
35 jaar geleden, op bezoek bij de Vlaamse stripauteur Marc Sleen (Story november 1986)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek



De zoektocht naar het verdwenen paneel van de Rechtvaardige Rechters heeft zich in 1978 toegespitst op het huis van de zussen Coupé in de Komijnstraat.
Guido Van de Voorde van het KIK (Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium) en zijn toenmalige directeur Marijnissen hebben dat huis grondig onderzocht in 1986.




Het stuk was geschreven door de Belgische schrijver José-André Lacour. De vertaling was van Koen De Ruyter.

De regie was in handen van Robert Maes en de toneelmeester van dienst was Donald Harnie.
Regie-assistent Jo De Meyere.

Met onder meer Greta Van Langendonck, Eddy Asselbergs, Albert Hanssens, Piet Bergers, Ugo Prinsen, Eric Raes, Leen Percyn, Lia Lee, Blanka Heirman, Jo Delvaux, Greta Verniers en Jan Gheysens.

Toeval kan soms vreemd zijn, toen Guido gestorven was bracht Motte, Hugo Claus, Hugo Van den Berghe en andere vrienden een bezoek aan het foyer van het Ntg 2 (Minnemeers) waar ik toen werkte als foyerverantwoordelijke.
Toen nooit gedacht dat ik de opvolger zou worden van Guido en Motte zou samen werken met mij.
Guido is vooral bekend als uitbater van de ‘Hotsy Totsy Jazz Club’ in Gent.
Het verhaal van de Hotsy Totsy start in 1973, het jaar waarin zijn jongste broer Johan Claus (1938-2009) het pand, op dat moment een winkel van Duizend Vuren, gelegen op de hoek van de Hoogstraat met de Oude Houtlei, inricht en decoreert met voor ogen de gelijknamige ‘Hotsy Totsy Club’ van Al Capone uit het Chicago van de jaren dertig.
In datzelfde jaar nog laat hij de exploitatie over aan broer Guido die er zijn levenswerk van maakt.
Het unieke interieur, de gezelligheid en de persoonlijkheden van Guido en levensgezellin Motte geven het artiestencafé een renommé tot ver buiten de grenzen.
Ook broer Hugo Claus en vele anderen, zijn er graag geziene gasten, die er geregeld een kaartje komen leggen.
Van Hugo Claus hangt buiten aan de zijmuur van de Oude Houtlei trouwens een lofgedicht op Guido Claus en op de ‘Hotsy Totsy’, genaamd ‘
Achter deze gevel hier’.De ‘Hotsy Totsy’ is als authentiek Gentse artiestencafé ruim 30 jaar een begrip in Gent en is nog steeds een pleisterplaats voor iedereen die geïnteresseerd is in kunst en cultuur.
Op 17 maart 1983, stelde Hugo Claus in de club zijn lang verbeide magnum opus Het verdriet van België voor aan pers en publiek, maar ook Miek & Roel stelden er ooit één van hun elpees voor. Laura Gemser, vooral bekend als “Black Emmanuelle”, bracht er een bezoek, net op het moment dat de blanke Emmanuelle (Sylvia Kristel dus) er ook was, samen met haar toenmalige minnaar Hugo Claus.
Van 1986 tot 1991 vormde Guido Claus met Jan Albert De Bruyne (alias ‘Prof. Arnoldus Goedbier’) het muzikaal straattheater-duo ‘Twee Wezen’, speelde hij in de toneelbewerking van “Lijmen & Het been” (naar Willem Elsschot) in het NTG (september 1986) en vertolkte tevens een tiental rolletjes in films, onder meer in: ‘De Loteling’ (1973), ‘Vrijdag’ (1981) en ‘Hector’ (1987).
Vandaag op 9 november 1991 overleed Guido Claus plotseling.
Motte heeft daarna nog met Patrick De Grave als de nieuwe patron de zaak gerund en met succes, tot ze ging werken voor de mensen van de Geus van Gent.
Patrick De Grave heeft de zaak verder geleid tot 2007 en sindsdien laat hij de zaak runnen door Lara Haeck.(Diverse bronnen, Ronny De Schepper en Wikipedia)












Op een dag belde de zakelijke directeur Vercauteren van het Ntg naar mij met de mededeling dat Sam Bogaerts een gesprek met mij wou.
Toen we samen in gesprek gingen vertelde hij mij zijn plannen met het Ntg
Daarna vroeg hij mij of ik zijn plannen kon begrijpen en hij kon rekenen op mijn samenwerking.
Natuurlijk kon hij op mij rekenen, want theater is inderdaad zoveel meer dan het podium en de toneelspelers.
Ik zal nooit vergeten hoe hij van de Minnemeers het salon maakte, een kweekvijver van jonge mensen met passie voor toneel.Waardoor het horecagedeelte ook plotseling deel uitmaakte van de zaal.
Ik denk ook met weemoed terug naar de producties Mario, ga eens open doen er werd gebeld, geschreven door Kamgurka. (heb nog altijd het kussentje uit die productie), De dienstlift, Wachten op Godot en Onder de torens.
Voor die laatste productie, vroeg hij mij, wetende dat ik bijna alles heb van Frank Sintatra of ik ook het nummer Dry Your Eyes kende en of ik ook de cover had van Frank Sinatra.
Natuurlijk had ik die versie en bezorgde hem dan ook spontaan en met trots die cover.
Deze versie zal dan ook gebruikt worden voor deze productie.Zoveel jaren later kwam ik hem tegen op de boekenmarkt in Gent.
Hij was op de hoogte dat ik één van de oprichters was van deze boekenmarkt.
Met een knipoog zei hij, dat hij niets minder had verwacht van mij.



“St.-Pieterbrugsken” of “’t Verlorenkost” was een allereerste benaming dd. 1429 voor een houten oeververbinding tussen de wijken Ekkergem en St.-Pieters.
’t Verlorenkoststraatje was toen nog gekend als “Strekels-aerde ten Spriete” en later “Verkensstraetje”.
De omgeving stond eeuwenlang bekend voor lastbreek- of losplaats, bleekweiden, kalk- en wijnlospaats en scheepstimmerwerf in gebruik.
Door haar ligging kreeg ze ook wel eens de naam “Leiebrugge buiten Cuupe” mee.
Een eerste smalle draaibrug geconstrueerd in 1754 verscheen na het graven van de Coupure.

In 1811, 1836 en in 1856 kwam er telkens een nieuwe brug te liggen.
Op 17 mei 1857 mochten bij de inhuldiging van de nieuwe brug voor de eerste maal ook rijtuigen over de brug.
De brug was amper 4m breed.
Een laatste draaibrug zal in 1873 geplaatst worden.
De grootste verandering kwam er na verbreding van de Verloren Broodstraat van 4m naar 12m waardoor een nieuwe brug noodzakelijk bleek.
Er werd op 4 juli 1898 aanvang genomen met de werken van een monumentale brug.
Op 30 september 1899 is de brug aan een gewicht van 18.000 kg blootgesteld waarna ze tot dienst van de gemeenschap behoorde.
Twee bronzen beelden de scheepvaart en de arbeid voorstellend sierden de brug vanaf 17 oktober 1901.

Sierlijke gaslantaarns fleurden de brug nog meer op.
Echter, tijdens WO I zijn de beelden tot oorlogsmateriaal versmolten.

Het begin van WO II betekende het einde van de brug.
Mei 1940 werd de brug opgeblazen bij de inval van de Duitsers.

De brug die wij nu kennen als de Verlorenkostbrug heeft verscheidene jaren van opbouw gekend.
Tijdens de oorlogsjaren werd op 29 juli 1941 gestart met de werken voor een nieuwe brug.
Ondertussen voorzag een noodbrug van 28m lang en 2.30m breed voor een vlotte oversteek van het Leiewater.
Eén der strengste winters van de eeuw (10.01.1942 tot 14.03.1942) dwarsboomde tijdelijk de plannen.
Pas op 26 maart 1942 mocht er verkeer over de brug.
Het zou nog tot na de oorlog duren vooraleer het nodige materiaal ter beschikking werd gesteld de brug af te werken. (Diverse bronnen, Geert Vandamme, foto 1 (Heidi Rogier), foto 2 voor 1898 (foto van http://www.Sint Pietersdorp.be en Ghendtsche Tydinghen 1980, Gent’s vroegste geschiedenis – Maurits Gysseling, Albert Sugg en de Belle Epoque in Gent, Beschryving der Stad Gend – JJ Steyaert en de Blog De Kuio, Gent)

De regie was in handen van Kris Betz en de toneelmeester was Bert Van Leemput.
Regie-assistent: Jo Decaluwe.

Met onder meer Jef Demedts, Werner Kopers, Jan Gheysens, Theo Op De Beeck, Edgard De Pont, Marc Leemans, Albert Hanssens, Roger De Bolder, Jo Delveaux, Jaak Vissenaken, Grete Verniers, Hugo Van Den Berghe, Suzanne Juchtmans, Eddy Asselbergs, Jo De Meyere, Blanka Heirman, Jan Moonen, Eric Raes, Cyriel Van Gent, Roger De Wilde, Lieven Decaluwe, Jacky Lammens en Dirk Neyrinck.




Voor de expo ging het Fakkeltheater een samenwerking aan met kunstenaar Jan Scheirs.
Die maakte een reeks olieverfschilderijen en aquarellen.
De portretten zijn van pioniers van het Fakkeltheater zoals stichter Walter Groener en acteurs zoals Johny Voners, Marilou Mermans, Herbert Flack en Jenny Tanghe.“Stuk voor stuk zijn het mensen die veel betekend hebben voor de totstandkoming van het Fakkeltheater of die nu nog helpen om het theater levendig te houden”, zegt directeur Sam Verhoeven.
Op 5 oktober huldigen we de werken in, in het bijzijn van alle nog levende geportretteerden.
In 1999 maakte Jan Scheirs een portret van mij en dit voor de tentoonstelling over de Hotsy Totsy in de Galerij Alcantara in Gent
Scheirs werd op 11 oktober 1973 geboren in Sint-Martens-Latem en volgde een toneelopleiding van Dora van der Groen aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen.
Hij werd hierin gesteund door zijn oom, de acteur Eric van Herreweghe, die Scheirs als zijn grote voorbeeld zag.
In eerste instantie wilde hij zelf ook acteur worden en in de voetsporen van zijn oom treden, maar haalde de selectie niet.
In 1995 maakte Scheirs in Florence een aantal schetsen die het begin vormden van zijn carrière als beeldend kunstenaar, maar zelfs als kunstenaar bleef hij nauw betrokken met het theaterleven.
Hij werd regelmatig uitgenodigd door mensen die hij had leren kennen in de theaterwereld om voorstellingen of repetities te komen schetsen.
Naast theateroptredens is Scheirs ook sinds 1996 elk jaar actief op Pride in Antwerpen als kunstenaar.
In 2010 kreeg Jan Scheirs de opdracht om een muurschildering te maken aan de Bonapartedok in Antwerpen.
Dit kunstwerk, getiteld Mural, is een van zijn meest bekende werken.
Scheirs heeft solo-tentoonstellingen gehad in onder meer Gent, het ZSenne art lab in Brussel, het Justitiepaleis in Antwerpen en Galerie Garten114 in Berlijn.






Ik denk nog met weemoed terug aan zijn Provençaalse Pate, wat was die lekker.
Benito Plasschaert was een wereldberoemde en geprezen slager-charcutier, die een winkel had in de Bennesteeg in Gent.
Benito Plasschaert woon nu in Portugal waar hij geniet van zijn pensioen. (Diverse bronnen en Story 16 september 1986)

Met Jef Demedts, Diane De Ghouy, Jo Delvaux, Robert Maes, Jaak Vissenaken, Cyriel Van Gent, Werner Kopers, Hugo Van Den Berghe en Eddy Asselbergs.

Koor: Roger Bolders, Berten De Bels, Jo Decaluwe, Jo De Meyere, Jan Gheysens, Eric Raes.

Thebaanse vrouwen: Chris Boni, Blanka Heirman, Lieve Moorthamer, Maria Verheyden en Greta Verniers.
Figuratie: onder meer met Marcel De Buck, Oswald Kielemoes, Gaby Meul en Walter Vos.

Toneelmeester: Bert Van Leemput en Regie-assistent Hugo Van Den Berghe.
