
25 jaar geleden, Guido Naessens, Hilde Coppé en Philippe Wesemael te gast in de Hotsy Totsy (17 juli 1997)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Jean Ray werd geboren in een herenhuis in de Gentse Ham en in juli 1895 verhuisden zijn ouders naar de Sint-Jansdreef.
In februari 1912, na zijn huwelijk met de revueactrice Virginie Bal (Nini Balta), vestigde hij zich in de Zondernaamstraat en vanaf oktober 1913 woonde hij in de Baudelostraat.
In juni 1917 in de Wolfstege en vanaf juli 1924 opnieuw in de Baudelostraat.
Vanaf juli 1926 aan de Albertkaai (thans Gordunakaai); nadat hij in oktober 1930 zijn vrouw verliet, betrok hij een appartement in de Normaalschoolstraat.
Vanaf november 1934 treffen we hem aan in de Sint-Jansdreef en vanaf juli 1937 woonde hij in de Borluutstraat (nu Belfortstraat.
Vanaf september 1939 in de Prinses Clementinalaan, in juli 1952 verhuisde hij naar de Tentoonstellingslaan en in december 1954 trok hij in bij zijn dochter aan de Rooigemlaan.
Hij kreeg lager onderwijs in het Laurentinstituut (Onderstraat).
Vanaf oktober 1901 was hij op internaat in Pecq bij Doornik.
In 1903 en 1904 volgde hij het derde jaar moderne humaniora aan het Koninklijk Atheneum in Gent (Ottogracht).
Uit die tijd stammen zijn eerste pennenvruchten in het studentenblad De Goedendag.
De twee schooljaren daarop studeerde (en mislukte) hij aan de Gentse Rijksnormaalschool, in de Ledeganckstraat. In de Almanak van ’t Zal Wel Gaan (1907-1908) verschenen enige gedichten van zijn hand.
Van 15 juli 1910 tot eind april 1919 was hij klerk bij het Gentse stadsbestuur.
Een voorbeeldige ambtenaar was hij blijkbaar niet.
In 1912 was er zelfs een duistere affaire met het uitgeven van wissels.
Hij bleef enkel in dienst dank zij politieke bescherming.
Inmiddels debuteerde hij in 1911 – als Jean Ray – met Franstalige coupletten voor de revue Ze zijn daar, op liberetto van R. Schmidt en Henri van Daele.
Met laatstgenoemde, “keizer” van het Gentse volkstoneel, werkte hij later nog regelmatig samen en onderhield hij een levenslange vriendschap.
Na de Eerste Wereldoorlog vestigde hij zich als zelfstandig wisselagent.
In die periode was hij op het toppunt van zijn literaire roem.
Begin 1925 verscheen zijn eerste verhalenbundel, Les Contes du Whisky.
Duistere praktijken met leningen leverden hem in januari 1927 een veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 jaar en 6 maanden op.
Wegens voorbeeldig gedrag (in de Nieuwe Wandeling) kwam hij al vrij in februari 1929.
Ondertussen was hij broodschrijver geworden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen zijn verhalenbundels Le Grand Nocturne (1942), Les Cercles de l’épouvante (1943), Cité de l’indicible peur (1943), Malpertuis (1943, geïnspireerd door het Gent van Jules de Bruycker) en de raamvertelling Derniers contes de Canterbury (1943) – allemaal voor volwassenen, allemaal met een soms zeer hoog “Gent-gehalte”.
Na de Tweede Wereldoorlog sleet hij, als John Flanders, jeugdverhalen bij uitgeverij Averbode en werkte hij mee aan verschillende tijdschriften (’t Kapoentje, Ons Volkske, Zonneland…).
Tegelijkertijd publiceerde hij, als Jean Ray, tal van verhalen voor volwassenen.
Op het einde van zijn leven kende hij een late glansperiode toen uitgeverij Gérard zijn Les 25 meilleures histoires noires et fantastiques (1961) op de markt bracht.
Twee jaar later werd hem de enige prijs toegekend die hem bij leven te beurt viel: de Franse Prix des Bouquinistes.
Op 17 september 1964 werd een hartaandoening hem fataal. Hij werd begraven op de Westerbegraafplaats (graf F 4-8).
Niettegenstaande honderden van zijn verhalen zich afspelen in allerhande exotische oorden, ademt gans zijn oeuvre de sfeer van het Gent van zijn jeugd.
Ook wanneer hij zijn verhalen in het mistige Londen situeert, baseert hij zich duidelijk op het Gent dat hij zo liefhad.
Bovendien schreef hij tal van columns over “zijn” Gent in de rubriek Dat was een tijd! van de krant Het Volk; ze werden in 1996 gebundeld uitgegeven.
Vanaf 1934 schreef hij reportages, cursiefjes en Gents nieuws in De Dag, meestal over Gentse volkswijken.
Befaamd is zijn La Main de Goetz von Berlichingen (1951), waarin “Oom Kwansuys” opduikt die zich het liefst omringde met vrienden die hem veel aandacht gaven en in “stomme bewondering voor zijn redevoeringen” stonden.
Deze oom was niemand minder dan Edward (“Eedje”) Anseele (zijn echte oom langs moederszijde) die ook een belangrijke rol kreeg toebedeeld in de roman Malpertuis, het “vervloekte huis van de hel”.
Met Malpertuis werd klaarblijkelijk Feestlokaal van de Vooruit in de Sint-Pietersnieuwstraat bedoeld dat werd gebouwd in 1913, onder impuls van oom Anseele.
De Anseeles waren weinig opgezet met dit boek: in de personages herkenden zij immers veel van hun eigen kleinburgerlijkheid.
De roman werd in 1972 in het Nederlands vertaald door Hubert Lampo én in 1972 verfilmd door Harry Kümel, met Orson Welles in de hoofdrol.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Ons Land 14 juli 1962)


Geert studeerde af als Licentiaat in de Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde.
Hij was de oprichter van het culttijdschrift Mascara-Gent en oprichter en voorzitter van vzw De Trap (Gentse vereniging voor stadsgeschiedenis).

Als gids werkzaam voor meer dan honderd tijdelijke tentoonstellingen en dit in Brussel (Galerij van het Gemeentekrediet, Legermuseum, Paleis voor Schone Kunsten), Gent (Caermersklooster, Designmuseum, Kunsthal Sint-Pietersabdij, MIAT, Museum voor Schone Kunsten, SMAK, STAM) en Tervuren (Afrikamuseum).
Als docent werkzaam voor tal van Gentse organisaties, waaronder Amarant, Masereelfonds, Ten Hove, Vlied en Vormingplus.

Als freelance organisator werkzaam geweest voor volgende vzw’s/organisaties/personen:
Clio (medewerker)
Dany Vandenbossche – Vlaams Parlement (politiek secretaris)
De Geus van Gent vzw (medestichter, secretaris)
De Verenigde Muze vzw (medestichter, secretaris)
Edad de Oro vzw (medestichter, secretaris)
Gandante vzw (medestichter, voorzitter)
Geschiedkundige Heruitgeverij vzw (wetenschappelijk adviseur)
November Music vzw (secretariaat)
Vlink vzw (secretariaat)

Auteur van de tweedelige biografie “Soms overtreft de werkelijkheid de fantasie. Raymond De Kremer alias Jean Ray John Flanders.
Postuum zal er nog twee boeken verschijnen van Geert, namelijk “Stadsbeeldhouwer Geo Verbanck in de Gentse publieke ruimte’ en “Een geschiedenis van Gent”.
Tevens wordt er gewerkt aan een Franse vertaling van zijn Jean Ray/John Flanders-biografie die zal uitgeven worden door de universiteit van Valenciennes.


Een avond om nooit te vergeten. Helaas was Wim ziek maar dit hebben we vlug kunnen oplossen.
Trouwens Jan en Dany hebben niet echt een moderator nodig om zich te laten sturen in het debat en er een leuke avond van te maken.
Conservator Jan Hoet, die sinds hij zich bij de CVP engageerde terecht « kunst-paus » wordt genoemd, ging vorig jaar in tal van debatten in de clinch met Dany Vandenbossche, de toenmalige SP-schepen voor cultuur.
De laatste tijd zaten ze elkaar niet meer in de haren.
Hebben ze misschien hun wilde haren verloren ?
We zullen het vanavond weten, want om 22 uur treden ze in de Hotsy Totsy in de ring voor een terugmatch.
We gebruiken opzettelijk de boksterm, want wie de Hotsy Totsy kent, weet dat dat toepasselijk is. En ook omdat het de lievelingssport is van Hoet natuurlijk.
Scheidsrechter is Wim Van Gansbeke. Eens zien of hij slagen onder de gordel toelaat, nu hij er daar onlangs zelf een aantal mocht incasseren… (met dank aan Ronny De Schepper voor het krantenartikel van het HLN, 26/6/1997)

Guy Jespers was de zoon van een rijke handelaar. Hij werd de jongste onderzoeksrechter van het land en won verschillende rechtszaken
Het hof van Assisen veroordeelde op 28 januari, precies 2 maanden nadat het proces was begonnen, de ex-onderzoeksrechter Guy Jespers tot 20 jaar dwangarbeid.
Na urenlang beraad had de jury hem schuldig bevonden aan een poging tot moord, roof, diefstal uit een bankkluis en valsheid in geschrifte.
Jespers werd wel vrijgesproken van de hem ten laste gelegde moord (verdrinking van zijn vrouw in de badkuip)
Zijn vriend en mede-hoofdverdachte Luc de Cramer kreeg wegens gebleken schuld aan dezelfde door Jespers uitgelokte wandaden vijftien jaar.
Beiden tekende hoger beroep aan, maar eind april werd hun vonnis door het Hof Van Cassatie bevestigd.
Intussen was Jespers in de gevangenis getrouwd mijn zijn vriendin Chislaine Clyncke.
In 1980 werd hij vanwege gezondheidsproblemen vervroegd vrijgelaten.
Hij had in de gevangenis een zenuwaandoening opgelopen en kampte met spraak- en evenwichtsstoornissen.
Hij kwam er nooit meer bovenop.
Hij opende een tijdlang een café in de buurt van het Gentse justitiepaleis.
In 1982 kwam ook Luc De Craemer vervroegd vrij. Hij werd opnieuw zakenman.
Zijn hele leven lang bleef Jespers zijn onschuld staande houden. Zijn laatste levensjaren leefde hij teruggetrokken.
Hij overleed in 2002 aan keelkanker.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag




Walter Ertvelt brengt met L’Origine du Monde een ode aan kunst, schoonheid, erotiek en liefde
Bij de start van de lente lanceert Walter Ertvelt ‘L’Origine du Monde, Een Wondermooi Landschap’ op vinyl.
Een biografische ode aan de kunst, schoonheid, erotiek en liefde. Ook de hoes is opvallend én gekend want het is het kunstwerk uit 1866 van Gustave Courbet dat te bewonderen is in Musée d’Orsay in Parijs of je haalt het in huis met deze LP.
Na vijftig jaar gepassioneerd liedjes schrijven voor anderen, verscheen in 2020 – het jaar dat Walter Ertvelt zeventig werd – zijn dubbelalbum ROARING 2020.
Nu, bij het begin van de lente 2022, verschijnt zijn werk op vinyl: L’Origine du Monde – Een Wondermooi Landschap.
Het is een compilatie van zeven spokenword-songs, ontstaan uit verwondering en bewondering. De magie van serendipiteit.
Walter Ervelt: “Ik wilde een uniek stuk maken. De nummers op deze plaat vormen mijn ‘statement’ – my Howl – na een rusteloze zwerftocht van een turbulente halve eeuw door het ‘labyrint’ van de media, de muziek- en filmindustrie, de podium- en beeldende kunsten.
Blues & Saudade, Rock & Folk, Chanson & Poëzie, hebben mijn leven dooraderd: van Allen Ginsberg tot Serge Gainsbourg, van Jacques Brel tot B.B.King. Deze LP is mijn biografische ode aan de kunst, schoonheid, erotiek en liefde.“
Na 50 jaar liedjes schrijven voor anderen vond hij die verjaardag een uitgelezen moment om zelf een album uit te brengen. Twee zelfs, want ‘Roaring 2020’ is een dubbel-cd geworden.
Bij wie zijn naam niet meteen een belletje doet rinkelen doet zijn werk dat ongetwijfeld wel.
Walter Ertvelt schreef de tekst van ‘Vreemde Vogels’, een nummer dat in 1973 een zomerhit werd voor Claire en nog altijd overeind staat als een huis.
Hij schreef liedjes voor Rob De Nijs, Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Ann Christy en Miek en Roel.
Als producer werkte hij samen met Roland, Skyblasters, Zaki en tal van andere artiesten.
Met Herwig Deweerdt maakte hij de film Jacques Brel aux Marquises.
Tot 2001 verzorgde hij op Radio 1 een column in het programma Het Einde van de Wereld.
En hij stampte de Waterfront Galerie uit de grond op de Meulestede in Gent.
De muziek is van Yves Meersschaert.
Voor de opnames liet hij zich omringen door het kruim van de Gentse muziekscene.
Naast tal van anderen speelt Roland mee op de plaat, Steven De bruyn, Bart Maris en Edward Buadee van Skyblasters.


Jules De Bruycker werd op 29 maart 1870 geboren in de Jan Breydelstraat in Gent, in de schaduw van het Gravensteen, het Sint-Veerleplein en de Vismarkt.
De dood van zijn vader in 1884 noodzaakte de jonge Jules te gaan werken als hulpstoffeerder.
In 1893 trekt hij naar de Academie, en in zijn vrije tijd begint hij te tekenen en te aquarelleren.
Het is pas na de eeuwwisseling dat de eerste beroemde werken ons kunstpatrimonium sieren.
In 1903 exposeert hij voor het eerst in het Driejaarlijks Salon van Gent.

De regering koopt zijn aquarel “Voddenmarkt”.
Hij is 35 als hij in het Museum van Gent de etser Albert Bartsoen ontdekt.
De eerste platen dateren van 1906, maar zijn nog zeer leeg.
Werk per werk ziet men de evolutie.
De platen worden steeds groter en het etsen neemt het meeste van zijn tijd in beslag.
Sommige werken worden rechtstreeks op de plaat gegrift, zonder voorafgaande tekening.
Vandaar het bestaan van verschillende platen die het werk in spiegelbeeld weergeven.
In 1913 komen er onder invloed van Prosper Böss een 8-tal olieverfwerken, waaronder het volksfeest aan Sint-Jacobs “De Lochte Genteneers” genoemd.
Had Jules De Bruycker in deze trend verder gewerkt dan hadden nu slechts enkele bevoorrechten een werk van hem. “De Lochte Genteneers” moet immers niet onderdoen voor de werken van de andere “Moderne Meesters”.
In 1914 wijkt hij uit naar Londen.
Hier leert hij zijn echtgenote Raphaëlle kennen, en ontstaat zijn vriendschap met Peter Bonnel.
Hij tekent en etst er in het atelier van Whistler, maakt er zijn oorlogstekeningen die gekocht worden door de heer De Graaff (verzameling De Graaff-Bachienne) en wordt bevriend met Brangwijn.

In 1919 vindt hij zijn Gent terug, maar zijn stijl is nu niet meer dezelfde als voor de oorlog, alles wordt meer veredeld.
Onder invloed van zijn echtgenote maakt hij ook enkele korte trips naar Frankrijk, voornamelijk naar Parijs.
Hier gaat zijn interesse vooral naar de oudste brug van de stad “Le Pont Neuf”.
Te Bourges, Rouen en Amiens inspireert het stenen kantwerk van de kathedralen hem tot het maken van enkele schitterende werken.
In 1927 kent de Belgische regering hem de grote Prijs voor Beeldende Kunst toe.
De lange ziekte en dood van zijn moeder onderbreken zijn carrière.
In die periode houdt hij zich schuil in zijn atelier, waar hij tal van werken etst van vroegere tekeningen, vooral de Sint-Niklaaskerk, zijn obsessie.
In 1932 geeft hij zijn eerste bundel uit: “Sites et Visions de Gand”.
In 1933 verschijnt “l’Oeuvre Gravé” van Jules De Bruycker door Grégoire Le Roy.
Daarna legt hij zich volledig toe op zijn Sint-Niklaaskerk en maakt de prachtigste tekening uit zijn loopbaan.

Vele Gentenaars zijn ervan overtuigd dat de redding van deze vervallen monumentale kerk grotendeels te wijten is aan Jules De Bruycker.
Het etsen wordt om gezondheidsredenen drastisch verminderd. De zuren die gebruikt worden hebben bij de man veel schade aangericht.
In 1940 tekent hij tientallen schetsen vanop het terras van de “ Wilson” in Gent.
De beste ervan etst hij en brengt hij uit in een album “Gens de chez nous – 1942”.
Ook werkt hij aan een ander album “Gens pas de chez nous”.
De tekeningen zijn af, zes exemplaren zijn geëtst.
Na zijn overlijden op 5 september 1945 geeft zijn weduwe Raphaëlle deze postuum uit.
Enkele dagen voor zijn dood – in het ziekenhuis Toevlucht van Maria aan de Coupure in Gent – komt zijn dochter, zijn beste vriendin, zich tonen in haar bruidsjurk.
Het overlijden van Jules De Bruycker is een zware klap voor de Gentse kunstwereld, die na zijn begrafenis plechtig een stille wandeling maakt door zijn Gent.
Allen herinneren zich de woorden van Frans Heilens:
“Zijn gehechtheid aan zijn geboortegrond stond ongetwijfeld zijn internationale doorbraak in de weg, hij had moeten reizen, deelnemen aan eigentijdse bewegingen, maar Gent weerhield hem volledig…” (Diverse bronnen, Tijdschrift De Stad 26 februari 1932, John De Bruycker en Wikipedia)

Best trots op mijn schoonbroer Vincent Van Sompel
Hier een woordje uitleg over zijn concept:
Gezond eten
Graag! En liefst op elk moment van de dag, maar voor iedereen, ook voor mensen die in een ‘ander’ ritme leven, alleenstaanden, of gewoon ‘te weinig tijd’ en de onmisbare mensen die in ploegen werken!
Voor hen is het moeilijk om fatsoenlijk eten te vinden zeker na 18 u…
Daarom willen we graag voor u de tijd nemen om lekkere huislijke gerechten te maken in een steeds afwisselend aanbod, zodat ook u van die gezonde warme maaltijd kan genieten.
Wij denken ook aan uw gemak: onze maaltijden worden zo veel mogelijk vacuum verpakt om de houdbaarheid te garanderen, minder verpakkingsmateriaal te gebruiken maar vooral
het vervoer lekvrij te houden en plaats te besparen in uw koelkast!
Opwarmen kan hierdoor zowel in de microgolfoven, als in warm tot kokend water…
Wij bieden u elke weekdag een keuze uit verschillende gerechten: enkele ‘vaste’ waarden en een suggestie naar seizoen, marktaanbod of gewoon ‘goesting in’…
Daarbij ook Nana’s soepen, een assortiment wijnen, Belgische bieren en frisdranken
Ontdek nieuwe landen en gerechten
Natuurlijk is er meer dan enkel onze geweldige Vlaamse kost, zo kan u af en toe ook eens op culinaire reis gaan.
Met onze wereldklassiekers van Oost naar West altijd op de goede weg… BONAVIA
Bonavia is open vanaf 16 uur
