op dat moment greep André Goeman naar zijn eigen pistool.

De gangster was hem echter te snel af en schoot hem van op een afstand van minder dan twee meter in de nek.

Hij was op slag dood.

Ze lieten hem liggen, de schutter sprong in de politiewagen, ik moest naast hem plaatsnemen en de andere kerel ging achter me zitten met een geladen pistool tegen mijn hoofd.

In volle vaart vertrokken we langs de E40 richting kust.

De gangsters waren in paniek en wisten niet waarheen.

Nu eens doofden ze de lichten, daarna staken ze ze weer aan.

De bestuurder zette mijn kepie op om de indruk te wekken dat hij een agent was.

Over de politieradio was duidelijk te horen dat men met man en macht op zoek was naar mij.

Ik stelde voor de radio buiten te gooien, maar ze wilden dat ik zou vertalen wat er gezegd werd.’

Ik heb veel met hen geconverseerd.

Ik vroeg wat ze van plan waren met mij en smeekte hen om mij in leven te laten.

Niet voor mezelf, maar voor mijn drie kinderen van zes, vier en twee jaar.

Ondertussen wikte ik mijn ontsnappingskansen.

Toen we in Wenduine voor een rood licht stonden, overwoog ik de deur te openen en uit de wagen te springen, maar ik had schrik dat ik al dood zou zijn nog voor ik op straat lag.

Uiteindelijk verplichtten ze me aan een verlaten weide uit te stappen.

Op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik nog maar enkele seconden te leven had.

Wat je dan voelt, is pure doodsangst.

Maar ze ketenden me vast aan een zware paal, gooiden mijn fluo-jas over me tegen de regen en reden weg.

Pas na twee uur begon ik een beetje hoop te krijgen dat ik zou overleven.

In de verte zag ik een boerderij staan.

Ik heb urenlang tevergeefs de ziel uit mijn lijf geschreeuwd.

Mijn stembanden waren zo ver uitgerekt dat het nooit meer is goedgekomen.

Uiteindelijk heeft een schapenboer mij om 8.45 uur ’s morgens bevrijd.

Hij kwam langsgereden met zijn wagen.

Het was de man van de boerderij.

Hij zei dat hij wel had horen roepen, maar dat er in het zomerseizoen met al die toeristen altijd nachtlawaai was.

Zijn vrouw is teruggereden om een kniptang en ze hebben me naar het politiebureau gevoerd.

Mijn eerste telefoontje was naar mijn vrouw om haar gerust te stellen dat ik nog leefde.

Dezelfde dag nog werden de twee gangsters aangehouden in Luik.

Het bleek te gaan om Philippe Gonda en Christian Karko die uit de gevangenis van Hoei waren ontsnapt.

Ik stond erop om het hele proces bij te wonen.

Ze hebben allebei de doodstraf gekregen.

Karko is vermoedelijk al tien jaar vrij, maar Gonda niet, denk ik.

Ik hoor er niks meer van en het interesseert me ook niet echt.

Het waren zware jongens.

Gonda zou zelfs een cipier gecastreerd hebben in de gevangenis.’

Na drie maanden na de feiten heb ik terug de draad weer opgepikt

Ik heb achteraf de weerbots gekregen, maar ik ben uit het dal geklauterd door me op mijn nieuwbouw in Deinze te werpen.

Slachtofferhulp bestond toen nog niet.

Er was zelfs geen sociaal assistente, er was niks.

Soms denk ik: wat zou er gebeurd zijn als André Goeman zijn wapen niet had getrokken?

Wellicht leefde hij dan nog.

Maar zijn reactie was normaal.

Hij heeft gehandeld vanuit een beschermende reflex.

Als je partner in gevaar is, dan doe je iets.”(Diverse bronnen, Geert Neyt, Nieuwsblad juli 2006 en De Post 27 juli 1986)

Vandaag is het ook al 55 jaar geleden dat Louis Armstrong is overleden.

De laatste grote van een heroïsch tijdperk was heengegaan. Mister Jazz was niet meer.

Het laatste wat Lucille Armstrong nog voor haar overleden echtgenoot had kunnen doen, was met veel liefde en toewijding de kraakwitte zakdoek, die hij steeds had gebruikt om zijn zweet af te wissen, tussen zijn koude handen steken.

Duizenden mensen waren opgekomen om een groet te brengen aan Mister Jazz.

De uitvaart in de Corona-kerk van New Yorks Queenswijk werd bijgewoond door onder andere Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman, Peggy Lee en gouverneur Rockefeller van de staat New York.

Er had nog één korte Europese tournee op zijn najaarsprogramma gestaan met een vijftal concerten, waarvan één te Brussel.

Want nadat hij enkele weken daarvoor uit de kliniek was gekomen, was het zijn enige droom geweest ooit nog eens in Europa te spelen.

Gisteren nog vandaag

Dat was het Europa waar hij steeds zo uitbundig was ontvangen en waar men hem op de handen had gedragen.

Hij was daar in 1932 na een eerste concertreis vandaan gekomen met de vreugdekreet dat men daar niet eens zag wie hij was.

Hij overleed eenenzeventig jaar en twee dagen na zijn geboorte in New Orleans. Amerika had zijn beste ambassadeur verloren, en de veertigers van de hele wereld ervoeren dit afsterven als een persoonlijk verlies.

Weer had een van de idolen uit hun jeugd het bijltje erbij neergelegd.

Maar de muziek van Satchmo was onsterfelijk. Hij was niet alleen de King of Jazz geweest, hij was de jazz zelf.

Hij vertegenwoordigde, de laatste tijd bijna helemaal alleen, het beste in de jazz: opgewekte levensvreugde

Louis Armstrong, de legendarische jazztrompettist uit New Orleans, hield zijn hele leven vast aan de overtuiging dat hij op 4 juli 1900 ter wereld kwam.

Hoewel hij publiekelijk vaak beweerde zijn exacte geboortedag niet te kennen, koos hij symbolisch voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag om het leven te vieren.

Op officiële documenten varieerde het jaartal soms naar 1901, maar de werkelijke datum bleef decennialang een mysterie.

Pas in 1988 ontdekte muziekhistoricus Tad Jones de waarheid in de dooparchieven van de Rooms-katholieke kerk; Armstrong bleek op 4 augustus 1901 te zijn geboren.

Deze datum wordt inmiddels door kenners wereldwijd als de enige juiste geaccepteerd.

Zijn begin was allesbehalve koninklijk. Geboren in extreme armoede in New Orleans, groeide Louis op in een rauwe wereld van hoerenkasten, straatorkesten en rivierboten.

Op zijn twaalfde belandde hij in een opvoedingsgesticht voor gekleurde jongeren, nadat hij tijdens Oud en Nieuw met een pistool in de lucht had geschoten.

Het was daar dat hij zijn eerste cornet kreeg, een moment dat de koers van de muziekgeschiedenis zou veranderen.

Wat volgde was een van de meest legendarische carrières ooit.

Hij ontwikkelde zijn talent bij grootheden als King Oliver, Fletcher Henderson en Earl Hines, om later zijn eigen iconische groepen, de Hot Five en Hot Seven, te vormen.

Hij scoorde wereldhits die generaties overstijgen, zoals What a Wonderful World, Hello, Dolly! en Mack the Knife.

Zelfs toen moderne stromingen zoals jazzrock en free jazz opkwamen, bleef Armstrong trouw aan zijn eigen stijl: melodieus, swingend en vol gevoel.

Achter de eeuwige glimlach en de bijnaam Satchmo zat een man die veel had getrotseerd, van racisme en uitbuiting tot ernstige ziekte.

Toch koos hij nooit voor bitterheid. Hij hanteerde een eenvoudige filosofie: er zijn twee soorten muziek, goede en slechte, en hij speelde simpelweg de goede.

Hij stond ook bekend om zijn opvallende persoonlijke gewoontes; zo droeg hij altijd een zakje met een sterrenbeeldmedaillon bij zich en was hij een vurig pleitbezorger van specifieke dieetvoorschriften en laxeermiddelen, die hij enthousiast uitdeelde aan vrienden.

Zijn onverwoestbare werkethiek bleef hem bij tot het einde. In maart 1971 gaf hij, tegen het dringende advies van zijn artsen in, nog een reeks optredens in de Waldorf-Astoria Empire Room.

Dit eiste een zware tol, want direct daarna werd hij opgenomen met een hartaanval.

Hoewel hij in mei het ziekenhuis mocht verlaten en direct weer naar zijn trompet greep, was zijn hart verzwakt.

Hij overleed uiteindelijk in zijn slaap op 6 juli 1971, slechts een maand voor zijn zeventigste verjaardag.

De uitvaart in de Corona-kerk in Queens weerspiegelde zijn enorme status en werd bijgewoond door grootheden als Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman en Peggy Lee, evenals gouverneur Rockefeller.

De woorden van zijn tijdgenoten vormen zijn definitieve eerbetoon.

Bing Crosby noemde hem onvervangbaar, Miles Davis stelde dat elke blazer in zijn schaduw stond, en Duke Ellington vatte het treffend samen: hij werd arm geboren, stierf rijk en heeft in de tussentijd niemand benadeeld.

Louis Armstrong vond zijn laatste rustplaats op de Flushing Cemetery in Queens, New York.

Gisteren nog vandaag

Vandaag exact veertig jaar geleden ging de historische Ronde van Frankrijk van 1986 van start.

Terwijl wielerjournalist Mark Vanlombeek voor zijn werk de Tourkaravaan door het Franse landschap volgde, verbleven zijn vrouw en kinderen aan de Belgische kust, een menselijk contrast dat het tijdschrift Story destijds mooi optekende in de editie van 8 juli.

Het peloton kleurde dat jaar behoorlijk in de Lage Landen, met een sterke afvaardiging van 32 Belgische en 19 Nederlandse renners aan de startlijn.

Onze landgenoten lieten zich in die 73ste editie bijzonder goed opmerken en wisten de Tour extra glans te geven met vijf indrukwekkende ritzeges.

Pol Verschuere opende het Belgische succesverhaal met winst in de allereerste etappe van Nanterre naar Sceaux. Ludo Peeters triomfeerde in de zevende rit van Cherbourg naar Saint-Hilaire du Harcouët, waarna Eddy Planckaert meteen een dag later het goede voorbeeld volgde en de achtste etappe naar Nantes op zijn naam schreef.

Ook Rudy Dhaenens en Frank Hoste mochten juichen na overwinningen in respectievelijk de elfde rit vanuit Futuroscope naar Bordeaux en de vijftiende etappe van Carcassonne naar Nîmes.

De Nederlandse eer werd succesvol verdedigd door Johan van der Velde, die in de vijfde etappe van Evreux naar Villers-sur-Mer de tegenstand te slim af was en als eerste over de streep kwam.

Naast de successen uit de Lage Landen staat de Tour van 1986 in de internationale wielergeschiedenis vooral gegrift als de ronde van een van de meest beklijvende interne ploegduels ooit.

Binnen het dominante La Vie Claire team vochten de Amerikaan Greg LeMond en de Franse vijfvoudige winnaar Bernard Hinault een psychologische en fysieke slijtageslag uit.

Hoewel Hinault een jaar eerder had beloofd LeMond aan de eindzege te helpen, viel hij zijn jongere ploegmaat meermaals aan onder het mom dat hij hem wilde dwingen de zege echt te verdienen.

Deze zinderende en soms verwarrende tweestrijd leverde iconische televisiebeelden op, met als absoluut hoogtepunt de etappe naar l’Alpe d’Huez waar beide rivalen hand in hand over de finish kwamen. Uiteindelijk trok LeMond aan het langste eind in het algemeen klassement.

Hij kroonde zich zo tot de allereerste Amerikaanse, en bij uitbreiding niet-Europese, winnaar van de Ronde van Frankrijk, een mijlpaal die de wielersport wereldwijd een enorme impuls gaf.

Vandaag, 55 jaar geleden, was er een poging om Panamarenko’s zeppelin The Aeromodeller in de lucht te krijgen.

Op 3 juli 1971, een datum die exact vijftig jaar later nog steeds als een legendarisch moment in de kunstgeschiedenis werd herdacht, probeerde hij de luchtwaardigheid van zijn majestueuze zeppelin te testen.

Een jaar lang had Panamarenko gewerkt aan dit luchtschip, of beter de officiële benaming aerostat, en hij ontwierp zelf het plan van het tuig.

De ballon was een heuse nieuwigheid, omdat er geen binnenballons in voorzien waren, en een van de laatste wijmenvlechters hielp hem bij de bouw.

Panamarenko had zich op dit moment voorbereid in een gehuurde loods.

Dit gebeurde op de weide van collega-kunstenaar Jef Geys in het Kempense Balen-Neet, waar de zeppelin zou opstijgen.

Het grote doel van deze testvlucht was om de oversteek te wagen naar het kunstenevenement Sonsbeek buiten de perken in Nederland.

De gedurfde overtocht werd echter in de kiem gesmoord toen deze formeel werd verboden door de Nederlandse luchtvaartpolitie, die Panamarenko hiervan per telegram op de hoogte bracht.

Tot overmaat van ramp stak er net op dat moment boven de weide in Balen een hevige storm op, die de fysieke poging om op te stijgen definitief deed mislukken.

Op zondag waaide er een strakke wind over de weiden.

Terwijl Panamarenko zenuwachtig de omstandigheden in de gaten hield, speelde de wind hevig in op het omhulsel.

Even leek het erop dat de zeppelin van Panamarenko toch de lucht in zou gaan, maar zowel de kajuit als de ballon scheurden wat voortijdig.

Het project eindigde al snel als een brandende ontgoocheling, klapperend achter de bomen.

Iedereen probeerde te redden wat er nog te redden viel, maar de droom ging onherroepelijk in flarden en de hoop viel in duigen.

Panamarenko bevond zich in de stuurloze kajuit en zag hoe de resten van zijn vliegend tapijt verspreid raakten over de vallei van de Nete.

Uiteindelijk was het enkel het bekende busje van Panamarenko dat ongeschonden op het terrein achterbleef.

Henri Van Herwegen, wereldwijd beter bekend onder zijn pseudoniem Panamarenko, was een van de meest eigenzinnige Belgische kunstenaars van de twintigste eeuw.

Zijn opvallende artiestennaam was een speelse samenvoeging van de toenmalige luchtvaartmaatschappij Pan American Airlines en de naam van een Russische generaal die hij ooit op de radio hoorde.

Tussen 1969 en 1971 bouwde deze visionaire Antwerpenaar zijn meest tot de verbeelding sprekende zeppelin, genaamd The Aeromodeller.

Het tuig belichaamde de diepe droom van de kunstenaar om zich te allen tijde in absolute vrijheid door het luchtruim te kunnen voortbewegen.

Het was niet zomaar een voertuig; de gondel, gemaakt van gevlochten rotan, was werkelijk geconcipieerd als een functionele woonruimte.

Boven op deze gondel stonden twee vliegtuigmotoren gemonteerd voor de besturing van het imposante geheel, dat gedragen werd door de sigaarvormige ballon van bijna dertig meter lang.

Panamarenko was mateloos gefascineerd door aerodynamica, al bevonden zijn poëtische constructies zich altijd precies op de flinterdunne grens tussen droom en wetenschap.

Ondanks de tegenslag in Balen groeide The Aeromodeller uit tot het absolute meesterwerk van Panamarenko’s rijke oeuvre.

In de decennia die volgden, bleef zijn drang om de zwaartekracht te overwinnen ongekend groot.

In zijn bekende huis in de Antwerpse Biekorfstraat, waar hij van 1970 tot 2002 woonde en werkte, bouwde hij nog tal van variantmodellen en prototypes voor luchtschepen, telkens met andere vormen, kleuren en verhoudingen.

Daarnaast creëerde hij een fascinerend universum van vliegende tapijten, duikboten en tuigen aangedreven door menselijke spierkracht of ingenieuze veermechanismen.

Toen de kunstenaar in 2005 besloot om met pensioen te gaan en naar Horebeke verhuisde, kwam het pand in de Biekorfstraat in het bezit van het museum voor hedendaagse kunst M HKA.

In die latere levensfase vond Panamarenko ook groot persoonlijk geluk.

Op 18 oktober 2003 trouwde hij met de opgeleide modeontwerpster Eveline Hoorens, die hij steevast liefkozend zijn Sneeuwwitje noemde.

Eveline runt de familiale koffiebranderij Hoorens Koffie en Thee in het Oost-Vlaamse Zottegem.

Het echtpaar deelde een grote creatieve passie en ontwierp samen een unieke zeppelin als blikvanger voor haar winkel.

Het afscheid van Panamarenko uit de actieve kunstwereld betekende allerminst stilzitten; hij stortte zich mee op de branderij, die een speciale en zeer toepasselijke koffiemélange op de markt bracht onder de naam Panamajumbo.

Sinds het overlijden van de kunstenaar in december 2019 beheert Eveline met veel toewijding zijn artistieke nalatenschap.

Door regelmatig herdenkingen en boeiende exposities rond zijn werk te organiseren, zorgt zij ervoor dat de dromen en de verbeelding van Panamarenko levend blijven voor de volgende generaties.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

De gierigste miljardair ter wereld: een terugblik op het meedogenloze leven van Jean Paul Getty, een halve eeuw na zijn overlijden.

Jean Paul Getty was met een persoonlijk vermogen van 15 miljard dollar een van de rijkste mensen ter wereld.

De in de Verenigde Staten geboren oliemagnaat had al op 24-jarige leeftijd zijn eerste miljoen verdiend, waarna hij tijdelijk met pensioen ging om een playboyleven in Los Angeles te leiden.

Hoewel hij al snel terugkeerde naar de zakenwereld en een van de omvangrijkste kunstcollecties op deze planeet opbouwde, was hij op iets heel anders het meest trots: een mannelijk geslacht van meer dan dertig centimeter.

Zijn immense fortuin kwam overigens in een stroomversnelling toen hij in 1949 een gok waagde in het Midden-Oosten en Arabisch leerde om persoonlijk de uiterst lucratieve oliecontracten met Saoedi-Arabië uit te onderhandelen.

Hij sprak daarnaast ook vloeiend Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch.

Zijn privéleven was een aaneenschakeling van schandalen en huwelijken, want Getty trouwde maar liefst vijf keer.

Zijn echtgenotes waren achtereenvolgens Jeanette Dumont, met wie hij van 1923 tot 1925 getrouwd was en zoon George Franklin Getty II kreeg.

Daarna volgde Allene Ashby van 1926 tot 1928 en Adolphine Helmle van 1928 tot 1932, met wie hij zoon Jean Ronald Getty kreeg.

Met Ann Rork, getrouwd van 1932 tot 1935, kreeg hij twee zonen: Paul Getty en Gordon Getty.

Tot slot was er Louise Dudley Lynch van 1939 tot 1958, de moeder van zijn op twaalfjarige leeftijd overleden zoon Timothy.

Omdat scheiden voor hem niet snel genoeg kon gaan, leefde de miljardair twee keer in bigamie.

Dat hij hiervoor niet meermaals gerechtelijk werd vervolgd, had hij uitsluitend aan zijn grote invloed te danken.

Tijdens de scheiding van zijn vierde vrouw Ann bracht haar getuigenis echter alsnog een gigantisch schandaal aan het licht.

Terwijl zij acht maanden zwanger was, vertrok Getty naar Europa om de bloemetjes buiten te zetten.

Toen zij hem achterna reisde, sloot hij haar op in zijn Parijse liefdesnest aan de Rue Saint-Didier, terwijl hij zichzelf amuseerde in een hotel met jonge Françaises.

Bovendien verplichtte hij de hoogzwangere vrouw om de Vesuvius te bewandelen, wat erin resulteerde dat het kind enkele dagen later te vroeg werd geboren op een Italiaans vrachtschip.

Terug in Los Angeles huurde hij een goedkope flat voor zijn vrouw en kind, en trok zelf weer in bij zijn moeder.

Een later bezoekje aan Ann resulteerde in een nieuwe zwangerschap, wat voor Getty de ultieme reden was om prompt weer naar Europa te vluchten.

Kort na de geboorte keerde hij even terug, keek in het ziekenhuis naar de baby, zei enkel dat het kind op haar leek, en vertrok direct weer.

Zijn zonen konden de meedogenloze oliemagnaat net zo min schelen als zijn vrouwen.

De oudste dreef hij tot drank en zelfmoord in 1973.

De volgende onterfde hij kort na de geboorte, puur uit wraak op de moeder, omdat zij weigerde genoegen te nemen met een karige alimentatie.

Zijn derde zoon werd al snel drugsverslaafd, en over zijn vierde gaf hij zijn advocaat letterlijk de opdracht om hem kapot te maken.

Het meest hartverscheurend was de situatie rond zijn jongste zoon Timothy, die op negenjarige leeftijd een hersentumor kreeg.

Getty maakte zich voornamelijk kwaad over de hoge behandelingskosten.

Toen het jongetje op twaalfjarige leeftijd stierf, kwam de miljardair niet eens naar de begrafenis, maar was hij wel razend, omdat hij de uitvaartkosten te hoog vond.

Op latere leeftijd verklaarde Getty over zijn relaties dan ook stellig dat een blijvende relatie met een vrouw alleen mogelijk is als je een zakelijke mislukkeling bent.

Gisteren nog vandaag

(Foto met fotomodel Dorien Leigh)

Wat veel mensen niet weten, is dat hij ondanks deze kille opvattingen wel zelfhulpboeken schreef, waaronder het bekende How to Be Rich, en in zijn vrije tijd een leeuwenwelp als huisdier hield.

Ondanks zijn immense fortuin was Old John, zoals de oliebaron werd genoemd, een notoire gierigaard.

Om geld uit te sparen, waste hij zijn eigen kleding met de hand, zodat hij de stomerij niet hoefde te betalen.

Op recepties en cocktailparty’s stond hij erom bekend zijn zakken te vullen met gratis sigaren en gebakjes.

Op zijn landgoed Sutton Place in het Britse Surrey liet hij zelfs een betaaltelefoon installeren, speciaal om te voorkomen dat hij moest opdraaien voor de telefoontjes van zijn personeel en gasten.

Als hij reisde, onderhandelde hij eindeloos tot hij de mooiste kamer in het meest luxe hotel kreeg voor een absoluut minimumbedrag, een tactiek die hij ook steevast toepaste bij het afdingen op kunst en onroerend goed.

Deze drang naar gierigheid bleek ook toen de schatrijke Griekse scheepsmagnaat Aristoteles Onassis bij hem op bezoek kwam; de gast kreeg niet eens een stoel aangeboden om op te zitten, wat pijnlijk duidelijk maakte dat er zelfs onder de allerrijksten nog steeds ongelijkheid bestond.

Het absolute dieptepunt van zijn krenterigheid werd bereikt toen zijn zestienjarige kleinzoon John Paul Getty III in 1973 in Rome werd ontvoerd door de Italiaanse maffia.

De ontvoerders eisten zeventien miljoen dollar losgeld, wat voor Getty een peulenschil was, maar hij weigerde stellig te betalen.

Pas toen de kidnappers een afgesneden oor en een haarlok naar een krant stuurden met de dreigende boodschap dat het andere oor zou volgen of de jongen in stukjes zou terugkeren als het geld niet binnen tien dagen werd betaald, kwam de oude Getty in actie.

De losgeldprijs was inmiddels gezakt naar drie miljoen dollar, maar Getty wilde niet meer dan 2,2 miljoen betalen, omdat dit precies het maximale bedrag was dat hij fiscaal van de belasting kon aftrekken.

De resterende 800.000 dollar mocht zijn zoon van hem lenen, uiteraard wel tegen een rente van vier procent.

Zijn kleinzoon kwam dit immense trauma nooit te boven; hij raakte verslaafd aan drugs, kreeg een beroerte door een overdosis drank en medicijnen en eindigde zwaar verlamd en vrijwel blind.

Gisteren nog vandaag

(Foto met Onassis)

Regisseur Ridley Scott verfilmde dit ijzingwekkende verhaal in 2017 in de film All the Money in the World, die geïnspireerd was op het boek Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty van auteur John Pearson.

In zijn latere jaren trok de hoogbejaarde Getty, die een cosmetische facelift had ondergaan die enigszins mislukt was en hem een onnatuurlijke uitdrukking gaf, zich terug op zijn kasteel Sutton Place, waar hij samenleefde met maar liefst zes vriendinnen.

Hij vergeleek zichzelf met een boosaardige duivel en gaf openlijk toe dat zijn enige overgebleven plezier was om deze vrouwen tegen elkaar op te hitsen.

Elke avond koos hij zijn bedpartner door een van hen met een klap op de bips te sommeren.

De onderlinge concurrentiestrijd was intens; er ging geen week voorbij zonder hysterische aanvallen en woede-uitbarstingen.

Krijsend vlogen de vrouwen elkaar in de haren, vielen ze elkaar aan met bestek en aan de eettafel werd continu gebekvecht om de ereplaats naast Getty.

Tijdens wandelingen duwden ze elkaar letterlijk aan de kant om naast hem te kunnen lopen.

Er heerste oorlog op alle fronten, maar de vrouwen verdroegen het in de vaste overtuiging dat zij voor hun beste jaren rijkelijk beloond zouden worden in zijn testament.

Gisteren nog vandaag

(foto met de zes vrouwen die hij op het einde van zijn leven deelde)

De oude miljardair bedroog hen echter nog in de dood.

Toen hij op 83-jarige leeftijd stierf, was de vervreemding van zijn familie zo groot dat uitsluitend zijn oudste zoon Paul op de begrafenis verscheen.

De ontsteltenis was enorm toen bleek dat Getty enkele weken voor zijn dood zijn testament ingrijpend had gewijzigd.

Hij liet zijn volledige bezit niet na aan zijn zonen, maar vermaakte alles aan zijn museum in Malibu.

Ook de zes vriendinnen kwamen bedrogen uit: op één na kregen zij allemaal slechts een handvol aandelen met een magere waarde van een paar duizend dollar.

Voor het zwakke geslacht had hij nog een allerlaatste cynische verrassing in petto.

Al wie kon bewijzen dat zij ooit intiem met hem was geweest, ontving exact tien dollar uit de erfenis, en ook zonen of dochters die uit een dergelijke relatie waren voortgekomen, moesten het met precies datzelfde bedrag doen.

Gisteren nog vandaag

(foto 1 met fotomodel Danielle Hegeler)

Vandaag precies vijfenvijftig jaar geleden, ontsnapte Radio Noordzee Internationaal aan een ramp, toen Radio Veronica probeerde het station definitief uit te schakelen met een bom.

Veronica zag in RNI een geduchte concurrent en had de eigenaren Meister en Bollier eerder al een aanzienlijk bedrag geboden om te stoppen met hun uitzendingen, vooral met de Nederlandstalige programmering.

Toen dat niet hielp, escaleerde het conflict.

Op zaterdag 15 mei 1971 ontplofte er een brandbom aan boord van het zendschip de Mebo II.

Hoewel het de bedoeling was om de olieleiding in de machinekamer te raken, werd de waterleiding getroffen.

Gisteren nog vandaag

Er ontstond een felle brand op het achterschip. Dj Alan West was op dat moment live in de lucht met een Engelstalig programma en draaide net de plaat Melting Pot van Blue Mink toen de explosie hem opschrikte.

Terwijl hij poolshoogte ging nemen, zag hij nog net een kleine motorboot wegvaren.

In paniek keerde hij terug naar de studio om een dringende noodoproep uit te zenden, waarbij hij herhaaldelijk Mayday en SOS riep. Later herhaalde de Nederlandse kapitein deze roep om hulp.

Dankzij de snelle inzet van blusboten was de brand vlot onder controle.

Hoewel het station tijdelijk uit de lucht ging, vielen er gelukkig geen gewonden.

Gisteren nog vandaag

De schade bleef relatief beperkt tot een afgebrand achterdek en het bovenste deel van de kombuis, waardoor de zender de volgende dag alweer operationeel was.

Aanvankelijk circuleerden er geruchten in de pers dat de BVD achter de aanslag zat.

Men vermoedde dat de eigenaren banden hadden met de DDR of Libië en de kortegolfzender gebruikten voor spionage.

De waarheid was echter anders: drie opgepakte duikers bekenden dat zij door Radio Veronica waren betaald met een bedrag van 100.000 gulden.

Gisteren nog vandaag

Foto: Tom V.D.L één van de duikers die de aanslag uitvoerde

Het doel was om de Mebo II naar de kust te dwingen, zodat er beslag op het schip gelegd kon worden vanwege een vermeende contractbreuk.

De aanslag pakte voor Veronica volledig verkeerd uit.

Radio Noordzee kreeg massale sympathie van het publiek en de populariteit van het station nam enorm toe.

Tegelijkertijd was dit incident voor de Nederlandse overheid de druppel om definitief wetgeving tegen zeezenders in te voeren.

De betrokkenen, waaronder de duikers, aandeelhouder Norbert Jürgens en Bull Verweij van de directie van Veronica, werden uiteindelijk veroordeeld tot gevangenisstraffen

55 jaar geleden, weeklange schoolstaking leidt tot historische overwinning te Gent.

Het incident dat in december 1970 de Gentse Rijksmiddelbarenormaalschool op stelten zette, staat in de geschiedenisboeken bekend als de kus van Erna.

Het verhaal draait om de bijna twintigjarige studente Erna Van de Velde.

Wanneer zij bij de schoolpoort afscheid neemt van haar verloofde, die op dat moment zijn legerdienst vervult in Duitsland, worden ze opgemerkt door de directeur, de heer De Vogelaere.

De directeur vindt dit gedrag ongepast en bestraft Erna met een schorsing van een week.

Hij vreest dat dergelijke uitingen van genegenheid zouden kunnen leiden tot wanorde bij de schoolpoort.

Deze beslissing valt volledig verkeerd bij de medestudenten van Erna.

De tweehonderd toekomstige regenten van de school aan de Ledeganckstraat besluiten direct in staking te gaan.

Zij voelen zich door de directeur behandeld als kleine kinderen, terwijl velen van hen al bijna volwassen zijn, sommigen zelfs getrouwd zijn of een eigen huishouden runnen.

De staking duurt een volle week.

De studenten weigeren de lessen te volgen, maar blijven wel op school om te schaken, te breien of gezelschapsspelletjes te spelen.

Hun grieven gaan dieper dan alleen de straf voor Erna; ze eisen meer inspraak en verzetten zich tegen wat ze noemen het dictatoriale optreden van de directeur en verouderde schoolreglementen.

Tijdens de woelige week slaat het noodlot toe voor directeur De Vogelaere: hij valt uit bed, breekt een dijbeen en moet met hoge koorts in bed blijven.

In zijn afwezigheid wordt de leiding overgenomen door een voorlopig directiecomité.

De staking eindigt uiteindelijk in een overwinning voor de studenten, waarbij de opgelegde straf en de strikte regels ter discussie komen te staan.