Vandaag, 75 jaar geleden, was de Italiaanse actrice Giovanna Galletti te gast op het filmfestival in Knokke.

Giovanna Galletti was een veelzijdige Italiaanse actrice wier carrière zich uitstrekte over bijna vijf decennia in zowel film als theater.

Ze werd geboren op 27 juni 1916 in Bangkok, Thailand, een ongebruikelijke geboorteplaats die voortkwam uit de expatstatus van haar familie destijds.

Haar passie voor acteren bracht haar echter al vroeg terug naar Italië, waar ze in de vroege jaren dertig haar debuut maakte op het toneel.

Om haar vaardigheden verder te verfijnen, volgde ze een opleiding aan het prestigieuze Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome.

Daar leerde ze niet alleen de fijne kneepjes van het klassieke theater, maar bekwaamde ze zich ook in het acteren voor de camera, wat in die periode een sterk ontwikkelend medium was.

In 1938 maakte Galletti haar filmdebuut met een bescheiden rol in de komedie La dama bianca. Haar grote doorbraak bij het internationale publiek kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen regisseur Roberto Rossellini haar castte in zijn meesterwerk Roma città aperta uit 1945.

In deze film, die het begin van het Italiaanse neorealisme inluidde, speelde ze de rol van Ingrid, een kille en sadistische Gestapo-agente.

Deze indringende vertolking van een meedogenloze nazi-collaborateur behoort tot de meest geprezen prestaties uit haar loopbaan en vestigde haar naam definitief in de Europese filmindustrie.

Ondanks haar stijgende succes op het witte doek, keerde Galletti na de oorlog deels terug naar haar eerste liefde, het theater.

Ze werkte intensief samen met het Piccolo Teatro in Milaan onder leiding van de bekende regisseur Giorgio Strehler.

Daarnaast speelde ze in diverse theatergezelschappen naast grootheden uit de Italiaanse toneelwereld.

Haar uitgebreide theaterervaring gaf haar een sterke dramatische diepgang, die ze vervolgens weer inzette voor haar latere filmrollen.

In de bioscoop werd ze vanaf die tijd steeds vaker gecast als schurk of in zeer complexe, mysterieuze bijrollen.

Vanaf de jaren vijftig en zestig nam ze deel aan een breed scala aan genres.

Zo was ze te zien in historische spektakelfilms en mythologische avonturen zoals The Loves of Hercules, maar ook in de bijbelse epiek The Bible: In the Beginning onder regie van John Huston.

Liefhebbers van de gotische horror herinneren haar ongetwijfeld als de teruggetrokken barones Graps in Mario Bava’s huiveringwekkende Kill, Baby, Kill uit 1966.

Ook in latere decennia bleef ze actief in grote internationale producties.

Zo had ze een memorabele rol als de prostituee in Bernardo Bertolucci’s spraakmakende Last Tango in Paris in 1972 en speelde ze een Siciliaanse dorpsvrouw in het rauwe oorlogsdrama The Big Red One van Sam Fuller in 1980.

Giovanna Galletti sloot haar indrukwekkende acteercarrière halverwege de jaren tachtig af.

Ze overleed op 21 april 1992 in Rome op 75-jarige leeftijd.

Met meer dan veertig filmrollen en talloze theatervoorstellingen liet ze een rijke erfenis na.

Ze wist zich met haar karakteristieke uitstraling en klassiek geschoolde techniek moeiteloos staande te houden in een sterk veranderend filmlandschap, waarbij ze uiteenlopende personages altijd met grote overtuiging wist neer te zetten.

Daarnaast zijn er nog enkele interessante weetjes over haar leven en carrière die haar veelzijdigheid onderstrepen.

Een opvallend detail is haar gedenkwaardige rol in ‘Roma città aperta’, waar de dynamiek met tegenspeelster Maria Michi vaak wordt gezien als een van de vroege subtiele uitingen van een lesbische ondertoon in de Italiaanse cinema.

Bijna dertig jaar later stonden Galletti en Michi overigens opnieuw samen op de set voor Last Tango in Paris.

Naast haar werk voor de camera was Galletti tevens een veelgevraagde stem in Italiaanse hoorspelen op de radio, waar ze haar geschoolde theaterstem optimaal kon benutten.

Haar internationale allure bracht haar bovendien naar de Belgische kust, waar ze op 20 juli 1951 te gast was op het filmfestival in Knokke.

Dit mondaine evenement in het Casino van Knokke trok in die tijd veel Europese sterren en bood haar de kans om haar netwerk in de internationale film- en kunstwereld verder uit te breiden.

Wat haar privéleven betreft, was Galletti een enorme uitzondering in een filmindustrie die vaak dreef op roddels en schandalen.

Ze hield haar persoonlijke leven volstrekt gescheiden van haar publieke persona en schermde zichzelf zorgvuldig af van de pers.

Hierdoor is er in de historische archieven vrijwel niets te vinden over eventuele huwelijken, langdurige romantische relaties of kinderen.

Ze weigerde halsstarrig om interviews te geven over zaken die niet direct met haar vak te maken hadden en negeerde de sensatiepers in Rome volkomen.

Voor Galletti draaide alles puur om het acteerwerk.

Deze bewuste keuze voor absolute discretie zorgde er niet alleen voor dat ze in alle rust kon leven, maar versterkte ook sterk de mysterieuze en ongrijpbare uitstraling die haar personages op het witte doek zo onvergetelijk maakte.

Van Stübben tot Samyn: de evolutie van het kloppend hart van Knokke-Zoute

De ontwikkeling van Het Zoute nam een hoge vlucht in het begin van de twintigste eeuw, grotendeels gestuurd door de in 1908 opgerichte Compagnie

De ontwikkeling van Het Zoute werd grotendeels gestuurd door de ontwerpen van de befaamde Duitse stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben.

Zowel het Albertplein, in de volksmond vaak de Albertplaats of Place m’as-tu-vu genoemd, als de Elisabethlaan behoren tot de kern van dit ambitieuze stedenbouwkundige project dat vanaf 1909 werd gerealiseerd.

De Elisabethlaan vormde al snel een belangrijke oost-westverbinding en een centrale verkeersas voor de luxueuze uitbreiding van de kustgemeente Knokke.

Langs en rond deze laan verrezen statige hotels, exclusieve appartementen en villa’s in de voor de streek typerende Anglo-Normandische cottagestijl.

Een illuster stukje geschiedenis speelde zich af aan het einde van de Elisabethlaan in 1954, toen wereldberoemde schrijvers als Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Bertolt Brecht in alle stilte logeerden in het toenmalige Linkshotel tijdens een poging om Oost- en West-Europese intellectuelen samen te brengen midden in de Koude Oorlog.

Vlakbij groeide het iconische hotel La Réserve uit tot een luxueuze trekpleister voor internationale sterren.

Het mondaine karakter van deze as vond zijn absolute hoogtepunt op het nabijgelegen Albertplein.

Dit plein werd eveneens in 1909 aangelegd en groeide vooral in de jaren vijftig uit tot dé plek waar de internationale beau monde zich verzamelde.

Grote sterren zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Charles Aznavour en Jacques Brel dronken er een aperitief, gadegeslagen door het flanerende publiek.

Aan het plein opende in 1923 ook het befaamde Hotel Memlinc, ontworpen door architect Jozef Viérin, dat met zijn jazzconcerten en theedansen de roaring twenties aan de kust extra kleur gaf.

Op het kruispunt bij het plein werd in de jaren zestig bovendien het opvallende bronzen beeld De Poëet van de Frans-Russische kunstenaar Ossip Zadkine geplaatst, waarvoor later een definitieve plek werd gevonden.

Hoewel het plein in de decennia daarna wat van zijn oorspronkelijke grandeur verloor, onderging het recent een spectaculaire transformatie.

In 2023 werd een vernieuwd Albertplein onthuld, gekenmerkt door een gigantisch dambordpatroon van zwarte en witte tegels.

Een bijzonder detail is dat in de zwarte tegels duizenden oude munten zijn verwerkt die door inwoners en bezoekers werden geschonken.

De absolute blikvanger van het vernieuwde plein is een innovatieve glazen koepel, ontworpen door ingenieur-architect Philippe Samyn.

Dit architecturale hoogstandje zonder interne steunpilaren vormt vandaag het nieuwe kloppende hart van de badplaats en verbindt de rijke geschiedenis van de plek naadloos met de eenentwintigste eeuw.

Postkaart van Knokke-Zoute (1968)

Gisteren nog vandaag

Vandaag is het 60 jaar geleden dat de Franse zangeres Edith Piaf is overleden.

Edith Piaf leeft de laatste maanden van haar leven teruggetrokken in Grasse, waar ze in de nacht van tien oktober 1963 sterft in het bijzijn van Theo Lamboukas, haar toenmalige man.

Maar omdat ze per se in Parijs wilde sterven, werd haar lichaam in een ambulance naar Parijs gebracht, waar een dokter haar dood op 11 oktober officieel vaststelde.

Deze anekdote is tekenend voor Piafs liefde voor Parijs, de stad die haar als chansonnière onsterfelijk heeft gemaakt.

En die liefde was wederzijds: le tout Paris liep te hoop wanneer de lijkstoet naar de begraafplaats Père-Lachaise trok.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in de Piccolo

Edith Piaf blijft bekend en bemind om haar chansons die een ode zijn aan het leven en de liefde, ook al ging het haar in haar privéleven allerminst voor de wind.

Als kind trok ze rond met haar vader die straatartiest was, op haar vijftiende moest ze voor zichzelf instaan.

Ze bezingt in ‘L’Hymne à l’amour’ (1950) een onvoorwaardelijk geloof in de liefde, enkele maanden nadat haar grote liefde Marcel Cerdan, de Franse wereldkampioen boksen, omkwam in een vliegtuigongeluk.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf in Knokke (28 juli 1961)

Op haar tweeënveertigste huwt Piaf opnieuw met de twintiger Théo Sarapo.

Met hem zingt ze in 1962 nog het duet ‘A quoi ça sert l’amour’. Of zij niet denkt aan wat rust na zo’n bewogen leven? “Neen, want de dag dat je rust, voel je je al een beetje dood”.

In de sloppen van Belleville, midden in “la grande guerre”, verwekt tijdens een militair verlof van een toevallige vader-straatartiest, met een straalzatte zangeres als moeder.

Niet bevorderlijk voor een schitterende carrière in de wereld van de showbizz.

Wanneer Edith Piaf dan op haar vijftiende voor haar eigen inkomsten ging zorgen, met als enig talent een stem als een scheepsklok, dan moest ze ferm van haar afbijten om het zo ver te schoppen.

Gisteren nog vandaag: Edith Piaf en haar man Théo Sarapo te gast in zaal Ancienne Belgique in Brussel (december 1962)

Dan moest ze een straatmus zijn die kon zingen als een kanarievogel.

Als kleuter had ze die warme moederliefde gemist, waar elk kind recht op heeft.

Haar hele verdere leven was één grote hunker naar de warmte, de hartelijkheid, de tederheid die je als kind niet had gekregen.

Wat zei ze ook weer? “Als het geluk aan de deur klopt dan ga ik opendoen, dan durf ik niet neen zeggen”.

En telkens wanneer ze die liefde vond, was ze ook dankbaar en gul.

Edith Piaf had een onfeilbaar oog voor talent en ze had die gave vaak gebruikt om jonge artiesten beroemd te maken.

Leverkanker velt haar uiteindelijk op haar zevenenveertigste, met onsterfelijke klassiekers als La vie en rose, Milord en Non, je ne regrette rien op haar palmares.(diverse bronnen, ENen Toon Hillewaere)

Gisteren nog vandaag: Édith Piaf (janauri 1961)