Een van de grootste chansonniers die Frankrijk ooit heeft gekend, was zonder twijfel Charles Aznavour.

De zanger zette in de zomer van 1976 zijn vijfentwintigste jubileumjaar als zanger-componist zeer succesvol in met de hit “Mes Emmerdes”.

Alhoewel hij destijds over de ganse wereld als supervedette gekend stond, had hij een erg hard en vaak arm leven achter de rug.

Gevraagd naar zijn prilste jeugdherinneringen vertelde Charles Aznavour toen dat hij was opgegroeid in een sfeer van muziek, liefde en armoede.

Zijn ouders, die Armeniërs waren, baatten een klein restaurant uit en werkten hard om bijna niets te verdienen.

Zijn vader ging liedjes zingen om nog enkele stuivers bij te verdienen en zijn moeder nam allerlei rolletjes aan als actrice om haar kinderen van kledij en eten te kunnen voorzien.

Het opmerkelijke was dat, alhoewel het gezin zelf nauwelijks voldoende voedsel had, zijn ouders altijd de eersten waren om lotsgenoten te helpen.

Tragedie en tederheid zijn kenmerkende elementen van het befaamde repertoire van Aznavour.

Amper negen jaar oud wilde de kleine Charles ook al een beetje bijspringen om de huishoudkas wat aan te dikken.

Hij deed een auditie als Kozakkendansers, wat hem een rolletje als soldaat opleverde.

Zo begon de uiterst bescheiden toneelcarrière van deze veelzijdige ster.

Toen de oorlog kwam, was het meteen gedaan met het restaurantje van zijn ouders.

Zijn vader ging bij het leger en Charles werd krantenventer.

In die tijd begon hij ook liedjes te schrijven, gewoon voor de lol, die hij dan zong voor zijn collega’s in de Music Hall-club.

Daar ontmoette hij Pierre Roche, met wie hij de komende jaren vele liedjes zou schrijven.

Aznavour en Roche werden al gauw bekend als succesvolle schrijvers, in een tijd waarin er nog geen sprake was van hits, nadat heel Frankrijk nummers als “J’ai bu” meezong.

Mensen als Maurice Chevalier, Edith Piaf en Mistinguett kwamen bij hem aankloppen voor nieuwe liedjes.

Het was juist Edith Piaf die hem aanraadde om zelf te gaan zingen.

Aznavour dacht erover na en nam uiteindelijk het risico.

In 1950 brak hij met Pierre Roche om voortaan als zanger-componist door het leven te gaan.

Wanneer hij het over een risico had, wist hij goed wat hij bedoelde, want hij moest zo’n negen jaar wachten om als zanger erkend te worden.

Pas in 1959 trad hij voor het eerst als ster op in het Parijse Alhambra en het volgende jaar begon zijn loopbaan als een trein te bollen.

Men bood hem zelfs rollen aan in muzikale films, maar daar voelde Aznavour niet erg veel voor, omdat hij liever had dat de mensen hem live aan het werk hoorden op de scène en hij niet van foefjes hield.

Enkele jaren later trad hij niettemin op in gewone speelfilms zoals “August in Parijs” met Susan-Fleur Hampshire, “Journey on the Rhine” en “Three Fables” met topdanseres Leslie Caron.

Amerika kwam in 1963 aan de beurt.

In een oogwenk was heel New York veroverd nadat Charles daar in de Carnegie Hall had gezongen, wat wordt beschouwd als een van de belangrijkste gebeurtenissen van dat jaar voor de New Yorkers.

Over zijn liedjes vertelde hij dat hij als een fotograaf te werk ging.

Hij schiep zelf geen toestanden, maar benaderde de menselijke ziel en maakte er een portret van.

Als hij iets of iemand interessant vond, maakte hij er een liedje van.

Meestal schreef hij over de mensen en hun problemen, soms ook over de liefde, maar dan zonder zoeterig te willen zijn.

“Mes Emmerdes” ging bijvoorbeeld over zijn hele leven, inclusief alle problemen en situaties, zowel mooi als lelijk.

In dat rijke oeuvre van liefdesliedjes paste ook het nummer “Par gourmandise”, dat zoals gewoonlijk door Charles Aznavour zelf werd geschreven en terug te vinden was op zijn album Voilà que tu reviens en uitgebracht in 1976.

In dit sensuele en poëtische lied vergeleek Aznavour de liefde en het verlangen naar zijn partner met culinaire hoogstandjes en zoete zonden.

Het nummer gebruikte dan ook smaakvolle metaforen waarin de geliefde werd omschreven als een “péché mignon”, snoepgoed, een verboden vrucht en zelfs een “petit pain au chocolat”.

Tijdens live-optredens leidde hij het nummer vaak in met een monoloog over hoe moeilijk het is voor een songwriter om steeds weer nieuwe, originele manieren te vinden om “ik hou van jou” te zeggen zonder in clichés te vervallen.

Charles Aznavour zong dit nummer overigens ook in het Engels onder de titel “You Make Me Hungry For Your Loving”.

Na tien jaar had men in Frankrijk door dat Charles Aznavour enorm veel talent bezat.

Men geraakte snel in extase over de nieuwe Franse superster, zodat hij bijvoorbeeld in 1967 niet minder dan 67 voorstellingen moest geven van zijn One Man Show in de Parijse showtempel Olympia.

Aznavour was zonder meer een doorzetter.

Zo liep hij in 1973 een beenbreuk op tijdens het skiën, maar hij wilde ondanks veel pijn en narigheid absoluut zijn optredens afwerken.

Optredens waren immers erg belangrijk voor hem.

Hij gaf toe niet te weten hoe je een hit moest schrijven, maar wel te weten wat je op de planken moest brengen.

Hoewel hij dacht niet te weten hoe je een succesliedje schrijft, heeft hij in de loop der jaren toch een enorme stapel hits geproduceerd.

De verzamel-cd “Les Plus Belles Chansons”, uitgebracht in 2025, stond er vol van, met klassiekers als “La Mamma”, “Que c’est triste Venise”, “She”, “The Old Fashioned Way”, “Yesterday When I Was Young” en “Mes Emmerdes”

De Franse actrice, zangeres en fotomodel Arletty, geboren als Léonie Marie Julie Bathiat, de stem en de ziel van de Franse cinema.

Voor velen was Arletty de stem van de Franse cinema zelf, een vrouw die door een simpele voornaam en enkele beroemde filmzinnen een onuitwisbare indruk achterliet in de filmgeschiedenis.

Ze stond bekend om haar rollen als Garance in Les Enfants du Paradis en Madame Raymonde in Hôtel du Nord, personages die zij verrijkte met een mengeling van waardigheid, trots en een vleugje brutaliteit.

Ondanks dat ze door visuele problemen gedwongen werd de wereld van film en theater te verlaten, behield ze in haar appartement aan de Rue Rémusat de sprankelende energie van een jonge vrouw.

Ze lachte om haar eigen tegenstrijdigheden, zoals haar vermeende luiheid, terwijl ze in werkelijkheid decennialang onafgebroken op de planken en voor de camera stond.

In een interview in maart 1981 vertelde ze over haar herinneringen aan haar eerste draaidag voor La douceur d’aimer, wat naar haar eigen zeggen een complete mislukking was, ondanks de aanwezigheid van de door haar bewonderde acteur Victor Boucher.

Ze sprak destijds ook over haar honkvastheid; ze speelde twintig jaar lang uitsluitend in Parijs en weigerde lange tijd om op tournee te gaan.

Pas na het overlijden van de schrijfster Colette stemde ze in met een tournee voor het stuk Gigi, uit respect en genegenheid voor de overleden auteur.

Arletty sprak met veel bewondering over deze excentrieke schrijfster en over de schilderes Marie Laurencin, twee vrouwen die een blijvende indruk op haar hadden gemaakt.

Ook Mistinguett kon op haar respect rekenen vanwege haar enorme werklust.

Arletty herinnerde zich geamuseerd hoe Mistinguett door het publiek werd aanbeden, maar ook hoe nuchter en spontaan de ster zelf reageerde op die aandacht tijdens hun wandelingen door Parijs.

Hoewel ze aanvankelijk dacht dat haar tijd in het theater slechts een kortstondig avontuur zou zijn, raakte ze na L’école des cocottes echt aan het vak verknocht.

Ze observeerde alles en iedereen om het vak zo snel mogelijk onder de knie te krijgen.

Ze gaf aan dat ze niet echt plannen maakte voor de toekomst, omdat ze liever ruimte liet voor verrassingen. Haar jeugd in Puteaux omschreef ze als een droomtijd, ondanks de bescheiden omstandigheden.

Haar vader gaf haar belangrijke lessen mee over integriteit en de waarde van het gesproken woord.

In die periode speelde ze veel samen met grootheden als Raimu en Michel Simon.

Ze herinnerde zich hoe Raimu haar waarschuwde nooit recensies te lezen en hoe Michel Simon haar op het podium kon verrassen door onverwacht in een kast te gaan staan.

Ze ontmoette Marcel Carné voor het eerst op de set van Pension Mimosas, waar hij assistent was van Jacques Feyder, een regisseur die volgens haar de kunst verstond om acteurs echt te laten spelen.

Het was tijdens deze periode dat ze waardevol advies kreeg van Françoise Rosay over haar uiterlijk, een gebaar van vrouwelijke solidariteit dat ze enorm waardeerde.

Later werkten Carné en Arletty samen aan het legendarische Hôtel du Nord.

Ze herinnerde zich de onmiddellijke vriendschap met Louis Jouvet en de briljante dialogen van Henri Jeanson.

Over de beroemde scène met de uitspraak over atmosfeer merkte ze op dat dit een pure vondst van de dichter Jeanson was; hoewel het publiek de zin omarmde, besloot ze zelf om deze later nooit meer uit te spreken om het niet grotesk te maken.

In Le jour se lève werkte ze samen met Jean Gabin en Jules Berry.

Ze bewonderde het unieke spel van Berry, die ze omschreef als een van de meest bijzondere acteurs die ze ooit had gezien.

Over Gabin vertelde ze hoe hij gefascineerd kon kijken naar het spel van zijn collega’s.

Ondanks de verhalen over moeizame samenwerkingen tussen schrijvers als Jeanson en Prévert, herinnerde Arletty zich vooral hun wederzijdse bewondering en de kwaliteit van hun scenario’s.

Ze werkte het liefst op instinct en had weinig op met regisseurs die tientallen takes nodig hadden; voor haar was de eerste opname vaak de juiste.

Haar naasten hadden haar grote succes nooit volledig kunnen meemaken.

Haar vader overleed kort nadat ze haar eerste stappen op het toneel zette en haar moeder zag haar nooit optreden.

Arletty volgde haar eigen pad in alle vrijheid.

Haar doorbraak kwam niet zozeer door haar stem, maar door haar silhouet, dat de aandacht trok van invloedrijke figuren zoals Paul Guillaume.

Dankzij een snelle opeenvolging van rollen in verschillende revues en haar ervaring als mannequin bij Poiret, leerde ze al vroeg wat echte elegantie en chic inhielden.

Ze bewaarde ook bijzondere herinneringen aan Yvonne Printemps, die na het zien van haar eigen filmbeelden besloot dat Arletty haar moest opvolgen.

Deze afkeer van meelopers en haar liefde voor vrijheid en authenticiteit vormden de rode draad in het leven van deze vrouw die zowel koningin als arbeider was in de wereld van de kunst.

In 1963 werd Arletty gedeeltelijk blind als gevolg van een ongeluk. Acteren was daardoor niet meer mogelijk.

Ze stierf in 1992 in Parijs op 94-jarige leeftijd.

De Franse actrice, dichter en theaterdirecteur Cora Laparcerie

Cora Laparcerie was een opmerkelijke en veelzijdige vrouw in het Parijse culturele leven van de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Geboren in 1875 als Marie-Caroline Laparcerie, maakte ze naam als een gevierd actrice, een gevoelig dichteres en, misschien wel het meest indrukwekkend, als een van de eerste vrouwelijke theaterdirecteuren van haar tijd.

Haar podiumcarrière begon in 1896 in het prestigieuze Théâtre de l’Odéon, waar ze al snel opviel.

Ze had een krachtige aanwezigheid en speelde met evenveel gemak in de grote klassieke tragedies als in de moderne stukken van haar tijd, waaronder producties als “Quo vadis?”.

Haar ambitie reikte echter verder dan alleen acteren.

Ze nam de leiding over verschillende belangrijke theaters in Parijs, waaronder het Théâtre des Bouffes-Parisiens en het Théâtre de la Renaissance.

Dit was een buitengewone prestatie voor een vrouw in die periode.

Als directeur had ze een scherp oog voor succes.

Een van haar grootste triomfen was de productie van de revue “Mepisto” in 1920.

Een nummer uit die show, “Mon homme” – met muziek van Maurice Yvain (die later succes had op Broadway) en tekst van Albert Willemetz én de regisseur Jacques Mardochée Charles – zou later in oktober 1920, gezongen door Mistinguett, uitgroeien tot een wereldberoemde klassieker.

Naast haar drukke theaterleven vond ze ook de tijd om zich te uiten als dichteres, en ze publiceerde meerdere bundels, zoals “J’aime”.

In 1926 ontving ze het Legioen van Eer.

Haar vernieuwende geest bleek ook later in haar carrière, toen ze in 1935 het concept van radiotheater omarmde.

Privé was ze getrouwd met de dichter en toneelschrijver Jacques Richepin, met wie ze twee kinderen kreeg.

Cora Laparcerie overleed in Parijs op 28 augustus 1951 op 75-jarige leeftijd.