Rory Gallagher over zijn nieuw album Photo-Finish in de Joepie van 24 september 1978

Photo-Finish is het zevende studioalbum en uitgebracht in 1978.

De meeste nummers op Photo-Finish waren oorspronkelijk opgenomen voor een eerder album, maar Gallagher was ontevreden met de opnames.

Hij ontsloeg de drummer en de toetsenist van zijn huidige band en verving alleen de drummer, waardoor de band weer een powertrio werd, zoals zijn oorspronkelijke bands waren geweest.

De albumnaam weerspiegelt het feit dat het eindproduct pas op het laatste moment aan de platenmaatschappij werd geleverd.

Het album kwam na een periode van twee jaar zonder albumrelease, vanwege Gallaghers beslissing om de eerdere versie van het album te schrappen en het herstel van een ongeluk aan zijn duim.

Gallagher nam veel van de nummers die uiteindelijk op Photo-Finish zouden belanden oorspronkelijk op in San Francisco.

In plaats van het album zelf te produceren zoals hij meestal deed, werkte hij samen met Elliot Mazer, een succesvolle producer die eerder hits had geproduceerd voor Neil Young.

Op het laatste moment, de eerste exemplaren van het album waren al geperst, besloot Gallagher om het door Mazer geproduceerde album simpelweg te schrappen.

Kort nadat hij het album had geschrapt, verwondde Gallagher zijn duim, hij klemde hem in de deur van een taxi.

Hij verliet San Francisco en ging naar een studio in Duitsland om het album opnieuw te bewerken.

Hij veranderde ook zijn band door van drummer te wisselen en de toetsenist te laten vallen om terug te keren naar het powertrio-formaat van Taste en zijn oorspronkelijke soloband. Photo-Finish is het resultaat van die Duitse studiosessies.

De originele versies van de nummers zoals opgenomen met de groep inclusief een toetsenist werden postuum uitgebracht op 14 oktober 2011, op het album Notes From San Francisco.

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, Kiki & Pearly met hun hit Patrick, Mon chéri.

Zangeres Kiki van Oostindiën was voor velen destijds al een bekende verschijning, zij het vooral visueel; zij was namelijk het vaste fotomodel dat te zien was op de iconische platenhoezen van de verzamelreeks Alle 13 Goed.

Haar muzikale partner Pearly was niemand minder dan haar toenmalige echtgenoot Herman Schmitz.

Hun grote doorbraak kwam in 1975 met het nummer ‘Patrick, Mon Chéri’.

Dit nummer was een gezamenlijke creatieve inspanning, geschreven door Herman Schmitz alias Pearly, Peter Koelewijn, Will Hoebee en Kiki van Oostindië.

De productie van de plaat lag eveneens in handen van Peter Koelewijn en Will Hoebee.

Hoebee verwierf later grote bekendheid als manager van de meidengroep Luv’ en als echtgenoot van zangeres José; hij overleed op 10 juni 2012 op 64-jarige leeftijd aan darmkanker.

Het succes was aanzienlijk: de single behaalde in zowel Vlaanderen als Nederland exact dezelfde hoge notering en bereikte de zevende plaats in respectievelijk de BRT Top 30 en de Nederlandse Top 40.

De Franse tekstschrijvers Claude Carrère en Jean Schmitt bewerkten het origineel tot een Frans chanson dat perfect paste bij het stemgeluid en imago van de zangeres Sheila.

Deze internationale versie werd een enorme hit en was goed voor een verkoop van meer dan 800.000 singles.

De carrière van Kiki beperkte zich overigens niet tot de samenwerking met haar man.

Ze scoorde ook nog een hit met het nummer ‘Et Si Tu Pars’, een duet met de zanger Art Sullivan.

Deze samenwerking gaf haar discografie een bijzonder tintje door de achtergrond van deze Franstalige Brusselaar.

Geboren als Marc Liénart van Lidth de Jeude was hij via moederskant familie van de huidige koningin Mathilde. Sullivan kende vooral in de jaren zeventig grote successen in landen als Frankrijk, Canada, Duitsland en Portugal, waarbij hij in totaal meer dan tien miljoen platen verkocht.

De bekendste nummers van Art Sullivan waren hits zoals “Ensemble”, “Adieu sois heureuse” en “Donne Donne moi.”

Aan het eind van dat decennium vertrok hij naar de Verenigde Staten om televisieprogramma’s te produceren, maar door de opkomst van de cd kreeg zijn oeuvre een nieuw leven, waarna hij ook weer ging optreden.

Art Sullivan overleed op 27 december 2019 aan de gevolgen van pancreaskanker.

In 1979 deed Kiki nog een poging om het succes te evenaren met een cover van ‘Tous Les Garcons Et Les Filles’, maar dit bleef zonder het gewenste resultaat.

Kiki van Oostindiën beperkte zich echter niet alleen tot de muziek; in 1980 maakte ze een uitstapje naar het witte doek.

Ze speelde toen een rol in de film Dirty Picture van de bekende Surinaams-Nederlandse regisseur Pim de la Parra.

Daarna is zij uit de publieke belangstelling verdwenen.

Tjens Couter even gek als hun naam

Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.

Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.

Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.

De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.

Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.

In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.

Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.

Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.

In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.

Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.

Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.

Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.

In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.

Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.

Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.

Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.

Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.

Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.