90 jaar geleden, het nieuwe Diocesaan Museum in Mechelen.

Het museum sloot de deuren in 1986, gelukkig bestaat vandaag nog wel het Archief van het Diocesaan Museum, Mechelen.

Het archiefbestand bestaat in de eerste plaats uit stukken in verband met de oprichting van het diocesane museum en de administratieve commissie in 1933.

Voorts zijn vergaderverslagen en briefwisseling van de commissie bewaard, evenals stukken betreffende de betrekkingen met de stedelijke en provinciale overheden.

Andere bescheiden betreffen de tentoonstellingen die in het museum werden georganiseerd en de weerklank ervan in de pers.

Rafaël Tambuyser, geboren en getogen in Mechelen, werd in 1927 tot priester gewijd en was één van de oprichters van het museum.

Vier jaar later behaalde hij in Leuven een diploma als licentiaat in het kerkelijk recht.

Datzelfde jaar benoemde kardinaal Van Roey hem tot secretaris van het aartsbisdom en tot assistent van diocesaan archivaris Jozef Laenen.

Na de dood van Laenen in 1940 werd Tambuyser archivaris en conservator van het diocesaan museum. E

en jaar later volgde de benoeming tot erekanunnik van het Sint-Romboutskapittel.

Intussen was Tambuyser ook actief aan de kerkelijke rechtbank in Mechelen.

Met zijn aanstelling tot hulparchivaris en vervolgens hoofdarchivaris van het Aartsbisschoppelijk Archief groeide bij Tambuyser de interesse voor Mechelse geschiedenis.

In 1931 werd hij lid van de Mechelse oudheidkundige kring. Later volgde het lidmaatschap van diverse andere historische commissies en verenigingen.

In 1939 trad Tambuyser toe tot het bestuur van de oudheidkundige kring van Mechelen. Een jaar later werd hij voorzitter, een functie die Tambuyser tot aan zijn dood in 1966 bleef uitoefenen.

In het gebouw vestigde zich daarna het Koninklijke Manufactuur De Wit die over een van de prestigieuste privécollecties van wandtapijten ter wereld beschikt.

De “Manufacture de Tapisseries d’Art” werd in 1889 opgericht door Theo De Wit en vernoemd naar diens zoon, tapijtwever Gaspard De Wit.

Ook is er een werkplaats waar men werk verricht op het vlak van conservatie en restauratie van oude wandtapijten voor musea (De Stad van 28 december 1934, site Koninklijke Manufactuur De Wit, Wikipedia en Site Odis)

75 jaar geleden, te gast in het Brouwershuis in Antwerpen (oktober 1948) deel 1

Het Brouwershuis in Antwerpen is een historisch gebouw dat dateert uit de 16e eeuw.

Het was oorspronkelijk de zetel van de gilde van de brouwers, die een belangrijke rol speelden in de economische en sociale ontwikkeling van de stad.

Het gebouw is een voorbeeld van de Brabantse renaissancestijl, met een rijk versierde gevel en een imposante trapgevel.

Het interieur bevat onder meer een grote zaal met een houten zoldering, een schouw met albasten reliëfs en een collectie schilderijen en wandtapijten.

Het Brouwershuis is sinds 1938 een beschermd monument en is nu in gebruik als museum en evenementenlocatie.

50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.

Het salon bevat wandbekleding van Chinese zijde en is daarmee het grootste ensemble op natuurzijde uit heel Europa.

De restauratie duurde uiteindelijk veertien jaar en dit onder toezicht van de heer Seghers.

Het grootste werk beeldt het Chinese volk uit dat op weg is naar het jachtpaviljoen van de keizer. Het Chinese Salon is verdeeld op 29 banen van van elk 3 meter op 82 cm.

Het pand, dat oorspronkelijk uit drie woonhuizen bestond, was al van voor 1746 in het bezit van rococo architect David ‘t Kindt.

Hij ontwierp er een nieuwe gevel voor, maar stierf voor de werken konden worden afgerond.

Zijn weduwe verkocht de gebouwen in 1771 aan de grote Gentse katoenbaron, Jodocus Clemmen. Hij, en later zijn zoon, lieten het gebouw afwerken en prachtig decoreren.

Na het overlijden van zoon Pieter Clemmen kwam het in 1841 in handen van drukker Desiré-Jean Vander Haeghen.

Hij vestigde er zijn drukkerij waar onder andere de ‘Gazette van Gent’ werd gedrukt.

Drie generaties Vander Haeghens zouden er werken en verblijven.

Na de Eerste Wereldoorlog stopte de jongste telg, Arnold, met de drukkerij. Hij bleef er wonen tot aan zijn dood in 1942.

In zijn testament liet hij optekenen dat het gebouw na de dood van zijn weduwe eigendom zou worden van de Stad Gent.

Dat gebeurde in 1951.(Diverse bronnen, De Post van 17 mei 1970, foto 2 de slechte staat van het werk, foto 3 team die werkte aan het kunstwerk, foto 4 en 5 huidige toestand van het werk en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.
50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.
50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.