Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
George Benson, geboren in 1943, toonde al op zeer jonge leeftijd een uitzonderlijk muzikaal talent.
Als achtjarig wonderkind zong hij al in nachtclubs en op zijn tiende nam hij onder de naam ‘Little Georgie’ zijn eerste platen op.
Hoewel hij zijn carrière als zanger begon, vond hij zijn ware roeping in de jazz, diep geïnspireerd door gitaarlegende Wes Montgomery en saxofonist Charlie Parker.
Zijn reputatie als technisch begaafd gitarist verspreidde zich snel, zeker nadat hij zich op zijn negentiende aansloot bij de band van de bekende organist Jack McDuff.
In deze periode ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl: een vloeiende gitaartechniek gecombineerd met ‘scat singing’, waarbij hij de noten die hij speelde perfect meezong.
Ondanks platencontracten bij labels als Polydor en Motown, bleef de grote commerciële doorbraak echter uit.
Het jaar 1976 bracht daar radicaal verandering in. Benson tekende bij Warner Brothers en bracht het album “Breezin'” uit.
Op aanraden van de producer bevatte het album niet alleen instrumentale stukken, maar ook nummers waarop Benson zong.
Die beslissing bleek een gouden zet. Zijn vocale vertolking van Leon Russells “This Masquerade” werd tegen alle verwachtingen in een wereldhit en een millionseller, wat hem in 1977 de prestigieuze Grammy Award voor Plaat van het Jaar opleverde.
De samenwerking met de legendarische producer Quincy Jones in 1980 verstevigde zijn sterrenstatus.
Het album “Give Me the Night” en de gelijknamige titeltrack, geschreven door Rod Temperton (bekend van zijn werk voor Michael Jackson), groeiden uit tot een wereldwijde funkklassieker.
Het album was een project vol muzikale zwaargewichten, met bijdragen van onder meer Herbie Hancock, George Duke en Lee Ritenour.
Hits als “On Broadway”, “Turn Your Love Around” en “Nothing’s Gonna Change My Love for You” volgden en maakten hem tot een vaste waarde in de hitlijsten.
Vandaag de dag wordt George Benson geëerd als een levende legende. Hij is de winnaar van tien Grammy Awards en een NEA Jazz Master, de hoogste onderscheiding voor een jazzartiest in de Verenigde Staten.
Dat hij nog steeds relevant is, bewijst zijn samenwerking met hedendaagse artiesten zoals Gorillaz op het nummer “Humility”.
Benson toert nog altijd de wereld rond en verkoopt met gemak de prestigieuste zalen uit, van de Royal Albert Hall tot de Hollywood Bowl.
Ook in 2025 staan er nog concerten gepland, waar hij zijn publiek blijft trakteren op de unieke mix van jazzy virtuositeit en de onsterfelijke pophits die hem wereldberoemd hebben gemaakt.
Gary Numan, geboren op 8 maart 1958 in Londen als zoon van een bagagemedewerker en een televerkoopster, groeide uit tot een van de onbetwiste pioniers van de elektronische muziek.
Zijn muzikale reis begon in 1977 met de band Tubeway Army.
Hun eerste single, ‘That’s Too Bad’, werd uitgebracht op het net opgerichte label Beggars Banquet.
Hoewel het titelloze debuutalbum uit 1978 nog duidelijke punkinvloeden had, maakte de band al snel de overstap naar een uniek, elektronisch en ‘spacey’ geluid.
Deze nieuwe richting culmineerde in hun tweede album, ‘Replicas’, dat de iconische hit ‘Are Friends Electric?’ bevatte.
Op advies van de platenmaatschappij werd de naam Tubeway Army geschrapt, omdat men geloofde dat Numan onder zijn eigen naam commercieel succesvoller zou zijn. Het bleek een gouden zet.
Wat volgde was een reeks sterke albums, met ‘Dance’ uit 1981 als een artistiek hoogtepunt.
De immense roem werd Numan begin jaren tachtig echter te veel, en hij besloot te stoppen met concerten geven.
Hij kondigde aan enkel nog platen te willen uitbrengen. Na het album ‘Warriors’ in 1983 verliet hij Beggars Banquet om zijn eigen label, Numa, op te richten.
In de jaren tachtig bracht hij nog steeds sterke albums uit zoals ‘The Fury’ (1985) en ‘Strange Charm’ (1986), die een opvallend funky klank hadden.
In deze periode verkende Numan ook samenwerkingen. Met de band Radio Heart bracht hij in 1987 de eenmalige single ‘All Across The Nation’ uit.
Succesvoller was zijn partnerschap met Bill Sharpe van de jazz-funkgroep Shakatak.
Als het duo Sharpe + Numan scoorden ze in 1985 een hit met de single ‘Change Your Mind’, gevolgd door het album ‘Automatic’ in 1989.
Naast zijn muziek had Numan een diepe passie voor vliegtuigen en auto’s.
Toen zijn carrière in een dip zat, werkte hij als stuntpiloot op luchtshows en presenteerde hij een autoprogramma.
In 1981 richtte hij zelfs zijn eigen vliegtuigmaatschappij op, Numanair. Dit avontuur leidde echter tot een schuld van een miljoen dollar begin jaren negentig.
Zijn leven nam een positieve wending toen hij zijn vrouw Gemma leerde kennen, een lid van zijn fanclub.
Zij hielp hem zijn leven weer op de rails te krijgen. Ze trouwden in 1997 en na de geboorte van hun eerste dochter in 2003 stopte Numan definitief met vliegen.
Numan is altijd open geweest over zijn persoonlijke leven. Hij heeft het syndroom van Asperger, een autismespectrumstoornis, en kampte in het verleden met zware depressies.
De waardering voor Numans werk is door de jaren heen alleen maar gegroeid.
Talloze artiesten, waaronder Nine Inch Nails, Foo Fighters, Marilyn Manson en Moloko, noemen hem als een belangrijke inspiratiebron.
Dit werd in 1997 gevierd met de compilatie ‘Random’, waarop artiesten als Blur en The Orb zijn nummers coverden.
De fenomenale uitvoering van ‘Are Friends Electric’ door Moloko is daar een bekend voorbeeld van.
Zijn invloedrijke status werd verder bevestigd met de release van het livealbum ‘Engineers’ in 2008, met opnamen van een concert uit 1980.
Recente hoogtepunten zijn onder meer het album ‘Savage (Songs from a Broken World)’ uit 2017 en de documentaire ‘Resurrection’ uit 2022. E
en bekend nummer van dat album is ‘My Name is Ruin’, waarop op de originele versie ook zijn dochter Persia te horen is.
Op 1 oktober 2025 bracht Numan hiervan een nieuwe liveversie uit op single.
Tegenwoordig woont Gary Numan sinds 2012 met zijn vrouw en drie dochters in een kasteelachtig huis in Los Angeles, waar hij onverminderd doorgaat met het maken van muziek (Joepie 12 oktober 1980)