Veertig jaar geleden, werd de Amerikaanse pop- en rockmuziek het middelpunt van een verhitte cultuurstrijd.

Een groep invloedrijke vrouwen in Washington D.C., richtte het Parents Music Resource Center (PMRC) op.

Onder leiding van Tipper Gore, de toenmalige vrouw van senator Al Gore, openden ze de aanval op wat ze zagen als de verderfelijke invloed van popsongs op de jeugd.

Ze waren bezorgd over teksten die volgens hen geweld, drugsgebruik, seksuele losbandigheid en het occulte verheerlijkten.

Om hun punt kracht bij te zetten, stelde de PMRC de beruchte “Filthy Fifteen” samen, een lijst van vijftien nummers die zij als de meest aanstootgevende voorbeelden zagen.

De volledige “Filthy Fifteen” lijst was als volgt:

Prince – “Darling Nikki” (Reden: Seks/Masturbatie)

Sheena Easton – “Sugar Walls” (Reden: Seks)

Judas Priest – “Eat Me Alive” (Reden: Seks/Geweld)

Vanity – “Strap On ‘Robbie Baby'” (Reden: Seks)

Mötley Crüe – “Bastard” (Reden: Geweld/Taalgebruik)

AC/DC – “Let Me Put My Love Into You” (Reden: Seks)

Twisted Sister – “We’re Not Gonna Take It” (Reden: Geweld)

Madonna – “Dress You Up” (Reden: Seks)

W.A.S.P. – “Animal (Fuck Like a Beast)” (Reden: Seks/Taalgebruik/Geweld)

Def Leppard – “High ‘n’ Dry (Saturday Night)” (Reden: Drugs- en alcoholgebruik)

Mercyful Fate – “Into the Coven” (Reden: Occultisme)

Black Sabbath – “Trashed” (Reden: Drugs- en alcoholgebruik)

Mary Jane Girls – “In My House” (Reden: Seks)

Venom – “Possessed” (Reden: Occultisme)

Cyndi Lauper – “She Bop” (Reden: Seks/Masturbatie)

De lobby van de PMRC was zo succesvol dat het leidde tot een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat op 19 september 1985.

Hier kreeg de campagne een krachtig en onverwacht tegengeluid van drie muzikanten: folkzanger John Denver, en de rockiconen Frank Zappa en Dee Snider.

Frank Zappa, gewapend met zijn intellect en scherpe tong, noemde het voorstel van de PMRC “een ondoordacht stuk nonsens” en een gevaarlijke eerste stap richting censuur die de vrijheid van meningsuiting zou ondermijnen.

Hij waarschuwde dat vage labels artiesten zouden stigmatiseren en de creativiteit zouden smoren.

Dee Snider, de frontman van Twisted Sister, was misschien wel de grootste verrassing.

De senatoren verwachtten een rebelse en onverstaanbare rocker, maar kregen te maken met een welbespraakte man die zijn teksten met verve verdedigde.

Hij legde uit dat “We’re Not Gonna Take It” een universeel protestlied was en dat de als gewelddadig bestempelde videoclip pure, op tekenfilms gebaseerde, slapstick was.

Hij beschuldigde de PMRC van het verkeerd interpreteren van zijn werk, zoals bij het nummer “Under the Blade”, dat niet over sadomasochisme ging, maar over de angst voor een operatie.

Ondanks de indrukwekkende getuigenissen van de artiesten, zwichtte de platenindustrie uiteindelijk voor de druk.

In plaats van een gedetailleerd ratingsysteem, kwamen ze overeen om vrijwillig de bekende “Parental Advisory: Explicit Lyrics” sticker op albums met expliciete inhoud te plakken.

Mijn naam is Kim Fowley en ik ben geniaal (muziek Expres december 1979)

Kim Fowley, geboren op 21 juli 1939, in Los Angeles, Californië, als Kim Vincent Fowley en zijn ouders waren Douglas Fowley, een bekende film- en televisieacteur die vaak de rol van “tough guy” speelde en zijn moeder Mildred was ook een actrice.

Zijn ouders scheidden toen hij jong was en hij groeide op in de schaduw van Hollywood, omringd door de entertainmentindustrie.

Leed als tiener aan polio, wat zijn gezondheid en mobiliteit beïnvloedde.

Ontwikkelde al vroeg een diepe passie voor muziek, vooral voor rock-‘n-roll, R&B en doo-wop.

Begon zijn carrière als songwriter en producer, met wisselend succes in 1959.

Schreef en produceerde “Alley Oop” van The Hollywood Argyles (1960), een nummer dat de eerste plaats bereikte in de Billboard Hot 100.

Schreef mee aan “Nut Rocker” van B. Bumble and the Stingers (1962), een instrumentaal rocknummer gebaseerd op Tsjaikovski’s Notenkraker dat een hit werd in de VS en het VK.

Werkte als producer, songwriter, manager en promotor voor talloze bands en artiesten en omarmde de psychedelische rock- en garagerockscene.

Hij werkte onder meer samen met Frank Zappa & The Mothers of Invention (korte samenwerking in de vroege jaren 60), Gene Vincent, Warren Zevon, Cat Stevens, Kris Kristofferson, Helen Reddy, Alice Cooper, KISS (schreef mee aan een paar nummers voor het album Destroyer), The Modern Lovers en The Seeds.

Bracht verschillende soloalbums uit, die echter commercieel niet succesvol waren, maar later wel cultstatus kregen.

Stond bekend om zijn extravagante podiumoptredens en bizarre imago.

Zijn meest bekende project was het samenstellen, produceren en managen van de all-female rockband The Runaways, met onder anderen Joan Jett en Lita Ford.

Fowley was een controversiële figuur in de geschiedenis van de band, met beschuldigingen van manipulatief en uitbuitend gedrag.

Bleef actief in de muziekwereld als producer, songwriter en performer, hoewel hij nooit meer het succes van zijn eerdere jaren wist te evenaren.

Werkte met een breed scala aan artiesten, van underground bands tot mainstream acts.

Schreef boeken en gaf lezingen over de muziekindustrie.

Fowley was meerdere keren getrouwd, maar deze huwelijken waren allemaal van korte duur.

Stond bekend als de “Burgemeester van de Sunset Strip”.

Ondanks zijn controversiële reputatie wordt hij erkend als een invloedrijk figuur in de ontwikkeling van rock-‘n-roll, garagerock en punk.

Beschreef zichzelf vaak als een “culturele terrorist” die de gevestigde orde wilde ontwrichten.

In 2003 werd er een documentaire over hem gemaakt, getiteld “Mayor of the Sunset Strip”.

Hij kwam te overlijden op 15 januari 2015 en dit op de leeftijd van 75 jaar, ten gevolge van blaaskanker in West Hollywood, Californië.