
Wintermode dames (januari 1924)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Deze week 100 jaar geleden, op 28 januari 1924, werd het Monument voor de Foorreizigers eervol gesneuveld voor het Vaderland ingehuldigd op het Dapperheidsplein in Anderlecht.
Het monument is een eerbetoon aan de kermisexploitanten die hun leven gaven tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Het bestaat uit een bronzen beeld van een Pierrot die zijn masker afdoet, omringd door een galerij met de namen van de gesneuvelden.
Het beeld is gemaakt door de Anderlechtse kunstenaar Victor Voets, die ook andere oorlogsmonumenten in Brussel ontwierp.
Hij was een leerling van Paul Dubois en Charles Van der Stappen, en gaf les aan de industriële school van Anderlecht.
Hij stierf in 1949. Het monument voor de Foorreizigers is een van zijn bekendste werken, en getuigt van zijn talent en zijn respect voor de slachtoffers van de oorlog.

De Olympische Winterspelen van 1924 waren de eerste editie van dit internationale sportevenement.
Ze werden gehouden in Chamonix, een stad in de Franse Alpen, van 25 januari tot 5 februari.
Er deden 294 atleten mee uit 16 landen, die streden om 16 medailles in 6 sporten.
De Winterspelen waren geïnspireerd door de Noordse Spelen, die sinds 1901 in Zweden werden georganiseerd.
Enkele hoogtepunten van de Winterspelen waren: de eerste olympische titel voor schaatser Charles Jewtraw uit de VS, de dominantie van de Noorse skiër Thorleif Haug, die vier medailles won, en de jongste deelname ooit van kunstschaatsster Sonja Henie uit Noorwegen, die later driemaal olympisch kampioen zou worden.
Er namen achttien deelnemers uit België deel in vier takken van sport: bobsleeën, kunstschaatsen, schaatsen en ijshockey.
Er werd één medaille behaald.
Het Belgische bobsleeteam België I, bestaande uit René Mortiaux, Charles Mulder, Paul Van Den Broeck, Victor Verschueren en Henri Willems, veroverde brons.


Na de val van de tsaar tijdens de Februarirevolutie (in onze kalender, was dit in maart) in 1917, was er nog geen sprake van een communistische regering, meer nog de communisten waren toen een minderheid.
De tijdelijke regering, zonder communisten, eiste dat Nicolaas II zijn macht zou opgeven.
Op 2 maart 1917 ging hij daarmee akkoord.
Hij wilde eerst de troon doorgeven aan zijn zoon Aleksej, met zijn broer Michail als regent.
Maar hij bedacht zich toen hij besefte dat hij zijn land moest verlaten en zijn zieke zoon moest achterlaten.
Hij deed daarom afstand van de troon voor zichzelf en voor Aleksej, en bood de kroon aan Michail aan.
Die weigerde echter (weigerde totdat een verkozen parlement dit zou goedkeuren).
Dit gebeurde nooit en tijdens de Russische Revolutie werd hij gevangengenomen en nog voor zijn broer Nicolaas vermoord en dit betekende dan ook het einde van de Romanov-dynastie en van de monarchie in Rusland.
Terug nu naar Lenin, en hoe de communisten, van een kleine minderheid in enkele maanden tijd, de macht konden overnemen.
Lenin was één van de leden van het centraal comité van de bolsjewistische partij, waarin alle belangrijke beslissingen collectief werden genomen.
Maar met de nooit afnemende energie waarmee hij het centraal comité van zijn gelijk overtuigde, stak hij met kop en schouders boven de rest uit.
Het begon al meteen nadat hij op 16 april 1917 na zijn ongewone reis vanuit Zwitserland in Petrograd arriveerde, een maand na de val van tsaar.
Rusland zat toen in een revolutionaire staat van genade.
Iedereen was blij dat het autoritaire tsarenregime was gevallen.
Het nieuwe Rusland zou democratisch worden, met respect voor de rechten van de arbeiders, de nationale minderheden enzovoort.
Democratie was een modewoord geworden.
Daarover was er een soort nationale eendracht rond de Voorlopige Regering. Partijtegenstellingen leken even onbelangrijk.
Toch was de situatie allesbehalve schitterend.
De oorlog duurde voort en de Duitsers en de Oostenrijkers hadden grote delen van het westen van Rusland veroverd.
Verder waren er de zware economische problemen, vooral de schrijnende voedseltekorten, die veroorzaakt werden doordat de boeren onvoldoende graan leverden.
De eis “vrede en brood” van de betogingen die tot de val de tsaar hadden geleid, werd niet ingewilligd.
Lenin zag dat in en in zijn Aprilstellingen, die hij vlak na zijn terugkeer formuleerde, sloeg hij een radicale toon aan.
De “imperialistische” Wereldoorlog moest meteen worden beëindigd.
De Voorlopige Regering, die “bourgeois” was en die met leugenachtige argumenten de oorlog voortzette, mocht niet worden gesteund.
De Aprilstellingen waren zo buitengewoon, dat zelfs de meeste bolsjewieken daar niet voor te vinden waren.
Maar met zijn kenmerkende hardnekkigheid wist Lenin zijn partijgenoten te overtuigen.
Daarmee lag het programma voor de Oktoberrevolutie al vast.
Lenin begreep echter dat de bolsjewieken nog te weinig invloed hadden om dit te bereiken.
De sovjets werden gedomineerd door de gematigde socialisten.
De voortzetting van de oorlog maakte de Voorlopige Regering snel impopulair.
Toen het leger in juli een zware nederlaag leed, braken rellen uit onder de soldaten en de arbeiders in Petrograd.
Ze eisten dat de sovjets de macht zouden overnemen en de oorlog beëindigen.
Precies wat Lenin wilde. Alleen kwam de opstand te vroeg.
De regering had nog te veel macht. Lenin besefte dat, maar de bolsjewieken konden niets anders dan de demonstranten steunen.
Het gevolg van deze “julidagen” was een harde repressie door de Voorlopige Regering, nu onder leiding van de gematigde socialist Kerenski.
De bolsjewistische partij werd bijna verboden en vooraanstaande bolsjewieken werden gearresteerd.
Lenin slaagde erin naar het naburige Finland te ontkomen.
Hij dacht toen dat zijn zaak verloren was.
Hij zou zich maandenlang, schuil houden en pas kort voor de Oktoberrevolutie stiekem naar Petrograd terugkeren.
Intussen veranderde de toestand snel.
De toenemende invloed van de rechtse generaal Kornilov op Kerenski (hij voerde opnieuw de doodstraf in en eiste een stakingsverbod in de oorlogsindustrie) deed velen vrezen dat de verworvenheden van de revolutie zouden worden teruggedraaid.
Toen het leek alsof Kornilov een staatsgreep pleegde tegen de Voorlopige Regering, verzetten de arbeiders zich tegen wat ze als een “contrarevolutie” zagen.
Ook de bolsjewieken deden daaraan mee.
Vanwege die houding werden de meeste gevangen bolsjewieken weer vrijgelaten en kon de partij weer functioneren, al bleef Lenin ondergedoken.
Toen de herfst aanbrak wonnen de bolsjewieken snel aan invloed, terwijl Kerenski steeds impopulairder werd.
In oktober waren de Duitse legers gevaarlijk dicht bij Petrograd gekomen.
De roebel verloor steeds meer aan waarde. In de winkels was nauwelijks nog eten te krijgen.
In dat klimaat leek de val van de Voorlopige Regering onvermijdelijk.
De gematigde socialistische partijen waren meer en meer geneigd om de standpunten van de bolsjewieken te volgen, die zelf steeds meer aanhang kregen.
Het zag er naar uit dat er een brede coalitie van partijen zou ontstaan die zou bereiken wat Lenin gewild had.
Vreemd genoeg was Lenin daar absoluut niet voor te vinden.
In brieven die hij vanuit Finland naar het centraal comité van de bolsjewieken stuurde, verwierp hij onderhandelingen met andere partijen.
Hij eiste dat de bolsjewieken de macht met de wapens zouden veroveren.
Opnieuw stond hij met dat standpunt in het begin vrijwel alleen en opnieuw wist hij zijn gelijk te halen, zij het met veel moeite.
Nadat Lenin clandestien naar Petrograd was teruggekeerd vond daar op 23 oktober (10 oktober volgens de Russische kalender) in het grootste geheim een vergadering van het centraal comité plaats.
Alleen maar 12 van de 21 leden waren aanwezig en daarvan keurden er 10 het plan van Lenin goed om een gewapende opstand te beginnen.
Er was wel nog geen datum voor de opstand bepaald.
Op 7 november (25 oktober) zou het tweede Congres van Sovjets bijeenkomen.
De bolsjewieken wilden daar voorstellen dat dit Congres de staatsmacht zou overnemen en het zag ernaar uit dat ze ditmaal een grote steun van andere partijen zouden krijgen.
Sommige bolsjewieken dachten dan ook dat een gewapende opstand overbodig zou zijn.
Maar Lenin eiste en bekwam dat de bolsjewistische staatsgreep zou gebeuren vóór het congres begon.
Lenin zei dat het risico bestond dat de Voorlopige Regering het congres niet zou laten doorgaan of dat er een of andere “contrarevolutie” zou plaatsvinden die een vreedzame machtsovername zou verhinderen.
Hij was er immers van overtuigd dat de kapitalisten nooit vreedzaam hun macht zouden afstaan en dat een burgeroorlog onvermijdelijk was.
Maar wellicht had Lenin nog een andere reden.
Door vooraf de macht te grijpen en het Congres van Sovjets voor een voldongen feit te plaatsen, zouden de bolsjewieken de macht niet met andere partijen moeten delen.
Lenin wilde de macht voor zijn partij alleen.
Een dictatuur van het proletariaat, die in de praktijk een dictatuur van de bolsjewieken zou zijn.
Op 7 november nam een door de bolsjewieken gecontroleerd Militair-Revolutionair Comité de macht in Petrograd over.
Diezelfde avond begon het Congres van Sovjets.
Door allerlei problemen en misverstanden kon de beslissende aanval op het Winterpaleis (de zetel van de Voorlopige Regering) pas beginnen toen de vergadering al begonnen was.
Een deel van de niet-bolsjewistische congresafgevaardigden was daarover verontwaardigd en verliet het Congres, waardoor de bolsjewieken er een duidelijke meerderheid kregen.
Het Congres stelde een bolsjewistische regering aan onder leiding van Lenin, maar die regering zou in de volgende weken en maanden de democratische vrijheden die er sinds de val van de tsaar waren ontstaan, terugschroeven.
De dictatuur die Lenin bijna op zijn eentje had gewild, werd een feit.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Willem Putman was een Vlaamse schrijver en toneelauteur, geboren in Waregem op 7 juni 1900.
Zijn vader, Palmer Putman, was een actief lid van de rederijkerskring “Kunst en Eendracht” en stimuleerde de artistieke interesse van zijn zoon.
Na zijn vroegtijdige dood in 1910 nam zijn moeder, Elvira Callens, de boekhandel en het toneelfonds over.
Willem Putman kon verder studeren aan het Sint-Amanduscollege in Kortrijk, waar hij in contact kwam met de werken van Albrecht Rodenbach.
Hij raakte geïnspireerd door diens idealisme en flamingantisme, en begon zelf toneelstukken te schrijven onder het pseudoniem W. Hegeling, ontleend aan Rodenbachs versdrama Gudrun.
Zijn eerste succes behaalt hij in 1920 met Het oordeel van Olga.
Het stuk was een felle aanklacht tegen het Belgische gerecht, dat na de oorlog hard optrad tegen Vlaamse activisten, maar de oorlogsprofiteurs ongestraft liet.
Het stuk werd op verschillende plaatsen verboden wegens beledigend voor het leger en de geallieerden.
In 1921 kreeg Putman meer erkenning met zijn stuk Het Stille Huis, dat werd opgevoerd in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg.
Putman werkte toen als ambtenaar bij het Ministerie van Justitie, maar bleef actief schrijven.
Van 1926 tot 1944 was hij inspecteur van de openbare bibliotheken in West-Vlaanderen.
Vóór mei 1940 lieert hij zich nog niet openlijk tot een politieke strekking, maar twee maanden daarna zou de in de tussenoorlogse jaren geradicaliseerde Vlaams-nationalist Willem Putman uitgroeien tot een overtuigde collaborateur.
Het VNV-dagblad Volk en Staat meldt dat Putman stichter-voorzitter is geworden van een ‘Kortrijkse Kunstenaarskamer’.
De opzet van dergelijke Kunstenaarskamers was het Vlaamse cultuurleven beetje bij beetje in nationaal-socialistische richting te sturen.
Tevens werkt hij mee aan de Brüsseler Zeitung.
In de winter van 1941-1942 werd het toneelstuk Mama’s kind in Hamburg opgevoerd, als onderdeel van de Niederdeutsch-Flämische Bühnenwoche, een culturele uitwisseling tussen Vlaanderen en Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Dit leidde natuurlijk onvermijdelijk tot vervolging na de Bevrijding, op beschuldiging van culturele collaboratie.
Hij werd veroordeeld tot vier jaar cel en levenslange ontzetting uit zijn burgerrechten.
Dit betekende niet alleen dat hij zijn betrekking kwijt was maar ook dat hij niet meer kon publiceren.
In de nazomer van 1946 werd hij vervroegd vrijgelaten.
Hij had zich ondertussen in de gevangenis aan het schrijven gezet.
Putman had een groot gezin, namelijk zes kinderen en moest schrijven om rond te komen.
Hij gebruikte de schuilnaam Jean du Parc, maar iedereen wist wie hij was.
Hij werd niet lastiggevallen door de rechters.
Hij schreef tien romans bij een uitgever in Antwerpen.
Mevrouw Pilatus en Christine Lafontaine waren erg populair.
Hij schreef ook nog toneelstukken en schreef over de oorlog, de repressie, de liefde, de kinderen, het berouw, het verraad, het gemis, de naïviteit, de passie en de berusting.
Zijn boeken waren niet zo goed geschreven, maar wel spannend en boeiend.
Veel mensen lazen ze dan ook graag.
In 1952 maakte hij een openluchtspel voor een feest in Kortrijk.
Hij bleef veel schrijven, tot hij in 1954 plotseling ziek werd en stierf.
Zijn zoon Luc Putman (1927-2002) was ambassadeur in Marocco, Kinshasa, Moskou en Dublin (Ons Land 26 januari 1924)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Voor de aanvang van het toneelstuk was er een speciale ontvangst georganiseerd voor de schrijver Willem Putman en de andere vooraanstaande gasten.
Daar sprak burgemeester en parlementslid De Jaegher hen toe met een welkomstwoord.

Gisteren nog vandaag

De wedstrijd eindigde in een 2-0 overwinning voor de Fransen.
Belgische ploeg

Franse ploeg





Marie en Pierre Curie waren twee vooraanstaande wetenschappers die baanbrekend onderzoek deden naar radioactiviteit.
Ze ontdekten twee nieuwe elementen, radium en polonium, en isoleerden radium uit erts.
Ze toonden aan dat radium een krachtige bron van straling was die vele toepassingen had in de geneeskunde en de industrie.
Voor hun werk ontvingen ze samen met Henri Becquerel de Nobelprijs voor de Natuurkunde in 1903.
Marie Curie was de eerste vrouw die deze eer kreeg.
In 1911 kreeg Marie Curie nog een Nobelprijs, ditmaal voor de Scheikunde, voor haar verdere onderzoek naar radium en polonium.
Ze was de eerste persoon die twee Nobelprijzen won, en de enige die ze won in twee verschillende wetenschappelijke disciplines.
Ze werd wereldwijd erkend als een pionier op het gebied van radioactiviteit en een rolmodel voor vrouwen in de wetenschap.
Marie en Pierre Curie lieten een blijvende erfenis na in de wetenschap en de samenleving.
Hun namen zijn verbonden aan het element curium, dat in 1944 werd gesynthetiseerd, en aan de eenheid curie, die de activiteit van een radioactieve bron aangeeft.
In 1995 werden hun stoffelijke resten overgebracht naar het Panthéon in Parijs, als eerbetoon aan hun bijdragen aan Frankrijk en de mensheid.
Hun persoonlijke documenten, die nog steeds radioactief zijn, worden bewaard in de Bibliothèque nationale in Parijs, waar ze alleen met speciale bescherming kunnen worden geraadpleegd (Ons Land 5 januari 1924).


Gisteren nog vandaag



De Russische kinderen die in België aankwamen, waren het slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie.
Ze hadden hun familie, hun thuis en hun land verloren.

Gisteren nog vandaag
Ze werden opgevangen door verschillende organisaties die hen een veilige haven wilden bieden.
Een van die organisaties was de Belgische Rode Kruis, die een centrum oprichtte in Wulveringem, een dorpje in de Westhoek.
Daar konden de kinderen naar school gaan en een normaal leven leiden.
Maar het centrum kende ook moeilijkheden.

Gisteren nog vandaaag
Sommige kinderen waren getraumatiseerd of onaangepast door hun ervaringen in Warschau, waar ze op straat hadden moeten overleven.
Sommige eigenaars van de grond waar het centrum stond, waren niet blij met de komst van de vluchtelingen.
Ze vreesden voor hun eigendom en hun rust.
Daarom werd het centrum verplaatst naar een kasteel in Geldenaken dat eigendom was van notaris Fernand Charlot.

Gisteren nog vandaag
Hij stelde zijn kasteel ter beschikking van de Russische kinderhulp, die onder leiding stond van koningin Elisabeth.
Het kasteel L’Ardoisière werd omgevormd tot een school en een internaat voor zo’n 160 Russische kinderen, die begeleid werden door tien Russische leerkrachten.
De kinderen kregen les in het Frans, maar mochten ook hun eigen taal en cultuur behouden.
Daar bleven de kinderen tot augustus 1924,.
Daarna werden de meeste kinderen herenigd met hun familieleden, die verspreid waren over Europa of Amerika.

Gisteren nog vandaag
Er waren ook andere initiatieven om de Russische kinderen te helpen.
In Gent was er een klein weeshuis dat door een Russische vrouw werd geleid.
In Namen was er een groter weeshuis dat door een andere Russische vrouw werd opgericht, met kinderen die uit Constantinopel waren geëvacueerd.
Ook het Russische jezuïetencollege St.-Georges, dat uit dezelfde stad kwam, vond onderdak in Namen, bij de Belgische jezuïeten.
En in Leuven kwamen er Russische studenten aan, die door de universiteit werden gehuisvest.
Maar niet iedereen was even gastvrij voor de Russen.
Zowel in ons land, als in de rest van Europa en Amerika, klaagde veel mensen over de nieuwe migranten en spraken van een “Russische invasie”.
Hoe herkenbaar met de dag van vandaag of zoals we zeggen de geschiedenis blijft zich herhalen.
De Orthodox Katholieke Kerk gebruikt de Juliaanse kalender, die veertien dagen achterloopt op de Gregoriaanse. Daarom valt Kerstmis voor hen op 7 januari. (Ons Land 19 januari 1924).
Albijn Van den Abeele (1835-1918) was een veelzijdig man die zich zowel als schrijver, politicus en kunstschilder liet gelden.
Hij wordt beschouwd als de stamvader van de Latemse school, een groep kunstenaars die zich in de late 19e en vroege 20e eeuw in Sint-Martens-Latem vestigden en zich lieten inspireren door de natuur en het landleven.
Van den Abeele was zelf geboren en getogen in Sint-Martens-Latem, waar hij ook burgemeester, schepen en gemeentesecretaris was.
Hij schreef verschillende dorpsromans en een geschiedenis van zijn geboorteplaats.
Pas op veertigjarige leeftijd begon hij te schilderen, vooral bosgezichten en landschappen in een fijnzinnig kleurenpalet.
Zijn huis in de Latemstraat was een ontmoetingsplaats voor andere kunstenaars, zoals Xavier de Cock, Emile Claus, George Minne, Valerius de Saedeleer en de broers Gustave en Karel van de Woestyne.
Hij oefende een grote invloed uit op de eerste generatie van de Latemse school, die zich kenmerkte door een realistische en romantische stijl.
Van den Abeele overleed op 16 november 1918 en werd begraven op het kerkhof van Sint-Martens-Latem, waar ook zijn vriend George Minne rust (Ons Land 12 januari 1924).


