Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Deze plaat, met onvergetelijke hits als ‘Don’t Stand So Close To Me’ en ‘De Do Do Do, De Da Da Da’, werd nota bene gewoon in Nederland opgenomen, in de Wisseloord Studio’s in Hilversum.
Het album was een groot succes en behaalde de derde plaats in de Nederlandse hitlijsten.
Leuk detail: exact zes jaar later, op 3 oktober 1986, bracht de band een remix van ‘Don’t Stand So Close To Me’ uit om hun verzamelalbum ‘Every Breath You Take (The Singles)’ te promoten.
De plaat wordt nog steeds geprezen als een absoluut hoogtepunt in de discografie van Bowie.
De kracht schuilt in een perfecte mix van elementen: de sterke productie die Bowie samen met Tony Visconti verzorgde, de kenmerkende zang van de meester zelf, en de innovatieve, grensverleggende gitaarpartijen van Robert Fripp.
Alle nummers op het album zijn geschreven door David Bowie en het bracht legendarische hitsingles voort zoals “Ashes to Ashes” en “Fashion”.
Het visuele aspect werd, zoals altijd bij Bowie, niet vergeten, met de beroemde albumhoes ontworpen door Bowie en Brian Duffy.
Voor de uitvoering kon hij rekenen op een ijzersterke band, met onder meer Andy Clark op synthesizer, Carlos Alomar op gitaar en de solide ritmesectie van bassist George Murray en drummer Dennis Davis. De achtergrondzang werd verzorgd door Chris Porter en Lynn Maitland.
Het kwam op 22 maart de lp Top 50 binnen en stond vanaf 14 juni maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats.
Ook in Vlaanderen was het album een groot succes.
Tijdens een diner, georganiseerd door platenmaatschappij EMI, kreeg De Nijs de onderscheiding uit handen van de Britse zanger Cliff Richard.
Het album, geproduceerd door Gerard Stellaard, bevatte bekende nummers als “Zondag”, geschreven door Stellaard, Bill van Dijk en Tineke Beishuizen, die al eerder teksten schreef voor Rob De Nijs en die in augustus 2023 overleed.
Ook de covers “Alleen Is Maar Alleen” met Nederlandse tekst van Benny Neyman en “Foto Van Vroeger” (oorspronkelijk van Udo Jürgens en de tekst van “Foto Van Vroeger” was van Joost Nuissl, die in totaal voor vijf nummers de tekst schreef voor het album) droegen bij aan de populariteit van het album.
“Long Tall Glasses (I Can Dance)” bereikte nummer 4 in het VK Singles Chart en in Amerika was de single goed voor een negende plaats in de billboard top 100.
In Vlaanderen was de single dus goed voor een tweede plaats en in Nederland zelfs goed voor een eerste plaats.
Deze single is afkomstig van zijn tweede album “Just a Boy” verscheen in 1974 en het album bereikte de vierde plaats in het Britse Albums Chart.
Voor het album werkte hij samen met twee producers, namelijk:
De gekende ex-zanger Adam Faith, die begin jaren 70 een management voor artiesten was begonnen.
Sayer was toen een van zijn eerste klanten.
David Courtney, een songwriter, drummer en producer die met Faith samenwerkte.
Hij schreef ook mee aan de nummers op het album en dit samen met Sayer, die trouwens ook alle teksten schreef.
De arrangementen zijn geschreven door Del Newman.
Buiten het nummer Long Tall Glasses (I Can Dance), die als derde single uit kwam, verscheen er in Vlaanderen en Nederland nog twee andere singles uit het album, namelijk:
“One Man Band” en Bereikte toen nummer 6 in het VK Singles Chart.
In Vlaanderen Nederland bereikte het nummer niet de hitparade.
“Train” werd vreemd niet in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht, maar wel dus in andere landen, waaronder Vlaanderen en Nederland.
Het nummer was in Vlaanderen goed voor een vijfentwintigste plaats en in Nederland deed het nummer beter en bereikte daar de vijftiende plaats.
Op dit album verscheen ook het door hem geschreven nummer Giving It All Away, die een groot succes was voor Roger Daltrey in 1973.
Voor het album werkte Sayer met de volgende muzikanten:
Gerry Conway: Drums
Alan Tarney: Basgitaar
Dave Courtney: Keyboards
Cliff White: Gitaar
De albumhoes van Just a Boy is ontworpen door Humphrey Butler-Bowdon, zijn oude leerkracht die hem les gaf aan op academie (Leo Sayer, eindelijk weer mezelf zijn uit de Joepie van 25 december 1974).
Het album bevat vier nummers die de hitlijsten halen: “It’s Only Love”, “If You Don’t Know Me By Now”, “A New Flame” en “You’ve Got It”.
Het bekendste nummer is waarschijnlijk “If You Don’t Know Me By Now”, een cover van een soulklassieker van Harold Melvin & the Blue Notes uit 1972.
In Groot-Brittannië, het thuisland van Simply Red, wordt “A New Flame” het eerste album dat de nummer één positie bereikt en meer dan zeven miljoen keer wordt verkocht.