Het Steen in Elewijt, ook bekend als het Rubenskasteel, kent een rijke geschiedenis die nauw verbonden is met de landschappen rondom Mechelen en de latere levensjaren van de beroemde barokschilder Peter Paul Rubens.

De oorsprong van het domein gaat ver terug tot de middeleeuwen.

Al in de elfde of twaalfde eeuw stond op deze strategische plek een houten of stenen burcht, die diende als een versterkte grensmoerasburcht om de regio te beschermen.

In de loop van de veertiende eeuw werd dit complex herbouwd tot een stevige burcht van zandsteen, waaraan het kasteel zijn naam Het Steen dankt. Het deed in die tijd ook dienst als gevangenis en garnizoenspost.

De meest glansrijke periode voor het kasteel brak aan in mei 1635. Peter Paul Rubens, destijds een gevierd diplomaat en schilder op leeftijd, kocht het zwaar vervallen middeleeuwse slot en de omliggende gronden voor een bedrag van 14.000 guldens.

Hij was kort daarvoor getrouwd met zijn jonge tweede vrouw, Hélène Fourment, en zocht een rustig buitenverblijf buiten Antwerpen om te ontsnappen aan de stadsdrukte en zijn opspelende jicht.

Rubens droeg bij de aankoop van het kasteel al een indrukwekkende internationale carrière met zich mee, want hij was veel meer dan alleen een begenadigd kunstenaar.

Als meertalige, erudiete en charmante verschijning groeide hij uit tot een van de belangrijkste diplomaten van zijn tijd.

De aartshertogen Albrecht en Isabella van de Spaanse Nederlanden merkten zijn talenten op en zetten hem in voor delicate internationale missies.

Zijn schildersatelier diende vaak als de perfecte dekmantel; terwijl hij vorsten en edellieden portretteerde, voerde hij ondertussen discrete politieke gesprekken.

Zijn diplomatieke meesterstukken vonden plaats tussen 1627 en 1630, toen hij een sleutelrol speelde in het tot stand brengen van vrede tussen Spanje en Engeland.

Hij reisde hiervoor naar de hoven in Madrid en Londen, waar hij diepe indruk maakte op zowel de Spaanse koning Filips de Vierde als de Engelse koning Karel de Eerste.

Als dank voor zijn succesvolle bemiddeling sloegen beide koningen hem tot ridder, een uitzonderlijke eer voor een kunstenaar.

Ondanks zijn successen raakte Rubens in de vroege jaren dertig vermoeid door de complexe intriges aan het hof, waarna hij besloot zich grotendeels uit de actieve diplomatie terug te trekken en zich te richten op zijn gezinsleven en de schilderkunst.

Rubens liet het kasteel ingrijpend verbouwen in de stijl van de Vlaamse renaissancestructuur.

Hij voegde onder andere de karakteristieke trapgevels toe en liet de ramen vergroten om meer licht binnen te laten.

Hoewel de zware zandstenen muren aan de basis behouden bleven, transformeerde het complex van een grimmige middeleeuwse burcht naar een elegant ogend herenhuis op het platteland.

De omgeving van Elewijt inspireerde Rubens enorm tijdens zijn laatste levensjaren.

In deze periode schilderde hij minder religieuze of mythologische taferelen en richtte hij zich volop op de natuur.

Beroemde meesterwerken zoals Herfstlandschap met uitzicht op Het Steen en De runderenwal weerspiegelen direct de weidse weilanden, bossen en sfeer rondom zijn buitenverblijf.

Nadat Rubens in 1626 zijn eerste vrouw Isabella Brant had verloren, hertrouwde de inmiddels 53-jarige kunstenaar in december 1630 met de pas 16-jarige Hélène Fourment.

Hélène werd geboren in Antwerpen op 11 april 1614 als de jongste dochter van de welgestelde tapijten- en zijdehandelaar Daniël Fourment en Clara de Stot.

Haar legendarische schoonheid betoverde de ouder wordende schilder volledig, en ze werd al snel zijn ultieme muze.

Rubens vereeuwigde haar weelderige gedaante in talloze beroemde schilderijen, zoals Het pelsken, Hélène Fourment met haar kinderen en de monumentale Tuin van de liefde.

Samen kregen ze vijf kinderen, van wie de jongste werd geboren na het overlijden van de schilder.

Na de dood van Rubens in 1640 bleef Hélène Fourment nog enige tijd op het kasteel wonen.

Ze weigerde uit respect voor zijn nalatenschap een aantal zeer persoonlijke en intieme naaktschilderingen die hij van haar had gemaakt te verkopen, al werden sommige later alsnog verspreid.

Enkele jaren later hertrouwde ze met de diplomaat Jan Baptist van Broechoven, met wie ze nog vijf kinderen kreeg.

Ze speelde hierdoor een prominente rol in de Antwerpse en Brusselse hoogste kringen tot aan haar overlijden in Brussel op 15 juli 1673.

In de eeuwen daarna wisselde het domein herhaaldelijk van eigenaar.

Tijdens de achttiende eeuw onderging het interieur aanpassingen in de classicistische stijl en in de negentiende eeuw volgde een ingrijpende neogotische restauratie, die het kasteel zijn huidige uiterlijk gaf met behoud van de herkenbare renaissancetrekken die Rubens had achtergelaten.

Het kasteel en de omliggende gronden kwamen in de 20e eeuw onder druk te staan door verstedelijking en de verkoop van gronden.

Dit leidde tot bezorgdheid over het behoud van het historische domein.

In juli 1936 publiceerde het weekblad “De Stad” een paginagroot artikel, met diverse foto’s die het kasteel en de omgeving in beeld brachten.

De tekst uitte felle kritiek op het feit dat een dergelijk nationaal erfgoed aan de hoogstbiedende werd verkocht, en verwees naar de verkoop van andere historische panden die voor het land verloren gingen.

De bezorgdheid betrof ook de integriteit van het domein, dat “niet verkaveld, of nog ten dele verkocht mag worden”.

De actie in “De Stad” was een voorloper van de strijd voor het behoud van cultureel erfgoed en getuigt van de groeiende publieke bewustwording van de waarde van het Rubenskasteel.

Ondanks de oproep werd het kasteel uiteindelijk toch verkocht aan private kopers.

Pas in 2019 werd het kasteel aangekocht door Toerisme Vlaanderen, met als doel het monumentale erfgoed en de omliggende natuur te herstellen en open te stellen voor het publiek.

Hoewel ook vandaag het kasteel nog een sprookjesachtig monument is, omringd door een park van 26 hectare, is het kasteel op dit moment niet open voor het publiek.

Want een restauratie drong zich op en de Vlaamse regering doet daarvoor een beroep op Herita, een gespecialiseerde erfgoedorganisatie die al een resem kastelen en andere erfgoedlocaties in Vlaanderen beheert.

De bedoeling is dat het kasteeldomein tegen 2029 in ere is hersteld.

De buitenkant en de rentmeesterwoning worden gerestaureerd, en de orangerie krijgt een nieuwe functie als onthaal, waar bezoekers het verhaal van Rubens kunnen ontdekken

90 jaar geleden, te gast in het Kasteel van Boelare.

Het kasteel is gelegen in een groene omgeving aan een bocht van de Dender, ten noordoosten van het vroegere dorpje Nederboelare, dat nu deel uitmaakt van Geraardsbergen in Oost-Vlaanderen.

De eerste vermelding van een heer van Boelare dateert van eind 11e eeuw, met Etienne van Boelare als eerste bekende naam.

Het kasteel was toen waarschijnlijk een versterkte burcht. De Baronie van Boelare was een van de vijf grote baronieën van het Land van Aalst en omvatte twaalf dorpen.

De familie Van Boelare was de eerste bekende familie die het kasteel bewoonde en de titel van baron droeg. Ze waren een rijke en machtige familie in het Land van Aalst.

Door de eeuwen heen is het kasteel in handen geweest van verschillende adellijke families, waaronder de families De Ghellinck en Vilain XIIII.

Het kasteel is omgracht en wordt omgeven door een uitgestrekt park met een deels gekasseide populierendreef.

Na de brand in 1724 werd het kasteel grondig gerenoveerd.

De witsteen kruisramen werden uitgenomen, boven de ramen werden korfbogen gemetst, de ramen verlaagd en de onderdorpels werden vernieuwd in blauwe hardsteen.

Binnen werden de plafonds vernieuwd en opgeplakt, de schouwen werden vervangen door Lodewijk XV schouwen uit marmer, de wanden en plafond werden bepleisterd in dezelfde Lodewijk XV-stijl.

De arduinen deuringang in Lodewijk XVI-stijl werd ook geplaatst en zo kreeg het kasteel het uitzicht dat we nu kennen.

Op het domein bevindt zich ook een neogotische kapel, gebouwd in de 19e eeuw.

In 2007 werd er een vervangingsnieuwbouw gerealiseerd op het domein voor het rust- en verzorgingstehuis.

Het doet dan ook dienst als rust- en verzorgingstehuis en biedt plaats aan 56 residenten, waaronder 37 in het RVT en 10 in kortverblijf.

Het kasteel is niet open voor publiek, behalve voor gelegenheden zoals Open Monumentendag.

Het park is wel toegankelijk voor wandelaars.

90 jaar geleden, Jef Tamboer, een groot straatzanger in Vlaanderen

Jef Tamboer, wiens echte naam Lionel Bauwens was, werd geboren op 15 december 1892 in Eeklo.

Zijn vader, Alfons Bauwens, was ook een straatzanger. Lionel begon al op jonge leeftijd te werken in een weverij, maar zijn passie lag bij muziek.

Op 16-jarige leeftijd begon hij al liedjes te zingen op de markt.

Tamboer was een meester in het entertainen van het publiek op markten en kermissen.

Hij zong, speelde accordeon, vertelde moppen en verkocht zijn liedjesteksten.

Hij bewerkte bestaande melodieën en schreef er zijn eigen, vaak humoristische en soms pikante teksten op.

Zijn liedjes gingen over alledaagse gebeurtenissen, liefdesverhalen, lokale schandalen en nieuwsfeiten.

Hij schuwde de controverse niet en stak de draak met politici, de kerk en andere autoriteiten.

Tamboer was dan ook enorm populair en hij trok grote menigten aan en verkocht duizenden liedjesteksten.

Zijn optredens waren dan ook een echt volksfeest.

Hij kwam vijftig jaar geleden, te overlijden op 10 mei 1974.