Hennie Kuiper, wie is de nieuwe winnaar van de Wereldkampioenschappen wielrennen 1975

Hennie Kuiper, een van de meest veelzijdige Nederlandse wielrenners aller tijden, excelleerde zowel in het klassieke werk als in etappekoersen.

In 1972 werd hij Olympisch kampioen op de weg, gevolgd door de wereldtitel in 1975, waarmee hij zich schaarde in een select gezelschap van renners die beide titels behaalden, waaronder Ercole Baldini, Paolo Bettini en Remco Evenepoel.

In datzelfde jaar, 1975, toonde hij zijn buitengewone talent door én nationaal veldkampioen én nationaal kampioen op de weg én wereldkampioen op de weg te worden – een zeldzame driedubbele prestatie.

Hoewel Kuiper in de Tour de France nooit de gele trui droeg, eindigde hij twee keer als tweede in het eindklassement en won hij twee keer de prestigieuze etappe naar Alpe d’Huez.

Zijn ware kracht toonde hij in de klassiekers, waar hij de enige Nederlander is die vier van de vijf wielermonumenten op zijn naam schreef: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Ronde van Lombardije.

Zijn mentaliteit, perfect samengevat in zijn bekende uitspraak “Wielrennen is eerst het bord van de tegenstander leeg eten, voor je aan je eigen bord begint”, benadrukt zijn tactische inzicht en wilskracht.

Na zijn actieve loopbaan bleef hij betrokken bij de wielersport als ploegleider, onder andere bij de Duitse ploeg Telekom en het Amerikaanse Motorola.

In 2017 opende zijn neef, met hulp van vrijwilligers en Hennie zelf, het Hennie Kuiper Wielermuseum in Noord Deurningen, waar zijn indrukwekkende carrière wordt tentoongesteld.

Datzelfde jaar bracht hij ook zijn boek “Hennie Kuiper Kampioen Wilskracht” uit.

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, de Amerikaanse sitcom Chico and the Man te zien elke woensdag op de BRT (nu Vrt).

Op het scherm verschijnt een aftandse garage in Los Angeles, gerund door een knorrige oude man. Zijn leven wordt volledig overhoop gehaald door een jonge, optimistische Latino met een onweerstaanbare glimlach.

De sitcom, die in Amerika in 1974 was gestart, draaide volledig om de chemie tussen de twee hoofdrolspelers.

Enerzijds was er Ed Brown (Jack Albertson, overleden op 25 november 1981), de verbitterde garagehouder die in alles een probleem zag.

Anderzijds was er Chico Rodriguez, gespeeld door de piepjonge en razend populaire Freddie Prinze.

Hij was de frisse wind die door de stoffige garage en het leven van Ed waaide.

Hun gekibbel en de langzaam groeiende vader-zoonrelatie vormden het hart van de show.

Tel daar de onvergetelijke begintune, ingezongen door de legendarische José Feliciano, bij op, en je had dé reden waarom miljoenen kijkers, ook in Vlaanderen, aan de buis gekluisterd zaten.

De ster van de show was zonder twijfel Freddie Prinze. Geboren als zoon van een Hongaarse vader en een Porto-Ricaanse moeder, groeide hij op in een ‘getto’ in New York.

Zoals Joepie het treffend omschreef, ontwikkelde hij daar een “onverbeterlijke drang naar zelfbescherming”, die hij omzette in een scherp gevoel voor humor.

Na wat optredens in kleine clubs belandde hij in de legendarische “Tonight Show”.

Die ene avond veranderde alles: een producent zag hem en bood hem de rol van zijn leven aan. Op zijn twintigste was Freddie Prinze een wereldster.

Maar het succesverhaal kende een tragische afloop. Amper anderhalf jaar nadat het lovende artikel in Joepie verscheen, in januari 1977, maakte Prinze op 22-jarige leeftijd een einde aan zijn leven.

De makers probeerden de serie nog te redden door een nieuw personage te introduceren, maar de ziel was eruit.

Zonder de charismatische Chico was de magie verdwenen. Na een vierde seizoen stopte dan ook de reeks.

Met de Rubettes naar de kermis.

Paul Da Vinci, is onlosmakelijk verbonden met een van de grootste hits uit de jaren 70, namelijk “Sugar Baby Love” van The Rubettes.

Het opvallende aan dit verhaal is dat Da Vinci weliswaar de drieënhalve octaaf omvattende falsetstem op de plaat verzorgde, maar de band verliet vóórdat het nummer werd uitgebracht en uitgroeide tot een wereldhit.

“Sugar Baby Love”, geschreven door Wayne Bickerton en Tony Waddington, was oorspronkelijk bedoeld als een mogelijke inzending voor het Eurovisiesongfestival.

Nadat de beoogde groep het nummer afwees, besloten Bickerton en Waddington zelf een groep te formeren om het op te nemen.

Hiervoor rekruteerden ze een groep sessiemuzikanten, waaronder Paul Da Vinci, die de herkenbare hoge noten voor zijn rekening nam.

Na de opnames van “Sugar Baby Love” en enkele andere nummers, besloten de sessiemuzikanten, met uitzondering van Da Vinci, officieel verder te gaan als The Rubettes.

Da Vinci had echter al een solocontract getekend bij Penny Farthing Records, en koos ervoor om zijn eigen weg te gaan.

Dit betekende dat hij geen deel uitmaakte van de band toen “Sugar Baby Love” in 1974 de hitlijsten bestormde en in onder andere het Verenigd Koninkrijk de nummer één positie bereikte.

De rol van leadzanger in de band werd overgenomen door Alan Williams, die tijdens optredens en in de videoclip de partijen van Da Vinci playbackte.

Da Vinci zelf begon aan een solocarrière en scoorde een bescheiden hit met “Your Baby Ain’t Your Baby Anymore” in 1974.

In Vlaanderen bereikte hij wel de derde plaats in de Brt Top 3 en in Nederland de vierde plaats in de Top 40.

In 1976 scoorde hij nog een kleine hit in Vlaanderen met het nummer It Hurts To Be In Love.

Het verhaal kreeg later nog een juridisch staartje, toen er onenigheid ontstond over het gebruik van de naam “The Rubettes”.

Zowel Alan Williams als toetsenist Bill Hurd claimden het recht op de bandnaam en traden op met hun eigen versies.

Uiteindelijk resulteerde dit in een compromis waarbij de bands verder gingen als “The Rubettes featuring Alan Williams” en “The Rubettes featuring Bill Hurd”.

Alan Williams is geboren op 22 december 1948, dus hij is momenteel 75 jaar oud.

Williams heeft ook als soloartiest opgetreden en muziek uitgebracht, hoewel dit niet tot groot commercieel succes heeft geleid.

Hij is ook actief geweest als producer voor andere artiesten.

In 2018 bepaalde het Britse hooggerechtshof dat Williams zich als enige “The Rubettes” mocht noemen (Joepie 17 september 1975)