In de herfst van 1976 werd er in de media nog altijd bijzonder hard geoordeeld over Linda McCartney.
Was ze nu écht zo lastig, of deed ze alleen maar zo? Was het terecht dat buitenstaanders haar zagen als een rare, onhandige figuur, een soort jonge Edith Bunker?
Ze had tenslotte de meest begeerde vrijgezel van het Westen ingepikt: Paul McCartney.
Dat een Beatle veranderde in een toegewijde huisvader, paste simpelweg niet in het vertrouwde plaatje.
Linda kreeg het dan ook zwaar te verduren, al trokken de McCartneys zich er weinig van aan.
Het publiek verwachtte dat Paul zou trouwen met een filmster, een prinses of op z’n minst zijn oude vriendin Jane Asher.
Iemand die in een kristallen koets rondreed, voor het volk zwaaide en perfect in het sprookje paste.
Geen gewone, eerder getrouwde Amerikaanse vrouw die wars was van alle opsmuk en gewoon leefde.
Dat Paul juist voor Linda koos, doorbrak de droomwereld: opeens bleek dat ook Beatles gewoon menselijk konden zijn. Sprookjes worden immers zelden werkelijkheid.
Anders dan veel mensen dachten, was Linda overigens geen familie van George Eastman, de oprichter van het Kodak-concern.
Aan die verwarring was ze zelf, volkomen onbedoeld, mede schuldig.
Ze was immers een succesvolle popfotografe uit New York.
Haar vader was een flamboyante en gefortuneerde advocaat, een echte showman die zijn oorspronkelijke Joodse familienaam Leopold Vail Epstein officieel had laten veranderen in Lee Eastman.
Hij deed dat om het heersende antisemitisme in de toenmalige juridische wereld te omzeilen en vlotter toegang te krijgen tot de conservatieve Amerikaanse zakenelite.
Haar moeder, Louise Sara Lindner, kwam evenmin uit een bescheiden nest: zij was de erfgename van het vermogende Amerikaanse warenhuis- en supermarktbedrijf The Lindner Coy (The Lindner Company) uit Cleveland, Ohio, opgericht door haar vader Max Lindner.
De eerste vonk sloeg over op 15 mei 1967 in de Londense club The Bag O’Nails in Soho, toen ze als fotograaf aan het werk was voor een boek over de Londense popscene en Paul daar met vrienden iets dronk.
Vier dagen later, op 19 mei 1967, zagen ze elkaar opnieuw tijdens de officiële presentatie van het album ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ in het huis van Brian Epstein.
Daar zette ze The Beatles voor haar lens en wisselden Paul en Linda telefoonnummers uit.
Daarna gebeurde het onvermijdelijke. Nadat de verloving tussen Paul en actrice Jane Asher in de zomer van 1968 definitief op de klippen liep, trok Paul naar Linda en nodigde haar uit naar Londen.
Hij viel voor deze hasjrokende, vrijgevochten feminist.
Ze had een kort huwelijk achter de rug met Joseph Melville See Jr., een geologiestudent die later werkzaam was als geoloog en antropoloog.
Uit dat huwelijk was dochter Heather geboren, en Linda maakte van haar progressieve opvattingen over seks geen enkel geheim.
Toch begon na het huwelijk het gezeur over ‘Yesterday’, ‘Michelle’ en al die andere clichés.
De kranten schreven destijds harde dingen over haar.
Ze werd neergezet alsof ze het er doelbewust op had gemunt om Paul te strikken, als een soort veredelde groupie.
Zelfs het feit dat ze destijds meereisde met The Beatles werd haar later nog nagedragen.
Paul zei later dat dit volstrekt onterecht was.
In werkelijkheid was ze warm, grappig en verzorgend, een soort earth mother die vooral om haar familie en dieren gaf.
Mensen die haar kenden, beschreven haar als eerlijk en recht voor zijn raap: ze zei wat ze dacht, soms bot, soms met humor, en liet zich niet zomaar de mond snoeren.
Ze had een gezonde dosis Amerikaanse zelfverzekerdheid en een vrije geest, maar bleef nuchter en familiegericht.
Linda had in 1976 ondanks alle roem lak aan het glitter- en glamourleven.
Ze was geen schoonheidskoningin en kwam niet uit een adellijk geslacht. I
Integendeel, ze had een nuchtere, directe en down-to-earth houding.
Ze hield van eenvoud, natuur en vrijheid, en had zich bewust afgekeerd van haar rijke New Yorkse achtergrond en het warenhuisfortuin van haar familie.
‘Ik ben gewoon,’ zei ze later zelf.
Ze kleedde zich casual, maakte zich zelden op en had weinig op met status of high society.
Paul noemde haar een bevrijdende invloed, iemand die hem leerde dat dingen ‘gewoon mogen’ (‘It’s allowed’), zonder al te veel poespas of zelfbeperking.
Toen Paul op 10 april 1970 via een meegestuurd persbericht bij zijn soloalbum wereldkundig maakte dat The Beatles definitief uit elkaar gingen, leidde dat tot miljoenen bedroefde fans en een oorverdovend geraas in de media.
Zelf stortte Paul finaal in elkaar; hij voelde zich nutteloos en radeloos.
Dankzij Linda kwam hij erbovenop tijdens een lang verblijf op High Park Farm, hun boerderij bij Campbeltown op het Schotse schiereiland Kintyre.
Ze leerde haar man paardrijden en was zijn steun en toeverlaat in de periode na Het Einde.
Schapen scheren, honden fokken en scharrelen in een moestuin vol aardappelen en groenten, het deed hem zichtbaar goed.
Die diepe liefde voor de natuur en het buitenleven zat diep.
Linda vond het de allerbeste opvoeding voor de kinderen. Jaren later zou ze er baanbrekende vegetarische kookboeken en een hele voedingslijn van maken, maar in 1976 was het simpelweg hun dagelijks leven.
Het gezin bestond toen uit dochter Heather (veertien, uit Linda’s eerste huwelijk), Mary (zeven) en Stella (vijf).
Als ze op tournee gingen, reisden de kinderen altijd mee; het gezinsleven ging voor alles.
Linda stopte de kinderen zelf in bed en kookte ’s avonds wanneer ze de tijd had.
Ze was een toegewijde moeder die haar prioriteiten glashelder had: familie, natuur en vrijheid boven glamour of publieke goedkeuring.
Toen Paul haar vroeg om in Wings te spelen, kon ze nog bijna niets.
Hij zou haar pianoles geven.
De pers reageerde heftig: er deden verhalen de ronde dat ze zou hebben zitten huilen in de kleedkamer en het podium niet op durfde.
Later zei ze dat het steeds beter ging en dat ze oprecht plezier kreeg in het optreden.
Haar zang was simpel en ongepolijst en deed Paul denken aan de vroege rocksound uit de jaren vijftig.
Soms zat er een steekje los, maar daar maakte hij zich niet druk om.
Over haar muzikale kwaliteiten en zangtalent deden hardcore Beatles-fans vaak schamper, maar mede dankzij haar werd Wings een enorm succesvolle band, met toonaangevende albums als ‘Band On The Run’ uit 1973 en ‘Venus and Mars’ uit 1975.
Het echte ‘probleem’ van Paul en Linda in 1976 was simpelweg dat ze te gewoon waren gebleven.
Te rechttoe-rechtaan. Ze weigerden uitgedoste poppen te spelen die op een glitterpodium dansten, zoals veel fans en journalisten graag zagen.
Linda kwam in interviews soms wat direct over, maar dat was begrijpelijk: ze was zo vaak afgebrand in de pers dat ze er genoeg van had om voortdurend verkeerd begrepen te worden.
In september 1977 werd hun zoon James geboren en het gezinsgeluk spatte van hun leven af, tot de onheilstijding eind 1995: borstkanker.
Het bracht een pijnlijk trauma uit zijn jeugd terug, want zijn moeder Mary was aan diezelfde ziekte gestorven toen Paul veertien was.
Linda McCartney was niet zomaar een van de vrouwen in het leven van Paul McCartney, maar dé vrouw: zijn absolute anker.
Ze stierf op 17 april 1998, pas 56 jaar oud. ‘Ik heb een jaar gehuild,’ bekende Paul later over het verlies van zijn grote liefde.
In een huwelijk van 29 jaar brachten Paul en Linda McCartney welgeteld slechts elf dagen zonder elkaar door, toen Paul in 1980 in Tokio gevangen zat.
De woorden die Paul in 1976 vol vertrouwen uitsprak, kregen achteraf een wrange en diep ontroerende lading: ‘Linda en ik zijn van plan nog lang te leven. Nog heel lang en gelukkig.’


Gisteren nog vandaag
