Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Koksijde kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen, met de stichting van de Duinenabdij in de twaalfde eeuw.
De badplaats Koksijde-Bad kwam pas veel later tot bloei, voornamelijk na de aanleg van de Zeelaan in 1895, die het binnenland met de kust verbond.
Een van de meest kenmerkende elementen in het landschap van Koksijde is de Hooge Blekker, de hoogste duin van de Belgische kust.
Deze duin, gevormd tussen de zestiende en negentiende eeuw, was historisch verbonden met de Duinenabdij die er een molen bezat.
In 1931 werd deze geschiedenis nieuw leven ingeblazen met de bouw van een restaurant met een showmolen op de top, puur als toeristische attractie.
Dit bouwwerk kende echter een kort bestaan; het werd beschadigd tijdens Duitse beschietingen in 1940 en volledig vernield bij een Engels bombardement in 1942.
Gisteren nog vandaag
Vandaag is de Hooge Blekker een populaire plek voor wandelaars die er genieten van het prachtige uitzicht.
Naast natuurlijke bezienswaardigheden ontwikkelde Koksijde-Bad zich ook als een plek van vermaak, met als centraal punt het casino. Het oorspronkelijke gebouw werd opgericht in 1928 en fungeerde decennialang als een belangrijke locatie voor ontspanning, met optredens en evenementen.
In 2000 werd een nieuw casino gebouwd met theaterzaal, feestzaal, foyer, tentoonstellingsruimte, bibliotheek en jeugdontmoetingscentrum, waardoor het oude casino een nieuwe rol kreeg binnen de gemeenschap.
Een groot deel van de charme van de Zoo schuilt in de vele historische gebouwen, waarvan er verschillende beschermd zijn als monument. Deze architecturale parels vertellen het verhaal van de lange geschiedenis van de dierentuin:
De Egyptische Tempel (1856): Dit is een van de oudste en meest waardevolle gebouwen. Het wordt beschouwd als een van de fraaiste voorbeelden van neo-Egyptische architectuur in Europa en huisvest vandaag de giraffen en olifanten.
De Moorse Tempel (1871): Dit gebouw was oorspronkelijk bedoeld voor struisvogels en herbergt nu de okapi’s, een diersoort waarmee de Zoo een speciale historische band heeft.
Het Aquarium (1911): Dit monumentale gebouw herbergt een grote diversiteit aan vissen en ongewervelden. Het rifaquarium is een van de blikvangers.
De Wintertuin: Een prachtige serre die een tropisch klimaat nabootst en tal van vogelsoorten en planten een thuis biedt.
De Ingang (1903): De majestueuze ingang aan het koningin-Astridplein.
Naast deze zijn er nog tal van andere historische verblijven, zoals de roofvogelvolières en de oude hertengebouwen, die de sfeer van een 19e-eeuwse dierentuin oproepen.
De dierentuin strekt zich uit over een oppervlakte van ongeveer 11 hectare. Gelegen pal naast het Centraal Station, vormt het een unieke combinatie van een 19e-eeuwse tuin in Engelse landschapsstijl met historische gebouwen en moderne dierenverblijven.
Het is een beschermd landschap en wordt door velen beschouwd als een groene long voor de stad.
In totaal zetten ongeveer 400 personeelsleden zich dagelijks in voor het welzijn van de dieren, het onderhoud van de parken, wetenschappelijk onderzoek en de ontvangst van de bezoekers.
Dit team bestaat uit dierenverzorgers, dierenartsen, biologen, tuiniers, technisch personeel, en medewerkers voor de horeca en administratie.
De Zoo van Antwerpen, officieel de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA), werd opgericht op 21 juli 1843.
Het is daarmee de oudste dierentuin van België en een van de oudste ter wereld.
De initiatiefnemer was Jan Frans Loos, een toenmalige schepen en latere burgemeester van Antwerpen.
Hij raakte in 1841 geïnspireerd na een bezoek aan dierentuin Artis in Amsterdam. Samen met een groep invloedrijke Antwerpse burgers nam hij het initiatief om ook in Antwerpen een dierentuin op te richten.
De wetenschappelijke en praktische motor achter het project was Jacques Kets.
Hij was een gerenommeerde zoöloog en plantkundige.
De oprichters wisten hem te overtuigen om de eerste directeur van de nieuwe dierentuin te worden. Kets stelde als voorwaarde dat er ook een museum zou komen om zijn omvangrijke natuurhistorische verzamelingen in onder te brengen.
Zijn expertise en zijn collectie opgezette dieren vormden de wetenschappelijke basis van de zoo bij de opening.
Bij de start in 1843 was de dierentuin nog bescheiden, met naast de collectie van Kets voornamelijk wat paarden en geiten.
De ingang bevond zich toen aan de Borgerhoutsesteenweg, de huidige Carnotstraat.
Dankzij de visie van Loos en de toewijding van Kets groeide de Zoo van Antwerpen al snel uit tot de belangrijke wetenschappelijke en recreatieve instelling die ze vandaag nog steeds is.
In de basiliek bij de grot bevindt zich een relikwie van de heilige Bernadette.
Bernadette (kloosternaam Marie-Bernard) Soubirous werd in 1844 geboren in een arm molenaarsgezin.
Naar school ging ze niet; dat kwam er niet van. Bovendien leed ze aan astma.
Op 11 februari van het jaar 1858 – ze was dus veertien jaar oud – was ze samen met haar zusje en een vriendinnetje bezig hout te sprokkelen, toen haar in een grot van de berg Massabielle bij Lourdes (Zuid-Frankrijk) een Vrouwe verscheen.
Ze stond rechtop in een uitholling van de rots, was gekleed in een lang wit gewaad met een blauwe ceintuur om haar middel en een witte sluier op het hoofd; ze had een gouden roos op haar blote voeten, en ze leek op een jonge vrouw van zo’n zestien, zeventien jaar oud.
De andere twee die erbij waren, zagen wel, hoe Bernadette iemand meende te zien en er mee sprak, maar zelf namen ze niets bijzonders waar.
Tussen 11 februari en 16 juli liet de verschijning zich achttien keer zien.
Zij vroeg om te bidden voor de bekering van de zondaars; ze drukte Bernadette op het hart dat men berouw moest hebben en boete doen; en zij wilde graag een kapelletje op de plaats van haar verschijning. “Ik beloof je gelukkig te maken, voegde ze eraan toe, niet in deze wereld, maar in de toekomende wereld.”
Op 25 maart durfde Bernadette de Vrouwe te vragen, hoe ze eigenlijk heette.
Daarop antwoordde de verschijning: Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.
Een van de volgende keren gaf ze te kennen dat Bernadette in de grond moest graven. Er ontsprong een bron. Vanaf dat moment vloeide er water in overvloed tot op de huidige dag.
In 1866 trad zij in bij de Soeurs de la Charité van Nevers, die een huis hadden in Lourdes.
Zij leerden haar lezen en schrijven, droegen zorg voor haar religieuze vorming en gaven haar eenvoudige werkjes te doen, zoals het schrappen van worteltjes in dienst van de keukenzuster.
Op 22-jarige leeftijd deed zij haar gelofte, kreeg als kloosternaam Soeur Marie-Bernard en werd overgeplaatst naar het moederhuis van de Congregatie in Nevers.
Daar leefde ze nog dertien jaar.
Net als zij zelf waren de meeste medezusters van eenvoudige komaf.
Haar oversten, meenden er goed aan te doen om bijzonder streng tegenover haar te zijn.
Waarschijnlijk omdat ze vreesden dat ze anders verwaand zou worden.
Door haar medezusters was ze vaak het middelpunt van pesterijtjes.
Daar kwam bij dat haar lichamelijke gezondheid steeds meer achteruit ging.
Zij probeerde dat alles welgemoed te verdragen.
Na een slepende ziekte overleed zij, 35 jaar oud.
Volgens omstanders waren haar laatste verzuchtingen: “Heilige Maria, moeder van God, bid voor mij, arme zondares, arme zondares…”
Haar lichaam is nog altijd niet vergaan en rust volkomen gaaf in de kapel bij de zusters van St.-Gildard te Nevers.
In 1933 werd ze officieel heilig verklaard.
Het beeld van de Heilige Maria, dat in 1873 aan de grot ingewijd is in Oostakker, is in 1974 gestolen.
De diefstal is nooit opgehelderd.
De talrijke dankplaatjes in en bij de grot en verspreid over de hele lengte van de twee ommegangen, meer dan achtduizend, zijn de uitdrukking van diepe gevoelens.
Op de meeste vinden we het woord: dank.
Aan de grot zijn ruim driehonderd niet overdekte zitplaatsen op banken zonder rugleuning.
Er zijn twee ommegangen: de vijftien mysteries van de rozenkrans en de zeven smarten van Maria. (Diverse bronnen, Katrien Cools en postkaart uit mijn eigen verzameling, 1939)
Het kasteel Elsegem was gelegen in het landschap van Wortegem-Petegem.
Het werd in 1718 gekocht door de adellijke familie de Ghellinck, die het in de loop der eeuwen verschillende keren liet verbouwen en uitbreiden.
Het kasteel kreeg een classicistische stijl in de 18de eeuw en een neo-Vlaamse renaissancestijl in de 19de eeuw.
Het park werd in 1912 ontworpen in Franse stijl en strekte zich uit tot aan de Schelde.
Het kasteel overleefde de Eerste en Tweede Wereldoorlog, maar het werd wel zwaar beschadigd werd.
In 1973 werd het kasteel door een brand verwoest en later afgebroken.
Het domein bleef echter bewaard en werd in 1974 verkocht aan de gemeente, die het omvormde tot een openbaar park met speeltuinen, visvijvers, petanquebanen en wandelpaden.
De bijgebouwen van het kasteel, zoals de hoeve, de bibliotheek en de oranjerie, werden gerestaureerd en kregen een nieuwe bestemming als restaurant, trouwzaal, auditorium en archiefzaal.
Het domein de Ghellinck is vandaag de dag een oase van rust en natuur voor de bezoekers, die er ook meer kunnen leren over de geschiedenis en het erfgoed van Elsegem en Wortegem-Petegem.