Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Aan de Veurnelaan in Koksijde staat het voormalige Home Edouard Pecher, een markant pand met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog.
Het gebouw werd in 1937 opgericht op initiatief van de liberale mutualiteiten uit Brussel, naar een ontwerp van ingenieur-architect Marcel Simon.
Het diende oorspronkelijk als vakantiekolonie en werd gebouwd als eerbetoon aan Edouard Pecher.
Édouard Pecher werd op 24 november 1885 geboren in de stad Antwerpen en groeide op in een van de invloedrijkste liberale families van de stad.
Gisteren nog vandaag
Zijn overgrootvader Charles Pecher was destijds een van de oprichters van de Liberale Partij in Antwerpen, en zijn grootvader speelde in 1872 een grote rol bij het veroveren van de macht op het Antwerpse stadhuis.
Als politicus zette hij die familietraditie voort en zetelde hij in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, specifiek voor het kiesdistrict Antwerpen, eerst van 1912 tot 1919 en vervolgens van 1921 tot aan zijn dood.
Van 1921 tot 1926 leidde hij de Liberale Partij als voorzitter.
Binnen de liberale rangen gold hij als een van de belangrijkste trekkers van de sociaal-progressieve vleugel.
Hij overtuigde zijn partij van de noodzaak van een vroege vorm van sociale zekerheid, waaronder een verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering voor werknemers.
In 1921 werd hij tevens de allereerste voorzitter van de Nationale Bond der Liberale Mutualiteitsfederatiën van België, de voorloper van de huidige Liberale Mutualiteit.
In het jaar van zijn overlijden diende hij bovendien korte tijd als minister van Koloniën in de Belgische regering.
Gisteren nog vandaag
Op maandag 27 december 1926 overleed hij in Brussel aan de gevolgen van een zware griepaanval, op de leeftijd van exact 41 jaar.
Hoewel hij in Brussel stierf, vond hij zijn laatste rustplaats in zijn thuisstad op de bekende Antwerpse begraafplaats Schoonselhof.
Na de oorlogsjaren onderging het naar hem vernoemde tehuis in Koksijde verschillende uitbreidingen, waarvan de laatste plaatsvond in 1969.
Eind jaren negentig kwam het gebouw in handen van de gemeente Koksijde, die er een nieuwe culturele bestemming aan gaf.
Gisteren nog vandaag
Het pand werd omgedoopt tot cultureel centrum Taf Wallet, vernoemd naar de kunstenaar die destijds op een honderdtal meter afstand zijn atelier had.
Hoewel het gelijknamige museum inmiddels gesloten is wegens te weinig bezoekers, heeft het pand de status van beschermd monument gekregen en biedt het vandaag de dag nog altijd onderdak aan de Westhoekacademie.
In de geschiedenis van de Belgische zoetwarenindustrie neemt Chocoladefabriek Duc uit Antwerpen een bijzondere plaats in.
Deze Antwerpse fabrikant verwierf in de eerste helft van de twintigste eeuw, zo tussen 1900 en 1940, grote faam met het merk Chocolat Duc en in het bijzonder met de populaire productlijn Sylvia.
De fabriek was gevestigd in de Lange Kievitstraat 118-120 in Antwerpen, vlak bij het Centraal Station.
Het authentieke industriële fabriekspand werd ontworpen door architect Alphonse Pauwels. In die periode was het merk alomtegenwoordig in Antwerpen door grootschalige reclamecampagnes en populaire verzamelalbums.
In het interbellum bouwde het merk een heel herkenbare visuele identiteit op, zoals onder meer blijkt uit de originele reclame uit augustus 1931.
Het karakteristieke logo met het gestileerde dameshoofd dat met beide handen een reep vasthoudt, prijkte in die tijd niet alleen in gedrukte publicaties, maar was ook een vertrouwd beeld op geëmailleerde reclameborden, blikken dozen en winkeldisplays.
Zoals bij veel middelgrote chocoladefabrikanten het geval was, veranderde de markt in de loop van de twintigste eeuw en verdween het merk uiteindelijk uit de winkelrekken.
Het fabriekspand in de Lange Kievitstraat is echter volledig bewaard gebleven en heeft een nieuwe bestemming gekregen; het doet vandaag de dag dienst als een uniek residentieel woonproject, waardoor dit stukje Antwerps chocolade-erfgoed nog steeds zichtbaar aanwezig is in het straatbeeld.
De Botermarkt in Gent heeft door de eeuwen heen heel wat verschillende namen en functies gekend.
Oorspronkelijk stond het plein bekend als de Paradeplaats, vernoemd naar de vele toneelvoorstellingen en parades die er werden opgevoerd.
In de vijftiende eeuw was het vooral de plek waar Gentenaars hun houtskool kochten, waarna het in de zestiende eeuw transformeerde tot de Wollemarkt.
Voor het Schepenhuis van Gedele vond toen de wekelijkse wolmarkt plaats.
Pas in de zeventiende eeuw veranderde het aanbod naar verse boter en eieren, wat uiteindelijk leidde tot de naam die we vandaag nog altijd kennen: de Botermarkt.
Het Schepenhuis van Gedele vormt samen met het gotische gedeelte een van de twee grote, beeldbepalende vleugels van het Gentse stadhuis.
Historisch hield het Schepengerecht van Gedele zich voornamelijk bezig met burgerlijke zaken, zoals voogdijkwesties, erfenissen en de zorg voor wezen, min of meer vergelijkbaar met het huidige vredegerecht.
De gevel aan de Botermarkt straalt een harmonieuze rust en regelmaat uit dankzij de opeenvolging van driekwartzuilen volgens de klassieke bouworden: Dorisch, Ionisch en Korintisch.
Deze renaissancestijl staat in scherp contrast met het flamboyante, laatgotische deel van het Schepenhuis van de Keure direct ernaast.
Precies tussen deze twee verschillende bouwstijlen loopt een opvallende blauw-witte regenpijp.
Deze kleuren zijn niet alleen de officiële stadskleuren van Gent en de clubkleuren van KAA Gent, maar symboliseren historisch gezien ook de kleuren van Maria.
Het verhaal van het Kursaal in Blankenberge begon in 1859 als een gecombineerd project dat later werd omgevormd tot een echt luxehotel.
Het gebouw werd opgetrokken in een opvallende neomoorse stijl en was meteen een schot in de roos.
Het was veel meer dan alleen een plek om te gokken; het fungeerde als het absolute centrum van het Blankenbergse entertainment.
De benedenverdieping had een open galerij die direct uitgaf op de zeedijk. Binnenin vonden de gasten verschillende speelzalen, een concertzaal, een balzaal en twee restaurants.
Uniek voor die tijd was dat het gebouw vanaf het begin ook al een logeeraccommodatie met maar liefst 120 kamers had.
In 1884 veranderde de functie van het gebouw ingrijpend. Het stadsbestuur van Blankenberge wilde namelijk een eigen, groter stedelijk casino bouwen om de toeristenstroom nog beter op te vangen.
Hierdoor verloor het oorspronkelijke Kursaal zijn functie als dé centrale speelhal van de stad.
Het complex werd in 1884 volledig omgebouwd tot een exclusief luxehotel onder de naam Hotel du Kursaal.
Na de Eerste Wereldoorlog onderging het pand opnieuw een gedaanteverwisseling en werd het omgedoopt tot Résidence Bristol.
Toen het gebouw in 1884 de deuren opende als Hotel du Kursaal, behoorde het direct tot de absolute top van de hotels aan de Belgische kust.
Het trok een zeer elitair publiek aan dat in de zomermaanden wekenlang aan de kust verbleef.
Rond de eeuwwisseling, toen het hotel op het toppunt van zijn roem was, hanteerde het etablissement prijzen die volledig waren afgestemd op de gegoede burgerij en adel.
Een kamer had in die periode een vanafprijs van 4 tot 5 Belgische frank per nacht. Voor de meest luxueuze kamers of suites met uitzicht op zee liep dat bedrag op tot 10 à 15 frank per nacht, wat in die tijd een aanzienlijk kapitaal was.
Voor de maaltijden werd er destijds vaak gewerkt met vaste tarieven, aangezien veel gasten op basis van volpension verbleven. Een ontbijt kostte destijds ongeveer 1,50 frank.
Voor het middagmaal, de Table d’Hôte genoemd, betaalde men destijds rond de 4 frank.
Het uitgebreide avonddiner, dat vaak uit verschillende gangen bestond en waarbij de gasten in avondkledij verschenen, kostte doorgaans 5 frank per persoon, exclusief de wijnen.
Wie liever à la carte dineerde in het prestigieuze restaurant van het hotel, betaalde uiteraard nog hogere prijzen, afhankelijk van de gekozen exclusieve ingrediënten en de geïmporteerde Franse wijnen uit de kelders van het hotel.
Als we kijken naar de latere periode, na de Eerste Wereldoorlog, toen het hotel inmiddels was omgedoopt tot Hotel Bristol, waren de prijzen door de inflatie en de veranderde economie natuurlijk sterk gestegen.
In de jaren twintig en dertig betaalde men al snel tussen de 35 en 60 frank voor een overnachting, afhankelijk van het seizoen en de luxe van de kamer.
Om een goed beeld te krijgen van de verhoudingen, is het interessant om deze hotelprijzen te vergelijken met het dagloon van een arbeider of bediende in diezelfde periodes.
Rond de eeuwwisseling, tijdens de Belle Époque, verdiende een gemiddelde arbeider in België ongeveer 2,50 tot 3 frank per dag voor een werkdag die vaak tien tot twaalf uur duurde.
Geschoolde arbeiders, zoals een ervaren textielarbeider of een mijnwerker, konden uiterst tot 4 frank per dag verdienen, terwijl ongeschoolde arbeiders en vrouwen vaak niet meer dan 1,50 tot 2 frank per dag ontvingen.
Een gewone overnachting in Hotel du Kursaal van 4 tot 5 frank kostte dus al snel bijna twee volledige daglonen voor een gewone arbeider.
Een uitgebreid avonddiner van 5 frank was voor hen onbetaalbaar, aangezien dit meer was dan wat ze op een hele dag verdienden.
Bedienden en lagere ambtenaren, zoals klerken of onderwijzers, zaten in een iets betere positie, al was hun inkomen naar huidige maatstaven nog steeds heel bescheiden.
Zij werden meestal per maand betaald en verdienden rond de eeuwwisseling tussen de 100 en 150 frank per maand.
Als we dat omrekenen naar een dagtarief, komt dat neer op ongeveer 4 tot 6 frank per werkdag.
Hoewel hun inkomen dus iets hoger lag dan dat van een fabrieksarbeider, was een verblijf in een luxehotel aan de zeedijk ook voor de gemiddelde bediende een onbereikbare luxe.
Eén enkele nacht in een zeezichtsuite van 15 frank slokte immers al snel tien procent van hun volledige maandloon op.
In de periode na de Eerste Wereldoorlog, tijdens de jaren twintig en dertig, waren de lonen door de enorme inflatie en de invoering van de achturige werkdag nominatief sterk gestegen, maar dat gold ook voor de levenskosten.
Een arbeider verdiende in de jaren dertig gemiddeld zo’n 35 tot 50 frank per dag.
Een bediende met een gemiddelde loopbaan mocht in die tijd rekenen op een maandloon van zowat 1500 tot 2000 frank, wat neerkwam op ongeveer 60 tot 80 frank per werkdag.
Omdat een kamer in het vernieuwde Hotel Bristol in die tijd tussen de 35 en 60 frank per nacht kostte, bleef de verhouding min of meer gelijk.
Een overnachting in het hotel kostte nog steeds een volledig dagloon van een arbeider tot zelfs een dagloon van een bediende.
Het toerisme aan de zeedijk bleef hierdoor tot aan de Tweede Wereldoorlog een privilege dat hoofdzakelijk was voorbehouden aan de rijke burgerij en de industriële elite.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de hele zeedijk van Blankenberge zware schade op, omdat de Duitse bezetters de gebouwen daar nagenoeg volledig ontmantelden voor de aanleg van de Atlantikwall.
Dit leidde uiteindelijk ook tot het einde van de gloriedagen van veel oude belle-époquehotels.
In de jaren na de oorlog veranderde het toerisme aan de kust drastisch.
Het elitaire publiek trok weg en de oude, beschadigde luxehotels en villa’s maakten in de jaren 1950 en 1960 in hoog tempo plaats voor de moderne appartementsgebouwen die we vandaag de dag nog op de zeedijk zien.
Op 9 juli 1933 werd de nieuwe pier van Blankenberge ingehuldigd, een gebeurtenis die destijds werd gemarkeerd met de uitgave van een speciale postkaart.
Deze pier, een ontwerp met art-deco-invloeden van Jules Soete, verving de oorspronkelijke gietijzeren constructie uit 1894 die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd vernield.
De nieuwe, betonnen pier strekte zich 350 meter uit in de Noordzee en werd al snel het symbool van de stad en een trekpleister voor toeristen.
Bij de opening was de pier niet alleen een wandelhoofd.
De eerste vier jaar bood het onderdak aan het pretpark ‘Luna Staar’, wat zorgde voor extra vertier boven de golven.
Het was een plaats van plezier en ontspanning, een moderne constructie die het optimisme van het interbellum uitstraalde.
Door de jaren heen heeft de pier heel wat meegemaakt en de constante invloed van de zee heeft zijn sporen nagelaten.
Recentelijk onderging de wandelweg dan ook een grondige renovatie, met als doel deze te herstellen naar het oorspronkelijke uitzicht van 1933.
Vandaag kunt u op deze plaats lekker eten met een pracht van een uitzicht.
Hoewel het geen officieel museum is, beschikt het gebouw wel over een exporuimte.
Hier worden regelmatig tijdelijke tentoonstellingen of evenementen georganiseerd.
De ruimtes worden ook veelvuldig verhuurd voor privéfeesten, bedrijfsevenementen en speciale proeverijavonden.
Ongeveer 87 jaar geleden ging mijn overgrootmoeder (Martha Van Hende) een dagje naar de zee, Blankenberge.
Het vakantiecentrum Duinse Polders, gelegen aan de Albert Ruzettelaan op de grens van Blankenberge en Zeebrugge, is al tientallen jaren een vaste waarde voor toeristen op amper 200 meter van het strand.
De traditie van deze plek gaat ver terug. Oorspronkelijk lag dit gebied op het grondgebied van de oude gemeente Uitkerke, totdat de grenzen in 1901 werden herzien en het definitief bij Blankenberge ging horen.
Al vroeg in de twintigste eeuw werd de omgeving ontsloten door de aanleg van de stoomtramlijn, de voorloper van de huidige kusttram.
De eerste fases van het huidige gebouwencomplex werden opgetrokken in 1956, inmiddels zeventig jaar geleden.
In de decennia na de Tweede Wereldoorlog speelde de locatie een grote rol in het opkomende sociale toerisme in België.
Het centrum werd decennialang uitgebaat in samenwerking met de Christelijke Mutualiteiten en Intersoc.
Het was de plek waar in al die jaren duizenden gezinnen, groepen en jongeren hun eerste vakanties aan zee beleefden.
De eetcultuur in die beginjaren was legendarisch grootschalig.
Omdat er dagelijks honderden hongerige monden tegelijk gevoed moesten worden, begon het keukenpersoneel vaak al om acht uur in de ochtend met het voorbakken van de frieten om alles tegen de middag op tafel te krijgen.
Het centrum stond bekend om zijn strakke logistieke planning en de typische, onbezorgde vakantiesfeer.
Vandaag de dag trekt het complex nog altijd veel families, senioren en groepen aan. Een leuk weetje is dat het vakantiecentrum beschikt over een eigen, direct voor de deur gelegen halte van de Kusttram.
Bezoekers kunnen hun auto op het domein achterlaten en direct op de tram stappen om de rest van de Belgische kustlijn te ontdekken.
Daarnaast is het domein al sinds het najaar van 1989 de vaste thuisbasis voor de ELK, de Europese Landsbond voor Cactus- en Vetplantenliefhebbers.
Jaarlijks komen verzamelaars uit heel Europa hier samen voor een van de grootste ruil- en verkoopbeurzen op dit gebied.
Het centrum ligt bovendien geklemd tussen het strand en de Uitkerkse Polder, een eeuwenoud weidelandschap van circa 1400 hectare dat is uitgegroeid tot een van de belangrijkste vogelreservaten en grootste natuurgebieden van Vlaanderen.
De huidige gebouwen zijn inmiddels sterk verouderd en moeilijk duurzaam te renoveren.
Omdat de noden veranderen en mensen tegenwoordig veel meer comfort verwachten, broedt eigenaar Corsendonk Hotels op ambitieuze plannen.
Er is een vergunning aangevraagd om het bekende vakantiecentrum, dat het uitzicht van Blankenberge tientallen jaren heeft bepaald, grotendeels te slopen en te vervangen door een modern nieuwbouwproject.
De plannen voorzien in de bouw van een gloednieuw viersterrenhotel met 165 kamers, een grote wellness van meer dan 1.000 vierkante meter die ook toegankelijk zal zijn voor niet-hotelgasten, en 91 vakantieappartementen op dezelfde site.
Het totale project wordt opgetrokken in verschillende volumes. Naast het hotel en de appartementen omvat het ontwerp twee restaurants, een ondergrondse parking en een groene, rustgevende omgeving.
Het project zal in verschillende fases worden uitgevoerd.
In de eerste fase worden de 91 vakantieappartementen gebouwd, waarna in de latere fase het viersterrenhotel en de wellness volgen.
Na het openbaar onderzoek zullen de steden Brugge en Blankenberge, samen met de provincie West-Vlaanderen, beslissen over de toekenning van de vergunning.
Als de nodige vergunningen worden goedgekeurd, start de sloop van de oude gebouwen al eind dit jaar.
In 2028 begint dan de bouw van de vakantieappartementen, met het oog op een volledige oplevering in 2031.
Doordat er in fases wordt gewerkt, kan het vakantiecentrum tijdens de werkzaamheden gewoon openblijven en kan al het personeel aan het werk blijven.
Wat de gemeente onmiddellijk onderscheidt van vrijwel alle andere steden langs de kustlijn, is het ontbreken van de typische aaneengesloten muur van hoge appartementsgebouwen langs het strand.
In de plaats daarvan word je verwelkomd door sierlijke en historische architectuur in de zogenaamde Belle Epoquestijl.
Dit is vooral zichtbaar in de beschermde villawijk de Concessie, die aan het begin van de twintigste eeuw slim werd ingeplant in het golvende duinenlandschap.
Gisteren nog vandaag
De naam van deze wijk verwijst letterlijk naar de erfpacht of concessie die in 1889 door de Belgische staat, onder impuls van koning Leopold II, voor negentig jaar werd toegekend aan particuliere investeerders.
Om het onherbergzame duingebied te ontwikkelen tot een luxueuze badplaats, stelde men erg strenge bouwvoorschriften op onder leiding van de Duitse stedenbouwkundige Hermann-Josef Stübben.
De nieuw aan te leggen wegen moesten het kronkelende, natuurlijke reliëf van de duinen volgen en er mochten uitsluitend vrijstaande villa’s met grote omliggende tuinen gebouwd worden.
Toen deze oorspronkelijke concessie-overeenkomst na negentig jaar in 1979 ten einde liep, werd de erfpacht niet wettelijk verlengd. Grote bouwpromotoren zagen onmiddellijk hun kans schoon om de percelen op te kopen en de kustlijn ook hier vol te bouwen met hoge appartementsblokken.
Enkele authentieke gebouwen, waaronder Hotel Beau Rivage, gingen aanvankelijk zelfs tegen de vlakte om plaats te maken voor moderne flatgebouwen zoals residentie Mayfair.
Deze plotselinge afbraak leidde echter tot een storm van protest en een grootschalige petitie van zowel inwoners als toeristen, die massaal eisten dat het unieke karakter van De Haan bewaard zou blijven.
Als reactie hierop koos de overheid er niet voor om het oude erfpachtcontract zomaar te verlengen, maar greep ze in via de wetgeving rond monumentenzorg en stedenbouw.
Gisteren nog vandaag
In 1981 werd het centrale deel van de wijk, samen met enkele belangrijke historische gebouwen, geklasseerd als beschermd dorpsgezicht.
Enkele jaren later werden er via een Bijzonder Plan van Aanleg ook zeer strenge bouwvoorschriften vastgelegd om te garanderen dat de bestaande verhoudingen tussen de huizen en de natuur gerespecteerd bleven, waarna de volledige vroegere concessie in 1995 definitief als erfgoed werd beschermd.
Het oorspronkelijke juridische contract liep dus af, maar de stedenbouwkundige visie werd dankzij burgerprotest permanent verankerd in nieuwe beschermingsstatuten.
Het resultaat is een groen, uitgestrekt en rustig straatbeeld vol charmante witte villa’s, kenmerkend door hun rode daken, torentjes en sierlijke houten balkons.
Naast dit architecturale erfgoed trekt De Haan ook enorm veel natuurliefhebbers aan, met name dankzij de uitgestrekte Duinbossen en het opvallend lange, rustige zandstrand.
Gisteren nog vandaag
Het meest beroemde feit over De Haan is ongetwijfeld het tijdelijke verblijf van Albert Einstein.
In het voorjaar van 1933, vlak nadat hij nazi-Duitsland was ontvlucht, woonde de wereldberoemde natuurkundige maar liefst zes maanden lang in de Villa Savoyarde.
Hij wandelde er dagelijks door de duinen en ontving er talloze prominente wetenschappers, kunstenaars en hoogwaardigheidsbekleders voordat hij met zijn vrouw definitief naar de Verenigde Staten vertrok.
Een ander opvallend monument en geliefd weetje is het historische tramstationnetje uit 1902.
Dit sierlijke gebouwtje, met zijn typische vakwerk, is in zijn authentieke glorie bewaard gebleven en fungeert nog steeds als een van de mooiste en meest gefotografeerde haltes van de hele Kusttram.
Tot slot is het bijzonder om te weten dat het vele groen in De Haan absoluut geen toeval is; de uitgebreide bossen werden destijds heel bewust aangeplant om het opwaaiende zand tegen te houden en te voorkomen dat het het dorp zou overspoelen.
Dit doordachte plan geeft de badplaats tot op de dag van vandaag haar unieke, bosrijke en schilderachtige karakter.
Wanneer we spreken over Ter Duinen in de context van Nieuwpoort, komen we uit bij een boeiende geschiedenis die nauw verweven is met de heropbouw en de zorgsector aan de Belgische kust.
Hoewel de naam Ter Duinen historisch gezien vooral herinneringen oproept aan de middeleeuwse Duinenabdij van Koksijde, heeft Nieuwpoort zijn eigen specifieke plekken gekregen die deze naam met trots dragen.
De belangrijkste moderne betekenis van Ter Duinen in Nieuwpoort is het bekende zorg- en herstelverblijf van de Christelijke Mutualiteit, gelegen aan de Louisweg.
Gisteren nog vandaag
De geschiedenis van deze specifieke locatie begon in de vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw.
In februari 1983 startten de bouwwerken voor wat destijds werd opgezet als een modern revalidatiecentrum en vakantiedomein.
Het doel was om een toegankelijke vakantieplek te creëren voor senioren, chronisch zieken en mensen die moesten herstellen na een ziekenhuisopname.
Door de jaren heen evolueerde het complex tot een volledig aangepast centrum, dat vandaag de dag een cruciale rol speelt in het zorgtoerisme aan de kust.
Het centrum kreeg een officieel toegankelijkheidslabel en biedt al decennia een tijdelijk onderkomen waar professionele zorg en ontspanning hand in hand gaan.
Gisteren nog vandaag
Naast dit moderne zorgverblijf is er in de lokale Nieuwpoortse geschiedenis ook een sterke religieuze en volkskundige link met de naam, in de vorm van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinenkapel.
Deze kapel, die vaak kortweg de Duinenkapel wordt genoemd, groeide in de loop van de twintigste eeuw uit tot een belangrijk lokaal Mariaoord.
Gisteren nog vandaag
Vooral tijdens de moeilijke jaren van de Tweede Wereldoorlog vond de Nieuwpoortse bevolking hier een plek van samenkomst en troost.
In 1958 kende de kapel een triest dieptepunt toen het oorspronkelijke Mariabeeld werd vernield, maar nog in datzelfde jaar werd een nieuw beeld ingewijd door pastoor Pieter Declercq.
Gisteren nog vandaag
De kapel bleef een ontmoetingsplaats voor de lokale gemeenschap, en in de jaren negentig werd het interieur nog verrijkt met bas-reliëfs van de bekende volkskundige en keramist Bert Bijnens, die lokale sagen en legendes in de kunstwerken verwerkte.
Een bijzonder en minder bekend historisch weetje over deze Duinenkapel is dat de oorsprong van de devotie op deze plek teruggaat tot een opmerkelijke vondst in de negentiende eeuw.
Volgens de lokale overlevering werd er in 1890 door spelende kinderen een oud houten Mariabeeldje gevonden, half begraven in het zand van de Nieuwpoortse duinen.
De vondst werd destijds door de vissersgemeenschap beschouwd als een hemels teken van bescherming tegen de gevaren van de zee.
Om het beeldje te eren en te beschermen, werd er aanvankelijk een heel eenvoudige houten schuilplaats gebouwd, die later werd vervangen door de meer permanente bakstenen kapel.
Dit verklaart waarom de kapel, hoewel geografisch losstaand van de oude abdij, toch de naam ter Duinen kreeg en door de jaren heen vooral door zeemansfamilies werd bezocht om een behouden vaart af te smeken.
Er is ook een historisch-materieel verband tussen Nieuwpoort en de oorspronkelijke middeleeuwse Duinenabdij van Koksijde.
Toen die reusachtige abdij na de beeldenstorm en de godsdienstoorlogen aan het einde van de zestiende eeuw in verval raakte, werden de restanten een geliefde bron van bouwmateriaal voor de wijde omgeving.
De stad Nieuwpoort bleek een trouwe afnemer van deze historische stenen, de zogenaamde abdijmoeffen.
Zelfs rond het jaar 1800 kocht het stadsbestuur van Nieuwpoort nog grote partijen van deze oude stenen op om ze te verwerken in de herstelling en versteviging van de lokale sluizen.
Zo zit er letterlijk een stukje van het oude Ter Duinen ingemetseld in de maritieme geschiedenis en de waterwerken van Nieuwpoort.
Toen de Gentenaars in 1452 ten strijde trokken tegen hertog Filips de Goede, zetten ze volgens de legende een indrukwekkend kanon in bij het beleg van Oudenaarde.
De Gentenaars verloren de strijd echter, waardoor het monster van Gent als zegeteken in Oudenaarde achterbleef.
Pas op 25 februari 1578 wist kapitein Rockelfing het wapen te heroveren.
Op 8 maart van dat jaar kwam de Dulle Griete, ook wel de Rode Duivel genoemd, aan bij het Cuupgat bij de Minderbroeders.
Hoewel er vermoedelijk plannen waren om het kanon te slopen, besloten de Gentse schepenen anders.
Op 15 april werd het per boot naar het einde van de Langemunte gebracht om op rollen te worden geplaatst bij Wannekens aard, een plek die vernoemd was naar de nabijgelegen brouwerij Wannekin.
Vanaf 1812 kreeg deze locatie de officiële naam Bij ’t Groot Kanon.
De afwezigheid van dergelijke zware wapens in de stad had een historische reden.
Na de Gentse Opstand tussen 1537 en 1540 voerde keizer Karel V een strikt verbod op vuurwapens in en liet hij de stadswallen slopen om toekomstige rebellie te voorkomen.
Tijdens het calvinistische bewind aan het eind van de zestiende eeuw werd dit gebrek aan defensie pijnlijk duidelijk, wat de herovering van het kanon extra betekenis gaf.
De naam Dulle Griet kent verschillende verklaringen.
Een bekende theorie verwijst naar gravin Margaretha van Constantinopel, die vanwege haar felle karakter door het volk de booze of dulle Griet werd genoemd.
Een andere verklaring legt de link met het schilderij van Pieter Bruegel de Oude, waarop een toornige vrouw te zien is die zo dapper is dat zij zelfs voor de poorten van de hel durft te roven.
Zij personifieert daarmee kwaad, oorlog en vernieling. In de loop der tijd veranderde de symboliek echter van een teken van verwoesting naar een icoon van vergane glorie en nationale trots.
Margaretha van Constantinopel, vaak aangeduid als Zwarte of Dulle Griet, leidde een roerig bewind dat werd gekenmerkt door de bittere strijd tussen haar kinderen uit twee huwelijken.
Uit haar eerste verbintenis met Bouchard van Avesnes kwamen Jan en Boudewijn voort, terwijl haar tweede huwelijk met Willem van Dampierre de zonen Willem en Gwijde voortbracht.
Deze familievete leidde uiteindelijk tot de splitsing van Vlaanderen en Henegouwen, waarbij de nazaten van Avesnes Henegouwen behielden en de Dampierres Vlaanderen kregen.
Hoewel Willem van Dampierre vanaf het Verdrag van Parijs in 1246 de titel van graaf droeg, bleef hij tot zijn dood in 1251 onder het gezag van zijn moeder.
Margaretha bleef immers tot aan haar eigen overlijden in 1279 de feitelijke heerser over het verenigde rijk.
Pas na haar troonsafstand werd haar zoon Gwijde van Dampierre de onbetwiste alleenheerser over Vlaanderen.
De ontwikkeling van Het Zoute nam een hoge vlucht in het begin van de twintigste eeuw, grotendeels gestuurd door de in 1908 opgerichte Compagnie
De ontwikkeling van Het Zoute werd grotendeels gestuurd door de ontwerpen van de befaamde Duitse stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben.
Zowel het Albertplein, in de volksmond vaak de Albertplaats of Place m’as-tu-vu genoemd, als de Elisabethlaan behoren tot de kern van dit ambitieuze stedenbouwkundige project dat vanaf 1909 werd gerealiseerd.
De Elisabethlaan vormde al snel een belangrijke oost-westverbinding en een centrale verkeersas voor de luxueuze uitbreiding van de kustgemeente Knokke.
Langs en rond deze laan verrezen statige hotels, exclusieve appartementen en villa’s in de voor de streek typerende Anglo-Normandische cottagestijl.
Een illuster stukje geschiedenis speelde zich af aan het einde van de Elisabethlaan in 1954, toen wereldberoemde schrijvers als Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Bertolt Brecht in alle stilte logeerden in het toenmalige Linkshotel tijdens een poging om Oost- en West-Europese intellectuelen samen te brengen midden in de Koude Oorlog.
Vlakbij groeide het iconische hotel La Réserve uit tot een luxueuze trekpleister voor internationale sterren.
Het mondaine karakter van deze as vond zijn absolute hoogtepunt op het nabijgelegen Albertplein.
Dit plein werd eveneens in 1909 aangelegd en groeide vooral in de jaren vijftig uit tot dé plek waar de internationale beau monde zich verzamelde.
Grote sterren zoals Frank Sinatra, Edith Piaf, Charles Aznavour en Jacques Brel dronken er een aperitief, gadegeslagen door het flanerende publiek.
Aan het plein opende in 1923 ook het befaamde Hotel Memlinc, ontworpen door architect Jozef Viérin, dat met zijn jazzconcerten en theedansen de roaring twenties aan de kust extra kleur gaf.
Op het kruispunt bij het plein werd in de jaren zestig bovendien het opvallende bronzen beeld De Poëet van de Frans-Russische kunstenaar Ossip Zadkine geplaatst, waarvoor later een definitieve plek werd gevonden.
Hoewel het plein in de decennia daarna wat van zijn oorspronkelijke grandeur verloor, onderging het recent een spectaculaire transformatie.
In 2023 werd een vernieuwd Albertplein onthuld, gekenmerkt door een gigantisch dambordpatroon van zwarte en witte tegels.
Een bijzonder detail is dat in de zwarte tegels duizenden oude munten zijn verwerkt die door inwoners en bezoekers werden geschonken.
De absolute blikvanger van het vernieuwde plein is een innovatieve glazen koepel, ontworpen door ingenieur-architect Philippe Samyn.
Dit architecturale hoogstandje zonder interne steunpilaren vormt vandaag het nieuwe kloppende hart van de badplaats en verbindt de rijke geschiedenis van de plek naadloos met de eenentwintigste eeuw.