
The Beach Boys, Brian Wilson en zijn ongewone gezondheidskuur

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


In 2003 werd Errol Brown onderscheiden met een benoeming tot Lid in de Orde van het Britse Rijk en in 2004 de Ivor Novello Award voor zijn bijdrage aan de Britse muziek.
Op 6 mei 2015 overleed Errol Brown aan leverkanker op 71-jarige leeftijd op de Bahama’s.






Photo-Finish is het zevende studioalbum en uitgebracht in 1978.
De meeste nummers op Photo-Finish waren oorspronkelijk opgenomen voor een eerder album, maar Gallagher was ontevreden met de opnames.
Hij ontsloeg de drummer en de toetsenist van zijn huidige band en verving alleen de drummer, waardoor de band weer een powertrio werd, zoals zijn oorspronkelijke bands waren geweest.
De albumnaam weerspiegelt het feit dat het eindproduct pas op het laatste moment aan de platenmaatschappij werd geleverd.
Het album kwam na een periode van twee jaar zonder albumrelease, vanwege Gallaghers beslissing om de eerdere versie van het album te schrappen en het herstel van een ongeluk aan zijn duim.
Gallagher nam veel van de nummers die uiteindelijk op Photo-Finish zouden belanden oorspronkelijk op in San Francisco.
In plaats van het album zelf te produceren zoals hij meestal deed, werkte hij samen met Elliot Mazer, een succesvolle producer die eerder hits had geproduceerd voor Neil Young.
Op het laatste moment, de eerste exemplaren van het album waren al geperst, besloot Gallagher om het door Mazer geproduceerde album simpelweg te schrappen.
Kort nadat hij het album had geschrapt, verwondde Gallagher zijn duim, hij klemde hem in de deur van een taxi.
Hij verliet San Francisco en ging naar een studio in Duitsland om het album opnieuw te bewerken.
Hij veranderde ook zijn band door van drummer te wisselen en de toetsenist te laten vallen om terug te keren naar het powertrio-formaat van Taste en zijn oorspronkelijke soloband. Photo-Finish is het resultaat van die Duitse studiosessies.
De originele versies van de nummers zoals opgenomen met de groep inclusief een toetsenist werden postuum uitgebracht op 14 oktober 2011, op het album Notes From San Francisco.

Gisteren nog vandaag


In de zomer van 1976 stond Willeke Alberti op het punt om te trouwen met haar vriend John de Mol jr.
Om meer aandacht te kunnen besteden aan haar privéleven, besloot ze het een tijdje kalmer aan te gaan doen.
Ze zette voorlopig een punt achter haar loopbaan als actrice en las tevens een pauze van enkele maanden in wat betreft haar optredens.
Het daaraan voorafgaande seizoen was ze namelijk bijna dagelijks op pad geweest met André van Duin, en dat was haar een beetje te veel geworden.
Om toch niet stil te hoeven zitten, kochten zij en John een platenwinkel in Laren, op slechts enkele kilometers afstand van hun woning in Blaricum.
Ze nam zich voor om daar een tijdje als winkeldame aan de slag te gaan. Op die manier bleef ze lekker bezig, maar had ze wel de zekerheid dat ze ’s avonds gewoon thuis kon zijn.
De inspiratie voor dit ondernemerschap had Willeke duidelijk van huis uit meegekregen.
Haar vader, de bekende zanger Willy Alberti, was namelijk ook eigenaar van een eigen platenzaak.
Het was in die tijd wel vaker de gewoonte dat succesvolle artiesten een winkel begonnen, enerzijds als verstandige investering voor de toekomst en anderzijds om heel direct in contact te blijven met het kopende publiek en de fans.
De winkel van Willy opende op 28 november 1968 de deuren aan het Osdorpplein in Amsterdam, waar hij de zaak met veel succes runde samen met zijn zoon Tonny, die als inkoper fungeerde.
Deze platenzaak bleef tot ver in de jaren tachtig een begrip voor muziekliefhebbers.
Willeke en John noemden hun nieuwe zaak aan de Brink in Laren toepasselijk Disco Alberti, dezelfde naam als het succesvolle bedrijf van Willekes vader.
Dit betekende echter niet het einde van haar zangcarrière, want ze koesterde wel de wens om weer de studio in te duiken.
Daar had ze voorheen de tijd niet voor kunnen vinden, maar met haar nieuwe, rustigere levensritme lukte dat wel.
Ze gaf destijds wel duidelijk aan dat ze nummers in de stijl van Spiegelbeeld achter zich wilde laten, simpelweg omdat ze geen tiener meer was.
In plaats daarvan wilde ze zich gaan toeleggen op romantisch getinte liedjes met teksten die aanzienlijk meer inhoud hadden dan haar eerdere werk.
Met deze nieuwe muzikale koers leek de kans dan ook groot dat ze snel weer een plekje in de hitlijsten zou weten te veroveren.
De Larense platenzaak werd zakelijk ondergebracht in de vennootschap B.V. Disco Alberti.
In het appartement boven de winkel woonde destijds Berber van der Weg, die in de jaren zeventig haar intrek in de woning nam.
Zij was een absolute sleutelfiguur in het lokale buurtleven en zou later uitgroeien tot een zeer goede vriendin van Willeke. Berber was de drijvende kracht en voorzitter van de Larense buurtvereniging Ons Genoegen.
Tientallen jaren lang organiseerde ze talloze grote en kleine evenementen voor het dorp, variërend van politieke bijeenkomsten en kinderfestijnen tot bingo’s en de traditionele Klepperman van Elleven.
Het avontuur met de platenzaak was uiteindelijk geen lang leven beschoren.
In 1979 sloot de winkel definitief de deuren, en kort daarna strandde in 1980 ook het huwelijk tussen Willeke en John.
Toch kreeg de onderneming nog een opmerkelijk staartje.
Na de sluiting behield John de Mol de oorspronkelijke B.V. en doopte deze om tot John de Mol Produkties, het bedrijf dat later de fundering zou vormen voor het wereldwijde media-imperium Endemol.
Ook de band tussen Willeke en Berber bleef altijd bestaan.
Hun vriendschap was zelfs zo hecht dat Van der Weg uiteindelijk de voorzitter werd van de Willeke Alberti Foundation, de stichting waarmee Alberti optredens verzorgt in zorgcentra voor ouderen en mensen met een beperking.
Tegenwoordig herinnert er in Laren nog maar weinig aan de muzikale geschiedenis van het pand, het biedt nu namelijk onderdak aan exclusieve modewinkels.



In de zomer van 1976 was het filmdebuut van Julien Clerc te zien in de Vlaamse bioscopen, een gebeurtenis die destijds uitgebreid de aandacht trok.
De zanger, destijds omschreven als het enfant terrible van de Franse pop, draaide op dat moment al meer dan acht jaar mee in de muziekwereld.
Zijn carrière had een grote vlucht genomen sinds zijn ontdekking in de musical Hair, waarna de hits zich in zijn eigen land snel opstapelden.
Ook in de Lage Landen had hij in die periode definitief voet aan de grond gekregen.
Met zijn toen recente plaat ‘This Melody’ behaalde de Franse krullebol in amper enkele maanden tijd zijn tweede grote succes in onze hitlijsten, maar hij bleek destijds nog andere artistieke plannen te hebben.
Julien Clerc stond er destijds om bekend dat hij niet graag te koop liep met zijn veelzijdige talent.
Hij wilde in de eerste plaats vooral zichzelf overtuigen, terwijl de mening van het publiek voor hem eerder bijzaak was.
Zonder veel tamtam stortte hij zich destijds in het voor hem onbekende avontuur van de filmwereld.
Hij vertelde toen dat hij daar al een hele tijd van droomde en dat de filmkunst hem altijd had geboeid.
Ook gaf hij destijds toe dat hij al vaker aanbiedingen had gekregen, maar die aanbiedingen had hij altijd geweigerd, omdat hij niet achter de verhalen stond.
Dat veranderde toen zijn vriend en regisseur Jean Pierre Blanc hem op een dag opzocht en een scenario overhandigde dat hem wel aansprak.
De film kreeg de titel ‘D’Amour et D’Eau Fraîche’.
Omdat het een zeer romantisch verhaal was en hij bovendien Annie Girardot en Miou-Miou als tegenspeelsters kreeg, kon hij zich destijds nauwelijks een beter gezelschap voorstellen om zijn debuut te vieren.
Voor de opnames van start gingen, probeerde Miou-Miou nog met alle macht haar toenmalige partner Patrick Dewaere aan de mannelijke hoofdrol te helpen, maar regisseur Jean-Pierre Blanc verzette zich hiertegen.
Julien Clerc was immers al een gekende en populaire muzikant in Frankrijk en kreeg de voorkeur.
Op de set speelden Julien Clerc en Miou-Miou een pril liefdeskoppel, wat ze ook tijdens de opnames in het echte leven werden, tot grote wanhoop van Patrick Dewaere.
Het verhaal van de film, dat destijds als een Franse Love Story werd onthaald, draaide om het personage Jip, een rol die door Julien zelf werd gespeeld.
Jip was een jongen van 25 jaar die samenwoonde met de 40-jarige Mona, gespeeld door Annie Girardot.
Zijn leven nam een wending toen hij Rita ontmoette, een rol van Miou-Miou.
Zij was een jonge Hollandse die namaakjuwelen maakte, terwijl Jip de kost verdiende als pianoleraar.
Jip raakte destijds zo in haar ban dat hij besloot Mona te verlaten om met Rita te gaan samenwonen.
Met hun gespaarde geld trokken de twee op vakantie naar het Zuiden, maar bij hun terugkeer sloeg het noodlot toe en werd Rita ziek.
Enkele weken later overleed ze, waarna Jip, die destijds ziek was van verdriet, uiteindelijk terugkeerde naar Mona.
Zij ontving hem destijds met open armen en veel begrip, wat het emotionele slot vormde van deze film die vijftig jaar geleden in de zalen draaide.
Ondanks de sterke cast flopte de film in de bioscoop.
Het zou uiteindelijk ook bij zijn enige hoofdrol als acteur blijven.
Clerc zelf vertelde later dat hij begreep dat acteren niet echt zijn ding was. Wel was hij veel later nog te zien in een cameo als zichzelf in de films Guy, onder regie van Alex Lutz, en On l’appelait Roda, die allebei in 2018 uitkwamen.
Het jonge koppel trouwde en kreeg twee dochters.
Het gezinsleven maakte hem blijkbaar wat rustiger en met het knippen van zijn krullen leken ook zijn wilde haren te zijn verdwenen.
Niets was echter minder waar.
Vlak voordat hij in 1982 het album Femmes, Indiscrétion, Blasphème uitbracht, verbrak Julien de relatie met Miou-Miou

Gisteren nog vandaag


Zangeres Kiki van Oostindiën was voor velen destijds al een bekende verschijning, zij het vooral visueel; zij was namelijk het vaste fotomodel dat te zien was op de iconische platenhoezen van de verzamelreeks Alle 13 Goed.
Haar muzikale partner Pearly was niemand minder dan haar toenmalige echtgenoot Herman Schmitz.
Hun grote doorbraak kwam in 1975 met het nummer ‘Patrick, Mon Chéri’.
Dit nummer was een gezamenlijke creatieve inspanning, geschreven door Herman Schmitz alias Pearly, Peter Koelewijn, Will Hoebee en Kiki van Oostindië.
De productie van de plaat lag eveneens in handen van Peter Koelewijn en Will Hoebee.
Hoebee verwierf later grote bekendheid als manager van de meidengroep Luv’ en als echtgenoot van zangeres José; hij overleed op 10 juni 2012 op 64-jarige leeftijd aan darmkanker.
Het succes was aanzienlijk: de single behaalde in zowel Vlaanderen als Nederland exact dezelfde hoge notering en bereikte de zevende plaats in respectievelijk de BRT Top 30 en de Nederlandse Top 40.
De Franse tekstschrijvers Claude Carrère en Jean Schmitt bewerkten het origineel tot een Frans chanson dat perfect paste bij het stemgeluid en imago van de zangeres Sheila.
Deze internationale versie werd een enorme hit en was goed voor een verkoop van meer dan 800.000 singles.
De carrière van Kiki beperkte zich overigens niet tot de samenwerking met haar man.
Ze scoorde ook nog een hit met het nummer ‘Et Si Tu Pars’, een duet met de zanger Art Sullivan.
Deze samenwerking gaf haar discografie een bijzonder tintje door de achtergrond van deze Franstalige Brusselaar.
Geboren als Marc Liénart van Lidth de Jeude was hij via moederskant familie van de huidige koningin Mathilde. Sullivan kende vooral in de jaren zeventig grote successen in landen als Frankrijk, Canada, Duitsland en Portugal, waarbij hij in totaal meer dan tien miljoen platen verkocht.
De bekendste nummers van Art Sullivan waren hits zoals “Ensemble”, “Adieu sois heureuse” en “Donne Donne moi.”
Aan het eind van dat decennium vertrok hij naar de Verenigde Staten om televisieprogramma’s te produceren, maar door de opkomst van de cd kreeg zijn oeuvre een nieuw leven, waarna hij ook weer ging optreden.
Art Sullivan overleed op 27 december 2019 aan de gevolgen van pancreaskanker.
In 1979 deed Kiki nog een poging om het succes te evenaren met een cover van ‘Tous Les Garcons Et Les Filles’, maar dit bleef zonder het gewenste resultaat.
Kiki van Oostindiën beperkte zich echter niet alleen tot de muziek; in 1980 maakte ze een uitstapje naar het witte doek.
Ze speelde toen een rol in de film Dirty Picture van de bekende Surinaams-Nederlandse regisseur Pim de la Parra.
Daarna is zij uit de publieke belangstelling verdwenen.


Gisteren nog vandaag
Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.
Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.
Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.
De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.
Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.
In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.
Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.
Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.
In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.
Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.
Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.
Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.
In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.
Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.
Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.
Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.
Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.
Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.
