
De Brits-Amerikaans actrice Olivia de Havilland

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Hoewel ze werd geboren in het Franse Saint-Mandé, verhuisde Claudette Colbert al rond haar derde, in 1906, naar de Verenigde Staten.
Haar passie voor acteren ontstond op de middelbare school en legde de basis voor een succesvolle carrière.
In 1923 maakte ze haar debuut op de planken van Broadway, en vier jaar later volgde haar eerste filmrol.
Haar talent werd al snel erkend en bereikte een hoogtepunt in 1934, toen ze een Oscar in ontvangst mocht nemen.
Naast haar filmwerk was Colbert ook een bekende stem op de radio, waar ze van 1936 tot 1944 een programma presenteerde.
Na een lange en succesvolle filmcarrière keerde ze in 1958 terug naar haar eerste liefde, het theater op Broadway.
Claudette Colbert overleed in 1996 aan de gevolgen van een beroerte.

Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.
Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.
Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.
Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.
Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.
Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.
Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.
Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).
Goddard was vier keer getrouwd:
Edgar James (1927-1932)
Charlie Chaplin (1936-1942)
Burgess Meredith (1944-1949)
Erich Maria Remarque (1958-1970)
Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.
Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.
Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.
Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.

Rita Hayworth was een van de sterren in de film Separate Tables van Delbert Mann uit 1958, gebaseerd op twee eenakters van Terence Rattigan.
De film vertelt de verhalen van verschillende mensen die verblijven in een hotel aan de kust in Bournemouth, waar ze aan aparte tafels eten.
Hayworth speelde de rol van Ann Shankland, een mooie vrouw die haar alcoholische ex-man John Malcolm (Burt Lancaster) komt opzoeken, die stiekem verloofd is met Pat Cooper (Wendy Hiller), de manager van het hotel.
De film was een succes bij zowel de critici als het publiek en won twee Oscars voor Beste Acteur (David Niven) en Beste Vrouwelijke Bijrol (Wendy Hiller).
De film werd ook genomineerd voor vijf andere Oscars, waaronder Beste Film, Beste Actrice (Deborah Kerr) en Beste Scenario.
De film was te zien in de Vlaamse bioscoop in februari 1959.

Bertolucci werd geboren in Parma, als zoon van een kunsthistoricus en dichter Attilio Bertolucci.
Hij volgde in de voetsporen van zijn vader en zijn broer, die ook filmregisseur en scenarioschrijver werd.
Bertolucci begon al op jonge leeftijd te schrijven en won prestigieuze literaire prijzen voor zijn eerste boek.
Hij kreeg ook de kans om te werken met Pier Paolo Pasolini, een andere invloedrijke Italiaanse regisseur, die hem aanstelde als eerste assistent voor zijn debuutfilm Accattone (1961).
Bertolucci toonde al snel zijn eigen visie en stijl, die hem de aandacht trokken van Sergio Leone, die hem vroeg om mee te schrijven aan het scenario voor Once Upon a Time in the West. (Leone verwierp later het scenario omdat hij het te intellectueel vond voor het Amerikaanse publiek.)
Bertolucci maakte naam als regisseur in de jaren 60 met films als La commaro secca (1962), Prima della rivoluzione (1964) en Ballata da un miliardo (1967), die getuigden van zijn politieke en sociale bewustzijn.
Hij verhuisde naar de VS, waar hij de controversiële film Last tango in Paris (1972) maakte, met Marlon Brando en Maria Schneider in de hoofdrollen.
De film veroorzaakte een schandaal door zijn expliciete seksuele inhoud, maar leverde hem ook twee Oscarnominaties op voor beste regisseur en beste acteur.
Bernardo Bertolucci, heeft in een interview met Twan Huys voor het televisieprogramma College Tour in 2013 bevestigd dat hij en Marlon Brando voorafgaande aan de opnames van de bekende boterscène zonder medeweten van Schneider hadden afgesproken dat Brando haar tijdens het filmen bij verrassing zou aanranden, omdat Bertolucci haar reactie als meisje wilde filmen en niet haar reactie als actrice.
Bertolucci bekende altijd wroeging te hebben gehad over deze aanpak.
In 1976 maakte hij 1900 of Novecento, een episch historisch drama over de klassenstrijd in Italië in de 20e eeuw, gezien door de ogen van twee vrienden die in 1900 geboren zijn, maar uit elkaar groeien door hun verschillende achtergrond.
De film had een sterrencast met onder anderen Robert De Niro, Gérard Depardieu, Burt Lancaster en Donald Sutherland.
Zijn grootste triomf was The last emperor (1987), een biografische film over de laatste keizer van China, die hij mocht opnemen in de Verboden Stad in Peking.
De film won negen Oscars, waaronder die voor beste film, beste regisseur en beste scenario. Bernardo Bertolucci won persoonlijk twee Oscars voor deze film.
Hij regisseerde ook andere succesvolle films, zoals “The sheltering sky”, “Little Buddha” en “Stealing beauty”.
Bertolucci combineerde politieke thema’s met intense liefdesverhalen in zijn werk.
Hij leed aan een ernstige ziekte en zat in een rolstoel na een ongeluk, maar bleef actief in de filmwereld tot zijn dood in 2018 op 77-jarige leeftijd.

De film was gebaseerd op de autobiografie van Holiday, die in 1956 werd gepubliceerd.
De regisseur van de film was Sidney J. Furie, die ook bekend was van films als The Ipcress File en Superman IV: The Quest for Peace.
De film was een groot succes, zowel bij het publiek als bij de critici.
De film kreeg vijf Oscar-nominaties, waaronder die voor beste actrice voor Ross.
De film bracht ook een soundtrackalbum voort, dat nummer één werd op de Billboard 200 en vier Grammy-nominaties kreeg.
Een van zijn persoonlijkste nummers van Prince was ‘Paisley Park’, dat hij schreef over zijn jeugdjaren in Minneapolis.
In het nummer beschrijft hij hoe hij zich terugtrok in zijn eigen fantasiewereld, waar hij kon ontsnappen aan de problemen van het echte leven.
Hij noemde die wereld Paisley Park, naar het stofpatroon van zijn favoriete sjaal in Kasjmir. Later zou hij zijn eigen studio en platenlabel ook zo noemen.
Prince, wiens echte naam Prince Rogers Nelson was, werd geboren op 7 juni 1958 in Minneapolis, Minnesota.
Hij was de zoon van John L. Nelson, een jazzpianist en songwriter, en Mattie Shaw, een jazzzangeres.
Prince groeide op in een muzikale familie en leerde al op jonge leeftijd verschillende instrumenten bespelen, waaronder piano, gitaar, bas en drums. Hij begon ook al vroeg met het schrijven van zijn eigen liedjes.
Prince maakte zijn debuut als professionele muzikant toen hij 19 jaar oud was, met het album For You, dat hij volledig zelf produceerde, arrangeerde, componeerde en uitvoerde.
Het album werd uitgebracht in 1978 door Warner Bros. Records en bevatte de hit “Soft and Wet”.
Prince ontwikkelde al snel een eigenzinnige en innovatieve stijl, die elementen van funk, rock, pop, soul, R&B en new wave combineerde.
Hij stond ook bekend om zijn flamboyante en androgyne verschijning, zijn seksueel expliciete teksten en zijn artistieke vrijheid.
Met zijn tweede album Prince van 1979 was het duidelijk dat hij een blijver zou blijven.
In de jaren 80 brak Prince dan ook door bij het grote publiek met albums als 1999 (1982), Purple Rain (1984), Sign o’ the Times (1987) en Lovesexy (1988).
Hij scoorde talloze hits, zoals “Little Red Corvette”, “When Doves Cry”, “Kiss”, “Raspberry Beret” en “Cream”.
Hij won ook zeven Grammy Awards, een Oscar voor de beste originele filmsong voor “Purple Rain” en een Golden Globe voor de beste originele filmsong voor “The Song of the Heart”.
Hij kwam te overlijden op 21 april 2016.

Jean Simmons was een Britse actrice die bekend werd door haar rollen in films als Hamlet, Spartacus en The Robe.
Ze werd geboren in Londen in 1929 en begon haar carrière als kindsterretje in de jaren 40.
Ze trouwde twee keer, eerst met de acteur Stewart Granger, met wie ze een dochter had, en later met de regisseur Richard Brooks, met wie ze een zoon had.
Ze verhuisde naar Hollywood in de jaren 50 en werkte samen met grote namen als Laurence Olivier, Kirk Douglas en Marlon Brando.
Ze werd twee keer genomineerd voor een Oscar, voor Hamlet en The Happy Ending.
Ze leed aan een bipolaire stoornis en alcoholisme, waarvoor ze zich liet behandelen in de jaren 80.
Ze bleef acteren tot in de jaren 2000, vooral in televisieseries.
Ze overleed in 2010 aan longkanker op 80-jarige leeftijd.

In 1984 bereikte Garrett voor het eerst de hitlijsten met het duet “Don’t Look Any Further” gezongen samen met Dennis Edwards.
In de paar jaar die daar op volgden had ze enkele bescheiden successen met singles als “Curves”, “Do You Want It Right Now” en “Everchanging Times”.
In datzelfde jaar werkt ze ook samen met Tom Brown voor zijn laatste album Tommy Gun voor de platenfirma Arista Records
In 1987 kreeg ze bekendheid door haar samenwerking met Michael Jackson op het album Bad.
Voor dit album schreef ze samen met Glen Ballard de single Man In The Mirror, dat onder andere in de Verenigde Staten een nummer 1 hit werd.
Ook is ze als achtergrondzangeres op dit nummer te horen. Daarnaast zong ze met Michael het duet I Just Can’t Stop Loving You, een nummer1 hit in de V.S., het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België.
Tijdens Jacksons Dangerous World Tour was Garrett een van de achtergrondzangeressen. Garrett is ook te horen als achtergrondzangeres op verschillende Madonna-nummers waaronder True Blue en Who’s That Girl, en tijdens Madonna’s Re-Invention Tour.
Verder is ze achtergrondzangeres op nummers van onder anderen Donna Summer, Nick Kamen, Boz Scaggs, Michael McDonald, Santana, Anastacia.
Rond 1997 was Garrett korte tijd zangeres van de Britse acid jazz-band Brand New Heavies, waarmee ze het album Shelter opnam.
Na haar vertrek bij deze band, heeft Garett zich weer gericht op haar solowerk en het schrijven van nummers voor anderen.
In 2007 werd Garrett genomineerd voor een Oscar, voor het nummer “Love You I Do” voor de film Dreamgirls.
In 2008 won ze voor dit nummer een Grammy Award. (diverse bronnen en Wikipedia)

Viviens carrière begon in het theater met The Green Sash, maar het stuk Mask of Virtue maakte van haar een ster.
In 1935 begon ze haar filmcarrière met films zoals The Village Squire, Things are Looking Up en Look Up and Laugh.
Haar droom is echter de hoofdrol spelen in de verfilming van ‘Gone with the wind’, het boek van Margaret Mitchell dat ze een paar jaar eerder heeft gelezen.
Op dat moment zijn de regisseur en producent al enkele jaren aan het zoeken naar de perfecte Scarlett O’Hara.
De grootste namen uit Hollywood zijn al overwogen en dan is daar opeens dat Britse meisje.
Het blijkt een kwestie van “the right girl at the right time”, ze krijgt de rol en wint er later zelfs een Oscar mee.
In 1944 werd vastgesteld dat zij tuberculose in haar linkerlong had.
Alhoewel ze nog verschillende succesvolle stukken maakte, zoals Thornton Wilders The Skin of Our Teeth en de film Caesar and Cleopatra in 1946, ging haar gezondheid sterk achteruit.
Toch won ze in 1951 haar tweede Oscar, dit keer voor haar rol als Blanche DuBois in A Streetcar Named Desire.
Vivian Mary Hartley trouwde op haar 19e met Leigh Holman en kreeg een dochter, Suzanne, in 1933.
In 1940 scheidde ze van Holman en trouwde met de beroemde Britse toneelspeler Laurence Olivier.
In het Engeland van die tijd is het koppel bijna net zo populair en geliefd als de Queen.
Maar net als de royals krijgen Laurence Olivier en Vivien Leigh de rioolpers op hun dak.
De bipolariteit van Vivien voedt bovendien de stroom aan geruchten en halve waarheden.
Soms lijkt ze zich te vereenzelvigen met de personages die ze speelt.
Tegen de vroege jaren 60 had ze twee miskramen gehad en de tuberculose maakte haar erg zwak.
Vivien Leigh overleed aan chronische tuberculose in haar huis in Londen, nog geen 54 jaar oud.
Ze werd gecremeerd en haar as is uitgestrooid over het meer bij Tickerage Mill, in Sussex, Engeland.
Ze heeft een ster op de Hollywood Walk of Fame, bij 6773 Hollywood Blvd.

Dolores Hart werd geboren als Dolores Hicks.
Ze nam als artiestennaam de naam ‘Hart’ aan naar Moss Hart, die haar moeder destijds een contract had aangeboden.
Nadat ze in 1956 haar middelbareschoolopleiding had afgerond, kreeg ze direct een grote rol aangeboden in de film Loving You naast Elvis Presley.
Ook in de volgende film met Elvis, King Creole, speelde ze mee.
In 1961 had ze een hoofdrol in Francis of Assisi.
Haar laatste rol speelde ze in 1963 in de film Come Fly with Me.
Tijdens de opnamen van Francis of Assisi ontmoette ze paus Johannes XXIII.
De al diepgelovige katholieke Hart besloot daarop in te treden in een klooster.
Over haar leven is de documentaire God Is the Bigger Elvis gemaakt, die in 2012 werd genomineerd voor een Oscar.(Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie 16 mei 1982)

George Sanders won de Academy Award voor Beste Mannelijke Bijrol voor zijn gepolijste en sarcastische kritische rol in All About Eve van Joseph L. Mankiewicz.
In 1940 trouwde Sanders met Susan Larson (1910-1981), van wie hij in 1949 scheidde.
Van 1949 tot 1954 was hij getrouwd met de Hongaarse actrice Zsa Zsa Gábor, die gescheiden was van Conrad Hilton.
In 1956 speelden Sanders en Gabor in Death of a Scoundrel.
Sanders hertrouwde daarna met actrice Benita Hume, weduwe van acteur Ronald Colman, van 1959 tot haar dood in 1967.
Daarna trouwde hij met Magda Gabor, de oudere zus van zijn tweede vrouw.
Het huwelijk eindigde al na zes weken en volgens Magda Gabor wegens zijn alcoholverslaving. George Sanders zijn verhaal is dat hij door haar aan de drank is begonnen.
Hij pleegde zelfmoord op 25 april 1972 in Catalonië in zijn hotelkamer in Castelldefels ,ten zuiden van Barcelona.
De rede voor zijn zelfmoord was dat hij zelf een einde wou maken voor de kanker hem zelf zou doden.
In zijn afscheidbrief schrijft hij het volgende: Ik vertrek omdat ik me verveel. Ik heb het gevoel dat ik al lang genoeg geleefd heb. (Diverse bronnen, De Post 7 mei 1972 en Wikipedia)

Hij kreeg toen ook de langste staande ovatie in de geschiedenis van de Oscars.
Oona O’Neill was de dochter van de Nobel- en Pulitzerprijs winnende toneelschrijver Eugene O’Neill en van de schrijfster Agnes Boulton.
Opgevoed door haar moeder, na de scheiding met haar vader, die ze nog zelden zag, woonde ze hoofdzakelijk aan de Oostkust van de VS.
Al van in haar schooltijd (Brearley School in New York) in 1940-1942, ging ze tot de jetset behoren, met vriendinnen zoals Carol Marcus en Gloria Vanderbilt, langs wie ze ook bevriend werd met Truman Capote.
Toen ze in de Stork Club verkozen werd tot “The Number One Debutante” voor het seizoen 1942–1943 wekte ze volop de aandacht op van de media.
Dit bracht haar tot de beslissing te gaan acteren en weldra trok ze naar Hollywood.
In deze tijd had ze ook een relatie met de schrijver J.D. Salinger.
In 1942 trad Salinger opnieuw in militaire dienst en dat betekende ook het einde van hun relatie.
In Hollywood werd ze voorgesteld aan Charlie Chaplin die voor haar een rol in een volgende film voorzag.
Er kwam echter niets van nadat ze verliefd werden op elkaar en in juni 1943 trouwden.
Zij was net 18, hij was 54 en het was zijn vierde huwelijk.
De weinige contacten die Oona met haar vader had, werden als gevolg van dit huwelijk compleet en definitief afgebroken.
Een huwelijk van Chaplin was op zich nieuws, de jeugdige leeftijd van zijn partner en het leeftijdsverschil, maakte er een gebeurtenis met aanzienlijke mediabelangstelling van.
De jonge vrouw gaf elk idee van een filmcarrière op.
Doorheen moeilijke jaren en tot aan zijn dood in 1977 bleven ze zeer met elkaar verbonden en ze kregen acht kinderen, drie jongens en vijf meisjes.
Vanaf hun huwelijk woonden ze in Beverly Hills.
Het waren moeilijke jaren voor Chaplin die achtervolgd werd als mogelijke communist door senator MacCarthy.
In september 1952 bevond het echtpaar zich met de kinderen op de Queen Elisabeth, onderweg naar Londen voor de première van Limelight toen hen het nieuws bereikte dat Chaplins visum voor terugkeer naar de VS was ingetrokken.
Ze beslisten toen permanent in Europa te blijven wonen.
Ze liquideerden alles wat ze bezaten in de VS en kochten een domein aan, de Manoir de Ban in het Zwitserse Corsier-sur-Vevey.
Kort daarop verzaakte O’Neill aan haar Amerikaans staatsburgerschap en werd ze Brits onderdaan.
Na het overlijden van Charlie Chaplin woonde ze opnieuw deeltijds in New York.
Ze was, zoals destijds haar vader, aan alcohol verslaafd en ze leefde stilaan toch vooral een zeer teruggetrokken leven in Vevey.
Ze overleed er aan pancreaskanker in 1991 en was toen 66.

Gary Cooper werd geboren als de jongste zoon van Alice en Charles Henry Cooper.
Hij groeide met zijn moeder en oudere broer Arthur op in Dunstable, Engeland.
Op jonge leeftijd kreeg hij een auto-ongeluk, waarna hij revalideerde op de ranch van zijn vader.
Eerst probeerde hij een carrière op te bouwen in het tekenen van politieke spotprentjes, maar vrienden raadden hem aan om rolletjes aan te nemen als figurant in cowboyfilms.
Zijn agent, Nan Collins, regelde voor hem in 1926 een grote rol in de film The Winning of Barbara Worth.
Ook actrice Clara Bow zorgde ervoor dat de aantrekkelijke acteur enkele malen haar tegenspeler kon worden, bijvoorbeeld in It uit 1927.
De twee kregen een kortstondige relatie.
Voor Paramount Pictures speelde hij de hoofdrollen in enkele stomme westerns.
In 1929 speelde hij de hoofdrol in zijn eerste geluidsfilm, The Virginian.Gedurende de jaren dertig wisselde hij romantische met avontuurlijke rollen af, waaronder enkele Hemingway-verfilmingen.
In 1933 trouwde hij met Veronica Balfe, die in de jaren dertig als Sandra Shaw een kortstondige acteercarrière had.
In 1936 kreeg hij de hoofdrol in Frank Capra’s Mr. Deeds Goes to Town, waarvoor hij zijn eerste Oscarnominatie kreeg.
In 1941 kreeg hij de hoofdrol in de biografische oorlogsfilm Sergeant York, op verzoek van oorlogsheld Alvin York, wiens leven model stond voor de film. Voor deze film won hij zijn eerste Oscar.
Het jaar daarop speelde hij in een andere biografische film, de sportfilm Pride of the Yankees naar het leven van honkbalster Lou Gehrig.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte hij tournees langs de soldaten door de Zuidelijke Grote Oceaan.
In de jaren vijftig was hij voornamelijk te zien in westerns, waaronder de klassieker High Noon, waarvoor hij zijn tweede Oscar mocht ontvangen.
Gedurende de jaren vijftig en zestig werd Cooper echter geplaagd door ziekten. In april 1961 ontving Gary Cooper de ere-Oscar voor zijn gehele oeuvre en zijn bijdragen aan de film.
Hij kon echter zelf niet bij de uitreiking aanwezig zijn en zijn goede vriend James Stewart nam de prijs namens hem in ontvangst.
Een maand later stierf de acteur op zestigjarige leeftijd aan longkanker in Beverly Hills, Californië.(Diverse bronnen, Wikipedia, foto 1 en 3 in zijn huis met zijn vrouw Veronica Balfe en dochter Maria en foto 2 met zijn ouders en zijn oudere broer Arthur)



