45 jaar geleden, de Amerikaanse film Arthur te zien in de Vlaamse bioscoop

In 1981 verscheen de romantische komedie Arthur in de Amerikaanse bioscopen, een film die uitgroeide tot een van de meest geliefde en succesvolle producties van dat filmjaar.

Geregisseerd en geschreven door Steve Gordon vertelt de film het verhaal van Arthur Bach, een steenrijke, charmante maar zwaar alcoholverslaafde erfgenaam uit New York die zorgeloos door het leven feest.

Zijn familie stelt hem echter voor een hard ultimatum: hij moet trouwen met Susan Johnson, een vrouw uit een welgestelde familie van wie hij niet houdt, of hij verliest zijn gigantische erfenis van zevenhonderdvijftig miljoen dollar.

De situatie raakt verstrikt wanneer Arthur kort daarna Linda Marolla ontmoet, een vrolijke, nuchtere serveerster uit Queens die hij betrapt op winkeldiefstal.

Tussen de twee ontstaat een oprechte vonk, waardoor Arthur voor het eerst in zijn leven een wezenlijke keuze moet maken tussen zijn gigantische rijkdom en ware liefde.

Aan zijn zijde staat Hobson, zijn scherpzinnige, gereserveerde maar diep loyale butler, die als een vaderfiguur fungeert en hem met droge humor door zijn chaotische leven loodst.

De rolbezetting vormde de absolute spil van het succes. Dudley Moore leverde een onvergetelijke, sympathieke en kwetsbare vertolking af van het titelpersonage, waarmee hij een nominatie voor de Oscar voor Beste Mannelijke Hoofdrol in de wacht sleepte.

Liza Minnelli zorgde voor een warm en aards tegenwicht als Linda, terwijl Sir John Gielgud als butler Hobson de show stal met zijn vlijmscherpe timing en verfijnde Britse distantie.

Gielgud werd voor zijn rol bekroond met de Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol.

Naast het acteerwerk werd de film beroemd om zijn soundtrack.

De herkenbare titelsong, ‘Arthur’s Theme (Best That You Can Do’, geschreven en gezongen door Christopher Cross in samenwerking met onder meer Burt Bacharach, werd een wereldwijde hit en won de Oscar voor Beste Originele Nummer.

Arthur bracht wereldwijd meer dan vijfennegentig miljoen dollar op en bewees dat een verhaal over een rijke drinkebroer dankzij warmte, scherpe dialogen en emotionele diepgang kon transformeren tot een tijdloze klassieker over volwassen worden en kiezen voor wat er werkelijk toe doet.

Vandaag 15 Jaar Geleden Overleden: Cliff Robertson, acteur en onbuigzame held

Met zijn karakteristieke kaaklijn, indringende blik en een stem die autoriteit uitstraalde, was Cliff Robertson decennialang een vaste waarde in Hollywood.

Hij was niet zomaar een filmster; Robertson was een veelzijdige Oscarwinnaar, een gepassioneerd piloot, en bovenal een man van onberispelijke principes.

De in Californië geboren acteur Clifford Parker Robertson had een interessante carrière achter de rug, die zich later ook tot de televisie uitstrekte.

In 1955 maakte hij zijn debuut naast William Holden in Picnic, waarmee hij in eerste instantie werd weggezet als de voordeligere variant van diezelfde Hollywoodster.

Door hetzelfde cynische ondertoontje dat Holden bezat, koos men Cliff voor de rol van dwarsligger in de oorlogsfilm ‘The Naked and the Dead’ van Raoul Walsh.

Regisseur Samuel Fuller kon hem goed gebruiken voor de gefrustreerde jongeman die zijn vermoorde vader wilde wreken bij de maffia in ‘Underworld USA’, maar er zelf uiteindelijk onderdoor gaat.

Kortom, Cliff Robertson was een keurige versie van de ‘angry young man’, maar miste het grote acteertalent van Marlon Brando of Montgomery Clift.

Maar hij was zeer goed bruikbaar als leading man van de goedkope oorlogsfilms.

Hij had dan ook een zeer Amerikaans uiterlijk.

Naarmate zijn populariteit bij het grote publiek langzaam steeg, viel hij op bij niemand minder dan president John F. Kennedy.

Die koos Robertson in 1963 persoonlijk uit voor de hoofdrol in de oorlogsfilm PT 109.

Die was namelijk gebaseerd op een autobiografie van John F. Kennedy, waarin hij beschreef hoe hij in oorlogstijd uren in het water had gelegen en een paar mannen had weten te redden.

Een prachtig verhaal dat perfect paste bij het heldenimago van de jonge president en dat door de president van de filmmaatschappij Warner Bros, Jack Warner, onder supervisie werd genomen voor verfilming.

De film verschilde tenslotte niet veel van al die andere oorlogsfilms, maar had als extra verkoopargument dat het om de president ging.

En Cliff Robertson leek wel wat op Kennedy, zoals hij er in 1963 uitzag, maar hij leek totaal niet op de jonge Kennedy van tijdens de oorlogsjaren, waar niemand zich toen om bekommerde.

PT 109 heeft veel goed gedaan voor de filmcarrière van Cliff Robertson.

Hij bleef de meest perfecte soldaat voor andere oorlogsfilms: ‘Too Late the Hero’, ‘The Devil’s Brigade’ (weer met William Holden) en ‘Up From The Beach’.

Hij kreeg daardoor ook andere soorten rollen aangeboden en was vanaf dat moment geregeld te zien in kwaliteitsfilms.

Dit succes bood hem de kans om zijn droomproject te verwezenlijken, waarin hij pas echt kon laten zien wat hij als acteur in huis had.

Het absolute hoogtepunt van zijn acteercarrière volgde dan ook in 1968 met de film ‘Charly’.

Robertson vocht namelijk jarenlang om het verhaal over een vrij kinderlijke man neer te zetten, die na een experimentele operatie superintelligent wordt, en daarna weer in de oude staat terugvalt.

Het was een aparte film, die tegen sciencefiction aanleunt, met een boeiende rol van Robertson, die ervoor vocht om daarmee hoog te scoren bij de Oscaruitreiking.

Zijn meeslepende, emotionele optreden werd dan ook beloond met de Academy Award voor Beste Mannelijke Hoofdrol.

De tweede ambitie was het zelf regisseren van films en ook dat lukte, hoewel met minder succes.

Naarmate Robertson wat ouder werd en er nieuwe sterren kwamen, verdween hij enigszins naar het tweede plan, maar ook daar wist hij nog op te vallen.

Hij was een gladde C.I.A.-man die op zijn beurt Robert Redford weer niet vertrouwt in ‘Three Days of the Condor’.

Hij herhaalde zo’n rol van onbetrouwbaar overheidstype in Brainstorm.

Toch staat Robertson in Hollywood niet alleen bekend om zijn acteerwerk, maar ook om zijn ongekende integriteit.

Zijn carrière kreeg onterecht een geduchte knauw toen hij in 1977 (bij toeval) een fraude ontmaskerde van het hoofd van Columbia Pictures, David Begelman.

Hij ontdekte dat de studiobaas zijn handtekening had vervalst om geld te verduisteren.

Waar velen hun mond hielden uit angst voor hun carrière, stapte Robertson naar de politie.

Het schandaal schudde de filmindustrie op haar grondvesten.

Dit werd hem door de machtige studiobonzen rond Begelman niet in dank afgenomen en hij werd jarenlang door studio’s op een zwarte lijst gezet.

Hij weigerde echter spijt te hebben en koos resoluut voor zijn principes boven roem, iets wat hem uiteindelijk het diepe respect van de hele industrie opleverde.

Hij wist toch terug te komen via de series Falcon Crest, Key to Rebecca en wat nieuwe films.

Voor een jongere generatie blijft hij voor altijd de ultieme belichaming van Uncle Ben in Sam Raimi’s Spider-Man (2002).

Met de iconische uitspraak “With great power comes great responsibility” gaf hij het emotionele fundament aan een van de succesvolste filmfranchises ooit.

Wanneer hij niet op de set stond, vond je Robertson hoog boven de wolken als fanatiek vlieger met een indrukwekkende verzameling vintage vliegtuigen.

Toen hij in 2011 op 88-jarige leeftijd overleed, liet hij een erfenis achter van meer dan zestig jaar topprestaties.

Cliff Robertson bewees dat een echte held niet alleen rollen speelt, maar er ook naar leeft.

Achter die standvastige Hollywoodcarrière schuilde een minstens zo boeiend privéleven vol opmerkelijke weetjes.

Robertson groeide op in Californië. Nadat zijn ouders scheidden en zijn moeder kort daarna overleed, werd hij voornamelijk opgevoed door zijn grootmoeder.

Van een glamourleven in Hollywood wilde hij nooit veel weten.

Hij weigerde steevast om naar Los Angeles te verhuizen en bleef tot zijn overlijden aan de Amerikaanse oostkust wonen, ver weg van de filmstudio’s.

In zijn liefdesleven was Robertson tweemaal getrouwd met bekende vrouwen.

Zijn eerste huwelijk was met actrice Cynthia Stone, de ex-vrouw van acteur Jack Lemmon.

Later trouwde hij met actrice Dina Merrill, de dochter van de steenrijke zakenvrouw Marjorie Merriweather Post.

Samen met Merrill behoorde hij tot de absolute elite van de Amerikaanse bovenklasse.

Hun huwelijk hield uiteindelijk maar liefst 22 jaar stand.

Robertson kreeg uit elk van zijn twee huwelijken een dochter.

Zijn passie voor vliegen was bovendien véél meer dan zomaar een hobby.

Hij begon al op zijn dertiende met vlieglessen via een slimme ruil: hij maakte de hangars schoon in ruil voor vliegtijd.

In de loop der jaren bouwde hij een indrukwekkende privécollectie op, waaronder een authentieke Britse Supermarine Spitfire uit de Tweede Wereldoorlog.

Die liefde voor de luchtvaart zette hij ook in voor goede doelen.

Zo hielp hij in de jaren zeventig bij het organiseren van hulpvluchten naar Nigeria en Ethiopië om hongersnood te bestrijden, en stond hij aan de wieg van het Young Eagles-programma om jongeren enthousiast te maken voor de luchtvaart.

Zijn vliegpassie leidde in 2001 zelfs tot een wel heel bijzonder historisch moment.

Op de ochtend van 11 september vloog Robertson in zijn privé-vliegtuigje direct boven Manhattan, net op het moment dat het eerste vliegtuig de World Trade Center-toren raakte.

De luchtverkeersleiding sommeerde hem meteen om zijn toestel aan de grond te zetten.

Daarnaast was hij een fervent tennis- en skiliefhebber en een verdienstelijk auteur.

Cliff Robertson bleef tot op het allerlaatste moment trouw aan zichzelf: hij overleed in de staat New York op exact één dag na zijn 88ste verjaardag.

Vandaag is het ook al 40 jaar geleden dat actrice Elisabeth Bergner overleed

Elisabeth Bergner was een uiterst persoonlijke en instinctieve actrice met een vleugje genialiteit, die haar roeping als een kwetsbare maar gepassioneerde vrouw ten volle beleefde.

Hoewel ze in het dagelijks leven misschien niet over de meest klassieke of fotogenieke schoonheid beschikte en nogal klein van stuk was, bloeide ze op wonderbaarlijke wijze op zodra ze in de schijnwerpers stond.

Ze had een diepe afkeer van alles wat niet met de essentie van haar kunst te maken had.

Op het toneel leek ze welhaast fysiek te groeien en werkte ze met groot succes in dienst van meesterlijke toneelschrijvers zoals Shakespeare, Ibsen, Strindberg, Shaw en Giraudoux.

Omdat ze in haar jonge jaren de uiterlijke kenmerken van een kindvrouw had, nam men haar aanvankelijk niet altijd serieus.

Dit leidde in het begin tot bittere teleurstellingen, maar dankzij haar ijzeren wil en vasthoudendheid bereikte ze uiteindelijk een glorieuze status.

Ze werd op 22 augustus 1897 geboren als Ella of Ettel Bergner in het Galicische Drohobytsj, een stad in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en het huidige Oekraïne, en dus niet in Wenen, zoals later weleens ten onrechte werd beweerd.

Ze groeide op in een seculier Joods gezin, kende een jeugd in een burgerlijk milieu zonder verdere opvallende bijzonderheden en ontdekte al vroeg haar onweerstaanbare liefde voor het theater.

Na thuisonderwijs van een privéleraar en studies aan de universiteit van Wenen, stond ze op veertienjarige leeftijd voor het eerst op de planken.

Niet veel later toerde ze met een Shakespeare-gezelschap door de Oostenrijkse en Duitse provincies, waarmee ze de basis legde voor haar latere toneelcarrière.

In haar jonge jaren werkte ze bovendien als model voor de expressionistische beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck, die hopeloos verliefd op haar werd en diverse kunstwerken op haar baseerde.

Haar tijd aan het Conservatorium viel haar echter behoorlijk tegen en ze slaagde slechts met grote moeite voor haar toelatingsexamen.

Toen ze op achttienjarige leeftijd naar werk zocht, leverden haar verlegenheid en kleine gestalte haar keer op keer afwijzingen op. Toch verloor ze haar zelfvertrouwen nooit.

Na veel tegenslag bemachtigde ze haar eerste bescheiden contract van vier maanden in Innsbruck.

Hoewel de rollen die ze daar kreeg ondankbaar waren, beschouwde ze dit als een belangrijke springplank.

Ze schreef vervolgens onvermoeibaar tientallen theaterdirecteuren aan.

Dit wierp zijn vruchten af toen de directeur van een theater in Zürich haar uitnodigde, geraakt door haar aandoenlijke volharding.

Ze overtuigde hem volkomen met een reeks fragmenten uit Faust en werd direct aangenomen.

Na een jarenlange verbintenis in Zürich beproefde ze haar geluk in München en Berlijn, alsook in Wenen, waar ze onder leiding van de bekende regisseur Barnowsky werkte.

Haar aanzien groeide snel na deze veelgeprezen optredens en het werd al gauw duidelijk dat ze een zeldzaam theatraal talent bezat.

Telkens als ze op het podium verscheen, verdween elke vorm van kwetsbaarheid en elektriseerde ze de zaal.

Ze had een onfeilbaar instinct voor de perfecte timing en groeide uit tot een van de meest gevierde en succesvolle actrices van de Weimarrepubliek.

Daarnaast werd algemeen aangenomen dat zij de inspiratie vormde voor het personage Dora Martin in de beroemde roman Mephisto van Klaus Mann.

In 1923 maakte ze haar filmdebuut in Der Evangelimann.

De politieke ontwikkelingen in nazi-Duitsland dwongen haar echter om van koers te veranderen.

Toen de nazi’s in 1933 de macht grepen, zag ze als Joodse vrouw het enorme gevaar en werd het voor haar onmogelijk om in Duitsland te blijven werken.

Ze vluchtte datzelfde jaar naar Londen in het gezelschap van regisseur en filmmaker Paul Czinner, met wie ze toen ook in het huwelijk trad.

Tijdens haar verblijf in Londen in de jaren dertig zette ze bovendien haar eigen financiële middelen in om andere acteurs en kunstenaars te helpen veilig uit nazi-Duitsland te ontsnappen.

Hoewel ze eerder een verschrikkelijke ervaring had overgehouden aan een filmopname met hem en een grote aversie had tegen de camera, wist hij haar te overtuigen van de onbegrensde mogelijkheden van het witte doek.

Dit betekende het begin van een uiterst vruchtbare artistieke samenwerking.

Gisteren nog vandaag

In Groot-Brittannië wist ze haar succes moeiteloos voort te zetten.

Ze werd warm onthaald in Londen en scoorde een ongekende hit met het speciaal voor haar geschreven stuk ‘Escape Me Never’.

Toen ze tijdens de looptijd van het stuk ziek werd, sloot het theater tijdelijk de deuren, omdat men simpelweg weigerde haar te vervangen.

De voorstelling verhuisde later met veel succes naar Broadway en werd uiteindelijk met haar in de hoofdrol verfilmd.

Voor haar rol in deze film, die in 1935 verscheen, ontving ze een Oscarnominatie voor Beste Actrice.

In 1936 speelde ze eveneens de rol van Rosalind in de film As You Like It, met Laurence Olivier tegenover zich als Orlando.

Dit was niet zomaar een film, maar de allereerste geluidsfilm van een Shakespeare-toneelstuk die in Engeland werd geproduceerd.

Haar talent kreeg zo internationale erkenning en in 1938 werd ze officieel tot Brits staatsburger genaturaliseerd.

Het enige echte dieptepunt in haar verdere Britse theatercarrière was de tegenvaller van The Boy David in 1936.

De beroemde auteur J.M. Barrie, wereldwijd bekend als de geestelijk vader van Peter Pan, schreef dit allerlaatste toneelstuk van zijn hand speciaal met haar in gedachten voor de hoofdrol.

Tijdens de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog week het echtpaar uit naar de Verenigde Staten.

Haar resolute weigering om tijdens de zware bombardementen naar Londen terug te keren voor studio-opnames kostte haar haar rol in de film The 49th Parallel.

In Amerika bleef ze decennialang actief in films en op het toneel, met rollen in Amerikaanse filmproducties zoals Paris Calling in 1941 en diverse toneelstukken op Broadway.

Een groot succes op de bühne was The Two Mrs. Carrolls, waarmee ze onverminderd hoogtij vierde.

Tijdens haar optreden in dit stuk in de Verenigde Staten kreeg ze medelijden met een jonge vrouw die dagenlang in de kou buiten het theater op haar wachtte.

Bergner nam haar in dienst als secretaresse, waarna de jonge vrouw langzaam maar zeker probeerde het leven en de carrière van de actrice over te nemen.

Bergner vertelde deze opmerkelijke anekdote aan de schrijfster Mary Orr, die er het verhaal ‘The Wisdom of Eve’ van maakte, wat vervolgens de directe inspiratiebron was voor de waargebeurde en met Oscars overladen film ‘All About Eve’ uit 1950.

Na de oorlog keerde ze nog sporadisch terug naar Duitsland en Oostenrijk voor acteerwerk.

Ze zette zich over haar aanvankelijke weerzin heen om opnieuw op de Duitse planken te staan.

Het publiek was haar allerminst vergeten en sloot haar met luid applaus weer in de armen.

In 1962, na vijftien jaar afwezigheid uit de filmwereld, bewees ze in Die glücklichen Jahre der Thorwalds dat haar talent op het scherm nog steeds onaangetast was.

Ook in latere films zoals Michel Strogoff uit 1970 drukte ze haar stempel.

Ondanks deze uitstapjes naar film, bleef het theater haar ware en grootste liefde die haar de meeste voldoening schonk.

Ze bleef acteren tot in de jaren tachtig. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1972 keek ze terug op een prachtig en rijkgevuld bestaan.

Tot op hoge leeftijd behield de actrice haar innemende ogen en kenmerkende, fijne gelaatstrekken.

Elisabeth Bergner stierf deze maand exact veertig jaar geleden, op 12 mei 1986, in Londen op 88-jarige leeftijd.

75 jaar geleden, foto van de Frans-Amerikaanse actrice Claudette Colbert.

Hoewel ze werd geboren in het Franse Saint-Mandé, verhuisde Claudette Colbert al rond haar derde, in 1906, naar de Verenigde Staten.

Haar passie voor acteren ontstond op de middelbare school en legde de basis voor een succesvolle carrière.

In 1923 maakte ze haar debuut op de planken van Broadway, en vier jaar later volgde haar eerste filmrol.

Haar talent werd al snel erkend en bereikte een hoogtepunt in 1934, toen ze een Oscar in ontvangst mocht nemen.

Naast haar filmwerk was Colbert ook een bekende stem op de radio, waar ze van 1936 tot 1944 een programma presenteerde.

Na een lange en succesvolle filmcarrière keerde ze in 1958 terug naar haar eerste liefde, het theater op Broadway.

Claudette Colbert overleed in 1996 aan de gevolgen van een beroerte.

De Amerikaanse actrice Paulette Goddard (januari 1935)

Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.

Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.

Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.

Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.

Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.

Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.

Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.

Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).

Goddard was vier keer getrouwd:

Edgar James (1927-1932)

Charlie Chaplin (1936-1942)

Burgess Meredith (1944-1949)

Erich Maria Remarque (1958-1970)

Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.

Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.

Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.

Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.

Deze week 65 jaar geleden, de film Separate Tables te zien in de Vlaamse bioscoop.

Rita Hayworth was een van de sterren in de film Separate Tables van Delbert Mann uit 1958, gebaseerd op twee eenakters van Terence Rattigan.

De film vertelt de verhalen van verschillende mensen die verblijven in een hotel aan de kust in Bournemouth, waar ze aan aparte tafels eten.

Hayworth speelde de rol van Ann Shankland, een mooie vrouw die haar alcoholische ex-man John Malcolm (Burt Lancaster) komt opzoeken, die stiekem verloofd is met Pat Cooper (Wendy Hiller), de manager van het hotel.

De film was een succes bij zowel de critici als het publiek en won twee Oscars voor Beste Acteur (David Niven) en Beste Vrouwelijke Bijrol (Wendy Hiller).

De film werd ook genomineerd voor vijf andere Oscars, waaronder Beste Film, Beste Actrice (Deborah Kerr) en Beste Scenario.

De film was te zien in de Vlaamse bioscoop in februari 1959.

Vandaag herdenken we de vijfde verjaardag van het overlijden van de Regisseur Bernardo Bertolucci een van de grootste Italiaanse filmmakers aller tijden.

Bertolucci werd geboren in Parma, als zoon van een kunsthistoricus en dichter Attilio Bertolucci.

Hij volgde in de voetsporen van zijn vader en zijn broer, die ook filmregisseur en scenarioschrijver werd.

Bertolucci begon al op jonge leeftijd te schrijven en won prestigieuze literaire prijzen voor zijn eerste boek.

Hij kreeg ook de kans om te werken met Pier Paolo Pasolini, een andere invloedrijke Italiaanse regisseur, die hem aanstelde als eerste assistent voor zijn debuutfilm Accattone (1961).

Bertolucci toonde al snel zijn eigen visie en stijl, die hem de aandacht trokken van Sergio Leone, die hem vroeg om mee te schrijven aan het scenario voor Once Upon a Time in the West. (Leone verwierp later het scenario omdat hij het te intellectueel vond voor het Amerikaanse publiek.)

Bertolucci maakte naam als regisseur in de jaren 60 met films als La commaro secca (1962), Prima della rivoluzione (1964) en Ballata da un miliardo (1967), die getuigden van zijn politieke en sociale bewustzijn.

Hij verhuisde naar de VS, waar hij de controversiële film Last tango in Paris (1972) maakte, met Marlon Brando en Maria Schneider in de hoofdrollen.

De film veroorzaakte een schandaal door zijn expliciete seksuele inhoud, maar leverde hem ook twee Oscarnominaties op voor beste regisseur en beste acteur.

Bernardo Bertolucci, heeft in een interview met Twan Huys voor het televisieprogramma College Tour in 2013 bevestigd dat hij en Marlon Brando voorafgaande aan de opnames van de bekende boterscène zonder medeweten van Schneider hadden afgesproken dat Brando haar tijdens het filmen bij verrassing zou aanranden, omdat Bertolucci haar reactie als meisje wilde filmen en niet haar reactie als actrice.

Bertolucci bekende altijd wroeging te hebben gehad over deze aanpak.

In 1976 maakte hij 1900 of Novecento, een episch historisch drama over de klassenstrijd in Italië in de 20e eeuw, gezien door de ogen van twee vrienden die in 1900 geboren zijn, maar uit elkaar groeien door hun verschillende achtergrond.

De film had een sterrencast met onder anderen Robert De Niro, Gérard Depardieu, Burt Lancaster en Donald Sutherland.

Zijn grootste triomf was The last emperor (1987), een biografische film over de laatste keizer van China, die hij mocht opnemen in de Verboden Stad in Peking.

De film won negen Oscars, waaronder die voor beste film, beste regisseur en beste scenario. Bernardo Bertolucci won persoonlijk twee Oscars voor deze film.

Hij regisseerde ook andere succesvolle films, zoals “The sheltering sky”, “Little Buddha” en “Stealing beauty”.

Bertolucci combineerde politieke thema’s met intense liefdesverhalen in zijn werk.

Hij leed aan een ernstige ziekte en zat in een rolstoel na een ongeluk, maar bleef actief in de filmwereld tot zijn dood in 2018 op 77-jarige leeftijd.

50 jaar geleden, Diana Ross speelde de hoofdrol van Billie Holiday in de film The Lady Sings the Blues.

De film was gebaseerd op de autobiografie van Holiday, die in 1956 werd gepubliceerd.

De regisseur van de film was Sidney J. Furie, die ook bekend was van films als The Ipcress File en Superman IV: The Quest for Peace.

De film was een groot succes, zowel bij het publiek als bij de critici.

De film kreeg vijf Oscar-nominaties, waaronder die voor beste actrice voor Ross.

De film bracht ook een soundtrackalbum voort, dat nummer één werd op de Billboard 200 en vier Grammy-nominaties kreeg.

35 jaar geleden, de jeugdjaren van Prince (geboren als Prince Rogers Nelson).

Een van zijn persoonlijkste nummers van Prince was ‘Paisley Park’, dat hij schreef over zijn jeugdjaren in Minneapolis.

In het nummer beschrijft hij hoe hij zich terugtrok in zijn eigen fantasiewereld, waar hij kon ontsnappen aan de problemen van het echte leven.

Hij noemde die wereld Paisley Park, naar het stofpatroon van zijn favoriete sjaal in Kasjmir. Later zou hij zijn eigen studio en platenlabel ook zo noemen.

Prince, wiens echte naam Prince Rogers Nelson was, werd geboren op 7 juni 1958 in Minneapolis, Minnesota.

Hij was de zoon van John L. Nelson, een jazzpianist en songwriter, en Mattie Shaw, een jazzzangeres.

Prince groeide op in een muzikale familie en leerde al op jonge leeftijd verschillende instrumenten bespelen, waaronder piano, gitaar, bas en drums. Hij begon ook al vroeg met het schrijven van zijn eigen liedjes.

Prince maakte zijn debuut als professionele muzikant toen hij 19 jaar oud was, met het album For You, dat hij volledig zelf produceerde, arrangeerde, componeerde en uitvoerde.

Het album werd uitgebracht in 1978 door Warner Bros. Records en bevatte de hit “Soft and Wet”.

Prince ontwikkelde al snel een eigenzinnige en innovatieve stijl, die elementen van funk, rock, pop, soul, R&B en new wave combineerde.

Hij stond ook bekend om zijn flamboyante en androgyne verschijning, zijn seksueel expliciete teksten en zijn artistieke vrijheid.

Met zijn tweede album Prince van 1979 was het duidelijk dat hij een blijver zou blijven.

In de jaren 80 brak Prince dan ook door bij het grote publiek met albums als 1999 (1982), Purple Rain (1984), Sign o’ the Times (1987) en Lovesexy (1988).

Hij scoorde talloze hits, zoals “Little Red Corvette”, “When Doves Cry”, “Kiss”, “Raspberry Beret” en “Cream”.

Hij won ook zeven Grammy Awards, een Oscar voor de beste originele filmsong voor “Purple Rain” en een Golden Globe voor de beste originele filmsong voor “The Song of the Heart”.

Hij kwam te overlijden op 21 april 2016.

75 jaar geleden, Jean Simmons als Ophelia in de film Hamlet

Jean Simmons was een Britse actrice die bekend werd door haar rollen in films als Hamlet, Spartacus en The Robe.

Ze werd geboren in Londen in 1929 en begon haar carrière als kindsterretje in de jaren 40.

Ze trouwde twee keer, eerst met de acteur Stewart Granger, met wie ze een dochter had, en later met de regisseur Richard Brooks, met wie ze een zoon had.

Ze verhuisde naar Hollywood in de jaren 50 en werkte samen met grote namen als Laurence Olivier, Kirk Douglas en Marlon Brando.

Ze werd twee keer genomineerd voor een Oscar, voor Hamlet en The Happy Ending.

Ze leed aan een bipolaire stoornis en alcoholisme, waarvoor ze zich liet behandelen in de jaren 80.

Ze bleef acteren tot in de jaren 2000, vooral in televisieseries.

Ze overleed in 2010 aan longkanker op 80-jarige leeftijd.

Siedah Garrett over haar ervaring met Michael Jackson (Joepie 27 september 1987)

In 1984 bereikte Garrett voor het eerst de hitlijsten met het duet “Don’t Look Any Further” gezongen samen met Dennis Edwards.

In de paar jaar die daar op volgden had ze enkele bescheiden successen met singles als “Curves”, “Do You Want It Right Now” en “Everchanging Times”.

In datzelfde jaar werkt ze ook samen met Tom Brown voor zijn laatste album Tommy Gun voor de platenfirma Arista Records

In 1987 kreeg ze bekendheid door haar samenwerking met Michael Jackson op het album Bad.

Voor dit album schreef ze samen met Glen Ballard de single Man In The Mirror, dat onder andere in de Verenigde Staten een nummer 1 hit werd.

Ook is ze als achtergrondzangeres op dit nummer te horen. Daarnaast zong ze met Michael het duet I Just Can’t Stop Loving You, een nummer1 hit in de V.S., het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België.

Tijdens Jacksons Dangerous World Tour was Garrett een van de achtergrondzangeressen. Garrett is ook te horen als achtergrondzangeres op verschillende Madonna-nummers waaronder True Blue en Who’s That Girl, en tijdens Madonna’s Re-Invention Tour.

Verder is ze achtergrondzangeres op nummers van onder anderen Donna Summer, Nick Kamen, Boz Scaggs, Michael McDonald, Santana, Anastacia.

Rond 1997 was Garrett korte tijd zangeres van de Britse acid jazz-band Brand New Heavies, waarmee ze het album Shelter opnam.

Na haar vertrek bij deze band, heeft Garett zich weer gericht op haar solowerk en het schrijven van nummers voor anderen.

In 2007 werd Garrett genomineerd voor een Oscar, voor het nummer “Love You I Do” voor de film Dreamgirls.

In 2008 won ze voor dit nummer een Grammy Award. (diverse bronnen en Wikipedia)

Siedah Garrett over haar ervaring met Michael Jackson (Joepie 27 september 1987)

Vandaag is het ook al 55 jaar geleden dat de Britse actrice Vivien Leigh is overleden.

Viviens carrière begon in het theater met The Green Sash, maar het stuk Mask of Virtue maakte van haar een ster.

In 1935 begon ze haar filmcarrière met films zoals The Village Squire, Things are Looking Up en Look Up and Laugh.

Haar droom is echter de hoofdrol spelen in de verfilming van ‘Gone with the wind’, het boek van Margaret Mitchell dat ze een paar jaar eerder heeft gelezen.

Op dat moment zijn de regisseur en producent al enkele jaren aan het zoeken naar de perfecte Scarlett O’Hara.

De grootste namen uit Hollywood zijn al overwogen en dan is daar opeens dat Britse meisje.

Het blijkt een kwestie van “the right girl at the right time”, ze krijgt de rol en wint er later zelfs een Oscar mee.

In 1944 werd vastgesteld dat zij tuberculose in haar linkerlong had.

Alhoewel ze nog verschillende succesvolle stukken maakte, zoals Thornton Wilders The Skin of Our Teeth en de film Caesar and Cleopatra in 1946, ging haar gezondheid sterk achteruit.

Toch won ze in 1951 haar tweede Oscar, dit keer voor haar rol als Blanche DuBois in A Streetcar Named Desire.

Vivian Mary Hartley trouwde op haar 19e met Leigh Holman en kreeg een dochter, Suzanne, in 1933.

In 1940 scheidde ze van Holman en trouwde met de beroemde Britse toneelspeler Laurence Olivier.

In het Engeland van die tijd is het koppel bijna net zo populair en geliefd als de Queen.

Maar net als de royals krijgen Laurence Olivier en Vivien Leigh de rioolpers op hun dak.

De bipolariteit van Vivien voedt bovendien de stroom aan geruchten en halve waarheden.

Soms lijkt ze zich te vereenzelvigen met de personages die ze speelt.

Tegen de vroege jaren 60 had ze twee miskramen gehad en de tuberculose maakte haar erg zwak.

Vivien Leigh overleed aan chronische tuberculose in haar huis in Londen, nog geen 54 jaar oud.

Ze werd gecremeerd en haar as is uitgestrooid over het meer bij Tickerage Mill, in Sussex, Engeland.

Ze heeft een ster op de Hollywood Walk of Fame, bij 6773 Hollywood Blvd.

Vandaag is het ook al 55 jaar geleden dat de Britse actrice Vivien Leigh is overleden.

De Amerikaanse actrice Dolores Hart werd non om Elvis Presley te vergeten.

Dolores Hart werd geboren als Dolores Hicks.

Ze nam als artiestennaam de naam ‘Hart’ aan naar Moss Hart, die haar moeder destijds een contract had aangeboden.

Nadat ze in 1956 haar middelbareschoolopleiding had afgerond, kreeg ze direct een grote rol aangeboden in de film Loving You naast Elvis Presley.

Ook in de volgende film met Elvis, King Creole, speelde ze mee.

In 1961 had ze een hoofdrol in Francis of Assisi.

Haar laatste rol speelde ze in 1963 in de film Come Fly with Me.

Tijdens de opnamen van Francis of Assisi ontmoette ze paus Johannes XXIII.

De al diepgelovige katholieke Hart besloot daarop in te treden in een klooster.

Over haar leven is de documentaire God Is the Bigger Elvis gemaakt, die in 2012 werd genomineerd voor een Oscar.(Diverse bronnen, Wikipedia en Joepie 16 mei 1982)

De Amerikaanse actrice Dolores Hart werd non om Elvis Presley te vergeten (Joepie 16 mei 1982)
De Amerikaanse actrice Dolores Hart werd non om Elvis Presley te vergeten.