



Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




















Na zijn studietijd in Parijs tussen 1910 en 1914 diende hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als tweede luitenant in het Franse leger.
In 1919 maakte hij de oversteek naar New York, waar hij aanvankelijk aan de slag ging als etaleur voor warenhuizen en als mode-illustrator voor bekende tijdschriften zoals Vogue, Harper’s Bazaar en Vanity Fair.
Tien jaar later, in 1929, richtte hij zijn eigen ontwerpbureau op.
Zijn filosofie was even simpel als doeltreffend, getuige de tekst op zijn visitekaartjes: als twee producten in prijs, functie en kwaliteit gelijk zijn, dan verkoopt het mooiste beter.
Dit bewees hij al snel met zijn eerste grote succes: het restylen van de Gestetner-stencilmachine.
Hoewel het apparaat technisch vrijwel identiek bleef aan zijn voorganger, zorgde de vereenvoudigde en strakkere vormgeving voor een efficiëntere productie en hogere verkoopcijfers.

In de decennia die volgden, leek het alsof Loewy alles ontwierp wat er maar te ontwerpen viel.
Van gestroomlijnde stoomlocomotieven, auto’s en vliegtuigen tot frisdrankautomaten, ijskasten en het interieur van NASA’s Skylab; hij stond altijd vooraan.
Hij werkte voor giganten als Pennsylvania Railroad, Greyhound, Coca-Cola en Studebaker.
Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het ontwerpen van verpakkingen voor Lucky Strike en beeldmerken voor grote bedrijven als Spar, Exxon en Shell.
Bij Shell bewees hij bovendien zijn scherpe zakelijke inzicht door niet alleen het logo af te leveren, maar ook strikte wereldwijde richtlijnen voor het uniforme gebruik ervan op te stellen.
Zijn benadering van het vak legde hij vast in zijn autobiografie Never Leave Well Enough Alone uit 1951.
Loewy’s invloed was op het hoogtepunt van zijn carrière zo groot dat naar schatting meer dan vijfenzeventig procent van de Amerikanen dagelijks met zijn ontwerpen in aanraking kwam.
Dit bracht hem ongekende roem, die vergelijkbaar was met die van een filmster, wat in 1949 resulteerde in een coververhaal in Time Magazine.

In de jaren zeventig kreeg zijn loopbaan een diplomatiek tintje toen hij, op verzoek van de Amerikaanse regering, voor de Sovjet-Unie ging werken in een poging de spanningen van de Koude Oorlog te verzachten.
Hij ontwierp voor hen onder meer een motorfiets, auto, tractor en diverse huishoudelijke apparaten, al zijn deze plannen helaas nooit gerealiseerd.
Ondanks zijn fenomenale staat van dienst eindigde zijn verhaal in mineur.
Waar zijn kantoor rond 1960 nog honderdtachtig werknemers telde, moest hij in 1977 wegens financiële problemen zijn Amerikaanse vestiging sluiten.
Toen Raymond Loewy in 1986 stierf, liet hij een onuitwisbare stempel achter op de moderne vormgeving, maar was hij zelf volledig bankroet.


De videoclip bij Papa Don’t Preach uit 1986 is een legendarisch moment in de carrière van Madonna en markeerde een belangrijke stijlverandering.
De regie van de videoclip was in handen van James Foley, die destijds ook de clip voor Live to Tell regisseerde.
In de video introduceerde Madonna een nieuwe look die bekend kwam te staan als de gamine-stijl, geïnspireerd op actrices als Audrey Hepburn en Shirley MacLaine.
Dit was een bewuste breuk met haar eerdere imago van zware make-up en opzichtige sieraden.
Ze droeg kort, platinablond haar en een atletisch, gespierd figuur, vaak gekleed in eenvoudige jeans of een zwarte bustier met capribroek.
Een opvallend element is het T-shirt dat Madonna in de clip draagt met de tekst Italians Do It Better.
Dit was een duidelijke verwijzing naar haar eigen Italiaanse afkomst en droeg bij aan het rebelse, maar zelfverzekerde imago dat ze wilde uitstralen.
De rol van de vader in de clip werd gespeeld door de bekende acteur Danny Aiello.
De clip wisselt af tussen scènes waarin Madonna als tomboy door het leven gaat en momenten waarin ze een meer volwassen, sensuele kant van zichzelf laat zien terwijl ze danst in een verduisterde studio.
Deze afwisseling benadrukte de innerlijke strijd van het personage in het nummer: een tiener die geconfronteerd wordt met een onverwachte zwangerschap en een besluit moet nemen waarvoor ze de goedkeuring van haar vader zoekt.
De videoclip veroorzaakte, net als het nummer zelf, veel maatschappelijke discussie.
Door het onderwerp tienerzwangerschap en de keuze om het kind te houden, werd het nummer door verschillende groepen verschillend geïnterpreteerd.
Terwijl sommige conservatieve groepen de pro-life-boodschap in de video prezen, zagen feministen en andere organisaties het als een gevaarlijke verheerlijking van tienerzwangerschappen.
Madonna zelf hield zich op de vlakte en benadrukte vooral dat het nummer ging over een meisje dat voor haar eigen keuzes durft te staan en de band met haar vader wil behouden.
De single was in Vlaanderen goed voor een eerste plaats in de BRT Top 30 en dat voor drie weken lang. In Nederland bereikte het nummer de tweede plaats in de Top 40.
Brian Elliot baseerde de tekst op tienerroddels en gesprekken die hij hoorde buiten zijn opnamestudio in Los Angeles, waar schoolmeisjes vaak even stopten om hun haar te doen en te kletsen.
In eerste instantie schreef Elliot het nummer voor een zangeres genaamd Christina Dent.
Zij werkte toen vooral als backing vocal in de platenstudio.
In 1980 was ze lid van de groep The Friends Band.
Andere leden van deze groep waren Barbara Paige, Deborah Morton, Larry Fulcher, Peter Dobson, Ron Rhoades en Ruthie Lewis.
Deze groep heeft één album uitgebracht met als titel ‘All Kinds Of People In Every Room’ in 1980.
Een platenbaas van Warner Bros. hoorde de demo en vond dat het perfect bij Madonna paste.
Madonna paste na ontvangst kleine delen van de songtekst aan. Ze bracht het in de zomer van 1986 uit als de tweede single van haar succesvolle derde studioalbum, True Blue.

40 jaar geleden, de klacht van Pa (Danny Aiello)
Danny Aiello begon pas op latere leeftijd met acteren. Om in zijn levensonderhoud en dat van zijn gezin te voorzien, werkte hij aanvankelijk in uiteenlopende functies, zoals bij een busdienst en als uitsmijter in een nachtclub.
Pas rond zijn veertigste kreeg hij voet aan de grond in de acteerwereld en in 1973 beleefde hij zijn filmdebuut, onder meer in Bang the Drum Slowly.
In de jaren daarna bouwde Aiello een veelzijdige carrière op in films, op televisie en in het theater.
Halverwege de jaren zeventig maakte hij diepe indruk in Chicago met een rol in het toneelstuk That Championship Season van Jason Miller, wat hem verschillende prijzen en nominaties opleverde.
In 1981 werd zijn werk voor televisie bekroond met een Daytime Emmy Award voor zijn vertolking in ‘A Family of Strangers’.
Zijn grote doorbraak op het witte doek volgde in 1987, toen hij de verloofde van Cher speelde in Moonstruck.
Twee jaar later volgde zijn iconische rol als pizzeriaeigenaar Sal in de film Do the Right Thing van Spike Lee, een prestatie die hem een nominatie voor een Academy Award voor beste mannelijke bijrol opleverde.
Aiello speelde ook de rol van de vader in de bekende videoclip van Madonna bij het nummer ‘Papa Don’t Preach’.
Hij was zo overtuigd van zijn personage dat hij later een antwoordnummer uitbracht onder de titel ‘Papa Wants the Best for You’, waarin het verhaal vanuit het perspectief van de vader werd verteld.
Er waren plannen voor een videoclip bij dit nummer, maar omdat Madonna weigerde haar rol als dochter opnieuw te spelen, werd voor de video een dubbelganger ingezet (Joepie 12 oktober 1986).


Die nacht bracht de wachtmeester Luc Schuddinck door op zijn knieën in een polderweide in Wenduine.
Gangsters hadden hem daar met zijn eigen handboeien vastgeketend aan een omheiningspaal.
Enkele uren voordien hadden ze zijn collega André Goeman voor zijn ogen koudweg met een nekschot afgemaakt.
Nog eenmaal blikt Luc Schuddinck achterom naar de langste en verschrikkelijkste nacht van zijn leven.
André was een vaderfiguur voor mij, zoals ik nu ben voor mijn jongere collega’s hier op de Verkeerspost van Wetteren”, zegt Luc Schuddinck.
Hij was elf jaar ouder dan ik en was mijn monitor geweest tijdens mijn opleiding. ‘Ik had veel van hem geleerd.’
Die zondag 13 juli 1986 was ik met hem om 21 uur de nacht opgegaan.
We waren net begonnen te patrouilleren toen we in de onderbrugging van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een motorfiets zagen staan met twee mannen.
Ze spraken Frans.
Al snel bleek dat de motorfiets niet was ingeschreven of verzekerd en dat er iets niet pluis was met hun identiteitskaarten.
André had hen gevraagd een document in te vullen.
We stonden met zijn vieren in een halve cirkel over de motorkap gebogen toen een van hen plots een wapen naar me trok.
Ik stak mijn handen omhoog en op dat moment greep André Goeman naar zijn eigen pistool.
De gangster was hem echter te snel af en schoot hem van op een afstand van minder dan twee meter in de nek.
Hij was op slag dood.
Ze lieten hem liggen, de schutter sprong in de politiewagen, ik moest naast hem plaatsnemen en de andere kerel ging achter me zitten met een geladen pistool tegen mijn hoofd.
In volle vaart vertrokken we langs de E40 richting kust.
De gangsters waren in paniek en wisten niet waarheen.
Nu eens doofden ze de lichten, daarna staken ze ze weer aan.
De bestuurder zette mijn kepie op om de indruk te wekken dat hij een agent was.
Over de politieradio was duidelijk te horen dat men met man en macht op zoek was naar mij.
Ik stelde voor de radio buiten te gooien, maar ze wilden dat ik zou vertalen wat er gezegd werd.’
Ik heb veel met hen geconverseerd.
Ik vroeg wat ze van plan waren met mij en smeekte hen om mij in leven te laten.
Niet voor mezelf, maar voor mijn drie kinderen van zes, vier en twee jaar.
Ondertussen wikte ik mijn ontsnappingskansen.
Toen we in Wenduine voor een rood licht stonden, overwoog ik de deur te openen en uit de wagen te springen, maar ik had schrik dat ik al dood zou zijn nog voor ik op straat lag.
Uiteindelijk verplichtten ze me aan een verlaten weide uit te stappen.
Op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik nog maar enkele seconden te leven had.
Wat je dan voelt, is pure doodsangst.
Maar ze ketenden me vast aan een zware paal, gooiden mijn fluo-jas over me tegen de regen en reden weg.
Pas na twee uur begon ik een beetje hoop te krijgen dat ik zou overleven.
In de verte zag ik een boerderij staan.
Ik heb urenlang tevergeefs de ziel uit mijn lijf geschreeuwd.
Mijn stembanden waren zo ver uitgerekt dat het nooit meer is goedgekomen.
Uiteindelijk heeft een schapenboer mij om 8.45 uur ’s morgens bevrijd.
Hij kwam langsgereden met zijn wagen.
Het was de man van de boerderij.
Hij zei dat hij wel had horen roepen, maar dat er in het zomerseizoen met al die toeristen altijd nachtlawaai was.
Zijn vrouw is teruggereden om een kniptang en ze hebben me naar het politiebureau gevoerd.
Mijn eerste telefoontje was naar mijn vrouw om haar gerust te stellen dat ik nog leefde.
Dezelfde dag nog werden de twee gangsters aangehouden in Luik.
Het bleek te gaan om Philippe Gonda en Christian Karko die uit de gevangenis van Hoei waren ontsnapt.
Ik stond erop om het hele proces bij te wonen.
Ze hebben allebei de doodstraf gekregen.
Karko is vermoedelijk al tien jaar vrij, maar Gonda niet, denk ik.
Ik hoor er niks meer van en het interesseert me ook niet echt.
Het waren zware jongens.
Gonda zou zelfs een cipier gecastreerd hebben in de gevangenis.’
Na drie maanden na de feiten heb ik terug de draad weer opgepikt
Ik heb achteraf de weerbots gekregen, maar ik ben uit het dal geklauterd door me op mijn nieuwbouw in Deinze te werpen.
Slachtofferhulp bestond toen nog niet.
Er was zelfs geen sociaal assistente, er was niks.
Soms denk ik: wat zou er gebeurd zijn als André Goeman zijn wapen niet had getrokken?
Wellicht leefde hij dan nog.
Maar zijn reactie was normaal.
Hij heeft gehandeld vanuit een beschermende reflex.
Als je partner in gevaar is, dan doe je iets.”(Diverse bronnen, Geert Neyt, Nieuwsblad juli 2006 en De Post 27 juli 1986)




Terwijl wielerjournalist Mark Vanlombeek voor zijn werk de Tourkaravaan door het Franse landschap volgde, verbleven zijn vrouw en kinderen aan de Belgische kust, een menselijk contrast dat het tijdschrift Story destijds mooi optekende in de editie van 8 juli.
Het peloton kleurde dat jaar behoorlijk in de Lage Landen, met een sterke afvaardiging van 32 Belgische en 19 Nederlandse renners aan de startlijn.
Onze landgenoten lieten zich in die 73ste editie bijzonder goed opmerken en wisten de Tour extra glans te geven met vijf indrukwekkende ritzeges.
Pol Verschuere opende het Belgische succesverhaal met winst in de allereerste etappe van Nanterre naar Sceaux. Ludo Peeters triomfeerde in de zevende rit van Cherbourg naar Saint-Hilaire du Harcouët, waarna Eddy Planckaert meteen een dag later het goede voorbeeld volgde en de achtste etappe naar Nantes op zijn naam schreef.
Ook Rudy Dhaenens en Frank Hoste mochten juichen na overwinningen in respectievelijk de elfde rit vanuit Futuroscope naar Bordeaux en de vijftiende etappe van Carcassonne naar Nîmes.
De Nederlandse eer werd succesvol verdedigd door Johan van der Velde, die in de vijfde etappe van Evreux naar Villers-sur-Mer de tegenstand te slim af was en als eerste over de streep kwam.
Naast de successen uit de Lage Landen staat de Tour van 1986 in de internationale wielergeschiedenis vooral gegrift als de ronde van een van de meest beklijvende interne ploegduels ooit.
Binnen het dominante La Vie Claire team vochten de Amerikaan Greg LeMond en de Franse vijfvoudige winnaar Bernard Hinault een psychologische en fysieke slijtageslag uit.
Hoewel Hinault een jaar eerder had beloofd LeMond aan de eindzege te helpen, viel hij zijn jongere ploegmaat meermaals aan onder het mom dat hij hem wilde dwingen de zege echt te verdienen.
Deze zinderende en soms verwarrende tweestrijd leverde iconische televisiebeelden op, met als absoluut hoogtepunt de etappe naar l’Alpe d’Huez waar beide rivalen hand in hand over de finish kwamen. Uiteindelijk trok LeMond aan het langste eind in het algemeen klassement.
Hij kroonde zich zo tot de allereerste Amerikaanse, en bij uitbreiding niet-Europese, winnaar van de Ronde van Frankrijk, een mijlpaal die de wielersport wereldwijd een enorme impuls gaf.

Franciscus Florentinus Peeters werd geboren op 4 juli 1903 in Tielen, als jongste in een gezin van elf.
De componist groeide op in een muzikale omgeving en werd al snel geboeid door het artistieke milieu.
Gedurende zijn middelbareschooltijd in Herentals en Turnhout studeerde hij piano, orgel (bij H. Quinen en Jozef Brandt) en viool.
Hij studeerde aan het Lemmensinstituut te Mechelen en behaalde de hoogste onderscheiding, de Prijs Lemmens-Tinel, in 1923.
Hij was de jongste laureaat van deze prijs in de geschiedenis van de school.
In 1923 werd hij meteen tweede organist aan de kathedraal en hulpleraar aan het Lemmensinstituut, beide opdrachten als hulp voor zijn orgelleraar Oscar Depuydt, die met Lodewijk Mortelmans tot zijn belangrijkste leraren kan worden gerekend.
Bij het overlijden van Depuydt in 1925 werd Flor Peeters hoofdorganist aan de kathedraal en hoofdleraar orgel aan het Lemmensinstituut te Mechelen.
In 1931 werd hij orgelleraar aan het Kon. Conservatorium te Gent en in 1935 leraar orgel en improvisatie aan de Rooms – Katholieke Leergangen te Tilburg.

Gisteren nog vandaag
Aan het Lemmensinstituut gaf hij les van 1923 tot 1952; aan het conservatorium te Gent van 1935 tot 1948.
In 1948 werd hij orgelleraar aan het Kon. Vlaams Conservatorium te Antwerpen; van 1952 tot 1968 was hij tevens directeur van deze instelling.
In 1968 op pensioen gesteld, kreeg hij een opdracht van het ministerie van Nederlandse Cultuur om elk jaar te Mechelen, in de kathedraal, een Internationale Meesterklas te doceren.
Hij zou dat doen tot en met 1985.
Flor Peeters was lid van de Kon. Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en erelid van de Royal Academy of Music te Londen. I
In 1964 werd hij samen met Olivier Messiaen aangesteld als consultor bij het Vaticaans Concilie II, maar zij werden nooit geraadpleegd.
Flor Peeters was eredoctor in de muziek van de Catholic University of Washington (1962) en van de Katholieke Universiteit te Leuven (1971).
In 1971 benoemde de Koning hem tot baron.
Enkele maanden voor zijn dood, ontving hij de Belgische Staatsprijs voor de bekroning van een artistieke carrière.
Hij overleed te Antwerpen op 4 juli 1986.

Gisteren nog vandaag





