
Gent in oude postkaarten, toen er nog een tram reed door de Lange Munt

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Cora Laparcerie was een opmerkelijke en veelzijdige vrouw in het Parijse culturele leven van de late negentiende en vroege twintigste eeuw.
Geboren in 1875 als Marie-Caroline Laparcerie, maakte ze naam als een gevierd actrice, een gevoelig dichteres en, misschien wel het meest indrukwekkend, als een van de eerste vrouwelijke theaterdirecteuren van haar tijd.
Haar podiumcarrière begon in 1896 in het prestigieuze Théâtre de l’Odéon, waar ze al snel opviel.
Ze had een krachtige aanwezigheid en speelde met evenveel gemak in de grote klassieke tragedies als in de moderne stukken van haar tijd, waaronder producties als “Quo vadis?”.
Haar ambitie reikte echter verder dan alleen acteren.
Ze nam de leiding over verschillende belangrijke theaters in Parijs, waaronder het Théâtre des Bouffes-Parisiens en het Théâtre de la Renaissance.
Dit was een buitengewone prestatie voor een vrouw in die periode.
Als directeur had ze een scherp oog voor succes.
Een van haar grootste triomfen was de productie van de revue “Mepisto” in 1920.
Een nummer uit die show, “Mon homme” – met muziek van Maurice Yvain (die later succes had op Broadway) en tekst van Albert Willemetz én de regisseur Jacques Mardochée Charles – zou later in oktober 1920, gezongen door Mistinguett, uitgroeien tot een wereldberoemde klassieker.
Naast haar drukke theaterleven vond ze ook de tijd om zich te uiten als dichteres, en ze publiceerde meerdere bundels, zoals “J’aime”.
In 1926 ontving ze het Legioen van Eer.
Haar vernieuwende geest bleek ook later in haar carrière, toen ze in 1935 het concept van radiotheater omarmde.
Privé was ze getrouwd met de dichter en toneelschrijver Jacques Richepin, met wie ze twee kinderen kreeg.
Cora Laparcerie overleed in Parijs op 28 augustus 1951 op 75-jarige leeftijd.

In 1891 trok een groep private investeerders onder leiding van de Brusselse hotelier Charles Smedt een relatief klein, houten gebouw op de zeedijk op.
Het ontwerp van architect Alexis Dumont was zo’n bezienswaardigheid dat zelfs koning Leopold II tijdens een wandeling vanuit Oostende de bouw kwam inspecteren.
Na enkele verbouwingen en de toevoeging van zijvleugels bood het complex plaats aan een restaurant, winkeltjes en een feestzaal.

Het was een populaire trekpleister voor toeristen, kinderbals en optredens van variétéartiesten.
In 1908 kocht het gemeentebestuur het gebouw, met de intentie om iets nieuws en groters te bouwen.
In 1914, na de opening van zijn opvolger, werd het eerste casino gesloopt.
In 1912 besloot de gemeente tot de bouw van een nieuw, statig casino op een uitbouw van de zeedijk.
Het ontwerp was van architect Georges Hobé, met een interieur door Albert Van Huffel.
Het opende op 18 juli 1914 en omvatte een speelzaal, leeszaal, horecazaken, biljarttafels, een bowling en een concertzaal, omgeven door een binnentuin en tennisvelden.
De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten; het Duitse leger gebruikte het complex als hoofdkwartier en liet het zwaar beschadigd achter.

Na de oorlog werd het casino heropgebouwd volgens de originele plannen en heropende het in 1925.
In het interbellum traden er grootheden als Charles Trenet en Jean Omer op.
De Tweede Wereldoorlog betekende echter het definitieve einde voor het gebouw; het werd volledig tot puin herleid.
Na de oorlog werd tijdelijk een casino ingericht in ‘Hôtel de la Plage’.
Het derde casinogebouw, ontworpen door de Middelkerkse architect August Vereecke in een Normandische stijl, opende zijn deuren in 1954.
Dit casino zou uitgroeien tot een icoon van het Vlaamse entertainment.
Onder leiding van directeur Luc Rammant (1979-1998) werden tal van nationale en internationale sterren naar de kust gehaald, met Will Tura en Gilbert Bécaud als regelmatige gasten.
Het gebouw huisvestte naast de speelzaal en nachtclub Montezuma de beroemde Baccarazaal.
In deze feestzaal met zeezicht werd vanaf 1969 de ‘Gouden Sirene’ georganiseerd, een concours voor het Belgische levenslied waar onder meer Eva Marie haar carrière lanceerde.
Dit evenement was de voorloper van de legendarische ‘Baccarabeker’, een provinciale talentenjacht die liep van 1981 tot 1990.
Ook de VRT vond haar weg naar de zaal voor de opnames van de populaire televisietalkshow ‘Margriet aan zee’ (1989-1994).

De laatste jaren van dit casino werden echter overschaduwd door een grootschalige fraude aan de roulettetafel, waarbij croupiers tussen 2001 en 2015 zo’n drie miljoen euro verduisterden.
Na enkele opfrisbeurten sloot het gebouw in 2017 definitief de deuren en werd het een jaar later gesloopt.
In maart 2024 begon een nieuw hoofdstuk met de opening van SILT, een multifunctioneel evenementengebouw dat het vierde casino herbergt.
Dit ambitieuze project is meer dan een speelzaal; het omvat een foyer, restaurant, evenementenzaal voor 1700 personen, een hotel en een ondergrondse parking.
Het ontwerp, van de hand van een consortium van architecten en bouwbedrijven, integreert een versterkte zeedijk die bestand is tegen een duizendjarige storm en creëert een naadloze, autovrije overgang tussen de dijk en het Epernayplein.
De uitbating van het nieuwe casino is in handen van Belcasinos, onderdeel van de Franse Groupe Partouche (postkaarten uit mijn eigen verzameling)






De expo wordt echter vaak herinnerd voor de dramatische brand die in de nacht van 14 op 15 augustus uitbrak.

Een groot deel van de tentoonstelling ging in vlammen op, waaronder delen van de Belgische en Franse paviljoenen en de volledige Britse sectie.

Paradoxaal genoeg zorgde de spectaculaire brand voor een toevloed aan ramptoeristen, wat de bezoekersaantallen verder de hoogte in joeg.





Koksijde kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen, met de stichting van de Duinenabdij in de twaalfde eeuw.
De badplaats Koksijde-Bad kwam pas veel later tot bloei, voornamelijk na de aanleg van de Zeelaan in 1895, die het binnenland met de kust verbond.

Een van de meest kenmerkende elementen in het landschap van Koksijde is de Hooge Blekker, de hoogste duin van de Belgische kust.
Deze duin, gevormd tussen de zestiende en negentiende eeuw, was historisch verbonden met de Duinenabdij die er een molen bezat.
In 1931 werd deze geschiedenis nieuw leven ingeblazen met de bouw van een restaurant met een showmolen op de top, puur als toeristische attractie.
Dit bouwwerk kende echter een kort bestaan; het werd beschadigd tijdens Duitse beschietingen in 1940 en volledig vernield bij een Engels bombardement in 1942.

Gisteren nog vandaag
Vandaag is de Hooge Blekker een populaire plek voor wandelaars die er genieten van het prachtige uitzicht.
Naast natuurlijke bezienswaardigheden ontwikkelde Koksijde-Bad zich ook als een plek van vermaak, met als centraal punt het casino. Het oorspronkelijke gebouw werd opgericht in 1928 en fungeerde decennialang als een belangrijke locatie voor ontspanning, met optredens en evenementen.
In 2000 werd een nieuw casino gebouwd met theaterzaal, feestzaal, foyer, tentoonstellingsruimte, bibliotheek en jeugdontmoetingscentrum, waardoor het oude casino een nieuwe rol kreeg binnen de gemeenschap.

Gisteren nog vandaag
Een groot deel van de charme van de Zoo schuilt in de vele historische gebouwen, waarvan er verschillende beschermd zijn als monument. Deze architecturale parels vertellen het verhaal van de lange geschiedenis van de dierentuin:

De Egyptische Tempel (1856): Dit is een van de oudste en meest waardevolle gebouwen. Het wordt beschouwd als een van de fraaiste voorbeelden van neo-Egyptische architectuur in Europa en huisvest vandaag de giraffen en olifanten.

De Moorse Tempel (1871): Dit gebouw was oorspronkelijk bedoeld voor struisvogels en herbergt nu de okapi’s, een diersoort waarmee de Zoo een speciale historische band heeft.

Het Aquarium (1911): Dit monumentale gebouw herbergt een grote diversiteit aan vissen en ongewervelden. Het rifaquarium is een van de blikvangers.

De Wintertuin: Een prachtige serre die een tropisch klimaat nabootst en tal van vogelsoorten en planten een thuis biedt.
De Ingang (1903): De majestueuze ingang aan het koningin-Astridplein.
Naast deze zijn er nog tal van andere historische verblijven, zoals de roofvogelvolières en de oude hertengebouwen, die de sfeer van een 19e-eeuwse dierentuin oproepen.

De dierentuin strekt zich uit over een oppervlakte van ongeveer 11 hectare. Gelegen pal naast het Centraal Station, vormt het een unieke combinatie van een 19e-eeuwse tuin in Engelse landschapsstijl met historische gebouwen en moderne dierenverblijven.
Het is een beschermd landschap en wordt door velen beschouwd als een groene long voor de stad.

In totaal zetten ongeveer 400 personeelsleden zich dagelijks in voor het welzijn van de dieren, het onderhoud van de parken, wetenschappelijk onderzoek en de ontvangst van de bezoekers.
Dit team bestaat uit dierenverzorgers, dierenartsen, biologen, tuiniers, technisch personeel, en medewerkers voor de horeca en administratie.

De Zoo van Antwerpen, officieel de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA), werd opgericht op 21 juli 1843.
Het is daarmee de oudste dierentuin van België en een van de oudste ter wereld.

De initiatiefnemer was Jan Frans Loos, een toenmalige schepen en latere burgemeester van Antwerpen.
Hij raakte in 1841 geïnspireerd na een bezoek aan dierentuin Artis in Amsterdam. Samen met een groep invloedrijke Antwerpse burgers nam hij het initiatief om ook in Antwerpen een dierentuin op te richten.
De wetenschappelijke en praktische motor achter het project was Jacques Kets.
Hij was een gerenommeerde zoöloog en plantkundige.

De oprichters wisten hem te overtuigen om de eerste directeur van de nieuwe dierentuin te worden. Kets stelde als voorwaarde dat er ook een museum zou komen om zijn omvangrijke natuurhistorische verzamelingen in onder te brengen.
Zijn expertise en zijn collectie opgezette dieren vormden de wetenschappelijke basis van de zoo bij de opening.

Bij de start in 1843 was de dierentuin nog bescheiden, met naast de collectie van Kets voornamelijk wat paarden en geiten.
De ingang bevond zich toen aan de Borgerhoutsesteenweg, de huidige Carnotstraat.
Dankzij de visie van Loos en de toewijding van Kets groeide de Zoo van Antwerpen al snel uit tot de belangrijke wetenschappelijke en recreatieve instelling die ze vandaag nog steeds is.


Gisteren nog vandaag
Heist-aan-Zee, ook bekend als Heist of Heyst, is een badplaats en een deelgemeente van Knokke-Heist aan de Belgische kust.
Het was vroeger een zelfstandige gemeente tot de gemeentelijke fusie van 1971.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag




































